Zaterdag 20/07/2019

Wou de minister een goed contact met journalisten? Werf ze allemaal aan

Na de informateur komt de formateur en over enkele weken is er weer behoefte aan vers politiek personeel. Onder Verhofstadt I maakten niet minder dan 40 journalisten de overstap naar een ministerieel kabinet. Totally not done, onmogelijk, gruwelijk slecht voor de geloofwaardigheid van de pers, klinkt het in het buitenland. Maar in België ziet niemand een probleem, meldt David Vanden Eynde.

De lezers van NRC Handelsblad - en later ook Le Monde, die het artikel overnam - lagen eind vorig jaar in een deuk bij het lezen het werkstuk van de Brusselse correspondente. Haar artikel ging over de verstrengeling tussen politiek en pers in België. Guy Verhofstadt die op dagelijkse basis Wetstraat-journalisten telefonisch stalkte en het via een tussenkomst bij EU-commissievoorzitter Romano Prodi geregeld had gekregen dat er een einde kwam aan de columns van Derk-Jan Eppink in De Standaard. De vrouw van Verhofstadts justitieadviseur Brice Deruyver, die Verhofstadt zelf interviewde voor Villa Politica. En even later een 'item' maakte voor het journaal over justitieminister Marc Verwilghen, de erfvijand van haar echtgenoot. De journalist bij De Standaard die over de hervorming van de ambtenarij berichtte en wiens dochter op het kabinet werkte van de minister die de hervorming doorvoerde. De journalist van La Libre Belgique die na de uren doodleuk bijkluste als woordvoerder voor een project van de Waalse regering. Die andere Franstalige journalist die geregeld met Louis Michel mee op reis mocht en in NRC ruiterlijk toegaf: "Het meeste wat ik over hem weet, gebruik ik niet in mijn stukken. Anders mag ik niet meer mee."

Het waren maar enkele voorbeelden.

Toen paars-groen in juli 1999 uit de startblokken schoot, moesten nogal wat ministers op zoek naar politiek personeel. Voor de liberale excellenties was het jaren geleden dat ze regeringsverantwoordelijkheid hadden gedragen, de groene ministers was het nooit eerder overkomen. Het verschijnsel werd algauw een fenomeen. Premier Guy Verhofstadt (VLD) wierf Mieke Candaele, tot dan toe journaliste bij TV-Brussel, aan als Nederlandstalig persattaché. Aan Franstalige zijde werd dat RTBF-journalist Alain Gerlache. In het verleden gebeurde het ook wel eens dat voor die gewichtige taak journalisten werden aangezocht, maar zelden zo massaal als nu.

Er bestaan sinds enkele jaren tal van opleidingen voor wie het in de pr-branche wil gaan maken, en veel docenten drukken daar hun gehoor op het hart dat journalistiek en voorlichting zich tot elkaar verhouden als de pyromaan tot de brandweerman. Maar dat was nu even van geen tel. Louis Michel, Hervé Hasquin, Antoine Duquesne, Serge Kubla (allen MR), Marc Verwilghen (VLD), Isabelle Durant, Nicole Maréchal (beiden Ecolo), Vera Dua (Agalev), Charles Picqué, Jean-Claude Van Cauwenberghe, Françoise Dupuis (allen PS) en Bert Anciaux (Spirit) zochten en vonden elk een journalist of meerdere om het woord te komen voeren.

Sommigen zijn inmiddels geen woordvoerder meer. Mieke Candaele is tegenwoordig directeur communicatie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Opvang Asielzoekers. Gerlache keerde terug naar de RTBF, maar niet als journalist. Hij werd benoemd tot directeur televisie. De overstap naar de Wetstraat veranderde wel meer levens. Olivier Alsteens, vier jaar geleden nog journalist bij Le Soir, was in de eerste jaren van paars-groen de woordvoerder van minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel. Nu is hij directeur-generaal van de FOD Externe Communicatie.

We begonnen ze voor de aardigheid te tellen, de journalisten die onder paars-groen kabinetard werden. Het was even schrikken. We kwamen aan veertig namen.

Jan Hoedeman, politiek redacteur bij de Nederlandse de Volkskrant, heeft moeite om het te geloven: "Veertig mensen, zegt u? Dat is ongelooflijk, ik val van mijn stoel als ik dat hoor." In Nederland komt het volgens Hoedeman zelden of nooit voor dat journalisten woordvoerder worden, laat staan dat ze daarna weer als journalist aan de slag gaan. Hij heeft een vage herinnering aan een gelijkaardig 'geval' in de Nederlandse pers, ergens in de jaren zeventig of zo, en aan de commotie die daarover toen binnen de media onstond. "Het zal wel zijn omdat ik een Nederlander ben, maar ik begrijp dit niet. Het is net alsof Caesar bij het oversteken van de rivier de Rubicon halverwege rechtsomkeert zou hebben gemaakt. Ik stel me vragen bij de onafhankelijkheid en de geloofwaardigheid van de journalisten in kwestie."

Ook aan de overzijde van het Kanaal worden wenkbrauwen gefronst. "Ook bij ons gebeurt het wel eens dat journalisten woordvoerder worden", zegt Jonathan Foster, die jarenlang voor The Observer en The Sunday Times werkte en nu lector journalistiek is aan de universiteit van Sheffield. "Dat ze daarna weer in de media stappen, gebeurt echter niet. Want je kunt je dan natuurlijk afvragen hoe betrouwbaar zo iemand nog is nadat hij politieke kleur heeft bekend."

In de Verenigde Staten hebben ze daar een middel voor. "Als een journalist na een loopbaan als woordvoerder in dienst van de overheid naar de media terugkeert, doet hij dat als expert, als commentator", zegt Lane Williams, professor aan het Philip Merrill College of Journalism in Maryland. "Opnieuw een zuivere verslaggever worden? Dat kan niet, onmogelijk."

De Belgische pers heet de laatste jaren 'ontvoogd' te zijn. Het kan niet meer, luidt het, dat een commentaarschrijver tussen de bedrijven door even de speeches gaat schrijven van Leo Tindemans. De overstap van Wetstraat-journalist Rolf Falter (De Standaard) naar het kabinet-Verhofstadt, geeft echter aan dat perceptie niet altijd alles is. Falter en Verhofstadt kenden elkaar al tien jaar, toen die hem in september 2001 het voorstel deed om voor hem te komen werken. De Falter is nu stafmedewerker op de kanselarij van de premier en bereidt onder meer diens speeches voor. In februari 2002 volgde ex-De Standaard-hoofdredacteur Dirk Achten zijn voorbeeld. Hij werd hoofd van de studiedienst van de VLD. De ene maand schreven maakten Falter en Achten nog politieke commentaren, de andere maand politieke toespraken. En eerder stapte De Standaard-journalist Peter Dejaegher over naar het kabinet van Vlaams minister-president Patrick Dewael (VLD).

Rolf Falter heeft zich de overstap nog niet beklaagd. Hij geeft toe dat hij zich niet langer kon vinden in de koers van zijn krant. "Men is afgestapt van de specialisatiejournalistiek waarbij een journalist langere tijd aan één dossier kon werken en daarmee naar buiten kwam als de actualiteit het vereiste", zegt hij. "In de plaats daarvan is er een soort van 'spektakeljournalistiek' gekomen waarbij het blijkbaar de bedoeling is de televisie achterna te hollen en waarin ik mij niet langer herkende."

Ook Benoît Lechat, tot in 1999 journalist bij het persagentschap Belga en tot drie weken geleden woordvoerder van minister van Mobiliteit Isabelle Durant (Ecolo), is van mening dat hij de voorbije vier jaar een beter zicht had op de wereld dan vroeger: "Op de redactie ontbreekt tegenwoordig de tijd om aan degelijke informatiegaring te doen. De sfeer lijdt daar ook onder. Volgens mij heeft de overstap van vele journalisten daarmee te maken, al zullen weinigen dat toegeven."

Niet alleen op ministeriële kabinetten liggen journalisten goed in de markt, ook op partbijbesturen is dat zo. Of een journalist nu naar de cdH, de SP.A, Agalev of CD&V belt, de kans is altijd groot dat hij een ex-collega aan de lijn krijgt. Patrick Verstuyft, die vijftien jaar lang bij de Vum-kranten Het Volk en Het Nieuwsblad werkte, is nu actief op de communicatiecel van CD&V en is daar hoofdredacteur van het ledenblad Ampersand. Verstuyft blikt op zijn rol als journalist terug op die van "een supporter die vanaf de zijlijn toekijkt". Hij was naar eigen zeggen erg benieuwd om eens achter de schermen van de politiek te kijken: "Ik wilde ook wel eens bij de tactiekbesprekingen van de coach en de spelers aanwezig zijn en het politieke bedrijf van binnenuit leren kennen.

Koen Santermans, die lange tijd Brussels correspondent was voor een Japanse krant en Associated Press, volgde Peter Renard (ex-Knack) op als woordvoerder bij de SP.A. Ook hij zag niets ongewoons gebeuren: "Het is onvermijdelijk dat er een toenadering komt tussen politici en journalisten: ze hebben elkaar namelijk nodig. Vandaar ook de 'innige' contacten die ontstaan. Maar ook de slechte financiële situatie, het probleem van de schijnzelfstandigheid en de toenemende commerciële druk binnen de pers spelen een rol. Daarom denk ik dan ook dat deze tendens zich inderdaad zal doorzetten."

Heel wat van de aan ministeriële kabinetten verbonden ex-journalisten maken zich sterk dat ze met hun vorige werkgever een regeling hebben bedongen die een terugkeer toelaat. "Dat is ook de raad die we steeds geven aan journalisten die eruit willen stappen", zegt Pol Deltour, secretaris van de Algemene Vereniging van Belgische Beroepsjournalisten (AVBB). "In de praktijk merken we dat velen inderdaad ontevreden zijn en de stap naar het woordvoerderschap zien als een soort vlucht uit de media. Vaak zien we echter ook dat mensen snel terugkomen op hun beslissing omdat hun nieuwe job toch niet helemaal was wat ze ervan hadden verwacht. En dan komt zo'n terugkeerclausule natuurlijk erg goed van pas."

Deltour heeft geen fundamentele problemen met de elders in de beschaafde wereld als volstrekt not done omschreven terugkeeroperaties. "Het moet absoluut kunnen dat mensen zich engageren en een zekere politieke vrijheid hebben", vindt hij. "Als ze daarna dan terugkeren naar de pers is dat voor mij geen probleem. De geschreven pers is sowieso een sterk opiniërende pers. Voor radio en televisie ligt het iets moeilijker omdat de neutraliteitsplicht daar bij wet geregeld is en het dus minder vanzelfsprekend is om na een baan in de marge van de politiek weer op de radio of op televisie te verschijnen."

Dat journalisten woordvoerders worden, is volgens Deltour helemaal niet zo vreemd: "Zij weten beter dan wie ook hoe de job van woordvoerder werkt. Ze kennen de achterkant van het beroep doordat ze bijna dagelijks in contact komen met woordvoerders. Het is in feite het verhaal van de stroper die boswachter wordt."

Over enkele weken is het weer zo ver: de vorming van een nieuwe regering en een nieuwe behoefte aan stropers. Of het er opnieuw zoveel zullen zijn als in 1999, durft men bij de AVBB niet te voorspellen, maar de verwachting is wel dat er weer een aantal namen uit het Officieel Jaarboek van de Belgische Pers mag worden geschrapt.

In Nederland is het ook wel eens gebeurd dat een journalist tegen de macht ging aanschurken en even later weer journalist wou worden. Maar, zegt de politiek redacteur bij 'de Volkskrant': 'Veertig mensen, zegt u? Dat is ongelooflijk, ik val van mijn stoel'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden