Woensdag 07/12/2022

'You're thoroughly all right'

(Ed Sullivan over Elvis Presley)

Hoe iemands culturele gewicht in te schatten? Je kunt het aantal aan hem of haar gewijde straatnamen turven. Of het aantal vermeldingen op Google. Of het aantal boekpublicaties, universitaire cursussen of liedjes. Of het aantal onsterfelijke citaten, al dan niet apocrief uit zijn of haar mond opgetekend. In tegenstelling tot John Lennon ("The Beatles zijn groter dan Christus" of "Just rattle your jewelry") of Eddy Wally ("in het heelal is het alle dagen carnaval") zijn mij van Elvis Presley geen dusdanige citaten bekend. De bekendste Elvis-sound bites zijn niet van hem, ze gaan over hem. Dat verlaagt hem echter niet in de culturele hiërarchie. Integendeel. Het verhoogt de sacrale aura rond hem. Elvis spreekt niet; er wordt over hem gesproken. En wat er dan wordt gezegd, verheft hem in drie stappen van duivel tot god. Die goddelijke status behield hij ook na zijn door zo velen op letterlijk ongeloof onthaalde dood. "The King is alive (and rocking in Vegas)", hoorde ik ooit. En bewijs maar eens het tegendeel. Ook vijfentwintig jaar na zijn dood wordt hij nog overal ter wereld gesignaleerd in restaurants, tankstations en aan bushaltes. Of hij het 'echt' is, maakt niet uit. Wat zou het ook? Wat betekent 'echt' bij iemand waarover zelfs al tijdens zijn leven met verbazing werd vastgesteld dat "He looks like Elvis Presley!"? Wel, het maakt alle verschil in de wereld. In een aangrijpende necrologie wees Charles Shaar Murray in de zomer van 1977 op de niet lichtvaardig weg te wuiven tragedie in Presleys leven: toen hij alles had waarvan hij ooit had gedroomd, ontdekte hij tot zijn afgrijzen dat hij het niet meer kon teruggeven. De debiliserende aandacht, de eendimensionale roem, de schier eindeloze projectie van eenieders fantasma op één schamel hoofd. Tot zijn dood zou hij 'Elvis' zijn; geen mens, maar een icoon. "Wanneer we van een mens een god maken, dan moet hij lijden als een mens, maar dan op een goddelijke schaal", aldus Murray. Het is goed lachen met al die zotten die Elvis menen te herkennen in een of ander diner in Flagstaff, Arizona. Maar we zouden beter luisteren naar de wonderbaarlijke zangeres Gillian Welch die in het gortdroge 'Elvis Presley Blues' in een paar rake strofen het droeve wedervaren schetst van een country boy die zijn hart en heupen volgde en wakker werd als de meest eenzame mens ter wereld.

We zijn geneigd het buitenaardse van Elvis vooral te associëren met zijn laatste periode - de schijnbaar irreële schmalz van Vegas. Het is ook deze Elvis die gememoreerd wordt in het onweerstaanbare 'Elvis Has Just Left The Building' van Frank Zappa: "Elvis has just left the building/ Those are his footprints, right there/ Elvis has just left the building/ To climb up that heavenly stair". Een portret van de superster als goddelijk-potsierlijke dinosauriër. Maar de refreinzin werd niet alleen op het eind van Presleys shows in Las Vegas gebruikt om aan te geven dat het optreden helemaal voorbij was en de roulette alweer stond te wachten. Deze legendarische woorden werden voor het eerst uitgesproken door Horace Lee Logan, een radioproducer uit Louisiana die in oktober 1954 als eerste zijn show openstelde voor Elvis. Twee jaar later was de zanger nationaal doorgebroken en wou hij af van zijn regionale contract met Logan. Hij betaalde het radiostation tienduizend dollar en zou nog een laatste keer optreden in het programma. Die 15de december 1956 speelden zich in Shreveport taferelen af die enkele jaren later met de term Beatlemania zouden worden aangeduid: tienduizend hysterisch schreeuwende meisjes overstemden de zanger en dat gekrijs ging ook na het allerlaatste bisnummer onverstoord door. Toen Logan zag dat de fans massaal naar de uitgang liepen en zijn volgende acts voor een nagenoeg lege zaal dreigden te moeten optreden, greep hij zelf de microfoon en sprak: "Elvis has left the building. He has gotten in his car and driven away... Please take your seats." In deze context klinkt die ene zin misschien banaal, maar al snel groeide hij uit tot een met veel bombast omgeven vast onderdeel van het Elvis-repertorium. Intussen is het zelfs een staande uitdrukking geworden in het Engels waarmee wordt aangegeven dat iets echt, helemaal en definitief voorbij is.

