Zondag 25/07/2021

InterviewHuis van Hiele

Yassine Boubout: ‘Brusselse jongeren tegenhouden die naar recreatiedomeinen willen gaan, dat is gestoord’

Yassine Boubout: ‘Ik ben jong volwassen geworden. Door de buurt waar ik woonde, en omdat ik mijn vader al vroeg heb verloren.’ Beeld Bob Van Mol
Yassine Boubout: ‘Ik ben jong volwassen geworden. Door de buurt waar ik woonde, en omdat ik mijn vader al vroeg heb verloren.’Beeld Bob Van Mol

Negen zaterdagen lang gaan journalisten in het restaurant van Willem Hiele in Koksijde in gesprek met een spraakmakende gast. Vandaag: activist en expert politiegeweld Yassine Boubout. Straks vertrekt hij naar New York voor de start van zijn droomcarrière, maar eerst heeft Boubout (24) in België nog wat unfinished business. ‘Ik ga niet wachten tot de politici hier in actie schieten.’

Nee, hij hoeft niet van het station opgehaald te worden. Hij vindt de weg wel met zijn elektrische scooter. Eenmaal aangekomen bij het restaurant van Willem Hiele parkeert hij het ding aarzelend naast de moestuin en kijkt wat onwennig rond. “Dit is mijn ding niet.” Aan het einde van de avond denkt Yassine Boubout daar anders over: “Toffe zaak. Hier zitten ook veel jonge gasten. Dat had ik niet verwacht.”

Bij gebrek aan halalvlees houdt hij het tijdens het diner bij vis en omdat hij geen alcohol drinkt, laaft hij zich aan mocktails en water. Afgaand op zijn hypergetrainde lichaam zouden we niet raar opkijken als hij op proteïneshakes leeft en elke ochtend begint met het verorberen van een paar rauwe eieren. “Zo’n vaart loopt dat niet”, klinkt het lachend. “Ik let wel op wat ik eet, want ik heb de neiging om zwaar te worden.” Sporten is belangrijk voor hem, benadrukt hij. “Als mijn schema het toelaat, train ik elke morgen voor het ontbijt twee uur in de fitness. Daarna begin ik mijn dag.”

BIO • activist, onderzoeker en rechtenstudent • geboren op 24 april 1997 in Antwerpen • volgde humane wetenschappen, daarna lichamelijke opvoeding en sport • studeert rechten aan de VUB • is aanspreekpunt voor jongeren inzake politie-geweld en etnisch profileren • gaat vanaf september stage doen bij de VN in New York

Die dag speelt zich doorgaans in Brussel af, waar Boubout woont en aan de VUB rechten studeert. Opgroeien deed hij in de Antwerpse wijk Rozemaai, een buurt in het noorden van de Scheldestad. “Elke dag kwam de politie naar onze wijk voor een identiteitscontrole”, vertelt hij daarover. “Dat ging soms gepaard met klappen, een kniestoot, een slag met de wapenstok, dat soort dingen. Mijn hele jeugd heb ik geweld en intimidatie van de politie meegemaakt.”

Vandaag is Boubout activist en aanspreekpunt voor geweld en etnische profilering bij de politie. Hij schrijft er rapporten over voor mensenrechtenorganisaties, stond tijdens het coronajaar honderden jongeren bij die een GAS-boete hadden gekregen (“Onbezoldigd. Want velen hebben geen geld en dan is zo’n boete erbovenop extra zwaar”) en loopt mee in betogingen van Black Lives Matter of tegen politiegeweld. Zoals de mars voor de overleden Ibrahima Barrie begin dit jaar, de 23-jarige jongeman die in Brussel overleed nadat hij door agenten was opgepakt. Boubout is kritisch tegenover de politie en het parket, maar geeft politieagenten ook advies en “probeert mee te zoeken naar oplossingen. Zoals vorige zomer, na de rellen in Blankenberge”.

