Donderdag 16/07/2020

Interview

Wouter Beke: ‘Ja, ik heb aan ontslag gedacht’

Wouter Beke.Beeld Marco Mertens

Minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) heeft niet bepaald de prettigste periode uit zijn carrière achter de rug: de coronacrisis eiste een hoge tol in ‘zijn’ woon-zorgcentra, waar zorgverleners onbeschermd moesten werken. Eerder waren er de omstreden besparingen in de zorg en het verwijt dat hij een postjespakker zou zijn. De oppositie schildert hem af als een Guust Flater die het politieke amateurisme belichaamt, maar de ex-CD&V-voorzitter blijft er kalm bij.

Wouter Beke ontvangt ons in zijn tuin in Leopoldsburg en wijst knipogend naar zijn gehavende gazon. “U ziet dat ik me netjes aan het sproeiverbod heb gehouden. En dat ik de voorbije maanden weinig tijd had om in de tuin te werken. Ik zeg het maar, aangezien sommigen denken dat ik tijdens deze crisis heb zitten lanterfanten.”

Omschrijft u de voorbije maanden eens in drie woorden?

“Gebrek aan kompas.”

Hoezo?

“In de eerste weken van de crisis moesten we met 25 procent van de informatie 100 procent van de beslissingen nemen. Wij baseerden ons op de prognoses van Sciensano, en die ging begin maart nog uit van 13.000 gevallen, 500 spoedopnames en 300 overlijdens. Tien dagen later bleek het veel erger te zijn. Vanaf dan was het achtervolgen geblazen. Ik gooi geen steen naar de experts, zij wisten toen minder dan nu. Niemand was voorbereid op een crisis van die omvang.”

Eind februari was al duidelijk dat het virus in Italië vooral oudere en verzwakte mensen trof. Hadden toen geen alarmbellen moeten afgaan bij u en in de woon-zorgcentra?

“Iedereen was geschrokken van de beelden uit de Italiaanse ziekenhuizen, waar patiënten in de gangen lagen. Oudere patiënten werden zelfs niet meer opgenomen. Dat scenario wilden we absoluut vermijden. Daarom is er veel energie gegaan naar de verhoging van het aantal bedden op intensieve zorg. De problemen in de Italiaanse woon-zorgcentra kwamen pas later aan het licht. Onze situatie is ook anders. In Italië zit 5 procent van de 85-plussers in een woon-zorgcentrum, in Vlaanderen 20 procent. Bovendien zijn de mensen zorgbehoevender geworden. Dat verklaart waarom wij zoveel overlijdens in de woon-zorgcentra hebben gehad. Sommige landen telden die doden niet mee in hun Covid-statistieken, zo is het makkelijk.”

Beeld Marco Mertens

De consensus is dat de rusthuizen aan hun lot zijn overgelaten. Al het beschermingsmateriaal ging naar de ziekenhuizen, waardoor bejaardenverzorgers de bewoners hebben besmet.

“Ik heb op een bepaald moment tegen de andere ministers van Volksgezondheid gezegd dat de ziekenhuizen dringend personeel en beschermingsmateriaal moesten afstaan aan de woon-zorgcentra. Anders zouden ze overspoeld worden door patiënten uit de rusthuizen.

“Met de mondmaskers ging het al vanaf het begin fout. Toen we op 6 maart de federale noodvoorraad opvroegen, bleek die vernietigd te zijn. We sloten ons meteen aan bij de nieuwe bestelling die Maggie De Block (Open Vld) had geplaatst. Die maskers zouden op vrijdag 13 maart geleverd worden, maar ook dat is mislukt. De markt was totaal verstoord. Op maandag 16 maart hebben wij zelf een bestelling geplaatst bij een bedrijf in China, en later ook bij bedrijven in andere landen. Ondertussen ontving ik allerlei alarmberichten, omdat veel woon-zorgcentra zonder mondmaskers dreigden te vallen. Toen was het bidden en hopen dat onze bestelling van 4,5 miljoen stuks zo snel mogelijk geleverd zou worden. Dat vliegtuig moest vanuit China een tussenlanding maken in Turkije. We vreesden dat de lading daar geconfisqueerd zou worden, zoals de Amerikanen met bestellingen van andere landen hadden gedaan. Die werden op het vliegveld overgekocht voor het driedubbele.”

