Vrijdag 01/07/2022

ReizenParijs

Yves Desmet over de reis van zijn leven: dertig dagen te voet door Parijs

Toegangstickets, foto’s, plannetjes, ansichtkaarten en catalogi: zo krijgt een mens in een maand tijd een dik scrapbook bij elkaar. Beeld Yves Desmet
Toegangstickets, foto’s, plannetjes, ansichtkaarten en catalogi: zo krijgt een mens in een maand tijd een dik scrapbook bij elkaar.Beeld Yves Desmet

Net geen 800.000 stappen, bijna 500 kilometer. Nee, om een maand te wandelen heb je niet per se desolate trails of ruige kustpaden nodig. Het kan ook, zoals journalist Yves Desmet en zijn vrouw in 2019, binnen de périphérique van Parijs.

Yves Desmet

Kent u de rue de l’Égalité, de rue de la Fraternité en de rue de la Liberté? Ze liggen als de spaken van een wiel rond een pleintje in het 19de arrondissement en hebben hun naam gekregen in 1889, ter herdenking van een eeuw Franse Revolutie. Het is een rustige woonwijk met ansichtkaartwaardige – vandaag heet dat instagrammable – tussenoorlogse villaatjes, grenzend aan een van de tientallen Parijse parken, parc de la Butte-du-Chapeau-Rouge.

Die Chapeau Rouge was ooit een guinguette, een café annex huis van plezier net buiten de toenmalige stadsgrens, waar veel lagere accijnzen op drank werden geheven. En waar dus heel Parijs in het weekeinde kwam pintelieren, dan wel onnoemelijke feiten plegen.

Dit was ook de verzamelplek voor iedere meeting van verzameld links net voor de Eerste Wereldoorlog, nadat de rechtse regering verbood om nog langer bijeen te komen aan de mur des Fédérés, de plek op het Père-Lachaise-kerkhof waar 147 Communards terecht­gesteld werden na het neerslaan van de Parijse Commune in 1871. Dus verhuisden ze naar het parkje van de Chapeau Rouge. Hier hield Jean Jaurès, de linkse voorman, zijn beroemde toespraken tegen het militarisme en de opbouw naar de Eerste Wereldoorlog. Even later werd hij om die reden trouwens op een caféterras langs achter in het hoofd geschoten door een Franse nationalist, uitgerekend op de vooravond van het mobilisatiebevel waarmee WO I zou beginnen.

Eeuwige toeristen

Waarom verveel ik u met dit verhaal? Omdat je op iedere straathoek, in iedere steeg, iedere im­passe van deze miljoenenstad net zo’n flashback naar het verleden kunt maken. In mei 1968 scandeerden de studenten, nadat ze de orde­diensten hadden getrakteerd op enkele welgemikte kasseien: “Sous les pavés, la plage.” Dat klopt niet: onder de Parijse straatstenen ligt helemaal geen strand, dat hebben we proefondervindelijk onderzocht, maar wel een schat­kamer aan geschiedenis. Die daarom tegelijk een onuitputtelijke bron van frustratie is. Want ook al waren we al decennia fervente Parijsgangers die een jaar niet geslaagd vonden als we niet minstens drie of vier keer waren geweest, toch was ieder, zelfs verlengd weekeinde te kort om ons het idee te geven dat we de stad nu echt wel een beetje onder de knie hadden. We bleven, tot ons redelijk stoïcijns gedragen ongenoegen, toch wel overduidelijk toeristen. Parijse kelners laten je dat trouwens onmiddellijk merken door onverbiddelijk in het Engels te antwoorden, ook al bestel je in een meer dan passabel Frans met een hooguit licht Vlaams accent.

Dus toen mijn lieftallige meldde dat ze, ter gelegenheid van mijn zestigste verjaardag, een hele maand een deux-pièces had gehuurd op letterlijk een steenworp van het Centre Pompidou, leek dat, althans voor ons, een perfect logische keuze. Voor alle duidelijkheid: een deux-pièces is naast een bikini en de combinatie van vestje en broek ook een piepklein appartementje.

null Beeld RV
Beeld RV

We hebben wereldsteden bezocht op bijna alle continenten, stippen steevast citytrips aan als onze favoriete ­vakantieformule, maar toch zouden we nooit overwegen ergens een maand lang te blijven. Behalve dan in Parijs, waar we nooit, maar dan ook nooit genoeg van lijken te krijgen.

Waarom?

Goede vraag.

