Vrijdag 23/10/2020

Postuum

Yves Desmet herdenkt Steve Stevaert: Van God naar duivel, van de hemel naar de hel

Beeld Jonas Lampens

Onwezenlijk voelt het wel. Geen drie weken geleden zaten we op restaurant, een achtergrondgesprek over hoe hij de voorzitterstrijd in zijn partij evalueerde, nu schrijf je een stuk waarvan je de hele dag hartsgrondelijk hoopte dat het geen necrologie zou blijken te zijn. Nee dus. Steve Stevaert, de Limburgse Icarus. Van God naar duivel, van de hemel naar de hel.

Hij was opgewekt die avond, genadeloos en grappend, vriend en vijand filerend, binnen en buiten de partij. Fier dat hij me weer een uitstekende bistrot had leren kennen, want dat het socialisme gezellig en Bourgondisch zou zijn, of niet zou zijn: van dat credo was hij geen millimeter afgeweken.

Wat een contrast met de Stevaert van 2011, die toen net zowat al zijn publieke mandaten had neergelegd, na een zoveelste mediastorm over de afpersingszaak met een Marokkaanse en verhalen over vermeende betwiste zakelijke deals die, ook al overstegen ze nooit het niveau van de insinuaties, wel moeiteloos de pers haalden. Hij zat er compleet onderdoor toen, flirtend met of zelfs middenin de depressie, te krachteloos en moe om zich nog te verdedigen tegen de aanvallen. De operatie 'beschadiging Stevaert' had haar doel niet gemist. Hij zou er maanden over doen om te verwerken, te rouwen over het einde van zijn publiek leven, om zelfs maar gewoon terug uit huis te durven komen.

Want niet alleen omwille van de 'affaires' bleek 2011 een 'annus horribilis'. Dat zijn vader was overleden, met wie hij een onwaarschijnlijke hechte band had, had er ook al ingehakt, maar dat viel nog binnen de natuurlijke orde der dingen en kon hij bevatten. Maar het terugvinden van het levenloze lichaam van zijn broer Tony in het domein 'De Drie Fonteinen' in Vilvoorde trof hem als een mokerslag. Het was niet de eerste zelfdoding in de familie. Zeven jaar eerder had ook zijn schoonbroer zich van het leven beroofd. Dat gebeurde na een lange psychiatrische behandeling. Dat kon nog geplaatst worden. Maar Tony kwam plots, onverwacht, onverklaard. Hij worstelde ermee. "Ik bleit nog elke dag", zei hij me maanden nadien.

God

Ik betwijfel of hij op dat moment nog een uitspraak uit een interview met hem van 2007 zou herhaald hebben: "Ik denk dat mijn generatie in wezen een gelukkige generatie is. Misschien wel de gelukkigste generatie ooit tot nu toe." Acht jaar geleden klopte dat ook nog voor hem.

Want ooit was Stevaert een absoluut politiek wonderkind. Cafébaas met een koksdiploma, beginnen werken op zijn vijftiende. Wat meteen verklaart waarom hij theoretisch op zijn 57ste, met 42 loopbaanjaren op de teller, al een pensioenaanvraag kon doen. Hij opende en verkocht, meestal met behoorlijke winst, meer dan tien cafés, waardoor hij al financieel al behoorlijk onafhankelijk was nog voor hij zijn eerste stap in de politiek zette. Daarin gevraagd door de zichtbare baas van de Limburgse sp.a, Willy Claes, en de onzichtbare maar machtige sfinks op de achtergrond, de man die al decennia ieder bestuursakkoord in Limburg regelt, Paul Butenaerts.

Stevaert werd, zeker door zijn vijanden, daarom uiteindelijk gezien als de spin in het web van Limburgse connecties, waar de verhalen gretig over rondgestrooid werden: hij werd gelinkt aan het dossier Land van Ooit, dat door de Europese antifraudedienst Olaf was doorgespeeld aan het Belgische gerecht. Hij zou een en ander willen regelen hebben met de verkoop van Ethias Bank aan Optima Financial Planners, waar ze Stevaerts oude partijgenoot Luc Van den Bossche hadden aangetrokken. Zijn naam werd genoemd aan de Group Machiels, in opspraak is gekomen voor het dumpen van afval in het Remo-stort in Houthalen. Geen enkele van die verdachtmakingen werd ooit hard gemaakt, geen enkele oversteeg het niveau van roddel en insinuatie.

Dat Stevaert een Limburgs netwerk had? Het omgekeerde lijkt onmogelijk als je tien jaar burgemeester en gouverneur van Hasselt en Limburg kan zijn, viceminister-president en partijvoorzitter bent geweest. Een netwerk dat contacten onderhoudt, informatie uitwisselt, samen strategieën bedenkt, en zo een voorsprong opbouwt in de uitoefening van de macht. Er zijn trouwens geen toppolitici te vinden die zo'n netwerk niet hebben en er dankbaar gebruik van maken als één van de belangrijkste hefbomen van hun macht. Zolang ze dat doen binnen de perken van de wet is dat trouwens ook niet verboden.

