Dinsdag 07/12/2021

Wordt Bart De Wever de nieuwe Hugo Schiltz?

De N-VA is ‘back in town’ als een partij die het spel mee bepaalt. Van outsider - halvelings outlaw - is ze opnieuw een potentiële beleidspartij geworden. Zo gaat dat in de Wetstraat: de macht van het getal is de eerste voorwaarde voor respect voor de mens, de partij. En nu de N-VA 13,1 procent heeft,dwingt die partij weer het respect af dat de Volksunie had in de jaren zeventig. Is de N-VA de opvolger van de VU? Kan Bart De Wever een nieuwe Hugo Schiltz zijn? Wil hij het? Durft hij dat?

Eigenlijk was er zondag maar één echte winnaar, de N-VA. Meer nog dan de sp.a met Stevaert in 2003 of VLD met Verhofstadt in de jaren negentig, staat (of valt) de N-VA met de figuur van haar voorzitter-lijsttrekker-populaire Piet: Bart De Wever. De Vlaams-nationalisten hebben vroeger nog zulke voorzitters gehad. Bert Anciaux in de jaren negentig - horresco referens, zal De Wever denken - en van de late jaren zestig tot de vroege jaren negentig vanzelfsprekend de flamboyante Hugo Schiltz.In Van Binnenuit bekeken, de politieke memoires van ex-VU-kopstuk Evrard Raskin, schildert die een portret van Schiltz waarbij de vergelijkingen met Bart De Wever zo in het oog springen (alleen dateert het boek uit 1980, toen De Wever nog een balorige uk was): “Schiltz was een allround man, beslagen op ieder terrein van de politiek. Zijn streven was erop gericht van de VU een ‘volwaardige’ partij te maken. Een ander gebied waarop Schiltz zich gelden deed, waren de public relations. Dit bracht met zich dat hij al na korte tijd, voornamelijk via allerhande contacten met de pers en via radio en televisie, tot de bekendste Volksuniefiguur in Vlaanderen uitgroeide.”Vervang Schiltz door De Wever en VU door N-VA, en je hebt een portret van de nieuwe sterke man van het Vlaams-nationalisme. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de N-VA-kopman en de oude VU’er - die trouwens ooit zijn mentor was. In zijn voorkomen was Schiltz every inch a gentleman, de laatste ‘heer van stand’ van de Wetstraat. Zelfs zijn dictie was voornaam. De Wever ziet eruit als de frituurballen die hij zo graag eet. Hij is spits, maar altijd volks. De Wever is academicus geweest, hij moet zichzelf niet meer bewijzen als hij in de spiegel kijkt. Maar net als Schiltz is De Wever een politieke vedette. Voor Schiltz was de eerste VU-voorzitter Frans Van der Elst dat niet, na Schiltz was Vic Anciaux dat evenmin. Voor De Wever was Geert Bourgeois evenmin een vedette. Schiltz wilde Vlaams-nationaal wegen én zijn partij verruimen. De Wever heeft dat alleszins ook gewild. Zeker toen hij in 2006 Jean-Marie Dedecker lijmde om zijn N-VA-rangen te vervoegen. En zijn programma waarmee hij naar de verkiezingen toog, was allerminst eng-nationalistisch. N-VA heeft bijvoorbeeld een ongewoon uitgewerkte ‘sociale component’ aan haar programma. Zeer Vlaams, dat wel, maar zeker niet asociaal. De blauwdruk werd geleverd door een recent boek van de Leuvense N-VA’er Danny Pieters, waarvan de presentatie werd ingeleid door... Guy Peeters, algemeen secretaris van de Socialistische Mutualiteiten. Ook Frank Vandenbroucke heeft Pieters’ boek (en dus de N-VA-visie) gelezen, niet alleen met veel aandacht, maar vaak ook met opperste instemming. En De Wever vertaalde dat in zeer praktische campagne-eisen als ‘een Vlaamse hospitalisatieverzekering’ - op het adjectief na had dat zo uit een sp.a-brochure kunnen komen.