Hoe kon u vermijden dat uw bestelling werd gekaapt?

“We hebben de vluchtroute veranderd. Normaal zou het vliegtuig op zaterdag 21 maart landen, maar door die gewijzigde route werd de landing uitgesteld naar maandagmorgen. Die zondagnacht heb ik niet geslapen. Ik ben in mijn leven zelden zo opgelucht geweest als toen dat vliegtuig op Belgische bodem stond.”

Ondertussen schreeuwde de oppositie moord en brand.

“Dat was het minste van mijn zorgen.”

De kritiek luidt dat u veel te laat in gang bent geschoten.

“Nogmaals, wij baseerden ons op de prognoses van Sciensano. Daarna bleken er onvoldoende tests en mondmaskers voorradig te zijn. Wij konden niet toveren, hè.

“In een Europees rapport heeft men de woon-zorgcentra in de verschillende landen onder de loep genomen. De ergst getroffen gebieden zijn België, Zuid-Nederland, Zuid-Engeland, Noord-Frankrijk, Noord-Italië en het westen van Duitsland. Allemaal dichtbevolkte gebieden. Maar in vergelijking met Wallonië en Brussel hebben wij de zaak wel sneller onder controle gekregen.”

In de woon-zorgcentra was er wekenlang geen verplichting om mondmaskers te dragen, omdat men ‘verspilling’ wilde tegengaan. Medewerkers die niet betrokken waren bij de verzorging, móchten zelfs geen masker dragen. Dominique Roodhooft, directeur van vijftien wzc’s, zegt dat die richtlijnen extra overlijdens hebben veroorzaakt.

“De experts hebben zich verkeken op het feit dat ook patiënten zonder symptomen het virus konden overdragen. Wie ziek was, moest thuisblijven. De rest bleef aan het werk, zonder mondmasker, want er waren er te weinig. En door het gebrek aan testmateriaal mochten alleen mensen met zware symptomen getest worden. Men heeft dat later wel veranderd, maar toen waren er al uitbraken in de woon-zorgcentra. Sommige stonden al onder verhoogd toezicht, omdat er problemen waren met de hygiëne en de verzorging. Bij andere was het gewoon stom toeval: de arts van het woon-zorgcentrum ging bijvoorbeeld samen met enkele zorgverleners skiën in Italië, en ging de week erna met lichte keelpijn weer aan de slag. Vandaag zou ons dat niet meer overkomen, omdat iedereen een mondmasker moet dragen.”

Wat was voor u het moeilijkste moment?

“Op de eerste zaterdag van april sloeg ik Het Belang van Limburg open en zag ik veertien pagina’s vol overlijdensberichten. De rillingen liepen me over de rug. We hadden keihard gevochten om mondmaskers naar hier te halen en de testcapaciteit uit te breiden. Voor het eerst had ik het gevoel dat we weer grip op de zaak kregen, en dan dat. Maar die overlijdens waren het gevolg van wat er de weken voordien fout was gelopen.”

Dacht u toen: dit kan me de kop kosten?

“Als ik het probleem had kunnen oplossen door ontslag te nemen, had ik dat onmiddellijk gedaan. Maar dat had niets aan de feiten veranderd.”

Hebt u fouten gemaakt?

(lange stilte) Geen grote fouten. Ik moest roeien met de riemen die er waren, en met een gebrekkig kompas. Misschien had ik de taskforce iets vroeger moeten installeren, maar achteraf is het altijd makkelijk praten.”

Dat deed u op 7 april, 21 dagen na het eerste coronasterfgeval in een rusthuis.

“Maar ik had op 4 maart alle spelers in de zorgsector al bijeengeroepen voor overleg. Een week later vroeg ik de Vlaamse regering om te vergaderen met de kern, omdat ik voelde dat het fout zou lopen. Die week heb ik ook mijn ouders gewaarschuwd. Mijn moeder heeft een zwakke gezondheid en was jarig op vrijdag 13 maart. Ik zei dat ze beter geen volk zou ontvangen en niet meer mocht buitenkomen, en dat mijn vader, die nog een paar patiënten had als huisarts, voorzichtig moest zijn. Mijn zus kwam elke dag bij hen over de vloer. Omdat zij ook dokter is, vroeg ik haar om er weg te blijven. Daar schrokken ze van, ze kennen mij niet als iemand die snel panikeert.

