Vrijdag 15/11/2019

Wordt progressief het nieuwe conservatief?

Jonathan Holslag (1981) doceert internationale politiek aan de VUB. Hij schreef De kracht van het paradijs. Hoe Europa kan overleven in de Aziatische eeuw.

De Chinese participatie in Eandis, TTIP, CETA: de discussie over de globalisering houdt aan. Enkele dagen geleden schreef ik hier dat deze globalisering te veel gebreken heeft, teert op moderne slavernij en onze natuur naar de knoppen helpt (DM 27/10). Mijn voorstel was te streven naar globalisering die meer lijkt op een échte, vrije markt: een markt waarin mensen rationeel keuzes kunnen maken dankzij transparantie over de wijze waarop dingen worden gemaakt en door het terugdringen van de vaak onzichtbare verdoken kosten, zoals de vervuiling en de uitputting van onze grondstoffen.

Dit was geen opiniestuk tégen de globalisering of de vrije markt. Dit was een stuk vóór een menswaardige globalisering en een efficiënter functionerende markt, terug naar de kernprincipes van Adam Smith, als het ware.

Wat me opviel, was de aanval op mijn argumenten van stemmen uit progressieve liberale hoek, interessante denkers vaak die pleiten voor optimisme en vooruitgang: Peter De Keyzer, Andreas Tirez, om er enkelen te noemen (DM 28/10). Uiteraard heb ik de waarheid niet in pacht, maar dat we die discussie zo dogmatisch voeren, is een gemiste kans. Alsof elk voorstel om de globalisering te verbeteren een populistische plot is van de PVDA. Ik beschouw mijzelf niet als links, maar probeer pragmatisch te zoeken naar een nieuw evenwicht tussen verschillende terechte bezorgdheden. Soms komen die van links, dan weer van rechts, of groen. Noem het ouderwets, maar uiteindelijk gaat het mij over slechts één zaak: het algemene belang.

De globalisering heeft ons zeker baten opgeleverd, maar waarom is het zo verkeerd na te denken over hoe we ze nog beter kunnen maken? Omdat we oog hebben voor de negatieve aspecten van de globalisering, gooien we echt niet noodzakelijk het kind met het badwater weg. Wat vreemd dat uitgerekend de zelfverklaarde vooruitgangsoptimisten zich conservatief vastklampen aan de economie zoals die vandaag is georganiseerd.

Maar laat me eerst verduidelijken wat ik bedoel met 'beter'. Mijn uitgangspunt daarbij is altijd: hoe wil ik dat de wereld eruit ziet waarin ik zelf oud word en waarin ik mijn kinderen zie opgroeien? Cynische zielen zullen misschien aanvoeren dat dit een overweging is voor watjes, voor mensen zonder realiteitsbesef, mensen die niet doorhebben hoe darwinistisch deze wereld is. Wel, ik durf te stellen dat ik in mijn onderzoek steevast de vinger leg op het feit dat deze wereld een bijzonder akelige plek is en dat we moeten vechten om onze veiligheid, onze welvaart en onze waardigheid te handhaven.

Maar waar ik niet in meega, is dat we in die strijd onze menselijkheid moeten opofferen: dit is nét een strijd om meer menselijkheid. Dat is voor mij een rode draad door het werk van alle denkers over machtspolitiek heen, zoals Sun Tzu, Kautilya, Thucydides, Machiavelli: de leider mag nog zo schrander zijn in het bezigen van de macht, als hij het algemeen belang niet bevordert, het welzijn van zijn mensen, gaat hij eraan. Macht zonder doel is opportunisme.

Middel en doel

Dat brengt me bij een volgend punt. Het ijkpunt van de vooruitgang is niet zozeer de omvang van de handel of het aantal terabytes in onze computers; het ijkpunt van de vooruitgang zijn wij zelf, de mensen. Vooruitgang is het vermogen om meer mens te zijn, het is de kracht van een samenleving om zo veel mogelijk mensen toe te laten, uit te dagen én te belonen om zo veel mogelijk van hun talenten in te zetten - elk op haar of zijn manier.

Vooruitgang betekent ook dat we dat doen zonder een hypotheek te nemen op de toekomst van onze kinderen. Technologie bijvoorbeeld kan daarbij helpen, maar is geen doel op zich. Concreet betekent dit dat we als samenleving moeten waken over onze basisbehoeften, zoals veiligheid en voedsel, maar dat we door een betere organisatie van de manier waarop we produceren ook kunnen voorzien in behoeftes hoger in de piramide: samenhorigheid, erkenning en zelfontplooiing.

Wat telt, is niet zozeer dat we meer handel drijven, dat er meer geld heen en weer flitst, maar in welke mate dat ons in staat stelt meer mens te zijn. Ik ben dus niet tegen de handel die de globalisering kenmerkt, maar beschouw die als een middel, niet als een doel.

Vanuit dat perspectief zijn er wel degelijk redenen om na te denken over hoe we onze economie beter kunnen maken. De handel en de productie groeien, maar leiden in verhouding steeds minder tot jobs, koopkracht en vooral kansen op een waardig leven. Jazeker, de Chinezen en de Koreanen hebben nu een hoger inkomen, maar de prijs die ze daarvoor betalen is gigantisch: vereenzaming, stress, depressies, zelfmoordneigingen. Dit economisch model heeft hen geholpen aan de materiële armoede te ontsnappen, maar ze krijgen er een psychologische en sociale ravage voor in de plaats. Welvaart en welzijn opnieuw beter op elkaar afstemmen: ik daag mijn critici uit om mee een antwoord op dat probleem te zoeken.

Ik heb het daarbij nog niet gehad over de ecologische ravage die deze globalisering met zich meebrengt. Ik snap het gewoon niet: hoe kunnen wij in dit land bijvoorbeeld aanvaarden dat de lengte van de vervuilende vrachtwagenstroom als synoniem van vooruitgang wordt aanvaard? Een echte, goed functionerende markt is er een die de verdoken kosten beperkt en die mensen in staat stelt in te schatten hoe bijvoorbeeld hun aankoop hun leefomgeving beïnvloedt.

Dat is dus een tweede uitnodiging aan mijn critici: hoe kunnen we de markt en de globalisering transparanter maken en de externe kosten terugdringen?

Op eigen kracht

En een derde vraag die ik hen wil stellen: waarom is lokaal zo slecht? Telkens als ik oproep te streven naar een meer zelfredzame economie met kortere ketens, wordt dat door de vooruitgangsdenkers weggezet als een terugkeer naar de kerktorenmentaliteit van de middeleeuwen. Wel, duidelijk is alvast dat het fijne leventje van dit beperkte kringetje kosmopolieten, waartoe ik mezelf ook reken, niet door iedereen gedeeld wordt.

Ik vermoed ook dat de meesten voor een groot deel van hun leven gebonden zullen zijn aan een bepaalde plek. Daar is niets mis mee, lijkt me. Nabijheid schept ook meer positieve wederkerigheid: als we wonen en werken op dezelfde plek, wordt het waarschijnlijk duidelijker hoe we in deze economie elkaar beïnvloeden en van elkaar afhangen. De essentie is dus dat we opnieuw meer op eigen kracht voorzien in de essentiële behoeften en dat we met de globalisering vooral uitwisselen wat ons bijzonder maakt op het gebied van stijl, smaak, cultuur, wetenschap en technologisch vernuft.

Tot slot: waarom wordt elke poging om de globalisering te verbeteren met een karikatuur weggezet als een poging om de markt kapot te maken? Het is net deze globalisering die drijft op ongeziene marktverstorende overheidsinterventie, op geldverruiming door centrale banken, op staatsschuld, op gratis krediet van staatsbanken, op subsidies voor transport, op subsidies voor fossiele brandstoffen...

Ik ben ervan overtuigd dat we die interventies kunnen beperken als we door meer transparantie en door enkele krachtige regels het speelveld van de markt naar een hoger niveau tillen, bedrijven toelaten duurzaam te produceren en mensen aan een baan te helpen in de nabijheid van onze steden, en daarmee onze eigenheid versterken. Elke markt heeft spelregels nodig: hoe zouden we die spelregels het best bepalen opdat de economische groei weer vooruitgang wordt?

Verder bouwen

Dit is een tijd om uit onze ideologische loopgraven te kruipen: politici, academici... Uiteindelijk, dat hoop ik althans, voeren we het debat - elk vanuit onze eigen theorieën en ideologieën - in de eerste plaats om een positief verschil te maken. Jazeker, we moeten waken over onze erfenis: het humanisme, de verlichting, de sociale beweging, de duurzaamheidsrevolutie. Dat zijn één voor één bewegingen die we in Europa in gang gezet hebben.

Nu moeten we verder bouwen, verder groeien, van groei vooruitgang maken. De enige vooringenomenheid die ik mezelf gun, blijft de volgende: er is maar één ijkpunt van de vooruitgang en dat zijn wij zelf, mensen, met al onze talenten en gebreken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234