Donderdag 22/08/2019

'Wouter Beke heeft een innerlijke pitbull nodig'

Precies zeven jaar nadat hij de grote Shame-betoging tegen de eindeloze regeringsformatie organiseerde, trekt activist Felix De Clerck (34) weer aan de alarmbel. Parlementariërs moeten moediger worden, vindt hij, want zij vertegenwoordigen ons niet meer. 'Ik wil nog eens een kreet van verontwaardiging slaken.'

"Ik ben niet de grote expert", zegt Felix De Clerck. "Ik ben ook niet zo slim. Dat hoeft ook niet. Maar ik kan misschien dingen doen en zeggen die slimmere mensen niet doen en zeggen. En ik wil mijn nek uitsteken. Want het gaat de verkeerde kant op."

Felix De Clerck, respectievelijk zoon en kleinzoon van oud-ministers Stefaan en Albert De Clerck, kan het niet meer aanzien. Op sociale media is hij al een tijdje weer behoorlijk streng voor ons politieke personeel. Omdat parlementariërs te slaafs zijn, bijvoorbeeld, en veel debatten naast de kwestie. "Volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen ons niet meer", zegt hij bij een kop koffie in het ouderlijke huis in Kortrijk. "Daarom wil ik nog eens een kreet van verontwaardiging slaken."

Het is niet de eerste keer dat De Clerck junior alarm slaat. Beroepshalve is hij directeur van Kunstenpunt, een Vlaamse koepelorganisatie van de kunstensector. Maar zijn passie is politiek. Hij is lid van CD&V, maar heeft nog geen mandaat. Politicus moet hij nog worden, politiek activist is hij al - dat bewees hij in 2011.

Morgen is het precies zeven jaar geleden: toen lokte de Shame-betoging, die De Clerck op gang had getrokken, ongeveer 40.000 mensen naar Brussel. "Wij wilden protesteren tegen de manier waarop werd onderhandeld over de communautaire dossiers", vertelt hij. "Het algemeen belang werd niet meer gediend. Soms werden teksten al na twee minuten afgeschoten, niet op basis van de inhoud, maar louter uit strategische overwegingen. Met die betoging wilden wij een signaal geven dat wij het daar niet mee eens waren. En dat wij wel zagen dat politici andere belangen lieten primeren dan het algemeen belang. Die oproep raakte toen een ader in de samenleving."

Is er vandaag iets gelijkaardigs aan de hand?

Felix De Clerck: "Het is nog verergerd. Neem nu de discussies over 't Fornuis in Antwerpen en de skybox voor schepenen in Gent. Men wil graag dat wij daarover debatteren, maar daar gaat het helemaal niet over. Dat zijn dwaallichtjes waarmee men de aandacht wil afleiden. Het echte debat moet gaan over de samenwerking tussen publieke overheid en private sector. Niet over een lunch of een receptie, want het is normaal dat politici daarnaartoe gaan."

Dan bent u boos op de media, want die leiden mee de aandacht af naar die dwaallichtjes.

"Als je een cuba libre niet lekker vindt, kan dat liggen aan de rum of het ijs of de munt. Ik wil maar zeggen: het is een combinatie van factoren. Het is te simpel om op de media te schieten, want er zijn serieuze journalisten die hun werk doen. Maar het systeem leidt de aandacht wel af. Politici weten van bepaalde dossiers en uitspraken dat die pakken in de media, en media weten dat bepaalde verhalen pakken bij lezers en kijkers. Terwijl het algemeen belang op de voorgrond moet blijven."

Gelooft u daar nog in?

"Zeker. Ik wil dat geloof nooit opgeven. Never. Jamais. Politiek kan een schone stiel zijn. Mensen denken tegenwoordig misschien dat het alleen maar gaat over insinuaties en elkaar stokken in de wielen steken, maar politiek kan zoveel meer zijn. Het zou jammer zijn mochten alleen mensen die goed zijn in dat spelletje nog in de politiek gaan. Als we niet uitkijken, wordt politiek nutteloos. Een soort realityshow."

U bedoelt: de politiek heeft mensen nodig die zich door het politieke schouwspel van vandaag niet aangetrokken voelen.