Vooralsnog is er nog geen begin van bewijs dat Stevaert en zijn netwerk iets zouden mispeuterd hebben, maar dat deed er in 2011 allemaal even niet meer toe. God was immers de duivel geworden.

De voorpagina van De Morgen de dag na de verkiezingen van 18 mei 2003, waarop de sp.a een gigantische verkiezingsoverwinning behaalde.Beeld De Morgen

Gratis

Voor een stuk is dat een toepassing van het oude gezegde dat wraak een gerecht is dat best koud gegeten wordt. In zijn godenjaren zette Stevaert een historische 23 procent resultaat voor zijn partij neer, en haalde hij zelf 600.000 voorkeurstemmen. Dat leverde nogal wat jaloezie en nijdige politieke tegenstanders op, die er alles voor over hadden om hem terug tot menselijke en kwetsbare proporties terug te brengen. Maar ook binnen de universitaire en intellectuele wereld, binnen en buiten zijn partij, had hij meer vijanden dan vrienden. Daar droeg hij overigens zelf gretig toe bij door die groep geregeld en cynisch tot pispaal te nemen.

Typerend daarvoor was de discussie over zijn bekendste politieke wapenfeit, het gratis-verhaal. Populistische onzin, vonden zelfs de Groenen. De intellectuele vleugel argumenteerde dat niets gratis is, want dat uiteindelijk altijd iemand de rekening betaalt. Tussen die redenering valt overigens geen speld te krijgen, alleen ging het daar bij Stevaert niet over.

Autosnelwegen worden ook betaald door iemand, maar toch rijden we er 'gratis' overheen, voor de straatverlichting krijgen we ook geen factuur in de bus, en toch kost die ook geld. De redenering van Stevaert was een nieuwsoortige invulling van een oud socialistisch ideaal: de staat betaalt via zijn algemene middelen, die, omdat rijken meer belastingen betalen dan armen, per definitie al herverdelend zijn, een gemeenschapsdienst die ook nog eens meer door armen dan door rijken gebruikt wordt, en herverdeelt zo nog eens een tweede keer.

Eigenlijk was het puur marxisme, maar Stevaert zou zich daar nooit publiek op laten betrappen. Hij legde die herverdeling nooit uit, maar bleef koppig het gratis-verhaal herhalen. Je moet mensen dingen geven, ze niet uitleggen waarom ze moeten inleveren, daar win je geen verkiezingen mee. Het was een permanent conflictpunt met Frank Vandenbroucke. Stevaert daarover, lachend: "Ik kan nooit een discussie met Frank winnen met argumenten, daar is hij te slim voor, maar toch heb ik gelijk."

Stevaertiaanse logica, het was een begrip. Een congres riep hij ooit op "om hier voor te stemmen, zeker als jullie ertegen zijn".
Ooit lachte iedereen toen hij in 2002 een kookboek uitbracht. 'Koken met Steve' was nochtans één van de elementen die hem de verkiezingen deed winnen. Het boek leverde hem als eerste socialist uit de geschiedenis een plaats in de damesbladen, zo kwam hij in huiskamers waar dat socialisme daarvoor niet echt werd beleden.

Hij besefte dat charisma en sympathie meer konden opleveren dan ideologie. "Vlaanderen is socialistisch, alleen beseffen de mensen het nog niet", was één van zijn favoriete one-liners. Hij zou ook moeten ervaren dat succes op basis van charisma minder bestendig is.

Stevaert is tot nu toe samen met Bart De Wever de enige die de natte droom van elke democratische politicus kon waarmaken: stemmen afsnoepen van het Blok. Bij zijn laatste verkiezingssucces liep 5 procent van de Blokkiezers op de senaatslijst naar Stevaert over. Succes wordt je nooit vergeven, ook niet door een deel van de linkse intelligentsia die de cafébaas absoluut niet kon appreciëren. Dat komt omdat Stevaert werkt op een manier die ze niet echt begrijpen, en daarom ook niet waarderen.

Geslepen

Bij nogal wat tegenstanders, intellectuelen én journalisten, leefde het gevoel dat de man het eigenlijk niet verdiende, onmogelijk de intellectuele capaciteiten kon hebben om zulke posities te verwerven. In de politiek misschien eventjes, gedragen door de grillige en steeds wisselende sympathie van het volk, maar toch niet in het bedrijfsleven. Bijgevolg, is de onuitgesproken gedachtegang, kon hij de mandaten die hij daar bekleedde enkel verworven hebben dankzij vriendjespolitiek of in ruil voor tegenprestaties.

