Zaterdag 08/05/2021

WRAKKENDUIKERS IN TROEBEL WATER

Het optimistische weerbericht heeft zijn effect niet gemist. File op de E40 richting kust. Hoeveel van deze dagjesmensen zouden beseffen dat ze op weg zijn naar het grootste onderwaterkerkhof ter wereld? Tomas Termote, geen dagjesmens maar een rasechte kustjongen, hoef je dat niet te vertellen. “Nergens liggen meer wrakken dan op de zeebodem voor de Belgische kust”, zegt hij. “Logisch als je bedenkt dat de Noordzee sinds mensenheugenis zowat de drukst bevaren scheepsroute ter wereld is.” Een toeristische trekpleister zijn die wrakken niet, maar dankzij Dirk en Tomas Termote kan daar verandering in komen. Vader en zoon hebben hun ervaring als wrakkenduikers gebundeld in een vuistdik boek dat in september bij het Davidsfonds verschijnt. De rijkelijk met foto’s en schetsen geïllustreerde turf geeft een overzicht van alle bekende obstructies op de bodem voor de Belgische kust. 277 wrakken, hoofdzakelijk van schepen maar ook van duikboten en vliegtuigen, krijgen een onverwacht maar wetenschappelijk onderbouwd eresaluut. De geschiedenis van het schip, de omstandigheden waarin het is vergaan, het wedervaren van de bemanning, de manier waarop het wrak werd ontdekt en geïdentificeerd, geen detail blijft onvermeld in deze Guide Blue van het Belgische onderwatererfgoed. Ook de gps-coördinaten van de vindplaats worden vermeld. Handig voor geïnteresseerden die zelf met zuurstoffles en zwemvliezen uit de voeten kunnen. Met tropisch water vol kleurrijke visjes moet je bij de Termotes niet aankomen. “Saai”, zeggen ze in koor. “Wrakduiken is veel spannender.” Het waren Oostendse vissers die bij Dirk Termote (71), gewezen zeeman en hoteleigenaar, de passie deden ontbranden. “Ze hadden altijd sterke verhalen over wrakken”, vertelt hij. “Voor vissers zijn die zowel een vloek als een zegen. Gevaarlijk, omdat hun netten eraan blijven vasthaken en beschadigd raken. Het zou niet de eerste keer zijn dat een vissersboot daardoor kapseist. Zodra ze een nieuw wrak hebben ontdekt, noteren ze nauwkeurig de positie. Niet om bij een volgende trip het obstakel uit de weg te gaan, veeleer integendeel. Je zult zien dat vissers altijd rakelings langs wrakken proberen te scheren, ondanks de risico’s. Iedereen weet immers dat het daar krioelt van vis en kreeft. Ik kan er van meespreken, ik heb me vaak een weg moeten banen door scholen kabeljauw of zeebaars om bij een wrak te geraken.” Vissen stelen ook de show in de perfecte duik die door Tomas met enige zin voor lyriek wordt beschreven. Stel je kristalhelder water voor, een zeldzaamheid in de woelige Noordzee. Hij zat beneden, bij het half verzandde wrak van een Duitse U-Boot. Boven zijn hoofd vormde zich een zilveren kring van zeebaars, schitterend in het felle zonlicht. “Geloof me”, zegt hij. “Daar kan geen enkel koraalrif tegenop.”