Op 8 augustus 2020 brak op het strand een massale vechtpartij uit waarbij jongeren elkaar te lijf gingen en met parasols en stokken gooiden. Boubout: “We zijn toen het weekend daarop met een groep Brusselse jongeren naar Blankenberge gegaan, in samenspraak met de gemeente, de politie en een team van stewards. Als er opnieuw iets zou gebeuren, konden wij als jongeren als eerste bemiddelen en de politie zou in de tweede of derde lijn fungeren. Een uniform wordt door zo’n groep jongeren vaak als negatief beschouwd. Maar als er bijvoorbeeld een gast uit Brussel komt in wie ze zich herkennen, heeft dat zeker invloed op de sfeer. Als er een gespannen situatie is, kan zo iemand de boel sussen.”

Wat vonden de jongeren er zelf van om in Blankenberge met de politie op stap te gaan?

“Ze waren positief. Op deze manier konden ze laten zien dat ook dit Brusselse jongeren zijn. Want de jeugd in Brussel wordt de afgelopen jaren door de media altijd over dezelfde kam geschoren. Als een kleine groep iets uithaalt, gaat het direct over ‘de Brusselse jongeren’. Ook laatst weer in Gent (in juni maakten jongeren uit de hoofdstad amok op recreatiedomein de Blaarmeersen, red.). Daar houden ze Brusselse jongeren nu tegen. Maar men vergeet dat Brussel een stad is van 1,2 miljoen inwoners met heel veel jeugd. Als ze Brusselse jongeren willen tegenhouden om nog te komen, dan hebben ze het over honderdduizenden mensen. Dat is gewoon gestoord. De hele groep wordt gecriminaliseerd. Terwijl er in de binnenstad van Gent dagelijks vechtpartijen zijn op plaatsen waar jongeren komen.”

De politie hield na de vechtpartijen op de Blaarmeersen grootschalige controles op het station Gent-Sint-Pieters, gericht op jongeren uit Brussel.

“In de praktijk houdt dat in dat er etnisch wordt geprofileerd. Omdat de daderbeschrijving zeer vaag was. Maar als je het in die beschrijving alleen over Brussel en jongeren hebt, dan weten we allemaal wie daarmee bedoeld wordt. Nu, etniciteit kan natuurlijk wel een rol spelen in een daderprofiel. Maar het mag niet de enige omschrijving zijn.

‘Moet je jongeren vastpinnen op een zwarte lijst? Als je eenmaal in een database zit, raak je er bijna niet meer uit.’  Beeld Bob Van Mol
‘Moet je jongeren vastpinnen op een zwarte lijst? Als je eenmaal in een database zit, raak je er bijna niet meer uit.’Beeld Bob Van Mol

“Om een voorbeeld te geven: je kunt perfect zeggen dat je op zoek bent naar een bruine man met een rode broek, een zwart T-shirt, lang haar en een bril. Maar zeg je dat je een bruine man zoekt en ga je vervolgens alle bruine mannen controleren, dan kan dat niet. De daderbeschrijving moet meer inhouden dan enkel etniciteit, taal of ­religie.”

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) wil mensen die op een bepaald recreatiedomein problemen maken, op een zwarte lijst zetten. U bent daar tegen, zegt u op Twitter. Waarom? Op die manier weet je toch sneller om wie het gaat en kun je ook eerder handelen?

“Ze willen een database creëren voor plaatsen in België waar bepaalde mensen niet meer welkom zijn. Op zich is dat niet verkeerd, maar je moet wel weten hoe je dat plaatsverbod hanteert. Voor een aantal hooligans die een stadionverbod krijgen, werkt het. Maar in het algemeen sluit je met zo’n plaatsverbod heel wat mensen uit die bijvoorbeeld maar één keer in hun leven iets fout hebben gedaan. Vaak sta je dan zowat levenslang in zo’n database. Je kunt dat wel aanvechten maar in de praktijk, zoals bij hooligans, zie je dat ze levenslang geregistreerd blijven.

“De vraag is of dat proportioneel is. En ook: je kunt mensen op die lijst blijven zetten, maar de jongeren blijven komen. Ik denk liever aan preventieve middelen zoals het inzetten van stewards die tussenbeide komen in plaats van mensen te weigeren en intussen je database alsmaar uit te breiden.”

De vraag is wie toegang heeft tot die database.

“We hebben in het verleden gezien dat de Belgische databases niet altijd waterdicht zijn, vooral de terro-databases vertonen mankementen.