Toen Elvis dat gebouw in Lousiana verliet, was hij in de Verenigde Staten een dusdanig grote ster dat het loutere feit dat hij een gebouw verliet, betekenis had. Die status had hij bereikt met zijn eerste nummer één hits 'Heartbreak Hotel' en 'Hound Dog'. Maar die nummers waren alleen maar zo populair kunnen worden dankzij enkele spraakmakende optredens op de televisie. Bij platengigant RCA, die Elvis eind november 1955 voor een recordbedrag had getekend, had men de impact van dit nieuwe medium meteen correct ingeschat. Tussen 28 januari en 24 maart 1956 trad hun nieuwe ster zes keer op in de CBS-Stage Show van Tommy en Jimmy Dorsey. De daaropvolgende weken stond hij geregeld bij Milton Berle. In dat programma zou hij op 5 juni tijdens 'Hound Dog' de hoogst suggestieve bekkenbewegingen maken die hem niet alleen de bijnaam Elvis the Pelvis opleverden, maar die hem ook tot de meest controversiële artiest van het moment maakten. De diepgelovige Presley werd beschuldigd van alle zonden Israëls, maar zelf was hij zich van geen kwaad bewust.

Wat zich hierna afspeelde, bevat de opgang en recuperatie van de rock-'n-roll in één soepele hip shake. Ed Sullivan, de presentator van de belangrijkste show op de Amerikaanse televisie, voelde aan dat het fenomeen Presley te groot werd om het nog langer te kunnen negeren. En dus ging hij financieel all the way, terwijl hij tegelijk de schijn wou wekken de morele touwtjes stevig in handen te hebben. Sullivan sloot een contract met Colonel Parker, Elvis' manager: voor drie tv-optredens kreeg de zanger het nooit geziene bedrag van 50.000 dollar. Alleen al het afsluiten van deze deal leverde zanger en tv-station nationale nieuwsaandacht op. De uitzendingen zelf zouden die aandacht enkel doen toenemen. Door een auto-ongeluk miste Sullivan zelf de eerste show op 9 september, maar Elvis was wel op de afspraak. Zoveel seks was er nog nooit te zien geweest op de nationale televisie. Het succes bij de tieners was gigantisch, maar Sullivan vreesde dat de miljoenen brave blanke burgers die trouw zijn familieprogramma bekeken zouden afhaken. In zijn derde en laatste optreden werd Elvis bijgevolg enkel nog waist up getoond. Alles wat zich onder zijn middel afspeelde, werd aan het oog onttrokken. En wat niet getoond werd, zo redeneerde de gastheer, bestond ook niet langer. Het was in deze context dat Sullivan zijn gast en het hele land als volgt kon toespreken: "I wanted to say to Elvis Presley and the country that this is a real, decent, fine boy." Toegegeven, hij had zelf ook eerst wel enige reserve gehad; maar eenmaal in contact gekomen met de uiterst charmante zanger kon hij alleen maar besluiten: "You're thoroughly all right." De kolonel, de tv-zenders en een sluwe presentator hadden de hound dog gedomesticeerd. De duivel was getemd, een nieuwe god rees op.

Geert Buelens

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234