Vlaamse Kraak

Tomas, die op zijn dertiende zijn eerste wrak bezocht, heeft van zijn passie zijn beroep van gemaakt. De 34-jarige Bredenaar behaalde een master in de mariene archeologie aan de universiteiten van Leuven en Bristol, en ging vervolgens aan het Department of War Studies van het Londens Kings College studeren. Inzicht in militaire geschiedenis is geen overbodige luxe in zijn vak, vooral niet als dat wordt beoefend in de met oorlogswrakken bezaaide Noordzee. Als marien archeoloog kun je de wereld zien. Hij heeft in de wateren van Mozambique, Haïti, Indonesië en Panama gedoken, en werkte als archeoloog op het beroemde wrak van de Noordpoolvaarder Belgica die voor de Noorse kust ligt. Toch ligt zijn favoriete biotoop bij wijze van spreken aan de overkant van de straat. “De Noordzee is een dankbaar terrein omdat er erg veel wrakken ligt die nooit eerder werden onderzocht”, zegt hij. “Het ligt aan de moeilijke omstandigheden. Het is koud, er staat een sterke stroming, die het water troebel maakt. Duiken kan alleen tijdens het stoptij, tussen eb en vloed, van oktober tot april liggen we helemaal stil. In die periode duik ik niet in het water maar in de archieven, want de nieuwe vondsten moeten ook nog gedocumenteerd worden.” Van de Vlaamse Kraak, het oudste bekende wrak voor de Belgische kust, is in visserijalmanakken, scheepsjournaals of oorlogsarchieven geen spoor te bekennen. “Logisch”, zegt Tomas, “De naam werd in de jaren negentig door de bergers bedacht. Ze hebben het schip niet kunnen identificeren, maar vermoedelijk gaat het om een kustvaarder die vanuit Antwerpen was vertrokken en rond 1520 is gezonken. Zoals meestal werd hij bij toeval door een visser ontdekt. Hij haalde voor Zeebrugge zijn netten boven en vond er een bronzen kandelaar in. Het was meteen duidelijk dat het om een uitzonderlijk oude vondst ging. Er werden duikers bijgehaald, professionals want de zichtbaarheid in Zeebrugge is nul meter. Op de tast hebben ze er een archeologische schat bovengehaald. Tinnen borden, koperen spelden, stenen kogels bestemd voor de oudste kanonnen die in onze kontreien bekend zijn. IJzeren buizen op een houten sokkel, je kunt ze gaan bewonderen in het Brugse Gruuthusemuseum. “Wellicht is het schip in een storm vergaan, dat gebeurde om de haverklap op de Noordzee. In archieven over het Beleg van Oostende kun je lezen dat op een dag in 1606 tien schepen voor de rede van Oostende liggen. ’s Nachts barst een storm los, de volgende morgen is er geen schip meer te bespeuren. We moeten niet eens zover terugkeren in de tijd. Tot een jaar of tachtig geleden was het heel gewoon dat er bij een storm in een klap tien tot twintig vissersboten vergingen. De Noordzee heeft haar reputatie als zeemansgraf niet gestolen.”

Alte Kameraden

Toch zou het boek maar half zo dik zijn mocht ons land gespaard zijn gebleven van de twee wereldoorlogen. Militaire wrakken met sterke verhalen? Keuze zat. Neem nu de U11, een van de eerste Duitse onderzeeërs die voor de Belgische kust werd ingezet. Een glorieuze carrière was de U11 niet beschoren, de duikboot verging al in december 1914 bij een van zijn eerste patrouilles in een Brits mijnenveld voor Zeebrugge. Maar vader en zoon Termote hebben er wel hun sporen mee verdiend. “Ik heb de U11 twintig jaar geleden zelf ontdekt”, vertelt Dirk. “Ik was uitgevaren met sportvissers, toen de dieptemeter een anomalie signaleerde. Ik heb meteen de positie genoteerd, maar het heeft nog zes maanden geduurd vooraleer we aan duiken toe kwamen. De zichtbaarheid was die dag perfect, we konden alle details zien. De toren was er af en in het voorschip zat een grote scheur, wellicht de impact van de mijn. De identificatie was een verrassing: volgens de Duitse oorlogsarchieven was de U11 tijdens een zeeslag voor Dover gekelderd.” Tomas heeft andere herinneringen aan de U11. Hij heeft een foto gemaakt in de torpedokamer, een exploot waarvoor hij door een bijna volledig verzande gang moest kruipen. “Ik hield mijn camera voor me uit”, zegt hij. “Alleen de eerste foto was bruikbaar, nadien vertroebelde het water door het zand dat ik zelf had opgewoeld. Zulke toeren haal ik tegenwoordig niet meer uit, te gevaarlijk. Wrakduiken is sowieso niks voor beginnelingen, er zijn altijd risico’s. Je valt al eens zonder zuurstof, je komt al eens vast te zitten. Vooral achtergebleven warrelnetten zijn een pest. Nooit panikeren is de boodschap, en altijd een mannetje achterhouden in de boot.” Tomas heeft iets met Duitse onderzeeërs. Hij was nog geen 20 toen hij via het U-Boot Museum in Cuxhaven op een reünie van Alte Kameraden in Dresden verzeilde. “Het waren overlevenden van een duikbootbemanning uit de Tweede Wereldoorlog”, vertelt hij. “Ik heb er een speech gegeven, ze waren erg ontroerd door mijn belangstelling, zeker omdat ik in hun ogen tot het andere kamp behoorde. Ik heb al vaak mogen ondervinden hoe diep het oorlogscomplex bij de Duitsers zit. “Bij het uitdiepen van de vaargeul werd in 2001 een Duitse mijnenjager geborgen, in feite een Nederlands vissersschip dat door de Duitsers was opgeëist en omgebouwd. Tussen de brokstukken lag een Erkennungsmarke van de Kriegsmarine met een naam erop, Erich Schaube. Toen ik die naam ging natrekken bij de dienst voor oorlogsgraven in Berlijn, bleek dat de man nog leefde. Ik had Erich Schaube graag willen contacteren, maar toen stopte de medewerking abrupt. Weet je, de Turken hebben in de Bosporus een Duitse onderzeeër geborgen met de volledige bemanning er nog in. Toen ze Duitsland vroegen of ze de lijken moesten repatriëren, kregen ze te horen dat ze er hun plan mee mochten trekken. “De Britten gaan heel anders om met hun oorlogswrakken, denk maar aan de heisa omtrent de Wakeful bij het uitdiepen van de vaargeul. Het wrak lag in de weg, maar voor de Britten was het ondenkbaar dat het zomaar geruimd zou worden. De Wakeful werd tijdens de evacuatie van Duinkerke in 1940 tot zinken gebracht, met meer dan 700 Britse soldaten aan boord. Begrijpelijk dat ze het als war grave hebben erkend, al vind ik dat de Britten soms overdrijven. Volgens de nieuwste regels mag er aan wrakken van militaire vliegtuigen niet meer worden geraakt. Uit respect voor de gesneuvelde bemanning, luidt het, maar volgens mij spelen er andere overwegingen. Zolang een wrak ongemoeid gelaten wordt, blijft de bemanning officieel vermist en hebben de nabestaanden geen recht op schadevergoeding.”De Termotes zijn geen souvenirjagers. Als ze wat bovenhalen, dan is de vondst meestal nuttig bij de identificatie. Een koperen scheepsbel met de naam erin gegraveerd, geldt als de heilige graal. Slechts één keer hebben ze die kunnen vinden, wat niet belet dat ze liefst 80 van de 277 wrakken zelf hebben geïdentificeerd. Snufjes zoals gps, dieptemeters, side scan sonar en multibeam zijn daarbij onmisbaar, maar de voornaamste troef is hun netwerk. Tomas: “We werken samen met de hydrografische dienst in Oostende. Maar de meeste tips krijgen we van vissers. Aan concurrenten zullen ze niet gauw posities van wrakken doorgeven. Bedrijfsgeheim, voor ons maken ze gelukkig een uitzondering.” Lang niet alle wrakkenduikers zijn even terughoudend in hun verzameldrift. Onderwatervandalen die wrakken plunderen, worden ze wel eens genoemd. “Ten onrechte”, meent Dirk. “Het is niet door souvenirs te rapen dat wrakken achteruitgaan, daar zorgt de Noordzee met haar stormen en stromingen zelf voor. Ook de visserij maakt veel kapot, vooral sleepnetten richten ravages aan. Tja, wrakken zijn er niet voor de eeuwigheid. Ik heb in de jaren tachtig de Grafton geïdentificeerd, een Britse destroyer die werd geraakt toen hij de Wakeful ter hulp schoot. De brug was toen nog intact, intussen is ze ingestort en compleet verzand.”

