Vrijdag 07/05/2021

'Yes, I can jump over the hindernis'

De wetten van de sport zijn gerespecteerd. De beste beloften-veldrijder ter wereld, Sven Nijs, werd zaterdag in Denemarken wereldkampioen. Op het bloemen(!)eiland Funen, honk van Hans Christian Andersen, voltrok zich dus toch het verhoopte sprookje, met goud voor de uittredende wereldkampioen en zilver voor zijn piepjonge kroonprins, Bart Wellens. Een heruitgave van het WK in München vorig jaar, en toch zo anders. De Morgen beet zich - niet zonder moeite - tien uren vast in het zog van het gouden duo.

Dit verhaal begint met een temperatuur van vier graden onder nul. Het is zaterdagmiddag, half twee. Rond het Deense kuststadje Middelfart staat een ijskoude bries. De zee-engte tussen Funen en Jutland heeft een klein stukje land ingepalmd. Het is veranderd in een ijsvlakte. Tweehonderd meter verder proberen 62 renners zich met behulp van rollen en stretch-oefeningen op te warmen. De Belgische ploeg, verzorgers inbegrepen, is doodnerveus. "De verwachtingen liggen ontzettend hoog," zegt bondscoach Eric De Vlaeminck, één brok zenuwen.

14.00 u. Start van het WK voor beloften. De eerste 350 meter zijn moordend. Meteen alles geven, bergop. De Nederlander Maarten Nijland neemt een verschroeiende start. De Belgische speerpunten Nijs en Wellens happen naar adem. Kipcho Volckaerts en Gianni David zorgen voor een unicum: vier Belgen binnen de eerste vijf.

Balken! Sven Nijs, zijn reputatie getrouw, wipt erover zonder af te stappen. Gejuich alom. Nijland moet van de fiets. Wellens probeert à la Nijs maar hapert. Nijs is weg. Nu al. De andere Belgen vallen terug. Volckaerts zal twaalfde eindigen, achter Rondelez. David wordt vijftiende, Van Loon 33ste.

Vooraan is maar één renner sterk genoeg om nog terug bij Nijs aan te sluiten. Bart Wellens. De 19-jarige Vorselaarnaar neemt resoluut de leiding. Een halve ronde lang houdt hij de schijn op van een Belgisch duel. Maar dan slaat Nijs toe, rijdt van Wellens en van iedereen weg, op macht en techniek. Na twee ronden is de wedstrijd beslist. Wellens worstelt met een inzinking. De Tsjech Dlask, een boom van een vent, haalt hem bij. Ook Nijland, de verrassende Deen Nielsen en een rist anderen schuiven naderbij. Wellens: "Mijn 'moral' was weg. Ik was niet moe maar kreeg mijn benen niet rond. Technisch Directeur Paul Ponnet gaf me nieuwe moed. Ook De Vlaeminck gebaarde dat ik de beste was. Toen verbeterde ik plots."

En hoe. Met een snedige demarrage laat Wellens de stervende Tsjech achter. Halfweg langs het parkoers valt De Vlaeminck op zijn knieën. 'Jà! Jàà!' Euforie ook bij de talrijke Belgische supporters. Overal zwaaien tricolore- en leeuwenvlaggen. In de laatste ronde, op een lus in de omloop, kruisen Wellens en Nijs elkaar. De jongste balt triomfantelijk een vuist. Alleen... Nijs ziet het niet. "Ik was zo geconcentreerd, durfde nauwelijks opkijken," zei hij. "Pas in de laatste bocht naar de aankomst toe, liet ik me helemaal gaan. Voordien had ik te veel schrik. Dertig seconden voorsprong stelt niets voor. Eén lekke band kan alles teniet doen. Pas toen ik de aankomst zag, de tientallen vlaggen, de dansende supporters, dacht ik: 't is binnen.' Dat heerlijke gevoel: je kunt het met niets vergelijken. Met vrijen? Neen, het is ... anders."

14.50 u. Bondscoach en zevenvoudig wereldkampioen Eric De Vlaeminck tuurt gespannen naar de laatste bocht. "Mag ik je nu al feliciteren?" vraag ik. "Wacht tot hij in zicht komt," mompelt de coach. "Je weet maar nooit." Het is zover. De Vlaeminck begint, ongrijpbaar, als een kangoeroe, op en neer te springen. Nijs valt in de armen van Sally, zijn lief. Blond, blauwe ogen: een Deens type. Met ongeloof en tranen in de ogen kijken ze elkaar aan. Zijn mond is half bevroren. Rondom ons leveren cameramannen, fotografen en supporters een gevecht in regel. Vijf, misschien tien seconden staan Sven en Sally in het oog van een storm, dan worden ze uit elkaar gerukt. Een bobo van de EBU, de Europese televisie-unie, sleept Nijs mee naar een tent waarin een camera op een plakkaat met sponsornamen gericht staat. Snel snel - in het Engels - een vraaggesprekje. "Yes, I can jump over the hindernis," is het eerste wat in hem opkomt. En na het interview: "Jongens toch. Twee keer wereldkampioen! Het mocht geen ronde langer duren. Bart kwam sterk opzetten." Zijn gezicht vertrekt: "Ik duizel van de koppijn. Vreselijk koud was het."

15.00 u. De menigte voor het erepodium zingt 'Olé-olé-olé-olé'. De oom van Nijs, tevens trainer, Jerome Galicia, wordt belegerd door Belgische journalisten. "Gisteren zag Sven het niet zitten, omdat de omloop door de dooi stukken zwaarder geworden was," zegt hij. "Ik zei: 'Jongen, als je zélf goed bent, speelt dat geen rol. Vorig jaar in München was je conditie minder goed dan nu. Waar maak je je zorgen over?" Hij vertelt dat de psychologe, Corinne De Baets, die Sven vorig jaar definitief van zijn faalangst afhielp, hem gisteren opbelde om hem een extra moreel steuntje te geven. Ondertussen bestijgt Nijs het ereschavot, slaat zijn armen rond de schouders van zilveren Bart Wellens, die hem onmiddellijk na de aankomst als eerste had gefeliciteerd. Wang tegen wang: het is een ontroerend tafereel. De supportersclans van de beide renners juichen, verbroederen.

15.20 u. "Ik ben hier de enige verliezer," grinnikt Louis De Laat. Hij is de penningmeester van de Belgische wielerbond. Voor de winnaar is een premie uitgetrokken van 100.000 frank, voor de zilveren medaille 50.000 frank. Verderop droomt Romain Schollaert, directielid van de Nationale Loterij, luidop over het aantrekken van veldrijders bij de Lotto-wielerploeg. "Als je ziet wat voor uitstraling deze sport heeft, moeten we dringend met ploegleider Jean-Luc Vandenbroucke rond de tafel zitten," zegt hij. "We mogen deze talentvolle jongeren niet zomaar aan buitenlandse teams prijsgeven."

15.45 u. De wachtzaal van de dopingcontrole is het biljartlokaal van het Byggecenter, tevens perscentrum. Bondsdokter De Moor vertelt dat Bart Wellens, geheel en al zichzelf, bij het binnenkomen een biljartkeu vastgreep en de ballen in de gaten ranselde, tot jolijt van Nijs en de Tsjech Petr Dlask.

16.00 u. Internationale persconferentie. In hun beste Engels leggen Nijs en Wellens aan de verzamelde én verbaasde wereldpers uit dat ze eigenlijk goede vrienden zijn.

16.40 u. Nijs wil - voor het douchen - nog terug naar de feesttent op het parkoers. Hij wil zijn ouders en supporters begroeten, die al binnen drie kwartier per bus vertrekken. Zij logeren 40 km verderop. Wellens wil per se mee, kijkt vragend naar de bondscoach. "Zoiets kunnen we hen niet weigeren," zegt De Vlaeminck. "Zijn jullie warm genoeg gekleed?"

16.45 u. Met twee wagens scheuren we richting feesttent, een kilometer verderop. De ontvangst is onvergetelijk. Een daverend applaus barst los. Driekwart van de aanwezigen zijn Belgen. Zatte Zwitsers klingelen met reusachtige koebellen. In deze heksenketel worden Nijs en Wellens onmiddellijk op de schouders genomen en rondgedragen, onder een oorverdovend gejuich. De VTM-ploeg, satellietwagen achter de hand, filmt betraande wangen, zeeën van Belgische vlaggen en spandoeken.

In het feestgedruis valt Wellens wenend in de armen van zijn vader Lucien. Stomme val, stomme inzinking: even haalt de ontgoocheling om het gemiste goud het op de vreugde om het zilver. De sponsor had al een regenboogtrui laten aanmaken. Iemand schreeuwt in mijn oor: "Schrijf maar in uw gazet dat maandag om acht uur heel Vorselaar samenstroomt voor de huldiging van 'den Bart'. Met gratis bier. Iedereen welkom."

