Dinsdag 12/11/2019

Younes’ eerste graf

Ergens, in het midden, op haar soms bochtige tocht tussen Lisbourg en Gent, net voorbij de Franse grens, doet de Leie ook het onooglijke Le Bizet aan. Le Bizet is een gehucht van Ploegsteert, dat op zijn beurt deel uitmaakt van het Henegouwse Komen-Waasten. Jongens uit Ploegsteert, zo leerde ons het voorbije jaar, gaan soms ver om de dood te vinden. Frank Vandenbroucke in het Senegalese La Maison Bleue, Younes iets dichter bij huis maar ook mysterieus in ‘the Golden River’. Zo werd de Leie door de Engelsen genoemd, Golden River, wegens de kleur die het roten van het vlas aan het water gaf. De edelmetalen teint is samen met het vlas voorgoed uit de Frans-Belgische ‘la Lys - de Leie’ verdwenen. Tegen de oevers kabbelt nu iets vettigs aan, wat in zwart-witbeeld vastgelegd nog het best de echte kleur benadert. Breige. Een mengvorm van beige, grijs en bruin. Net die droesem slokte anderhalve maand geleden een kind op dat de geschiedenis enkel zou halen door zijn dood, een kind met een bedenkelijke identikit: blootsvoets, pamper, blauwe pull. Younes zal voor de mensheid altijd een bevuilde luier, een morsige jersey en geen sokken dragen, en nooit meer zijn dan dat. Wie had het baasje trouwens gekend, stel dat het iets fortuinlijker eindigde dan die dreigende novembernacht?We staan er, op een plek, niet dé plek natuurlijk. We gissen maar wat. Dat het zou kunnen dat hij hier misschien, wie weet, wie zal het zeggen, op dit strookje oever in het water terechtkwam. Daar waar de Leie het dichtste Le Bizet aandoet. Onder een betonnen brug, op het jaagpad, naast een kleine ponton staan we. Graffiti overal, verbrande stukken kledingstof, platgetrapte blikjes en zelfs een met zaad gevuld, blijkbaar na de daad haastig weggegooid condoom. We stappen door het dauwgras, kijken, denken, vragen ons af. Hoe leg je een dood kind in dit water? Want dood was Younes, zo blijkt toch uit de autopsie, voordat hij in deze Leie terechtkwam. Rol je een kind, gooi je het of laat je het langzaam zakken, tot het ondergaat en er bubbels komen, en elk hoekje luier, blote voet of pull verdwenen is. Welke smeerlap heeft hier ergens in de buurt staan kijken tot hij zeker wist dat alles in de donkerte verzwolgen was?‘La Lys - de Leie’. Het was Emile Verhaeren die er het beroemdste gedicht ter wereld over schreef, dat eindigde met “heldhaftige Leie, dienstbaar, liefhebbend en wijs, zo strijk je langsheen de huizen als een vloeiende zegen, en blijf je voortdurend talmen op je lange reis. Om toch niemand in de hele omtrek te vergeten”.Was je maar niet vergeten, Leie, had je op jouw manier toch íéts gezegd en minder lang getalmd dan die twee lange weken waarin Alain Remues team en bijgevolg ‘toute la Wallonie - heel Vlaanderen’ naar deze baby zocht. Had het kind dan toch iets eerder naar boven geduwd in plaats van tien kilometer hiervandaan, tussen sluismuur en binnenschip. Vele vragen stellen we ons, op het jaagpad, alle onbeantwoord. Evidemment.Nog een geluk dat we een visser vinden, een eindje verderop, die net een hengel met wat aas uitgooit. “Hoe snel gaat de Leie?”, is onze vraag. Hij trekt zijn schouders op en lacht. “La Lys, ça va vite”, zegt hij en dan: “Ah, on l’avait dit, mon copain et moi, il y a quelques semaines. Straks zien we dat ventje nog voorbijdrijven, straks zit hij in onze draden vast. Precies de dag voor ze hem vonden, zeiden we dat tegen elkaar en hielden we onze blik niet alleen stilzwijgend op onze dobber gericht. Je vous jure, c’est vrai. Hij moet langsgedreven zijn, want wij visten toen dicht bij de sluis.” De visser zwijgt even en stelt daarop zelf een vraag. “Kan het dat dit kind er al twee weken eerder in viel of in werd gegooid? Welnee, met die stroming. Komaan zeg. Het moet veel later zijn gebeurd. Leer ons de Leie kennen. Ik sta hier elke dag, het mag koud zijn of nat, het mag sneeuwen, ik sta hier en ik vis. Ik ken het water, ik ken de stroming als mijn broekzak. Het gaat hier snel, net zoals op de Schelde. Door le traffic op het water, dat versnelt de waterloop. Leer ons de Leie kennen.”Baby’s in het water. Ook in juni van dit jaar was het van dat. Een pasgeboren en meteen gestorven baby vond men in Gent, ook bloot, helemaal bloot zelfs in een plastic zak en in de Lieve gelegd. Gelegd klinkt beter dan gegooid. Lieve, wat een naam ook voor een drabbig babygraf.Baby’s op de bodem van Leies, Lieves, wat dan ook, dat kan écht niet. Weg te gooien baby’s horen hoogstens in rieten mandjes rond te dobberen en vast te komen zitten in het lis, waar ze gevonden worden, voorbestemd om later zeeën te splijten. Younes had ook zijn Bijbelse gronden, toch wat de naam betreft. Younes is een Arabisch derivaat van Yona, Jonas, de profeet die ooit in zee door een grote vis werd opgeslokt. Het beest gooide zijn vangst drie dagen later projectielbrakend op het strand terug. Younes kwam in de Leie hoogstens een voorn of brasem tegen. Hij werd nooit meer levend afgezet op de oever. Eenmaal op het land gedregd kwam hij in rode Marokkaanse grond terecht, in een door koplampen beschenen put. Zullen we het maar draaglijk houden en in reïncarnatie gaan geloven?Of besluiten met de mooiste woorden ooit over Younes eerste graf geschreven: “Hoe schilder je dat je nooit weer daar zult lopen, tegenstribbelend aan je vaders hand’ (Uit: ‘Zomereinde aan de Leie’, van Miriam Van hee).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234