De Slimste Politicus

Zo bloeide en groeide N-VA. Gedragen door de eigen kracht, en natuurlijk geholpen door de omstandigheden. Bijvoorbeeld: door de dubbele koers van het Vlaams Belang. Er wordt met Bruno Valkeniers een voorzitter aangesteld die respectabiliteit moet uitstralen, een man ook met credits in de Vlaamse beweging. Maar Valkeniers haalde het niet van De Wever, en dus liet De Winter in de aanloop naar de verkiezingen zijn partij kantelen naar ranzig antimoslimgedoe. En tegelijk profileerde de CD&V zich wijselijk niét als een Vlaamse partij. Hoe breed hij ook is, De Slimste Politicus dook in dat gat. En zorgde voor een klinkende verkiezingsoverwinning.Zo is het trouwens altijd gegaan. Bij de N-VA denkt men vaak dat de geschiedenis bewees dat alleen een hard Vlaams-nationalistisch profiel de partij vooruit heeft geholpen. Dit is aantoonbaar historisch fout. Toen de Volksunie in de jaren zestig stelselmatig doorgroeide van een kleine tot een middelgrote partij, was dat vooral omdat het Vlaams-nationalisme véél breder werd vertaald. De Volksunie speelde een decisieve rol bij het protest tegen de sluiting van de Mijn van Zwartberg in 1966 en bij het Leuvense studentenprotest in 1968. Natuurlijk had dat een zware taalkundige component (tegen de Franskiljonse industriëlen, voor Leuven Vlaams, voor Walen Buiten), maar de VU kreeg zo ook een modern, fris, rebels elan. De met het conservatisme koketterende Bart De Wever zal het niet graag horen, maar destijds was de Volksunie de partij die het nauwste aansloot bij de soixant-huitards, die de geest van de jaren zestig capteerde. Ten bewijze: in 1963 rondt de VU voor het eerst de historische kaap van 10 procent (11,3 procent). In 1971 benaderde men het dichtst de grens van de 20 procent. Met 18,8 procent werd de VU zelf merkelijk groter dan de liberale PVV (16,3). Tussen haakjes: de geschiedenis kan cynisch zijn, want dezelfde verkiezing dat De Wever en N-VA triomferen, hebben Lambert en ex-Spirit, nu SLP, zichzelf irrelevant gemaakt als zelfstandige politieke formatie. Nog meer cynisme: op de verkiezing dat Bart De Wever een resem backbenchers mee in het parlement sleurt (alleen in Antwerpen zijn er zés N-VA’ers, met notoire onbekenden als Liesbeth Homans, Sophie De Wit of Vera Celis), die dag moet ex-VU’er Bart Somers ontslag nemen als Open Vld-voorzitter, wordt Bert Anciaux niet verkozen op een sp.a-lijst, en verliest zelfs die andere ex-VU-voorzitter Jaak Gabriels zijn parlementszetel, voor het eerst sinds 1977. Terwijl de uitleg en analyse van die andere politici altijd was dat de VU - en bij uitbreiding het Vlaams-nationalisme - afgedaan had als zelfstandige politieke stroming. Haakjes dicht.Maar verkiezingen winnen is historisch gezien niet het eerste probleem van het Vlaams-nationalisme, evenmin als de publieke opinie achter zich krijgen, of zich gesteund weten door een luide en ijverige Vlaamse Beweging. De hamvraag is altijd: wat doen ná de verkiezingen? Hoe omgaan met de gekregen stemmen en zetels, en dus met de macht? En dan speelt natuurlijk het zelfbeeld van de eigen geschiedenis zoals veel N-VA’ers die zien. Die memoires lezen als volgt: in het verre verleden won de Volksunie (VU) vaak de verkiezingen, maar telkens na harde en zeer taalkundige oppositie. Pas toen de VU staatshervormingen mee onderhandelde, toen Hugo Schiltz zijn partij meetrok in het ‘participationisme’, kwamen de electorale klappen. Met als dieptepunt het Egmonttrauma.