“Vanaf het eerste overlijden, op 18 maart, hebben we de situatie in de woon-zorgcentra gemonitord. We brachten ook tijdig een medische reserve op de been, omdat we bang waren dat er te veel zorgpersoneel zou uitvallen.”

Toch kreeg u zoveel kritiek dat uw vrouw voor u in de bres sprong met een emotionele brief op Facebook. ‘Lieve schat, als ik al die commentaar lees, dan ben ik precies getrouwd met de meest onverantwoordelijke mens ter wereld! (...) Nu ben jij de duivel, terwijl je uren overlegt, specialisten raadpleegt, (...) met z’n allen vechtend tegen een groot onbekend monster...’

(aarzelend) Ik vond dat wel mooi van haar. Maar ook verrassend, want ze zoekt niet graag de aandacht op. En ik val haar normaal ook niet lastig met de politiek. Om haar te beschermen, maar ook om zelf thuis te kunnen ontspannen. Nu ging dat niet. Alle dagen zag ze mij hier van ’s morgens tot ’s nachts ploeteren. En ondertussen las ze in de kranten hoe ik werd aangepakt. Sommigen deden alsof ik geen flauw benul had van wat zich in de wzc’s afspeelde. Ik wist dat beter dan wie ook, maar het was niet mijn job om dat aan de kaak te stellen, ik moest het óplossen.

“In de wandelgangen vroegen oppositieleden waarom ik het mezelf niet makkelijker maakte door op andere ministers te schieten: de vernietiging van de noodvoorraad was niet mijn schuld (Maggie De Block was daarvoor verantwoordelijk, red.). Maar wat bereik je dan? We hadden elkaar nodig. Binnenskamers heb ik weleens geroepen tegen collega’s, maar tegenover de buitenwereld wilde ik geen cinema. Elke minister deed keihard zijn best.”

Toen uitlekte dat 241 doden uit de wzc’s een paar dagen te laat bij de statistieken waren gevoegd, vroeg sp.a-voorzitter Conner Rousseau zich af hoeveel doden u nog onder de mat had geveegd.

“Dat was er echt over. Wij zijn altijd heel transparant geweest. Conner Rousseau liet me dezelfde dag nog weten dat hij die tweet had verwijderd. Hij wist dat hij uit de bocht was gegaan.”

Volgens uw vrouw glijdt alle kritiek toch van u af?

“Jean-Luc Dehaene zei ooit dat je je altijd in de andere moet kunnen verplaatsen. Bij kritiek moet je nagaan waarom iemand dat zegt. Zelfs politieke spelletjes kan ik plaatsen, maar als het over leven en dood gaat, vind ik het ongepast.”

Wouter Beke CD&V Beeld Marco Mertens

De Backer op de BBQ

U vocht enkele robbertjes uit met Margot Cloet, topvrouw van de netwerkorganisatie Zorgnet-Icuro. Opmerkelijk, want als ex-kabinetschef van Jo Vandeurzen komt ze uit uw kamp.

“We hadden elk een andere rol. Zij hoorde van haar directeurs dat zich drama’s afspeelden in hun wzc’s, en dan begrijp ik dat ze die onrust moet uiten.”

Op woensdag 11 maart zei u ’s morgens op de radio dat de rusthuizen nog niet in lockdown zouden gaan. Diezelfde dag beval Margot Cloet haar instellingen te sluiten, waarop u haar woedend opbelde.

“De dag ervoor had ik de zorgkoepels bijeengeroepen om de violen te stemmen. De ene wilde in lockdown gaan, de andere verkoos isolement op de kamer voor ‘verdachte’ bewoners. We spraken af om voorlopig nog geen volledige lockdown in te voeren. Als Margot daar een halve dag later al op terugkomt, is het toch normaal dat ik haar bel? Ik vroeg wat ze met de mantelzorgers zou doen. Mochten die ook niet meer binnen? Kon het personeel het aan zonder hen? Daar had ze nog niet over nagedacht. Ik was kwaad, ja. Als je overleg vraagt, moet je daarna niet solo-slim spelen.”

