Donderdag 20/01/2022

"Yes, the times they are a changing... Maar blijkbaar for the worst?"

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

"De strafuitvoeringsrechtbanken buitenspel in de strijd voor een geloofwaardige justitie?", vragen Veerle Scheirs, Kristel Beyens en Sonja Snacken zich af.

OPINIE

Minister van Justitie Turtelboom ligt de laatste dagen vanuit verschillende hoeken onder vuur. De Orde van de Vlaamse Balies verwijt haar een populistisch beleid te voeren. In een reactie op het Radio 1-programma De Ochtend ontkent de minister dit, maar in één adem voegt ze eraan toe dat het vertrouwen van de burger in justitie gedaald is van 66 procent naar 60 procent en dat dit onaanvaardbaar is. Een geloofwaardige strafuitvoering is reeds enige tijd het stokpaardje van onze ministers van Justitie en vandaag is dat niet anders. Het uitvoeren van de korte straffen onder thuisdetentie past in datzelfde plaatje en nu is er ook het voorstel om bepaalde langgestraften en recidivisten langer in de gevangenis te houden en om de werking van de strafuitvoeringsrechtbanken, die pas sinds 2007 zijn geïnstalleerd, aan te passen. De voorgestelde wijzigingen aan de Wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling (de vroegere zogenaamde Wet Lejeune) verontrusten velen die de strafuitvoering van dichtbij volgen.

Waarover gaat het?
Het wetsontwerp van 16 januari 2013, dat de huidige Wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling verstrengt, verlengt de periode die veroordeelden tot een gevangenisstraf van dertig jaar of levenslang zeker in de gevangenis zullen moeten uitzitten van tien jaar tot vijftien jaar. Recidivisten zullen, afhankelijk van de feiten die aan de basis liggen van de voorgaande veroordeling, minimaal negentien of drieëntwintig (in plaats van zestien) jaar van hun straf dienen te ondergaan alvorens ze in aanmerking kunnen komen voor een voorwaardelijke invrijheidstelling. Het focussen op deze groepen wordt verdedigd vanuit de 'bescherming van de maatschappij', maar lijkt ons eerder te appelleren aan een buikgevoel. Deze groep langgestraften vormt immers niet het grootste risico tot het plegen van nieuwe feiten, omdat het dikwijls over eenmalige zware feiten gaat. Het resultaat van deze wetswijziging zou bovendien zijn dat het verschil tussen een straf van negenentwintig en dertig jaar in de fase van de strafuitvoering uitvergroot wordt tot meer dan vijf jaar vooraleer men door de strafuitvoeringsrechtbank zou kunnen vrijgesteld worden.

Symboolwetgeving
Is er voldoende nagedacht over de mogelijke impact van deze wetswijziging op de omvang van de gevangenispopulatie? Ondanks het feit dat 650 gedetineerden hun straf uitzitten in de gevangenis in Tilburg, is de overbevolking vandaag zeer hoog. Laurent Sempot, woordvoerder van de gevangenisadministratie, heeft geschat dat 350 à 400 personen door deze wetswijziging enkele jaren langer in de cel zullen moeten blijven. Dit komt neer op het bijbouwen van weer eens een nieuwe gevangenis, wat de belastingbetaler heel wat extra miljoenen zal kosten. Een dure prijs voor een symboolwetgeving die niet eens zijn veiligheid verhoogt. En die ondanks de retoriek ook niet de slachtoffers ten goede komt. Deze middelen zouden beter uitgetrokken worden om tegemoet te komen aan de reële psychologische, materiële of financiële noden van slachtoffers van ernstige delicten of aan de nodige opvangvoorzieningen voor ex-gedetineerden in de samenleving.

Klassejustitie
Een ander onderdeel in het wetsontwerp dat zorgen baart, bepaalt dat de procedure tot toekenning van een voorwaardelijke invrijheidstelling niet langer automatisch zal worden opgestart. De veroordeelde zal voortaan een schriftelijk verzoek moeten indienen. Dit kadert in de responsabilisering van de veroordeelde, die hiermee meer verantwoordelijk wordt gemaakt voor zijn eigen strafuitvoeringstraject. Ook hier kunnen serieuze kanttekeningen bij worden gemaakt, omdat het de deur open zet voor een vorm van klassejustitie, in het nadeel van de veroordeelden die zich niet kunnen laten bijstaan door een advocaat, die het systeem niet begrijpen, die de taal niet spreken, etcetera. Door deze wijziging dreigen heel wat sociaal kwetsbare veroordeelden onzichtbaar te blijven voor de strafuitvoeringsrechtbank, omdat ze gewoonweg niet meer zullen verschijnen. In tegenstelling tot de wetgever van 2006 ziet deze regering de VI dus blijkbaar niet langer als een middel om de belangen van de samenleving, de slachtoffers en de gedetineerde te verzoenen. Bij een verschijning kunnen immers wederzijdse verwachtingen worden afgetoetst en kan er geleidelijk gewerkt worden aan de reclassering van de veroordeelde, wat een belangrijk element is in het kader van recidivepreventie.

Als kers op de taart wijzigt het wetsontwerp ook nog de samenstelling van de strafuitvoeringsrechtbank indien er beslissingen moeten worden genomen bij veroordeelden met een vrijheidsstraf van dertig jaar of levenslang waarbij ook een terbeschikkingstelling is uitgesproken. De regering vindt dat de maatschappij extra moet worden beschermd tegen deze beperkte categorie van meest gevaarlijke delinquenten. In deze gevallen wil men de samenstelling van de strafuitvoeringsrechtbank uitbreiden met twee correctionele rechters én zal in deze dossiers bij eenparigheid van stemmen moeten worden beslist. De regering vindt het maatschappelijk niet aanvaardbaar dat voor deze groep veroordeelden de twee (niet-beroepsrechters) assessoren de beroepsrechter mogelijks in de minderheid kunnen stellen. We staan versteld bij deze motie van wantrouwen en het doelbewust buitenspel zetten van de assessoren in het beslissingsproces. Net deze multidisciplinaire samenstelling, de broodnodige combinatie van juridische en professionele expertise, werd naar aanleiding van de zaak Dutroux in 1998 en 2006 als essentieel gezien voor een weloverwogen en deskundige besluitvorming.

Yes, the times they are a changing... Maar blijkbaar for the worst?

Veerle Scheirs maakt een doctoraat over de werking van strafuitvoeringsrechtbanken. Kristel Beyens en Sonja Snacken zijn professoren, allen verbonden aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN
null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234