Die lijsten hebben heel wat levens kapotgemaakt, van mensen die niets met terreur te maken hebben. Maar ook in andere gevallen kan het lastig zijn. Ik hoor verhalen van jongeren die zeven jaar geleden een keer gepakt zijn geweest omdat ze één joint op zak hadden maar die nu nog altijd door de politie gecontroleerd worden omdat ze op een lijst staan.

“Iedereen die iets kent van databases, weet dat je er bijna niet meer van af raakt. Omdat het een administratief gegeven is.

“Om op die terro-lijst terug te komen: een aantal jaar geleden was er een hele toestand met jongeren die op de een of andere manier op de terro-lijst waren terechtgekomen. Ze werkten op de luchthaven en waren van de ene op de andere dag hun job kwijt. Er zijn rechtszaken waarin advocaten blind pleiten, ze zeggen tegen de voorzitter dat ze oprecht niet weten waarom iemand in een database zit omdat ze er geen informatie over hebben en dus ook niet weten waarom ­iemand is ontslagen. Daarom ben ik tegen een database. Moet je jongeren tussen 16 en 22 jaar vastpinnen door een zwarte lijst? Nee, zorg ervoor dat ze begeleiding krijgen, dat is een beter alternatief.”

Die begeleiding ontbreekt nu?

“Dat stoort me geweldig in België. Alles is reactief. Men zegt nooit: ‘Hoe kunnen we dit vermijden?’ Het gaat altijd over ‘Hoe kunnen we dit bestraffen?’ Dat heeft te maken met wat er in de media komt. Dat er nu plots drastische maatregelen worden genomen voor de Blaarmeersen, is omdat de media erover berichten. Dus wordt er gereageerd omdat de boze massa zegt dat die jongeren hard moeten worden aangepakt.”

Intussen gebeurt het wel. Ieder jaar opnieuw zijn er rellen met jongeren in recreatie­gebieden.

“Er zijn altijd rellen geweest. Als er zware vakbondsbetogingen zijn of de Mars tegen Marrakech (tegen het migratiepact, in 2018, red.) lopen die ook uit in rellen. Dat leidt nooit tot zware maatregelen. Maar als er jongeren in Brussel rellen, dan wordt er over een lockdown gesproken en moeten er mensen worden neergeschoten. Je ziet een duidelijk verschil in reactie op wie er relt. Denk aan de gele hesjes, die hebben Brussel platgebrand. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien, ik was onderweg naar mijn les en zat er plots middenin. Het was zeer heftig. Na de dood van Adil ging het er veel rustiger aan toe (de 19-jarige Adil stierf vorig jaar in Anderlecht nadat hij bij een achtervolging was aangereden door een politie­wagen, red.).

“Kijk, dat die jongens in Blankenberge met parasols gooiden, is niet goed te praten, dat de gele hesjes Brussel in de fik staken ook niet. Maar nogmaals, er wordt heel verschillend gereageerd. Zowel door de media en de massa als door de ­politiek.”

Het is een moeilijk jaar geweest, zeker in dichtbevolkte wijken waar mensen opeen­gepakt zitten in een appartementje. Hoe krijg je die jongeren weer op de rails?

“Door ervoor te zorgen dat je hun enthousiasme naar boven kunt halen. Want dat enthousiasme is er. Nu, er zijn heel wat initiatieven in wijken als Molenbeek of Borgerhout. Maar er is weinig geld. Als je met sociaal werkers spreekt, zeggen ze altijd dat ze hun best doen maar dat ze vooral proberen te overleven.

“De jongeren staan klaar om hun leven terug op te nemen in het post-coronatijdperk, daar ligt het niet aan. Maar ze werden tijdens corona wel degelijk vergeten. Er waren eenduidige maatregelen voor alles en iedereen, maar de impact op de samenleving was niet gelijk. Degene met een grote tuin en een terras had het ook zwaar, maar hij had het wel vele malen beter dan een jongere in een appartement zonder eigen kamer.

‘Als ik moet kiezen tussen een villa of mensen helpen terwijl ik in een klein huisje woon, dan kies ik voor het laatste.’  Beeld Bob Van Mol
‘Als ik moet kiezen tussen een villa of mensen helpen terwijl ik in een klein huisje woon, dan kies ik voor het laatste.’Beeld Bob Van Mol

“Ik kom uit zo’n buurt, de Rozemaai in Antwerpen. Er staan alleen sociale woningen, in van die torenhoge gebouwen. Volledig Sovjet-Unie-stijl. De appartementen dateren van de jaren zestig, ze zijn al redelijk oud. Er is wel veel groen maar je mocht het afgelopen jaar met maximaal twee of drie naar buiten. Was je met meer, dan kwam de politie je beboeten. Maar wat veel mensen vergeten, is dat voor die jongeren de straat een deel van hun living is, ze wónen in de straat.”

Ligt daar ook geen taak voor de ouders? Hou je kinderen beter in de gaten?

“Ga eens naar die buurten, kijk hoe de mensen leven. Je kunt niet verwachten dat een kind – want vaak gaat het om kinderen – dat met vijf anderen in een appartement woont waar eigenlijk maar plaats is voor twee, de hele dag binnenblijft. Dan wordt het pleintje een deel van je huiskamer. En je vrienden uit je buurt die je elke dag ziet worden je broers, je familie. Maar tijdens corona mocht je die niet meer zien. Dat heeft veel frustraties gecreëerd. En dan was er nog de politie die in sommige buurten meer boetes uitschreef dan op andere plaatsen.”

Korpschef Jurgen De Landsheer van de Brusselse politiezone Zuid pleit voor een basisopleiding bij de politie waarna een agent kan kiezen voor een richting waarvoor hij het meest geschikt is. Ben je het daarmee eens?

“Nee. Ik geloof eerder in een manier van werken waarbij je sociaal werkers en verpleegkundigen inzet, of bepaalde instellingen creëert die bij bepaalde zaken tussenbeide komen.

“Bij mensen die een psychose hebben bijvoorbeeld, of bij daklozen. In het buitenland zijn er positieve voorbeelden. In plaats van naar de politie bel je naar een instelling die vervolgens tussenbeide komt en het oplost. De politie treedt alleen op als er sprake is van echt geweld of een ander misdrijf. Dat vind ik interessanter dan een basisopleiding van zes maanden om dan te kiezen voor welk soort politiewerk je geschikt bent.

“In veel landen duurt de basisopleiding van de politie drie jaar. België is een van de drie Europese landen waar de opleiding veel korter is. Twaalf maanden plus nog eens zes maanden stage. Belachelijk weinig, bovendien stelt de opleiding inhoudelijk niet zo veel voor. En bijna iedere agent slaagt voor de stage, die wordt niet echt serieus genomen. Ik heb er onlangs nog een TikTok over gemaakt. Of wat zeg ik, een podcast.”

Had u TikTok niet afgezworen?

“Jawel, maar ik ben bekeerd. (lacht) Ik vond TikTok altijd belachelijk. Tot een vriend zei dat je twee soorten TikTok hebt, net als Instagram. Op de ene TikTok gaat het over dansende mensen, op de ­andere over activisme. Ik ben gaan kijken en zag dat er heel wat te vinden was over oorlogsrechten en oorlogsgeschiedenis. Nu heb ik een account waarop ik tips geef over wat je moet doen als je met de politie te maken krijgt. Ik heb die account bijna twee maanden en heb al meer dan 13.000 volgers. Het publiek is jong, tussen de 16 en 20 jaar. Maar het is een interessant platform om een boodschap naar buiten te brengen.

“Maar goed, het ging over de opleiding en werking van de politie in vergelijking met andere Europese landen. In dat opzicht is België traag, dat heb ik al vaak gezegd. We kunnen leren van het buitenland maar er gebeurt weinig. ‘We zijn er nog niet klaar voor’, hoor ik politici dikwijls zeggen. Het is goed, denk ik dan. Maar ik ga hier niet blijven wachten tot we eindelijk in gang schieten. Ik wil hier zo snel mogelijk weg.”