De supporters van Nijs dansen ondertussen de polonaise, op een ondergrond van zagemeel en houtkrullen. Tien, twintig, neen vijftig keer moet hij poseren met supporters uit Baal: eenvoudige mensen, blos op de wangen, pint in de hand, gekloven lippen van de Deense vrieskou.

16.55 u. Wellens en Nijs rennen in het spoor van de Belga-fotograaf naar buiten voor enkele kiekjes bij een mini-drakkar, met op de achtergrond een prachtige zonsondergang boven de zee-engte Snaevringen. De menigte volgt hen, luidkeels zingend.

17.00 u. Twee uren na de aankomst stuift de BWB-auto met twee verkleumde helden naar het hotel van de Belgische ploeg. Onderweg wordt er gestopt. Wellens stapt uit. Moet overgeven, van de emoties en de koude.

18.00 u. Opgedirkte dames en heren schuifelen lokaal 903 van hotel Middelfart Feriencenter binnen. De BWB organiseert een feestreceptie voor sponsors, pers, renners en andere genodigden. In de gang vragen eliterenners met bezorgde gezichten aan Nijs en Wellens naar hun bevindingen over de gladheid van de omloop en de nijdige klim op de asfaltweg.

BWB-voorzitter Laurent De Backer speecht. "We zijn gelukkig en fier," zegt hij. "De toekomst in het veldrijden is verzekerd. Bij de elite zal het tijdperk Nijs aanvangen. Bij de beloften is Bart Wellens nu al favoriet voor volgend jaar. We wonnen vandaag zelfs het landenklassement." En, in een euforische bevlieging: "Morgen nodig ik jullie opnieuw uit: zelfde uur, zelfde plaats, voor opnieuw goud en zilver!"

Als de monkellachjes weggestorven zijn, krijgt coach De Vlaeminck een open doekje. En dan: champagne! Veuve Cliquot Ponsardin, om precies te zijn. Wellens lust het, Nijs niet.

18.15 u. Nijs heeft rooddoorlopen ogen. "Bevroren," zegt hij. Wellens vertelt hoe hij ten val kwam bij zijn tweede poging om met zijn fiets over de moeilijkste balken te springen. "Toen ik over de meet kwam, dacht ik: 'Wééral tweede!" Nijs: "En dan nog achter dezelfde!" Wellens: "Ik heb hem wel om een gehandtekende regenboogtrui gevraagd én gekregen. Sven en ik blijven vrienden. In de neutrale zone, waar het iets rustiger was, hebben we elkaar zielsgelukkig omhelsd."

Sven Nijs zal zijn regenboogtrui weinig of niet dragen. "Ik word zeker prof en heb vier voorstellen: van Saxon, Palmans, VKS en Rabobank. Als ook Lotto interesse heeft, is het zeker niet te laat. Mijn belangrijkste eis is dat ik mijn eigen programma mag rijden."

Bart Wellens blijft bij de beloften, hoewel er interesse is van VKS, Rabobank en Mapei. "Het zijn ronkende namen, maar ik ben pas 19."

23.00 u. Bar Albanis, een van de schaarse cafés in het centrum van Middelfart, is omgetoverd tot een eilandje België. De familie Wellens heeft me een lift gegeven. Vijftig kronen (260 frank) in een gezamenlijke pot en zuipen maar. Ons gezelschap bestaat uit zo'n vijftig man, getooid in dikke oranje-gele supportersjassen. Iedereen is er: Lewie, Herwig van Vloeren Hermans, den Hollander van sponsor VKS, moeder Wiske, broer Geert enzovoort. Vrouwen en mannen zitten apart, zoals dat gaat op het Vlaamse platteland.

"Weet je, jongen," zegt Lucien Wellens. "Bart heeft zijn temperament van mij geërfd. Toen ik nog koerste, demarreerde ik altijd van bij de start, tot grote woede van de anderen. Als ik werd ingelopen, gaf ik op. Bart is anders. Hij vliegt erin, maar gaat door. En dan nog iets: ons dorp, Vorselaar, telt maar liefst zeven nationale wielerkampioenen: Ward Sels, Karel Sels, Walter Sels, Rosa Sels, Christiane Geerts, Gustaaf Weyns, Daniël Willems en Bart Wellens. Wel, Bart is de vriendelijkste van allemaal. Nijske is al even vriendelijk. En wij komen met hun supporters graag overeen, zeker met moeder en vader Nijs wil ik geen ambras. Begrijp je nu waarom er zoveel volk naar de veldritten komt? En de beste jaren van deze jongens moeten nog komen. Jongens toch, wat staat er ons nog allemaal te wachten?"Martin Heylen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234