Verraad aan Vlaanderen

Op het eerste gezicht klopt dat zelfbeeld. In 1977 doet Schiltz zijn VU het zogenaamde Egmontpact goedkeuren. Die staatshervorming wordt door de Vlaamse Beweging evenwel als een ‘verraad aan Vlaanderen’ gezien. Bij de verkiezingen van 1978 beleefde de VU de grootste electorale ramp uit zijn geschiedenis: van 16,3 naar 11,5 procent, van 20 naar 14 Kamerzetels. Na een periode van herstel in de jaren tachtig, komt de tweede grote electorale dreun er in 1991. De partij was toegetreden tot de laatste regering-Martens met de belofte aan een grote staatshervorming. Die zou in fases verlopen. De beloofde “derde fase van de staatshervorming” - de echte reden waarmee de VU-leiding haar achterban had kunnen overtuigen in een regering te stappen - wordt voortdurend uitgesteld. Nadat voorzittter Jaak Gabriels wel honderd keer in interviews had geëist “dat de derde fase er moest komen” en stilaan een karikatuur van zijn eigen eisende zelf aan het worden was, is de maat vol. De VU had stilaan niet alleen een gezwollen gezicht (van de aanhoudende kaakslagen), maar ook beurse vuisten (van voortdurend op tafel te kloppen). In de zomer van 1991 lokt een gefrustreerde VU een regeringscrisis uit over de Waalse wapenexport. Dat lag in de lijn van zowel haar Vlaamse als haar pacifistische verleden, en men hoopte dus op een electoraal kassucces van jewelste. Peilingen ondersteunden die euforie, en Jaak Gabriels werkte het ambitieuze plan uit om én Vlaams-nationaal te blijven, én te verruimen tot een Vlaamse zusterpartij van D66. De VU was niet alleen bezig met de zelfstandigheid van Vlaanderen, maar wilde dat Vlaanderen ook inhoudelijk invullen: ontzuild, goed bestuurd, welvarend en sociaal, groen en bedrijvig tegelijk. Weerbaar tegen de Walen, maar voor het overige zeer vredelievend. Vond de kiezer dit alles te mooi om waar te zijn? Bij de daaropvolgende verkiezingen kreeg de VU haar tweede levensbedreigende dreun: men had op (grote) winst gehoopt, men zakte onder de historische grens van 10 procent. Het leidde tot algemene desillusie, zelfs tot defaitisme. Voorzitter Jaak Gabriels hield het voor bekeken en trok uiteindelijk naar de nieuwe VLD van Guy Verhofstadt. En toen de VU in 2001 mee de Lambermontakkoorden sloot, splitste de partij uiteindelijk in grote blokken, eerste drie, dan twee: N-VA en Spirit. Met andere woorden: je zou als Vlaams-nationalist voor minder een trauma overhouden aan staatshervormingen, als deze onderhandelingen je drie meest historische nederlagen veroorzaakten. En dat speelt extra mee bij de N-VA, want die partij is niet zomaar een Volksunie bis. De oude VU was een redelijk brede partij, met evenzeer een links-travaillistische als extreem rechtse vleugel, met onderhandelingsgezinde Vlamingen, zij het de ene al meer (Hugo Schiltz) dan de andere (Wim Jorissen), met nijvere maar wat grijze juristen (Frans Baert), en vooral met veel flamboyante figuren. Wie kent wijlen Mik Babylon (1935-2006) nog? Babylon, die in het parlement op de vuist ging met José Happart, een gevecht tot bloedens toe. Babylon, die de noord-zuidverbinding blokkeerde omdat hij in zijn trein aan de noodrem trok, letterlijk, omdat de conducteur geen woord Nederlands sprak. Babylon, die in het katholieke Roeselare, in katholieke tijden, als actief parlementslid maar eeuwige vrijgezel opeens een kind blijkt te hebben verwerkt bij de echtgenote van een voormalige klasgenoot.