‘Onlangs ben ik voor het eerst naar een pretpark geweest, voor mijn verjaardag. Vroeger was er nooit geld voor.’  Beeld Bob Van Mol
‘Onlangs ben ik voor het eerst naar een pretpark geweest, voor mijn verjaardag. Vroeger was er nooit geld voor.’Beeld Bob Van Mol

Voor Boubout was het coronajaar ook een periode van bezinning. “Het leven viel stil. Plots had ik tijd voor zelfreflectie, stelde ik mezelf essentiële vragen als: waar sta ik en waar wil ik naartoe?” Hij besloot dat hij als toekomstig advocaat een andere richting uit wilde, buiten België. “Normaal zou dit mijn laatste jaar rechten aan de VUB zijn, maar ik heb mijn thesis verplaatst naar volgend jaar. In plaats van vijf jaar zal mijn studie zes jaar duren. Ook hoop ik me in 2022 in te schrijven aan een buitenlandse universiteit voor een master-na-master. Waarschijnlijk wordt het de Universiteit van Amsterdam, daar hebben ze een interessante richting rond internationaal strafrecht.”

U wilt zo snel mogelijk weg, zei u daarnet. Hebt u ook voor 2021 al concrete plannen?

“In september ga ik op stage bij een afdeling van de Verenigde Naties in New York, als de grenzen opengaan tenminste. Het is al rond, maar ik kan er nog niet veel over zeggen. Ik hoop midden september te vertrekken en blijf tot half januari.

“Nu moet ik nog genoeg geld bijeenkrijgen. New York is extreem duur, ik ben aan het zoeken in Brooklyn, daar betaal je tussen de 800 en 1.300 dollar (540 à 880 euro) aan huur. Ik heb deze zomer drie jobs en ben aan het sparen. Tachtig procent van mijn activisme is onbetaald maar de zaken die ik voor ngo’s doe, zijn wel bezoldigd. Ook heb ik de afgelopen jaren al wat opzij kunnen leggen.

“Veel studiegenoten met buitenlandse roots kiezen overigens voor een carrière buiten België. Omdat het in dit land allemaal zo ontzettend traag gaat, ik zei het al. Voor er politieke veranderingen komen, gaan er vaak jaren overheen. We lopen op zoveel vlakken achter. Dat is heel jammer, maar ik heb geen tijd en geduld om zo lang te wachten terwijl ik in andere landen wel bepaalde zaken kan bereiken. Ik denk dan vooral aan een carrière in de Angelsaksische wereld, de VS, Engeland, Australië of Nieuw-Zeeland.”

U hoopt straks aan de slag te kunnen als onderzoeker van oorlogsconflicten. Waarom specifiek oorlog?

“Ik vind mijn werk rond politiegeweld heel belangrijk en dat zal zo blijven. Maar als ik moet kiezen tussen geweld van de politie of oorlogsgeweld, dan vind ik het laatste nog belangrijker.

“Het fenomeen oorlog trekt me al van jongs af aan. Ik ben opgegroeid in een huishouden waar niet naar de Belgische tv werd gekeken maar naar BBC World News en Al Jazeera. Op zesjarige leeftijd keek ik naar de oorlog in Irak, hoorde ik over de problemen in Palestina. Nu ben ik doorgaans rationeel en redelijk koelbloedig, maar beelden van gewapende conflicten kunnen me doen huilen. Daarom wil ik mijn steentje bijdragen om het oorlogsleed zo veel mogelijk te beperken. Oorlogsrecht is heel interessant, net als strafrecht.

‘Op TikTok geef ik tips over wat je moet doen als je met de politie te maken krijgt. Ik heb al meer dan 13.000 volgers.’  Beeld Bob Van Mol
‘Op TikTok geef ik tips over wat je moet doen als je met de politie te maken krijgt. Ik heb al meer dan 13.000 volgers.’Beeld Bob Van Mol

“Zelfs in een oorlogssituatie waar massa’s mensen omkomen, gelden er toch nog regels. Je mag een bom gebruiken maar geen brandende bom. Hoe hard ik politiegeweld ook vind, oorlogsdaden zijn, ideologisch en filosofisch gezien, tien keer erger. Het gaat niet om wie er gelijk heeft maar om het bewaken van fundamentele rechten.”