Misschien kwam de Britse schrijfster Angela Carter het dichtst bij het beste antwoord. Londen, schreef ze, is een man, Parijs een vrouw en New York een goed aangepaste transseksueel.

Parijs heeft iets elegants en sensueels, ademt een levenslust en een enorme joie de vivre, terwijl de andere steden veel meer werk, geld en de ambitie om het te maken etaleren. In Londen zie je geregeld files met uitsluitend Porsches, Ferrari’s en Lamborghini’s passeren, Parijzenaars verplaatsen zich met de metro of een taxi. In Londen plaatst men betonnen spijkers in inkomhallen om daklozen te ontmoedigen, in Parijs bekommeren de buurtbewoners zich om de clochard du quartier, die ’s avonds de overschotjes van de buurtkruidenier toegestopt krijgt.

Flaneren en lezen

Parijzenaars genieten, New Yorkers haasten zich. In geen enkele andere stad is de buitencultuur zo heilig, staan er zo veel terrasbrandertjes per vierkante kilometer. Parijzenaars flaneren, lezen in de metro of op een bankje in de Tuileries, spelen met tientallen pétanque of schaak in de Jardin du Luxembourg. Je eet nergens betere goedkope dagmenu’s, je vindt nergens meer bekijkenswaardige tentoonstellingen en musea, je loopt nergens schilderachtiger verloren. Nergens is de open ruimte verwelkomender, nergens is de eenheid in architecturale stijl zo verscheiden, nergens is de romantiek meer aanwezig en de grauwheid van het clochardbestaan meer confronterend.

Wat doet een mens een maand lang in Parijs? Tentoonstellingen bezoeken tot er een ­culturele indigestie dreigt. Charlotte Perriand, de meubelontwerpster van Le Corbusier, die eindelijk eerherstel krijgt. De gouden eeuw van de Engelse schilderkunst van Reynolds tot Turner, een Stabat Mater van Poulenc, een ballet van William Forsythe. El Greco, Henri de Toulouse-Lautrec, Henri Cartier-Bresson, Francis Bacon, Le Douanier Rousseau, ­Leonardo da Vinci, om alleen nog maar een greep te nemen uit de expo’s tijdens ons verblijf. Eindelijk eens de tijd nemen om een dag lang in het Louvre rond te struinen en kennis te maken met een van de uitwassen van de ego-samenleving: de duizenden die gemiddeld drie kwartier aanschuiven aan de Mona Lisa doen dat absoluut niet om het schilderij ook echt te bekijken, maar alleen om zich, eenmaal gearriveerd, om te draaien en een selfie te nemen mét het schilderij, om vervolgens door een suppoost aangemaand te worden snel verder te wandelen. Een vorm van contactmagie, waarschijnlijk. Eindelijk de tijd vinden om kleine en minder bekende pareltjes als de beeldentuin van Tino Rossi, het musée de Cluny, dat van ­Eugène Delacroix of het Musée de la Vie romantique te bezoeken. De prachtige jarenzestigbioscoop du Panthéon, gerestaureerd dankzij een gift van ­Catherine Deneuve. Het huis van Honoré de Balzac, de stadspaleizen van de bankiersfamilies Jacquemart-­André en dat van Nissim de Camondo: een mauso­leum voor zijn aan het oorlogsfront gestorven zoon. Hij schonk het aan de staat, met als een van de voorwaarden dat dagelijks alle klokken opgewonden zouden worden.

Slakkenhuis

Wat doet een mens een maand lang in Parijs? Wandelen tot je een nieuw paar schoenen nodig hebt. Omdat Parijs twintig arrondissementen telt die zich als een slakkenhuis rond de Seine draaien, heb je al minstens twintig wandelingen nodig. Iedere dag een andere metro­lijn tot aan het eindpunt en dan verkennen en ontdekken. Toeristen blijven meestal veilig in de buurten net boven en onder de Seine, misschien met een uitstapje naar de basiliek-annex-slagroomtaart van de Sacré-Coeur op Montmartre, maar er is zoveel meer.