Tonduiken op ’t Vliegend Hart

Er zijn natuurlijk souvenirs en souvenirs. Spanje voert momenteel een juridische zeeslag met de Amerikaanse bergingsmaatschappij Odyssey Marine Exploration. Inzet is het wrak van de Nuestra Senora de las Mercedes, een galjoen dat in 1804 zonk met een schat aan zilverstukken en kunstwerken aan boord die vandaag op 500 miljoen dollar worden geschat. Ook Tomas heeft voor een bergingsmaatschappij gewerkt, het intussen ter ziele gegane Deep Sea Exploration. “Het stoort me dat bergingsmaatschappijen als cowboys worden afgeschilderd”, zegt hij. “Het lokaliseren en bergen van wrakken is peperduur, dan is het niet meer dan normaal dat ze er wat aan willen overhouden.” Ook de Britse bergers van ’t Vliegend Hart, een VOC-schip dat op 3 februari 1735 voor de monding van Westerschelde met man en muis verging, werden aanvankelijk voor vandalen uitgemaakt. “Jaloezie”, zegt Tomas. “Ik heb op die plaats gedoken. Aartsmoeilijke omstandigheden, men zou beter respect opbrengen voor die duikers. Wrakken bergen is trouwens een Britse specialiteit met een lange traditie. Reeds in 1735 hebben ze met tonduikers geprobeerd de lading van ’t Vliegend Hart te bergen. Dat gebeurde toen bij iedere scheepsramp, het was een echte industrie.” De storm die ’t Vliegend Hart deed vergaan is ook zusterschip Anna-Catherina fataal geworden. Beide Oostindiëvaarders lagen meer dan twee maanden in Vlissingen te wachten op gunstige weersomstandigheden, toen zich eindelijk een kans voordeed om uit te varen. De opklaring bleek een valstrik van het lot. Geen twee uur later waren beide schepen met man en muis gezonken. De Anna-Catherina terugvinden, het is de obsessie van iedere wrakduiker in de Noordzee. “We hebben er nog niet op gedoken”, zegt Tomas. “Maar we weten in welke zone we moeten zoeken. Wees gerust, het zit in ons hoofd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234