Bij dat soort werk kom je in aanraking met gruwelijkheden als foltering en ontmense­lijking. Wat de vraag oproept waarom we daar als mens toe in staat zijn.

“Het is helaas inherent aan de mens, denk ik. Kijk naar de geschiedenis, het is nooit anders geweest. De enkele uitzonderingen op dat vlak zijn bekend. Saladin Ayyub (islamitische generaal die Jeruzalem heroverde op de kruisvaarders, 1137/1138-1193, red.) bijvoorbeeld. Hij was vreedzaam tegenover zijn vijanden, probeerde verdragen tussen de partijen altijd te respecteren. In plaats van gevangenen te doden, koos hij ervoor ze vrij te laten.

“Wat mijzelf betreft: ik hoop natuurlijk dat ik er nooit vatbaar voor zal zijn, dat mijn principes en menselijkheid sterk genoeg zijn. Maar ik besef dat het niet waterdicht is. Als je familie voor je ogen wordt afgeslacht, weet je niet hoe je reageert. Een mens blijft een mens. Ik mag alleen maar hopen dat ik nooit in zo’n situatie terechtkom. Daarom is internationaal oorlogsrecht zo belangrijk. Zodat er toch zaken zijn waaraan je je kunt houden als je mensenrechten wilt beschermen, al doet de andere partij dat niet. Ik besef dat er een groot verschil zit tussen theorie en praktijk, maar als er helemaal geen regels zijn, staan we nergens. In elk geval is het dat wat ik in mijn leven wil doen. Dus moet ik nu alles op alles zetten om er te raken. Ik heb al superinteressante jobaanbiedingen in België gekregen maar die sla ik af.”

Hoe belangrijk zijn materiële zaken voor u?

“Ik heb geen auto, zelfs geen rijbewijs. Maar dat is vooral omdat een auto in Brussel je meer hoofdpijn bezorgt dan gemak. Mijn enige bezit is die scooter, die is trouwens best prijzig. Voor de rest geef ik er niet veel om. Ik ben niet materialistisch opgegroeid, ik kom uit een arm gezin, ook kans­arm. Een paar maanden geleden ben ik voor de eerste keer in mijn leven naar een pretpark geweest, naar Walibi. Als cadeau voor mijn verjaardag. Vroeger was er nooit geld voor en het was fijn dat ik dit nu eindelijk eens kon doen. We gingen ook nooit op reis, behalve naar Marokko. Mijn ouders spaarden zich daar kapot voor.

“Mijn vader was arbeider, hij heeft verschillende jobs gedaan. De laatste jaren voor zijn dood (acht jaar geleden, red.) werkte hij als asbestverwijderaar. Geen fijne baan, maar hij deed zijn best om eten op tafel te brengen. Voor andere zaken was er geen geld. Dat neem ik hem niet kwalijk, mijn moeder ook niet. Zo was de situatie nu eenmaal. Maar ik heb wel een fijne jeugd gehad, in een gezin met drie broers.

null Beeld Bob Van Mol
Beeld Bob Van Mol

“Al kon het ook heel intens zijn, met hier en daar een stap op het foute spoor. Ik liet me vangen om het criminele pad op te gaan. Maar ik heb op tijd ingezien dat het een verkeerde keuze was.”

Hoe hebt u die klik gemaakt?

“Ik ben van context geswitcht. De eerste drie jaar van het middelbaar zat ik op een katholieke, witte school in Ekeren. Ik voelde me er niet thuis, maakte heel wat racisme mee. Niet zozeer van de leerlingen, wel van de leerkrachten. Die maakten me uit voor makak, bruin­aap, ik zat te lang in de oven. Toen ik ermee naar de directrice stapte, vroeg ze: ‘Maar heb jij niets fout gedaan?’ Alsof het daarmee te rechtvaardigen viel.”

Hoe reageerde u daarop?

“Ik was woedend. Je wordt in een hoekje geduwd als de Marokkaan, een crimineel, een terrorist. En dan ga je denken: ‘Misschien ben ik dat wel, is dat mijn identiteit.’ Dus ga je je ook zo gedragen. Op die leeftijd ben je makkelijk beïnvloedbaar; voor je het weet doe je mee met zaken die niet door de beugel kunnen.