Bent u van het bulderende type?

“Nee. Ik kan duidelijk zijn zonder te roepen.

“Ik vind wel dat de zorgkoepels de schuld wat te makkelijk op ons afschoven. Als werkgever was het ook hún verantwoordelijkheid om in voldoende beschermingsmateriaal te voorzien voor hun personeel. Goed, dit was een uitzonderlijke situatie: hun stock was te beperkt voor een pandemie en hun vaste leveranciers konden niets leveren, omdat de hele wereld op zoek was naar mondmaskers. In Duitsland werden trucks op weg naar België tegengehouden. Daarom zijn wij te hulp geschoten. En toen die hulp later kwam dan verwacht, hadden wij de boter gegeten. Dat was niet fair.”

Toen de Veiligheidsraad midden april aankondigde dat er opnieuw beperkt bezoek toegelaten was in de wzc’s, noemde Margot Cloet dat live op tv een kaakslag: ‘Ik val van mijn stoel, wij zijn totaal niet gehoord in deze beslissing.’ U had daar wel voor gepleit.

“Ik had in het parlement gezegd dat we moesten nadenken over het doorbreken van de eenzaamheid van de bewoners, die al meer dan een maand opgesloten zaten. De experts hadden dat ook gesuggereerd. Maar ik heb nooit gezegd dat we direct weer bezoek zouden toelaten. Het aantal besmettingen lag nog veel te hoog. Toen de Veiligheidsraad die beslissing nam, viel ik even hard van mijn stoel als Margot.”

Heeft Jan Jambon u in de steek gelaten? Hij zat als minister-president mee aan tafel.

“Ik heb hem direct gebeld, en hij heeft diezelfde avond op VTM toegegeven dat ze een inschattingsfout hadden gemaakt. Maar het was met de beste bedoelingen geweest. De bevolking keek uit naar een versoepeling, maar de Veiligheidsraad moest de moeilijke boodschap brengen dat het nog een paar weken te vroeg was. En dan groeit rond die tafel het idee: we moeten de mensen toch íéts geven?

“Ik kreeg die avond de ene telefoon na de andere. De hele sector stond op zijn achterste poten. Op het kabinet kwam een telefoontje binnen van een vrouw die had gehoopt om haar kind met een handicap weer te kunnen bezoeken. Ze was woedend en dreigde met zelfmoord. Toen heb ik wel aan ontslag gedacht.”

Waarom?

“Omdat ik het niet meer uitgelegd kreeg. Ik kon me de pijn van die moeder voorstellen. Eerst was ze dolblij met de beslissing, en een uur later kreeg ze te horen dat het feestje niet doorging.”

Kwam het ook doordat die flater u in de schoenen werd geschoven?

“Ja. Dat was volledig onterecht, maar her en der werd mijn politieke testament al gemaakt. De Standaard omschreef me als ‘te veel hoofd, te weinig hart’.”

Was dat ook onterecht?

(lange stilte) Ik vind van niet. Maar als politicus moet je weloverwogen beslissingen nemen. Dat doe je met je hoofd, niet volgens je buikgevoel.”

Na een gitzwarte week postte u een filmpje op Instagram waarin u met uw vrouw op de quarantaine toostte. Verbaast het u dan dat men u een gebrek aan empathie verwijt?

“Dat was op paaszaterdag, na enkele helse weken. Mijn kinderen hadden briefjes in de brievenbussen gestoken en onze buren opgeroepen om die avond om acht uur op hun oprit te gaan staan en het glas te heffen. Mijn hoofd stond er niet naar, maar mijn kinderen wilden dat ik meeging, en ik vond het een mooi initiatief. Misschien had ik dat filmpje beter niet gepost, maar ook een minister heeft in zo’n crisis weleens een moment van verlichting nodig. Dat werd me dus kwalijk genomen. (zucht)

De directrice van een wzc in Kraainem getuigde in De Standaard dat 14 van haar 32 personeelsleden besmet waren geraakt. Ze had een matras in haar bureau gelegd en bleef er slapen, ‘anders kregen we het werk niet gedaan’.