Wist u bijvoorbeeld dat Parijs het grootste Chinatown van Europa heeft? In het 13de, aan de avenue d’Ivry, schurkt het ene grote Aziatische warenhuis tegen het andere. In restaurants met de oppervlakte van een klein voetbalveld zie je de klassenmaatschappij op zijn Chinees. Gelijkvloers zit men op plastic stoelen en drinkt men bier, op de tussenverdieping zit je al op stof, en boven, op een draaiend plateau in het zicht van iedereen, zit men in leren kuipzetels en aan prachtige uitgesneden houten tafels en drinkt men behoorlijk dure Johnny Walker Blue Label. Maar iedereen krijgt vanuit permanent rondrijdende stoomkarren wel net hetzelfde gigantisch uitgebreide assortiment dimsums aangeboden.

null Beeld Yves Desmet
Beeld Yves Desmet

Of Batignolles, het 17de, waar toparchitect Renzo Piano een nieuw justitiepaleis heeft gebouwd, een imposante en haast doorschijnende wolkenkrabber vol licht en ruimte waar je binnenkomt onder de spreuk ‘Tout homme est présumé innocent jusqu’à ce qu’il ait été declaré coupable’. Een gebouw dat als een magneet rechters, advocaten, griffiers en ander schoon volk heeft aangetrokken, waardoor de ooit zo verpauperde wijk een nieuw elan heeft gevonden. Winnen we ooit Euromillions, dan weet u nu al waar u ons vanaf dan kan vinden.

Of het Bois de Vincennes, een bos met Zoniënwoudallures, waar je naartoe kan wandelen via een oud metroviaduct dat start aan de Bastille-opera en dat op zich al een langgerekte tuin van een paar kilometer vormt. Daar bots je dan op het kasteel van Vincennes, de voorloper van Versailles, waar je nog de kerker kan binnenstappen waar markies de Sade werd opgesloten.

Stamgast

Of de wijk rond de Butte-aux-­Cailles, waar ooit de barricaden van de Commune stonden en waar het regime, nadat ordetroepen eerst een paar duizend Communards hadden gedood, toch vond dat er iets moest gedaan worden aan de schrijnende leefomstandigheden, en waar je daarom vandaag de mooiste eerste publieke zwembaden en sociale woningbouw ooit kan terugvinden. En een coöperatief restaurantje, waar werklozen en vluchtelingen opgeleid worden voor een job in de horeca, luisterend naar de naam ‘Le Temps des Cerises’, de titel van een amoureuze ode aan een verpleegster op de barricades, onder meer gezongen door Charles Trenet, Yves Montand, en – een prachtige versie overigens – door Bobbejaan Schoepen en Geike Arnaert.

Of…

Het woord ‘horeca’ is eindelijk gevallen, en ook daar levert een verblijf van een maand belangwekkende nieuwe inzichten op. Waarvan het allerbelangrijkste: hoe onbetaalbaar bijvoorbeeld de Parijse immobiliënmarkt ook moge zijn, je eet in Parijs goedkoper dan om het even waar in Vlaanderen. Dan hebben we het niet over de junkfoodketens, maar over kleine, familiaal gerunde bistrots waar je voor minder dan twintig euro een voor- en hoofdgerecht hebt. Het één staat in verband met het andere: omdat de woningprijzen zo hoog zijn, wonen vele Parijzenaars in piepkleine appartementen met een keukentje van één of twee vierkante meter. Dan is het gezelliger en handiger om buitenshuis te eten, en een groot subsegment van het restaurantwezen heeft zich op die markt gericht. Als je er een maand bent, voel je jezelf al na het tweede of derde bezoek aan de wijkbistrot een stamgast. Een tête de veau sauce gribiche voorafgegaan door een huisgemaakte paté en croute, of nog honderden andere al even succulente combinaties: Parijs is een fijnproeversparadijs, ook al omdat je er de meest fantastische voedingszaken vindt. Minstens één keer in uw leven moet u bijvoorbeeld zeker binnenstappen in de Grande Épicerie de Paris.

null Beeld Yves Desmet
Beeld Yves Desmet

Kun je buitensporig verliefd worden op een stad? Ja, ongetwijfeld. Soms is het een lastig lief, soms wat vuil, soms zie je wanneer je ’s nachts opstaat een familie ratten onder je raam zich tegoed doen aan de omgevallen vuilnisbak. Soms is ze wat bruut, soms zelfs ronduit onbeschoft, maar wat Parijs je allemaal cadeau doet, is ook in een lang artikel niet te vatten. We stapten ooit vlak bij Montparnasse een winkeltje met faux bijoux binnen, gerund door een 70-jarige Nederlander, die als 18-jarige het plan had opgevat om vanuit Rotterdam een jaar lang een wereldreis te maken. Hij was nooit verder geraakt dan Parijs en er nooit meer uit vertrokken. Eerlijk? We waren stikjaloers.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234