"Ja. En die zijn er nog, hoor. In alle partijen. En vandaag zitten die mensen gefrustreerd in het parlement, of in hun gemeenteraad. Ze verdiepen zich in dossiers, proberen het algemeen belang voor ogen te houden, en het enige waar ze in het café vragen over krijgen, zijn filmpjes over 't Fornuis en schepenen in een skybox in Gent. Die vragen zich af: wat zit ik hier nog te doen? We hebben politici nodig die zeggen: genoeg!"

Daarom maakte u zich onlangs op Twitter boos op de 'zwijgende parlementariërs'.

"Ik begrijp niet waarom parlementariërs zo met hun voeten laten spelen. Als je verkozen bent door het volk, ben je het centrum van de democratie en mag je niet aanvaarden dat je naar de pijpen van je partijvoorzitter of de regering moet dansen. Dan moet je zeggen: stop, tot hier en niet verder, wij gaan in staking. Die stilte viel op toen het zomerakkoord moest worden gestemd: een tekst van meer dan duizend bladzijden die er in een paar dagen moet worden doorgejast. Dat kan niet."

Eric Van Rompuy, Kamerlid voor CD&V, protesteerde toen ook.

"En dat apprecieer ik enorm aan hem. Hij is vrij, niemand kan hem iets maken. Hij trok een streep in het zand, en dat zouden meer parlementariërs moeten doen. Onze politici laten zich als voetveeg behandelen. Hoe kun je dan jezelf nog respecteren? Als je je eigen vrijheid niet eens opeist?"

Maar dat mag niet van de partijvoorzitter.

"De partijvoorzitter moet luisteren naar de volksvertegenwoordigers, niet omgekeerd. Die tafel moet worden omgedraaid. Als een partijvoorzitter niet akkoord gaat met wat zijn parlementariërs zeggen, dan moet er misschien een andere voorzitter komen. Ik begrijp die zenuwachtigheid niet, hoor. Er zijn maar een paar parlementariërs nodig die het niet meer pikken, en die verhouding kan kantelen. We aanvaarden te veel de consensus dat het op deze manier moet gebeuren."

Wat moet een parlementariër zeggen als een staatssecretaris liegt, zoals Theo Francken onlangs deed?

"Als een staatssecretaris liegt, dan moet het parlement hem ter verantwoording roepen. Ook als die bij de eigen partij hoort. Vertegenwoordigers van de N-VA zouden de eersten moeten zijn om hem daarover vragen te stellen. En dan moet de staatssecretaris met knikkende knieën naar het parlement komen. En door het stof gaan. Vandaag werkt het zo niet. Iedereen weet dat de afspraken van tevoren al zijn gemaakt, en dat debat en stemming in het parlement maar een show zijn."

Wilt u in 2019 voor CD&V naar Kamer of Vlaams Parlement?

"(lacht) Dat hebt u goed geraden. Ik heb weleens een lijst geduwd, maar heb nog nooit een mandaat gehad. En ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat dat een grote droom van mij is. Alleen heb ik daar zelf niets over te zeggen, natuurlijk. Ik behoor niet tot een van de standen van mijn partij. Ik zal alleen een verkiesbare plaats krijgen als iemand met macht het voor mij opneemt."

Stefaan De Clerck, om maar iemand te noemen.

"Dat zal mijn vader nooit doen. Hij weigert voor zijn eigen zoon te rijden. En dat wil ik ook niet. Er zijn nuttigere dossiers waarvoor mijn vader kan lobbyen. Maar ik streef er wel naar, dat is juist. Al hoeft dat nog niet in 2019, ik ben 34, ik heb nog tijd. En niet alles wat ik wil, moet meteen werkelijkheid worden. Ik wil ook graag een gespierd lijf, en dat is ook niet voor morgen. Maar ooit zou ik graag volksvertegenwoordiger worden, dat is zo."

Als het ooit zover komt, zal deze oproep u achtervolgen. Als u slaafs naar de partijtop of de regering luistert, zal men dit interview opzoeken. En dan hangt u.

"En dan hang ik, ja. Dat maakt het net zo interessant, vind ik. Als je altijd probeert om op veilig te spelen, geraken we nergens. Dus als het ooit zover is en ik maak mijn voornemen niet waar: hang mij dan maar op. Ik zal vredig sterven omdat ik hier en nu tenminste mijn gedacht heb gezegd. (grijnst) Overigens speelt u het spel nu wel mee: u bedreigt mij al nog voor ik in het parlement zit."

Neen hoor. Ik voorspel gewoon wat er gaat gebeuren.

