Zondag 17/11/2019

Wurstcasescenario

De Duitse varkenssector schreeuwt om hulp. De inwoners van het worstenwalhalla eten steeds minder varkensvlees. En dat leidt tot zorgen bij de boeren. 'Ik weet niet of ik er nog van kan leven.'

Een maand geleden, tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van autobedrijf Daimler in Berlijn, belde iemand de politie omdat twee mannen elkaar stonden af te rossen voor het lunchbuffet. Agenten erbij, overmeesteren, kalmeren. Waarom er gevochten werd, wilde de politie weten. Het antwoord was: de mannen vochten om een worst.

De afdeling communicatie van Daimler zat nogal met de zaak in zijn maag en liet de persvoorlichtster meedelen dat er wat krap was ingekocht. Voor 5.000 aandeelhouders had Daimler 12.500 worsten.

Welkom in Duitsland, waar de worst identiteitsvlees is. Van de Beierse Weisswurst via de knapperige Thüringer Bratwurst tot de Berlijnse Currywurst. Maar vechten twee aandeelhouders over tien jaar nog steeds om een worst? Sommige Duitsers, vooral varkensboeren, vrezen van niet. Volgens hen kampt het Duitse varken met een beginnend identiteitsprobleem.

En varkensvlees hoort in Duitsland op tafel, vinden Jan-Peter Witt (32) en zijn gelijknamige vader Jan-Peter Witt (64), varkensboer en varkensboer op rust. Ze drinken slappe koffie aan de keukentafel in Hemme, Sleeswijk-Holstein, het hoge noorden van Duitsland.

Door het raam zie je de stal, zo groot dat het wel een fabriek lijkt. De Witts hebben 900 zeugen. "Vorige week kregen 180 daarvan samen 2.400 biggen; die liggen nu onder de warmtelamp. Allemaal geboren binnen drie dagen, dat timen we zo, want hoe dichter bij elkaar ze geboren zijn, hoe meer een partij biggen waard is als die wordt verkocht aan een bedrijf dat ze vetmest."

Charmeoffensief

Duitsland is al decennia de grootste varkensvleesproducent van Europa. In 2015 werd een recordhoeveelheid varkensvlees geproduceerd: 8,22 miljoen ton, volgens het Duitse bureau voor de statistiek.

Maar een steeds groter deel van het vlees is voor de export, want varkensvlees raakt in eigen land uit de gratie. Al sinds 2001 neemt de hoeveelheid varkensvlees die de gemiddelde Duitser per jaar tot zich neemt, af. Inmiddels zijn de Duitsers met een consumptie van 53 kilo varken per persoon per jaar niet eens meer de grootste varkensvleeseters: dat zijn de Spanjaarden, die 57 kilo eten.

Voor die afname zijn twee hoofdverklaringen: het groeiend aantal moslims in Duitsland en de toenemende invloed van de natuur- en milieulobby waardoor vooral jonge mensen in de steden hun neus ophalen voor een lekkere traditionele Schweinebraten. Het enige varkensvlees dat zij nog blieven is het hippe pulled pork, en dan alleen als het biologisch is.

"Het is gewoon een kwestie van statistiek", zegt de jongste Witt, terwijl hij in zijn stallaarzen stapt. "Een Duitse vrouw krijgt gemiddeld 1,3 kinderen, sommige groepen immigranten wel drie of vier. Dat ziet er slecht uit wat varkensvlees betreft. Daarbij komen de lage prijzen, dumpprijzen. Nu krijg ik maar 1,32 euro voor een kilo vlees. Een poosje geleden was dat nog 1,93 euro."

In het voorbijgaan raapt Witt een bloederige dode mus op. "De kat..." Uit de stal klinkt een kakofonie van geknor en gegil. Witt legt de mus op een container. "Eerst douchen. Die regel heb ik vorig jaar ingesteld om de kans op ziektes te minimaliseren."

Eens in de zoveel tijd melden regionale media ergens in Duitsland dat een school, kinderdagverblijf of bedrijfskantine varkensvlees van het menu heeft gehaald. Bespaart een hoop gedoe en is bovendien een teken van tolerantie, vinden ze.

Maar de CDU-fractie hier in Sleeswijk-Holstein is deze trend zat. "Varkensvlees hoort in Duitsland op het menu", zei voorzitter Daniel Günther in maart. Het was tijd voor een varkensvleescharmeoffensief. "Omdat er met varkensvlees helemaal niets mis is en omdat het een onderdeel is van de Duitse cultuur."

'Allah is ver weg'

Nou, dat hebben ze geweten. Het initiatief leidde tot een storm van kritiek op sociale media en in linkse kwaliteitskranten zoals Die Zeit, onder de hashtag #schweinefleischpflicht, varkensvleesplicht.

"Van mij hoeft niemand varkensvlees te eten die geen varkensvlees wil eten", zegt de jonge Witt, wiens haar zo wit is als zijn naam. "Wij hebben hier ook een vegetarische dag. Maar om het dan meteen te verbannen, dat vind ik overdreven. Je moet de kerk wel in het dorp laten staan" - een Duits spreekwoord waarmee bedoeld wordt dat de oplossing in verhouding moet zijn met het probleem.

"In de jaren 60 hadden we hier Turkse gastarbeiders", zegt de oudere Witt. "Die aten vaak gewoon worst. Dan vroeg ik hoe dat zat met de islam. Dan antwoordden ze: 'Allah is ver weg.' Maar nu met al die moderne commucatiemiddelen gaat de integratie veel slechter." En de oude Witt kan het weten, want hij heeft zes Syrische vluchtelingen opgenomen in zijn huis. Een moeder met vijf kinderen. Hij moet nu weg: hij brengt de jongste twee dagelijks naar school. Varkensvlees eten ze niet. "En dat is ook niet erg, al zou ik het niet gek vinden als ze dat op een gegeven moment wel gingen doen, zoals de gastarbeiders van toen. Dat is toch integratie."

Het was de nog oudere Jan-Peter Witt, inmiddels 94, die vlak na de oorlog bedacht dat het een goed idee was om varkens te gaan houden voor de slacht. Hij was een van de vele boeren die die keuze in die tijd maakten. Het was de Jan-Peter Witt die ertussen zit, 64 jaar oud, die het bedrijf in de jaren 80 moderniseerde en zich toelegde op het fokken van biggen die hij, als ze twee maanden oud zijn, verkoopt aan andere boeren die gespecialiseerd zijn in vetmesten.

"Mijn vader heeft er goed van kunnen leven, ik vraag me af of mij dat lukt." De jonge Witt staat in de stal, waar de zeugen tussen ijzeren stangen liggen om hun eigen kinderen niet te pletten. Ze kunnen niet om hun as draaien, alleen van de ene op de andere zij. "Dat is de enige manier", zegt Witt. "Als ik geen winst maak, kan ik mijn bedrijf sluiten, zoals al die anderen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234