“Ik heb meerdere woon-zorgcentra bezocht en gehoord hoe de mensen er streden om de boel draaiende te houden. Het klinkt raar, maar dat schept een band. Ik zei tegen een directrice dat de teststrategie aanvankelijk tekortschoot, en dat één van haar collega’s me daar zwaar voor had aangepakt in de media. ‘Ja, dat was ik’, antwoordde ze. (lacht)

Over het testen en tracen lag u meermaals overhoop met federaal minister Philippe De Backer (Open Vld).

“Wij hebben er samen voor gepleit om zo breed mogelijk te testen in alle woon-zorgcentra. Anderen zagen daar het nut niet van in en verklaarden ons zot. Dat waren pittige discussies. Maar toen er voldoende testcapaciteit was, zijn we er onmiddellijk mee begonnen.”

Volgens minister De Backer benutte Vlaanderen de testcapaciteit te weinig. Hij verwees naar een woon-zorgcentrum in Oostende, dat een uitbraak vermoedde en extra tests vroeg voor het personeel, maar het Vlaams Agentschap voor Zorg, waarvoor u bevoegd bent, weigerde die. ‘Onverantwoord’, zei hij daarover.

“Dat klopt niet. Het personeel wás getest. De procedure is: als de arts in het rusthuis vindt dat er getest moet worden, moet dat gebeuren.”

Enkele dagen later belandde een bewoner met een gebroken heup in het ziekenhuis. Ze bleek coronapositief te zijn. Die vrouw had dementie en kwam op alle afdelingen. Daarom wilde de directie opnieuw iedereen testen. Waarom werd dat geweigerd?

“Daarvoor moet u naar Dirk Dewolf van het Agentschap bellen (het Vlaams Agentschap voor Zorg liet weten dat een nieuwe test ‘niet aan de orde’ was, red.).

“Aanvankelijk was er te weinig testmateriaal en stond Sciensano op de rem. Dat tekort was ook de reden waarom we in maart moesten stoppen met de contactopsporing. Het aantal besmettingen liep snel op en we konden alle contactpersonen toch niet testen.”

Ook over het hervatten van die contacttracing botste u met minister De Backer. U noemde het ‘hallucinant’ dat hij dat plots weer naar Vlaanderen schoof.

“Wij hadden in maart al contacten opgespoord, maar daarna had hij die tracing naar zich toe getrokken. Hij had de regio’s gevraagd om samen te werken onder zijn coördinatie, en hij was al weken bezig met een app. Maar plots kreeg hij tegenwind en kon hij er niet snel genoeg vanaf zijn.”

Zijn partij floot hem toch terug omdat die app voor hen te ver ging op het vlak van privacy?

“Dat moet u aan hem vragen.”

Op uw bureau ligt het boek Make BBQ Great Again. Zouden Philippe De Backer en Margot Cloet hier welkom zijn?

“Zodat ik hen op de barbecue kan leggen, bedoelt u? (hilariteit) Er waren stevige woordenwisselingen, maar er zijn geen bruggen verbrand.”

Philippe De Backer zegt ook dat ons systeem niet werkt.

“Hij heeft gelijk, we hebben een nieuwe staatshervorming nodig. Maar over de richting verschillen we van mening.”

De liberalen willen de gezondheidszorg herfederaliseren, zodat er één commando komt.

“Zorg moet zo dicht mogelijk bij de mensen zijn. Sinds het beleid over de woon-zorgcentra naar Vlaanderen is overgeheveld, hebben we daar 25 procent meer zorgpersoneel ingezet. De komende jaren willen we er nog meer in investeren. Als je dat terugbrengt naar het federale niveau, is daar misschien geen geld voor.”

U wilt dus doorgaan met een systeem van negen ministers die bevoegd zijn voor de gezondheidszorg?

“In Duitsland hebben ze er zeventien. Daar zijn de regio’s ook bevoegd, net als in Nederland en Groot-Brittannië. Maar bij een pandemie komt de federale overheid aan het stuur, zoals bij ons.”