“Thuis sprak ik niet over het racisme op school, ik wilde mijn ouders er niet mee belasten. Ze zijn beiden geboren in Marokko en als volwassene naar België gekomen. Het soort racisme waar ik mee te maken had, was anders dan wat zij kenden en daarom begrepen ze het ook niet zo goed.

“Maar we hadden het over mijn ommezwaai. Na drie jaar ben ik van school veranderd. Ik ging van humane wetenschappen naar de opleiding lichamelijke opvoeding en sport. Omdat ik graag sportte en ook omdat ik plannen had om later naar de Koninklijke Militaire School te gaan. De structuur en discipline van het leger trokken me aan. Maar dan als officier, niet als soldaat.”

Wat voor school was het?

“Een vrij hard instituut, berucht ook wel: het voormalige KTA in Deurne. Ik voelde me er in elk geval een stuk beter dan op mijn oude school; ik zat tussen mensen met dezelfde achtergrond en kon aan sport doen zo veel ik wilde. Daar heb ik het roer omgegooid, ik ging niet meer met de gasten mee die dingen deden die niet mogen. Dat besluit heeft de basis gelegd voor wie ik nu ben.

“Ik heb een doel: mensen helpen. Als ik moet kiezen tussen een dikke villa en een privéjet of mensen helpen terwijl ik in een klein huisje woon, dan kies ik voor het laatste. Ook al betekent dat meer stress en meer zorgen. Ik heb er lang over nagedacht maar ik zou niet kunnen leven met een nine-to-five-job. Ook denk ik niet dat ik snel zal trouwen, mijn carrière gaat voor. Dat klinkt hard, maar ik meen het.”

Maar stel dat u bij de Verenigde Naties mag blijven. Daar wordt u sowieso dik betaald.

“Natuurlijk wil ik wel een mooi loon. Omdat het rust geeft, juist omdat ik mijn hele leven in financiële onrust heb geleefd. Maar ik laat me er niet door vangen. Hoe ik dat weet? Omdat ik me er in het verleden ook niet door heb laten vangen.”

U woont in Brussel. Gaat u nog vaak terug naar uw oude wijk in Antwerpen?

“Heel vaak, mijn moeder woont er. Ik voel me er nog altijd helemaal thuis. Dan trek ik een joggingbroek en hoody aan en ga op straat hangen met mijn vrienden. Uitgaan en concerten bezoeken doe ik niet, daar vind ik weinig aan. Op dat vlak heb ik ook geen studentenleven, ik ga nooit naar feesten. Iedereen doet wat hij wil maar ik zit liever bij mijn vrienden. Hangen in de Rozemaai dus.” (lacht)

Hoe kijken uw oude vrienden daar naar u? U studeert rechten in Brussel en vertrekt straks naar de VN in New York.

“Ik blijf een van hen en dat weten ze ook. Er zijn maar drie jongens van onze groep in de wijk die zijn gaan studeren, maar we blijven dezelfde persoon. Ik laat nog altijd mijn haar op straat knippen, in plaats van naar een kapper te gaan.

“Ik ben vanaf jonge leeftijd met activisme bezig geweest. Behalve met de jongens uit de buurt heb ik weinig voeling met studenten van mijn leeftijd. Ze zijn vaak met andere dingen bezig die mij minder interesseren.”

U voelt u ouder dan uw leeftijdsgenoten, zei u eerder al.

“Ik ben jong volwassen geworden, denk ik. Door de buurt en ook omdat ik mijn vader op jonge leeftijd heb verloren, moest ik mezelf wel vermannen en bepaalde zaken aanleren.

“Hij is overleden aan longkanker. Het ging heel snel, in augustus 2012 werd de tumor ontdekt, in maart 2013 is hij gestorven. We hadden het niet zien aankomen; een week voor zijn dood vertelde de dokter nog dat de chemo zijn werk deed. De tumor was aan het krimpen. Tot ik op school plots telefoon kreeg met de vraag of ik zo snel mogelijk naar het ziekenhuis kon komen. Diezelfde avond stierf hij. Ik was 15 en zat volop in mijn puberteit. Alle typische vader-zoon­dingen die je op die leeftijd met je vader bespreekt, zoals je leren scheren en autorijden, moest ik zelf uitzoeken. Dat maakt je sneller volwassen.