Hoogst mogelijke prijs

De N-VA groepeert meer dan tien grijze muizen, en samen vormen die eigenlijk één fractie van de voormalige ex-VU: de groep die meestal geneigd was ‘neen’ te zeggen tegen een communautair akkoord, maar ofwel over de streep gehaald werden door een meer onderhandelingsgezinde top, ofwel bij interne stemmingen in de minderheid gesteld werden.Dat is natuurlijk de groep waarmee het echt kwaad kersen eten is om een meerderheid en een regering te vormen. Omdat ze communautair de hoogst mogelijke prijs eisen. Omdat ze vervolgens niet erg flexibel zijn als andere partijen willen afdingen op die ‘prijs’. En omdat ze zelfs bij het afdingen, slechts compromisjes aanvaarden in één richting. Namelijk binnen het kader en volgens de koers van de ‘doctrine-Baert’ (naar hogervermelde VU’er Frans Baert). Vlamingen mogen stap voor stap onderhandelingen aangaan, hield die voor, maar elke stap moest aan drie criteria voldoen: “1. Zijn de stappen vooruit substantieel in de richting van Vlaamse onafhankelijkheid? 2. Is de prijs niet te hoog? 3. Zitten er maatregelen die verdere Vlaamse zelfstandigheid/onafhankelijkheid hypothekeren, dat wil zeggen: die ‘onomkeerbaar’ zijn?” Zelfs de Spiristen aanvaardden dit kader, dat was bijvoorbeeld de reden dat ze het paarse compromis voor B-H-V uiteindelijk niét wilden aanvaarden.Al heeft N-VA te veel last van koudwatervrees. Een gedetailleerde blik op de geschiedenis zou hen immers leren dat communautaire akkoorden sluiten niét letaalVlaams-nationalisten zien dat globale verhaal niet graag. Ze zien vooral dat de VU in 1974, na het grote succes van 1971, de eerste grote terugval kent en meer dan 50.000 kiezers verliest (al valt de zetelverdeling mee: plus één). Ze wijten dat aan de komst van de nieuwe VU-voorzitter Hugo Schiltz, die meteen regeringsonderhandelingen had aangeknoopt, maar ze vergeten dat de VU de vorige jaren overal tégen had gestemd, ook tégen de oprichtingJean-Luc Dehaene overtuigt Schiltz om de staatshervorming van 1989 te steunen en vicepremier te worden in de regering-Martens. Zoals al geschreven: na dat avontuur kent de VU in 1991 haar tweede existentiële dreun - terug naar 9,3 procent. Ondanks een verkiezing die in het teken stond van de communautaire spanningen en een VU die zeer principieel was. Waarop voorzitter Gabriels en een hele kliek naar de VLD trok, en de nieuwe voorzitter Bert Anciaux a) met een kleine groep verder moest, b) de VU ‘progressiever’ maakte (waardoor gehaaide conservatieven als Jef Valkeniers en Herman Candries de VU-deur dichttrokken) en c) de VU, vanuit de oppositie, het risico nam toch een staatshervorming te steunen, het Sint-Michielsakkoord. En geheel tegen de radicale Vlaams-nationale wetmatigheden haakt de kiezer niet af. In 1995, bij verkiezingen die niét over communautaire kwesties gaan, maar over Agusta en de sociale zekerheid, haalt een zo goed als gehalveerde partij die toch mee had onderhandeld en compromissen gesloten, een alleraardigst resultaat. Bij de eerste rechtstreekse verkiezing van het Vlaams Parlement klokken Anciaux en Schiltz en co. met 9 procent zelfs beduidend hoger af dan de uitslag in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. “Dat is de beloning van Vlaanderen aan de VU, en dat vind ik niet eens onlogisch en zelfs verdiend”, was de terechte commentaar van SP-voorzitter Louis Tobback.

De losse ‘club’ ID

Ook al zou het nadien relatief snel aflopen met de VU (de desintegratie begon toen Anciaux met ID zijn eigen losse ‘club’ binnen de VU oprichtte), toch had en heeft de partij een palmares. De partij verloor vaak (niet altijd) stemmen en zetels door haar participationisme, maar ze won iets anders. Ze won namelijk meer zelfstandigheid voor Vlaanderen. Dat is de fundamentele afweging van Hugo Schiltz. Hij was bereid een prijs te betalen. Hij riskeerde namelijk stemmen- en zetelverlies. Maar hij wist wat hij - gegarandeerd - won. Zijn geloof in die pas-bij-passtrategie schreef hij neer in een meesterlijk, zelfs ontroerend essay: Gedaan met treuren en zeuren, een antwoord op Gedaan met geven en toegeven van Mark Grammens. “Ik behoor tot de groep van Vlaams-nationale politici”, schreef Schiltz, die “na de ramp van Wereldoorlog II en de daarop volgende repressie de strijd hebben heropgenomen voor de verwezenlijking van Vlaams zelfbestuur. En die hiervoor de weg kozen van de federalisering van de Belgische staat. Dat heeft mij ertoe gebracht aan verkiezingen deel te nemen, politieke akkoorden af te sluiten, deel te nemen aan regeringen en ministeriële ambten te aanvaarden, inclusief auto’s met chauffeur, en secretaressen passend bij het interieur.”Vraag is: durft Bart De Wever met een stemmenpercentage dat vergelijkbaar is met dat van Schiltz destijds, de moedige koers van de VU van toen herhalen. Niet treuren en zeuren, maar geven en toegeven, en via akkoorden met Franstaligen een beter Vlaanderen (en wellicht ook beter België) bouwen? Of blijft hij een roeper, verplicht om steeds harder en heser te schreeuwen, om zo toch hoorbaar te blijven boven het steeds luidere applaus van een Vlaamse Beweging. Wordt hij een groot politicus, of vermaakt hij vooral zijn publiek?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234