Dat moet nog bewezen worden. Voor het geld moest hij het niet doen, want hij was rijker dan zowat al zijn critici. De meeste van zijn publieke mandaten lagen bovendien oorspronkelijk in de energiesector en de distributie van nutsvoorzieningen, en daar kent hij alles van, want het was net die sector waarin hij al actief was nog voor hij zijn politieke carrière begon.

Oudere sp.a-cabinetards vertellen nog graag de volgende anekdote: toen Steve Stevaert Vlaams minister van Energie was, had hij een ontmoeting met een topman van Electrabel. Stevaert liet hem alle hoeken van de kamer zien, forceerde belangrijke toegevingen. Op het einde van het gesprek, één hand in de broekzak, klopte hij met de andere hand de Electrabelbons op de rug: "En volgend jaar kom ik terug voor een volgende ronde."

Ook dat is Stevaert: zo vriendelijk en schijnbaar onbeholpen hij in het publiek kon zijn, zo een geslepen en zelfs bruut machtspoliticus was hij binnenskamers. Ook die dualiteit is hem door velen nooit vergeven.

Het is trouwens ook de reden waarom de tweede paarse regering kapot is gegaan. Ze was nochtans met tweederden van de stemmen geplebisciteerd in de verkiezingen waar de Teletubbies onder leiding van Stevaert hun grootste triomf beleefden. Maar daar werden ook plots de krachtsverhoudingen binnen Paars omgedraaid. Blauw was niet langer dominant, maar even sterk als Rood, en dat zorgde voor een permanent hanengevecht tussen Verhofstadt en Stevaert. En ook Groen! had Paars I zwaar betaald: ze waren gewoon uit de parlementen verdwenen. Stevaert was daar dan ook niet langer geliefd, hij werd er het 'schijnheilig paterken uit Hasselt.'

Applaus

Nochtans was hij naast machtsmens ook een bijzonder gevoelig man, die een soort zesde zintuig had voor hoe hij in de publieke opinie ingeschat werd. Eén van de belangrijkste redenen waarom hij in 2005 uit de nationale politiek stapte en gouverneur van Limburg werd, was het fluitconcert dat een overvol Antwerps Sportpaleis hem gaf toen hij daar de medaille voor politicus van het jaar kwam ophalen bij de Poppollavond van Humo.

Hij leefde van applaus en publieke erkenning, hij had het nodig als zuurstof, veel meer dan goedkeuring van partijgenoten of commentatoren. Toen het applaus wegviel, stierf hij ook als politicus. Ook omdat velen in de pers, die hem eerst op handen hadden gedragen, nu niet konden wachten om op zijn politiek graf te spuwen. Ook daarom kon hij niet langer de energie opbrengen om zijn gezondheidsproblemen, die er wel degelijk waren, te overwinnen.

Dus was hij weg naar Limburg, al ontdekte hij daar snel dat hij in de gouverneursstoel een nog gemakkelijker doelwit werd van aanvallen rond zijn andere mandaten. Dus vertrok hij ook daar weer, in de hoop vrij verder te kunnen doen met waar hij wel verslaafd aan was: het hebben van invloed en macht.

Tot, met de zelfmoord van zijn broer en de daaropvolgende dood van zijn vader, bleek hoe relatief dat ook is. Waarna de afpersingszaak met de Marokkaanse kwam, en de "scheurtjes in de façade" waarbij "zijn naam viel" in een aantal affaires. Vrouwen konden hem makkelijk betoveren, net als het omgekeerde.

Hij ging er onderdoor in 2011, en alleen dankzij zijn vrouw Marleen, rots in de branding, kon hij de depressie overwinnen, terug zin in het leven vinden en hun relatie terug opbouwen. Dat leek behoorlijk te lukken, het omslaan van die zwarte pagina's.

Tot opeens dat verleden terugsloeg, en er opeens een 'nieuwe' oude zaak, want al daterend uit 2010, opdook, die mogelijk de knoppen deed doorslaan.

Eerst een lek uit de rechtbank dat hij vervolgd zou worden, 's avonds laat verwittigd door een journalist dat hij voor de strafrechter ging moeten komen, in het ochtendnieuws horend dat hij voortaan in Vlaanderen DSK zou worden, verdacht werd van verkrachting, op de middag veroordeeld zonder bewijs of vermoeden van onschuld op de sociale media, in de namiddag vermist.

Ik hoopte de hele dag zo dat hij zich ergens een stuk in zijn kraag had gedronken, en zijn roes aan het uitslapen was. Dat hij een trein naar het Zuiden had genomen, om even de dingen op een rij te zetten. Maar het was, zo bleek jammer genoeg, de druppel die hem het voorbeeld van zijn broer heeft doen volgen. Steve is net geen 61 geworden.

Beeld Jonas Lampens
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234