‘Ik ga stage doen bij de VN in  New York. Ik wil ook later mijn steentje bijdragen om het oorlogsleed zoveel mogelijk te beperken.’ Beeld Bob Van Mol
‘Ik ga stage doen bij de VN in New York. Ik wil ook later mijn steentje bijdragen om het oorlogsleed zoveel mogelijk te beperken.’Beeld Bob Van Mol

“Op mijn zestiende zat ik voor de eerste keer mee in een organisatie om een betoging te organiseren. Ik begon ook aan debatten. Over diversiteit in het onderwijs, de hoofddoek…”

U reageerde laatst fel op Twitter toen Ihsane Haouach als regeringscommissaris bij het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) benoemd werd en ze vanwege haar hoofddoek werd belaagd.

“Het is absurd dat vrouwen nog altijd worden uitgesloten omwille van wat ze dragen. Spijtig genoeg is Haouach niet het enige slachtoffer. In andere landen is een hoofddoek geen probleem, daar zie je volop vrouwen met hoofddoek bij de politie, de brandweer, het leger, in de politiek en achter een loket. Dan kan ik niet anders dan constateren dat België – en ook Frankrijk – een probleem hebben, want hier is het niet mogelijk. Het kán toch niet dat een vrouw haar talenten niet kan ontwikkelen noch gebruiken enkel en alleen omdat ze een hoofddoek draagt?”

U pleit voor keuzevrijheid, in een wereld waarin die steeds meer onder vuur ligt. Hoe kijkt u naar wat er de afgelopen weken in Hongarije is gebeurd?

“Ik geloof dat elke mens, ongeacht gender, kleur, of op wie je verliefd wordt, dezelfde rechten heeft. Als die rechten worden geschonden via homofobie, zal ik er staan om ertegen te vechten. Ik respecteer ieders geaardheid en ik probeer me uit te spreken tegen homofobie en discriminatie van lgbtq+’ers. Wat Hongarije doet, is absurd, Europa moet dringend een signaal sturen op basis van economische sancties. Hongarije is op dit moment de Europese Unie niet waardig.

“Maar ook in België zijn er haatmisdrijven tegen homo’s, ze worden in elkaar geslagen en intussen spreken partijen als het Vlaams Belang zich uit tegen adoptie voor homokoppels. Als Theo ­Francken (N-VA) beelden deelt van mannen in zogenaamde vrouwenkleren en erbij zet: ‘Dit is erover’, dan zie je dat er in België toch ook nog problemen zijn rond dit thema. De strijd van de lgbtq+-gemeenschap is ook mijn strijd, maar mijn corebusiness blijft antidiscriminatie en de politie. Ik geloof in pick your fights, ik wil geen activist zijn die alles doet. Dat verwatert je krachten.”

Ter afsluiting: tijdens de coronaperiode begon u uit verveling trompet te spelen. Hoe gaat het daarmee?

“Ik kan het nog altijd niet. (lacht) Het is begonnen uit verveling tijdens de lockdown, iedereen zei dat dit het moment was om iets te leren. Ik koos voor trompet, een geweldig instrument, ik hou ook van jazz. Maar nog voor de trompet geleverd was, las ik dat het minstens twee jaar duurt voordat je het een beetje oké kunt spelen en zeven jaar als je goed wilt spelen.

“Maar ik zag het zitten, door de lockdown had ik iedere dag tijd, het zou wel goedkomen. Via YouTube heb ik de eerste beginselen geleerd, de basis van de basis. Het moeilijkste van de trompet is er klank uitkrijgen. En dan moet je met de tonen leren spelen. Het is extreem moeilijk, ik heb het dan ook een beetje opgegeven. Of ik muzikaal ben, weet ik niet, maar muziek is dé vorm van cultuur waar ik het meest van geniet. Geef mij maar harde gangsterrap. Die begrijp ik tenminste. Beter dan songs die over de liefde gaan.” (lacht)

Lees ook vroegere afleveringen van het Huis van Hiele

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234