Begin juni verklaarden de experts dat we niet voorbereid zijn op een tweede golf. Uit hun uitgelekte adviezen bleek dat ze geïrriteerd waren omdat er nog altijd geen ‘controletoren’ is die mobiele gezondheidsteams kan uitsturen om nieuwe uitbraken snel te blussen.

“Die controletoren en de mobiele teams komen eraan.”

Waarom moet zoiets eerst uitlekken in de media vóór er actie komt?

“We waren daar al sinds half mei mee bezig, en ik wil eerst het volledige plan klaar hebben voor ik communiceer.”

Maakt u zich zorgen over de voorspelde burn-outs bij het zorgpersoneel? Ook daar luidt het dat ze een tweede golf moeilijk zullen aankunnen.

“Die bezorgdheid stond begin april al in ons tienpuntenplan. Wij sturen de komende maanden psychologen uit om hen te ondersteunen, en we hebben voor de bevolking ook de campagne ‘Check check check’ gelanceerd om mentale problemen bespreekbaar te maken. Mensen vragen voortdurend aan anderen hoe het gaat, maar ze moeten ook zichzelf die vraag stellen. Deze crisis leert ons dat we kwetsbaar zijn, en afhankelijk van anderen. Het gevoel dat ons niets kan overkomen, is weg. Maar we hoeven geen übermenschen te zijn die alles aankunnen en overal in uitblinken. Het is beter om je kwetsbaarheden onder ogen te zien. Dat heb ik zelf al vroeg geleerd. Als twintiger werd ik geconfronteerd met mijn fysieke beperkingen. Ik treed liever niet in detail, maar het was een belangrijke levensles. Ik hoop dat de mensen die nu op hun limieten zijn gebotst, ook voor een andere levensstijl kiezen.”

Die zelfrelativering kwam u nu vast goed van pas. Eerst leed u als partijvoorzitter een verkiezingsnederlaag, daarna kende u een woelige start als minister en kreeg u de coronacrisis op uw bord.

“Dit was zeker het zwaarste jaar uit mijn carrière. Ik was kapot van onze uitslag op 26 mei vorig jaar en ik heb daar veel over nagedacht. Bij de provincieraadsverkiezingen van 2018 zaten we dicht tegen de 20 procent, maar als bestuurspartij deelden wij in de brokken die N-VA daarna had gemaakt, in haar ijdele poging om rechtse kiezers terug te winnen met een veto tegen het Marrakech-pact. De mensen werden angstig door het migratiethema en de klimaatbetogingen die de indruk wekten dat iedereen zijn levensstijl 180 graden moest omgooien. In zo’n onzekere context betalen wij de prijs.”

Beeld Marco Mertens

Zelfbediening

De afkalving van de traditionele partijen was al langer bezig. In 2003 hadden CD&V, de sp.a en Open Vld samen nog twee derde van de stemmen, nu halen jullie in de peilingen nog amper een derde.

“Ik heb me ook afgevraagd of we nog een toekomst hadden in zo’n gepolariseerd politiek klimaat. Maar het onderzoek van Stefaan Walgrave (UA) stelde me gerust: 43 procent van de kiezers plaatste zichzelf in het midden. Dat was meer dan in 2014, toen we de verkiezingen wonnen met 80.000 stemmen erbij. Wij belichamen dat midden, dus is er voor ons een groot potentieel.”

Volgens marktonderzoeker Jan Callebaut is het merk CD&V versleten. De Vlaming gelooft niet meer in de traditionele partijen.

“Dan moeten wij dat geloof herstellen met een programma dat mensen weer vertrouwen, geborgenheid en levenskwaliteit geeft, maar hen ook voor hun verantwoordelijkheid stelt. Ik gruw van het doorgeslagen individualisme. Van het idee dat je mensen niets meer kunt vragen zonder dat ze kwaad worden. De vraag is: hoe krijgen we mensen zo ver om een stukje van hun eigenbelang opzij te zetten voor het algemeen belang? Ik hoop dat ze nu hebben ingezien dat overdreven ikkigheid niemand gelukkig maakt.”

Anno 2020 worden partijen steeds meer vereenzelvigd met hun voorzitter. Als die ‘pakt’, kan dat voor een ommekeer zorgen. Bij de sp.a zie je nu al een Conner Rousseau-effect.

“Het is gevaarlijk om de partij te kneden naar het beeld van één figuur. Steve Stevaert heeft het gedaan en zijn partij daarna verweesd achtergelaten, Guy Verhofstadt ook. En we zullen zien wat er bij de N-VA gebeurt als Bart De Wever stopt als voorzitter.”

Veel analisten vinden dat CD&V de verkeerde voorzitter heeft gekozen. Met de jonge, communicatief vaardige Sammy Mahdi had uw partij een jonger publiek kunnen aanspreken. Joachim Coens wordt een kruising van u en Kris Peeters genoemd.

“Die keuze hebben onze leden gemaakt.”

Vooral de oudere leden, die op safe hebben gespeeld.

“We hebben een boeiende voorzittersrace gehad, met zeven uiteenlopende kandidaten. De debatten hebben de partij deugd gedaan, en met Joachim Coens en Sammy Mahdi zijn er toch twee nieuwe figuren uitgekomen.”

Hoe was het om, na negen jaar als voorzitter, een ezelsstamp te krijgen van uw partijgenoten? Het rapport van de zogenaamde twaalf apostelen was niet mals.

“Sommige passages vond ik onterecht. Ze schreven dat er op het partijbureau maar van 10 tot 16 uur werd gewerkt, terwijl onze mensen zich voor de campagnes van 2018 en 2019 kapotgewerkt hebben. Maar na zo’n onverwachte nederlaag is de neiging altijd groot om schoon schip te maken.”

Net daarom vonden velen het onbegrijpelijk dat u zichzelf tot Vlaams minister benoemde. ‘Zelfbediening’ en ‘postjespakkerij’ luidde het.

“De algemene vergadering van onze partij heeft dat met 80 procent goedgekeurd. Maar ik begrijp dat anderen zélf op een ministerspost hadden gehoopt. En ik geef toe dat ik de zaken ook niet handig heb aangepakt.”

Wat dan?

“Vooral het feit dat ik eerst Kris Peeters heb vervangen als federaal minister van Werk en daarna naar de Vlaamse regering trok, lag moeilijk. We hadden beter meteen Nathalie Muylle aangesteld, want zij doet het uitstekend. Maar bij de onderhandelingen voor de Vlaamse regering was het de bedoeling dat de voorzitters in die regering zouden stappen om de ploeg extra gewicht te geven. Ik heb het gedaan, anderen niet.”

U wist natuurlijk ook dat het uw laatste kans was om minister te worden. Een nieuwe voorzitter wil doorgaans een breuk maken met het verleden.

(lange stilte) Als ik echt zo’n postjespakker zou zijn, was ik al eerder minister geworden. In 2011 had Elio Di Rupo me al gevraagd om vicepremier te worden. In 2014 bood Charles Michel (MR) me zelfs het premierschap aan. Vicepremier had ook gekund. Maar Kris Peeters was onze kopman en ik wilde hem niet passeren. En de partij had me nodig als voorzitter.”

Hoe doet Joachim Coens het?

“Hij is in ondankbare omstandigheden begonnen, door de blokkering op het federale niveau. Dat was in 2010 ook voor mij zo. Ook toen lagen de kaarten aartsmoeilijk. Ik weet perfect hoe hij zich vandaag voelt.”

Wat vond u van het voorstel van de socialisten om een minderheidsregering te vormen met de drie klassieke politieke families?

“Er zijn veel Europese landen met een minderheidsregering, maar verder ga ik daar niets over zeggen.”

Kristof Calvo zei in Het Laatste Nieuws dat hij mildheid voor politici mist.

“Ik zal de groenen daar graag aan herinneren als ze mij nog eens aanvallen in het parlement. (lacht)

Hij noemt politiek zijn eerste lief, maar zegt dat het een haat-liefdeverhouding wordt. Is de fun er bij u ook af?

“Ik heb nooit aan politiek gedaan voor de fun. Ik wil mijn visie op mens en maatschappij vertolken. De dag dat de nadelen van deze job te zwaar wegen, zal ik iets anders doen. Lesgeven aan een universiteit of hogeschool lijkt me wel wat.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234