"Maar als ik het parlement terechtkom, zal ik eerst een jaar zwijgen. Om in stilte de revolutie voor te bereiden. Ik zie bij zowat alle partijen jonge krachten die hetzelfde denken als ik - van Peter Van Rompuy bij CD&V tot Willem-Frederik Schiltz bij Open Vld. Zij voelen ook dat dit systeem wringt. En dat er iets moet gebeuren. Ook over een intensere participatie van burgers moet dringend worden nagedacht."

Op welke thema's zou een christendemocraat zich vandaag moeten profileren?

"Bijvoorbeeld op het vluchtelingenthema. Vergelijk de wereld nu eens met een straat. In Antwerpen ontploft een huis en alle buren schieten te hulp. Wel, als er ergens een land ontploft, moeten andere landen ook te hulp schieten. Dan kun je niet zeggen: wij doen de deuren dicht."

Toch zegt iedereen dat vandaag.

"Omdat de krijtlijnen van het debat worden getrokken door een paar politici, en alle anderen binnen dat kader blijven denken."

En omdat N-VA-voorzitter Bart De Wever de baas is, en niemand hem durft tegen te spreken.

"Als hij spreekt, gaat iedereen inderdaad meteen plat op de grond. Dat begrijp ik niet. Als je de strijd niet kunt winnen op het veld van de tegenstrever, kies dan toch een ander veld. Zeg dat je mensen in nood wél wilt helpen. Zeg dat Europa die morele verplichting heeft. Ik neem het de volksvertegenwoordigers kwalijk dat zij dat debat niet durven te voeren. Omdat ze bang zijn voor de kiezer, omdat ze niet tegen de N-VA durven in te gaan. En omdat niemand dat durft, begint iedereen te denken dat het huidige beleid de maatschappelijke consensus vertolkt."

En als de consensus verlaten wordt, is het langs rechts: een partijgenoot van u stelde onlangs voor om de hoofddoek in de publieke ruimte te verbieden.

"Hendrik Bogaert slaat de bal mis, maar ik vind het goed dat hij dat zegt. Ik zou zijn voorstel met lijf en leden bestrijden, maar als iemand zoiets vindt, moet hij dat zeggen."

Wat als iemand morgen voorstelt om alle moslims te deporteren?

"Ook dan heb ik liever dat het gezegd wordt. Als zulke ideeën wel léven, maar niet in de openbaarheid komen, hebben we een probleem. Ik heb liever een open debat. Daarom vond ik het zo problematisch dat Rachida Lamrabet bij Unia werd ontslagen nadat ze als kunstenaar een filmpje had gemaakt waarin ze het boerkaverbod ter discussie stelde. Ik ken de kunstensector goed, en kunst is belangrijk voor de democratie. Ik vind dat politici daar forser op hadden mogen reageren, net zoals op het vluchtelingendebat."

Waarom zegt u dat niet eens tegen CD&V-voorzitter Wouter Beke?

"Wel, kijk, ik zeg het nu. Ik zeg het tegen iedereen die het wil horen. Ik vond dat Wouter een jaar geleden wel positie durfde in te nemen, gesterkt door de woorden van Angela Merkel toen. Die koers had hij moeten aanhouden. En dat is niet gelukt. Let op, ik heb veel respect voor Wouter Beke, ik kijk naar hem op, hij kent onze ideologie als geen ander. Maar hij heeft een innerlijke pitbull nodig, die durft te bijten."

Hij zal zelf vermoedelijk zeggen dat hij niet wil polariseren.

"Dat begrijp ik. Wij zitten in het midden en willen niet polariseren. Maar je tanden laten zien is niet hetzelfde als polariseren. Het is niet omdat je een zacht standpunt vertolkt, dat je dat als een pater moet doen."

Ik moet zeggen: u bent een stuk minder wollig dan uw vader destijds.

"(lacht) Daarom net. Ik heb vroeger vaak genoeg moeten horen dat mijn vader zo wollig praatte. Daarom heb ik altijd gezegd: dat zal mij niet overkomen."

Tot slot: u bent nog erg actief op Twitter. Veel mensen kunnen dat niet meer aan, ze zijn die eindeloze discussies en vuilspuiterij beu. U nog niet?

"Soms wel. Maar ik wil het niet opgeven. Ik hou van het debat. U kent de boutade: als alle gedegouteerden weggaan, dan blijven alleen nog de degoutanten over."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden