Maandag 25/01/2021

Work hard play hard

Ze zijn, bij wijze van spreken, amper de luiers en de Vlaamse klei ontgroeid. Maar in San Francisco, het kloppende hart van dotcom-land, zijn ze al veel meer dan the new kids in town. Drie dagen in het spoor van Davy Kestens (25), Louis Jonckheere (29) en Pieterman Bouten (32). 'Deze stad leeft op het ritme van je iPhone.'

Waar is dat feestje? Bijna waren we het wat banaal ogende kantoorgebouw in Post Street straal voorbijgelopen. Het is donderdagavond 12 december en hier, hartje San Francisco, vechten de feestelijk versierde etalages van Prada, Louis Vuitton en andere Brooks Brothers om de aandacht van de passant. Een wat gammele lift brengt ons naar de bovenverdieping op zes hoog, waar we pardoes in het feestgewoel belanden.

Onze landgenoot Davy Kestens (25) neemt hier officieel het nieuwe kantoor van zijn geesteskind Sparkcentral in gebruik. En dus is Post Street vanavond the place to be voor een handvol VC's ofte 'venture capitalists', investeerders zeg maar, en een meute vlotte, hip ogende twintigers. Zij geven het openingsfeestje de allure van een wat uit de hand gelopen kotfuif.

Hoewel de barkeeper, zelf amper nog in staat het verschil te zien tussen een fles wodka en een fles water, aardig zijn best doet, loopt de wat industrieel ogende ruimte al voor middernacht zoetjesaan leeg. "Want morgen is het opnieuw vroeg dag." Work hard, play hard, het lijkt deze nieuwe generatie dotcom-wonderboys echt op het lijf geschreven.

Het Amerikaanse avontuur van Kestens begon nog geen twee jaar geleden, in een zogenaamde cubicle - een hokje van hooguit 5 vierkante meter - bij een boekhouder, enkele huizenblokken verderop. "Net ruim genoeg voor een bureaustoel en een tafel voor mezelf en mijn eerste twee medewerkers," blikt Kestens terug, comfortabel achterover leunend in een sofa in zijn nieuwe kantoor. "Enkele maanden later zijn we al verhuisd, naar een pand van goed honderd vierkante meter. En kijk, nu hebben we hier de beschikking over goed 300 vierkante meter, niet slecht toch?"

Enkele losse houten tafels staan kriskras verspreid over een grote ruimte waar opvallend veel licht binnenvalt, met daar tussenin enkele zitzakken, een salon en als toetje een fraai opgedirkte kerstboom. "De hele ruimte hier heeft 15 jaar lang leeggestaan, omwille van een waterlek. Toen wij aangaven dat we hier wilden intrekken, heeft de huisbaas ons een budget van 100.000 dollar ter beschikking gesteld om de boel op te knappen en in te richten naar onze eigen smaak." Hoeveel hij dan maandelijks moet dokken, voor al die kostbare ruimte downtown San Francisco? "15.000 dollar per maand. Niet meteen een habbekrats, dat klopt, het is dan ook onze grootste kost momenteel."

Stellen dat het tegenwoordig bijzonder hard gaat voor Kestens en co. is een licht understatement. Toen de ondernemende jonge snaak hier twee jaar terug neerstreek, had hij niet eens een diploma hoger onderwijs op zak. Begin vorig jaar al haalde onze landgenoot in een eerste kapitaalronde 1,1 miljoen dollar op. Hij was toen - toch geen onbelangrijk detail - nog altijd op zoek naar zijn eerste betalende klant.

Drie maanden terug rinkelde de kassa opnieuw: een pak Amerikaanse investeerders toonden zich bereid om samen nog eens 4,5 miljoen dollar te investeren in Sparkcentral. Vandaag mag hij bedrijven zoals Electrabel, Brussels Airlines en Delta Airlines tot zijn klanten rekenen en heeft hij 17 mensen in dienst. Zijn jongste aanwinst? Een voltijdse rekruteerder, die de loodzware taak wacht om de volgende twee maanden acht nieuwe medewerkers aan te werven. Anders gesteld: één nieuwkomer per week.

Flashback naar het voorjaar van 2011: Kestens volgt in Kortrijk - "kwestie van ver genoeg van de Limburgse heimat te zitten" - een opleiding webdesign en digitale media. Correctie: hij is daar ingeschreven. En besluit dan dat het welletjes is geweest: zijn horizon ligt verder, veel verder. Kestens schrijft zich uit, maar vindt het in eerste instantie niet nodig zijn ouders daarvan te verwittigen. "Ik heb minstens twee maanden heen en weer gependeld naar Kortrijk om de schijn op te houden", vertelt hij grijnzend. "Tot mijn vader plots een deel van mijn studiegeld op zijn rekening teruggestort zag. Toen was ik hem wel een woordje uitleg verschuldigd, maar ach, hij begreep het uiteindelijk wel. Ik wilde gewoon meer tijd om te doen wat ik graag deed: websites bouwen en allerlei toepassingen ontwikkelen. Dat deed ik al sinds mijn vijftiende, in die mate zelfs dat ik op school enkele jaren heb moeten overdoen omdat ik te veel tijd in mijn hobby stopte. Amper 18 jaar oud kreeg ik al meteen een baan aangeboden bij een bedrijf in Hasselt, waar ik overheidswebsites ontwierp. Mooi loon, bedrijfswagen, alles erop en eraan, maar na een jaar hield ik het daar al voor bekeken. Ik had andere ambities."

Waar die ambities precies lagen, dat bleek in het najaar van 2011, toen Kestens het prototype lanceerde van wat toen nog Twitspark heette. "Al sinds ik 13 ben, loopt er een rode draad doorheen alles wat ik doe en lanceer: elk nieuw project lost een aantal problemen op die opdoken in mijn vorige project. Bij een van de websites die ik toen had opgezet, was het me opgevallen dat vragen en reacties van gebruikers of klanten almaar vaker en vlotter via sociale media zoals Twitter of Facebook binnen kwamen én afgehandeld werden. Het kon niet anders of dit was bij echt grote bedrijven ook het geval, maar daar kreeg de marketingafdeling heel die stroom nog altijd op het bord.

"Sociale media werken natuurlijk ook in twee richtingen: een bedrijf als Samsung mag via Facebook dan wel even blitse als dure reclamespotjes de wereld insturen voor het nieuwste, ultramoderne televisiescherm, het kan de klanten natuurlijk niet tegenhouden om via datzelfde medium ook zware kritiek te spuien op pakweg de afstandsbediening van een ander type toestel."

Dat bracht Kestens op het idee om een kanaal te lanceren dat bedrijven toelaat om reacties via sociale media beter op te volgen en te kanaliseren. Zijn prototype stond nog geen twee weken online, of Volkswagen klopte aan de deur als eerste (gratis) klant. "Tja, wat wil je dan nog meer, als snaak van 22?"

Via via werd Kestens al snel geïntroduceerd bij landgenoot Sebastien De Halleux - het brein achter spelletjesontwikkelaar Playfish - die al sinds zijn zestiende in de VS zit. De Halleux verkocht Playfish in 2009 voor het ronde bedrag van 400 miljoen dollar, en ontpopt zich sindsdien tot financier én pleitbezorger van veelbelovende technologiestart-ups.

"Enkele dagen nadat ik De Halleux voor het eerst ontmoet had - hij was razend enthousiast over mijn technologie - heb ik mijn vliegticket naar San Francisco geboekt. Goed drie maanden later heb ik hier dan in een eerste investeringsronde 1,1 miljoen dollar opgehaald, zodat ik een kantoortje kon huren en mijn eerste medewerkers rekruteren. Ik had toen nog geen betalende klanten, wel enkele grote bedrijven die mijn toepassing gratis konden gebruiken en tegelijk voor de nodige reclame zorgden.

"Daarin schuilt nu het grote verschil tussen België en de VS. In België kijkt men enkel in de achteruitkijkspiegel: hoeveel klanten heb je al, wat heb je al bereikt? 'Geen. Tja, lastig om dan centen te krijgen.' Hier werkt het net omgekeerd, en blikken potentiële investeerders vooruit: wat zijn de mogelijkheden van deze start-up, welke bedrijven zijn vandaag al geïnteresseerd? Het feit dat een gigant als VW al van bij het prille begin op de kar sprong, was me veel meer waard dan om het even welke cheque."

Ze zijn intussen nog nauwelijks te tellen, de vaak piepjonge landgenoten die de sprong richting Californië waagden om daar hun geluk te gaan beproeven in de technologiesector. Een daarvan, Louis Jonckheere (29), houdt voorlopig nog even kantoor bij Davy Kestens. Samen met Pieterman Bouten (32) stampte hij eerder in België al app-ontwikkelaar In The Pocket uit de grond. Vandaag proberen ze met hun nieuwste bedrijfje Showpad - een soort alles-in-één platform op iPad voor verkopers én backoffice binnen een bedrijf - de Amerikaanse markt te veroveren.

Jonckheere: "Vroeger zeulden verkopers rond met een boekentas bomvol brochures. Met onze toepassing krijgen zij op hun iPad altijd en overal toegang tot alle up-to-date informatie en presentaties die ze nodig hebben bij hun klanten.

"Een van onze eerste klanten was bijvoorbeeld Audi: terwijl de autoverkopers vroeger eerst een rondje in de showroom deden met potentiële klanten om vervolgens naar het kantoor af te zakken en daar een prijsofferte te maken, doen ze dat nu in de showroom in de wagen met de klant. Alleen gewapend met, jawel, hun iPad."

Ook voor de jongens van Showpad gaat het loeihard tegenwoordig. Het Gentse bedrijf haalde begin dit jaar al 2 miljoen dollar op, en wil nu vanuit Californië de gigantische Amerikaanse markt bestormen. Vandaag hebben ze al 23 mensen in dienst, van wie drie in de VS, maar op korte termijn moeten dat er een tiental worden. "De kans is groot dat er hier volgend jaar een tweede kapitaalronde volgt, maar dat is nu niet de eerste betrachting," legt Louis uit.

"Winst maken is nu geen prioriteit, we willen vooral heel snel groeien, mensen aanwerven en blijven investeren in het product. We zitten nu aan 350 klanten, dat moeten er op relatief korte termijn enkele duizenden worden. In de VS vinden we massa's bedrijven met duizenden verkopers, we kunnen dus nergens beter zitten dan hier. En als je hier verse investeerders aan boord haalt, dan krijg je niet enkel de centen, maar ook het netwerk van die mensen mee.

Alles en iedereen ademt hier gewoon technologie en innovatie. Frisco moet zowat de meest geautomatiseerde stad ter wereld zijn: je kunt je leven hier volledig regelen met een smartphone. De vuile was niet gedaan? Dan neem je toch gewoon je iPhone, en een kwartier later staan er twee mannetjes aan de deur die het even van je overnemen. En de strijk erbovenop, indien nodig."

Werken aan het merk en aan de naambekendheid dus, en met het oog daarop hebben Louis en Pieterman vandaag een afspraak bij Highwire, een reclamebureau dat Showpad op de radar moet zetten bij de grote jongens. Leuke wijk, veel mooi en jong volk op de werkvloer, enkele fietsen nonchalant tussen de werktafels gestald, een hippe loungeruimte in de kelder. Clichématiger dan dit krijg je het niet, zelfs niet in San Francisco.

"Give us the whole story", klinkt het wanneer we mee aan tafel schuiven. Nog geen uurtje later hebben Pieterman en Louis de twee Amerikaanse PR-dames volledig ingepakt met hun lef, visie én van technologie doordrenkte businessmodel. "Al 350 klanten, waaronder grote jongens als Xerox, Cisco en Heineken? You are really entreprise-ready," klinkt het vol bewondering.

Tien minuten later staan we opnieuw op straat, klaar voor de volgende etappe: de zoektocht naar een eigen kantoor. Louis betrekt sinds kort, samen met zijn vriendin, een fraaie flat op Russian Hill, een behoorlijk hippe wijk in het centrum van de stad. "We betalen daar 2.000 dollar per maand voor een oppervlakte van 75 vierkante meter, en dat is naar lokale normen echt spotgoedkoop. Het is om te beginnen al bijzonder lastig om als buitenlander een huiseigenaar ervan te overtuigen dat je voldoende kredietwaardig bent. Begin er maar aan, als je volop een bedrijfje aan het opstarten bent.

"Daar komt nog bij dat ze de huurders maar voor het uitkiezen hebben: het krioelt hier van de start-ups, de vraag naar appartementen én kantoren is ronduit gigantisch. Terwijl alle technologiebedrijven tot voor kort in Silicon Valley zaten, wil iedereen nu hier een stekje, in het centrum van de stad. Geef nu zelf toe: als je als werknemer kan kiezen tussen een werkplek op een bedrijventerrein in Palo Alto of hier in een van de leukste steden ter wereld, dan weet je het wel.

"Ikzelf zit hier nu zes maanden, en ik vind het hier fantastisch wonen. Je hebt de stad zelf en de oceaan, je geniet van het fraaie klimaat, en even verderop zit je in de bergen of in Napa Valley, de wijnstreek met zijn prachtige natuur. Nu, daar hangt ook een stevig prijskaartje aan vast: de lonen liggen hier een stuk hoger dan in België, maar dat geldt net zo goed voor de kosten voor levensonderhoud. Voor een appartement voor een gezin met twee kinderen moet je minimaal op een huurprijs van 6.000 dollar per maand rekenen."

Pieterman: "Ik vlieg voorlopig nog om de vijf weken voor enkele dagen naar hier, maar hoe lastig dat ook is: ik haal gigantisch veel energie uit deze stad. De sfeer hier, de mensen die je hier ontmoet, de adviseurs die we hier hebben kunnen strikken, de kennis die je opdoet: dat vind je gewoon niet in België of elders in Europa. Natuurlijk is het vaak stresserend en vermoeiend werken, maar ik denk dat we nu de kansen moeten grijpen die we krijgen."

Intussen zijn we zes straten verder en hebben we het gezelschap gekregen van een enthousiaste blondine die het duo zal helpen bij het uitkiezen van een geschikt kantoorpand. En toegegeven, op de ligging valt weinig aan te merken: op een boogscheut van Union Square, het kloppende hart van San Francisco, te midden van hippe koffiebars en exclusieve winkels.

Het kantoor zelf, amper ruimer dan de living van de doorsnee Vlaamse fermette, blijkt dan weer heel andere koek. Het plafond valt hier en daar letterlijk naar beneden, op de vloer is het verwoed speuren naar een tegel die nog niet gebroken is, en waar ooit een keuken stond, rest nu hooguit nog een miserabel, door het vocht verteerd kastje.

Maandelijkse huurprijs van dit hippe kantoor in wording: 5.000 dollar. U leest het goed. Louis en Pieterman neuzen even kritisch rond, wisselen een blik van verstandhouding en geven dan met de nodige Belgische zin voor diplomatie te kennen dat de zoektocht misschien toch nog even moet worden voortgezet.

De vraag van 1 miljoen in deze: wat heeft San Francisco dat Brussel, Londen of Berlijn niet hebben? Davy: "Elke ondernemer moet natuurlijk voor zichzelf uitmaken waar zijn bedrijf het best kan groeien, maar Silicon Valley is momenteel de enige plek op aarde waar ik kan overleggen met jonge kerels die hetzelfde hebben doorgemaakt als ik en waar ik nog alles kan van leren. Ik moet in België de eerste gast van 25 nog tegenkomen die al een eigen bedrijf voor 100 miljoen heeft verpatst. Ik heb er hier vandaag zo twee in mijn advisory board zitten.

"Deze stad is één grote poel van talent, met een bedrijfscultuur op maat van start-ups, waar je ook nog eens veel vlotter toegang krijgt tot het nodige kapitaal. Ik ben ook in België met banken gaan praten, maar dan krijg je met veel geluk 100.000 euro losgepeuterd en moet je al een sluitend businessplan kunnen voorleggen.

"Hier lachen de investeerders - doorgaans goed boerende ondernemers - je in je gezicht uit als je als twintiger een businessplan op tafel tovert. Want hoe wil je nu als jonge starter een vijfjarenplan op tafel leggen als je nog niet eens weet waar je volgend jaar zal staan? 'Die gast heeft grootheidswaanzin', klinkt het dan, en je kunt je boeltje pakken.

"Zelf heb ik eerst hier de nodige centen opgehaald en met die toezeggingen in de hand ben ik in België gaan aankloppen bij mensen als Peter Hinssen, André Duval en Stijn Bijnens. Ook zij hebben daarop in hun portefeuille getast, maar zonder die Amerikaanse investeringen had ik in eigen land nooit zo veel extra geld kunnen ophalen.

Wie investeert, krijgt in ruil uiteraard een stukje aandeel in het bedrijf. De waarde daarvan wordt in zo'n investeringsronde louter en alleen bepaald op basis van het toekomstige potentieel van je bedrijf. Een week later staan de centen op je rekening, waarna je aan de slag kunt om een kantoor te huren, mensen te rekruteren enzovoort.

"Als geldschieters hier het gevoel hebben dat een deal echt hot is, staan ze soms letterlijk in de rij om te investeren. Dat was bij ons, in onze eerste ronde, ook echt het geval: ik wilde een miljoen dollar ophalen en had voor anderhalf miljoen toezeggingen. Finaal ben ik op 1,1 miljoen geland, omdat ik een allerlaatste kandidaat die 100.000 dollar veil had er ook absoluut bij wou.

Dat is wat ik vandaag mis in eigen land: waarom kunnen wij die bedrijfscultuur niet creëren? Ik vind niet dat we in Vlaanderen de concurrentie moeten willen aangaan met Silicon Valley, dat zou belachelijk zijn, maar kijk naar een stad als Tel Aviv, waar men er wel in geslaagd is om een vergelijkbare cultuur te introduceren. De bedrijfjes daar zijn vandaag hofleverancier van de Googles en Facebooks van deze wereld.

Weet je: de eerste twee maanden dat ik hier zat, heb ik meer geleerd dan in zes jaar middelbare school. En hoewel ik haar dolgraag zie, was ik zó blij dat mijn vriendin toen nog in België zat: ik stond op om zes uur 's ochtends, ging naar kantoor, kocht om 12 uur een broodje bij de Subway om de hoek en werkte dan door tot 2 uur 's nachts. Waarna ik opnieuw een broodje ging halen en naar huis wandelde. Dat was mijn leven, zes maanden lang. Omdat ik ervan overtuigd was dat ik echt op iets zat. Als je die overtuiging niet hebt, kan je hier niets komen zoeken, kandidaat-investeerders ruiken dat gewoon."

---

Tweemaal per dag een nieuwe jobaanbieding

In een stad waar jong talent meer dan ooit loslopend wild is, mag een developer met pakweg drie jaar ervaring rekenen op een startsalaris van 100.000 dollar per jaar.

"En dat is bijna netto hier", preciseert Davy Kestens. "Daar houdt het overigens niet mee op. Mijn werknemers verwachten van het bedrijf ook gratis eten, drank en snacks op kantoor - dat spreekt - maar net zo goed af en toe een uitje op kosten van het bedrijf, een fitnessabonnement, een verzekering, een laptop en terugbetaling van hun vervoer."

En o ja, om er zeker van te zijn dat zijn medewerkers echt niets te kort komen en niet onder allerlei beslommeringen gebukt gaan, heeft Davy ook nog Kathy in dienst. Haar functietitel? CHO, ofte Chief Happiness Officer. Voltijds. Zij hoeft zich een hele dag lang enkel maar te bekommeren om het fysieke en mentale welzijn van de collega's, van goed kantoormeubilair tot een fijne snackbar.

Van de pot gerukt, denkt u dan? "Sommige van mijn mensen krijgen tot tweemaal per dag een andere baan aangeboden. Wie als ondernemer geen duidelijke visie heeft en hen niet goed in de watten legt, kan het schudden. Zo gaat dat hier."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234