Dinsdag 22/10/2019

Wetenschap

Worden we steeds dommer? ‘Ons IQ daalt volop, met catastrofale gevolgen’

Beeld Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Decennialang ging het gemiddelde IQ van de mens in stijgende lijn, maar die trend lijkt nu te keren. Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat het gemiddelde IQ in sommige westerse landen aan het dalen is. Worden wij dommer? Het recente onderzoek naar taalvaardigheid bij hogeschoolstudenten lijkt dat te bevestigen. Heeft het westerse IQ zijn piek bereikt? Waaraan zou die groeiende dommigheid kunnen liggen? Wij poogden met ons ijlings teruglopende en sowieso al zeer beperkte verstand één en ander uit te zoeken.

De Nieuw-Zeelandse moraalfilosoof James Flynn ontdekte in de jaren 80, nadat hij IQ-gegevens uit meer dan 35 landen had onderzocht, dat het wereldwijde IQ in de loop der jaren almaar steeg. Hij werd op slag wereldberoemd, en het naar hem genoemde Flynn-effect werd door later onderzoek bevestigd. Maar de laatste jaren verschenen er studies die aangaven dat het gemiddelde IQ in sommige West-Europese landen sinds halverwege de jaren 90 niet langer stijgt, en zelfs achteruitgaat. Een fenomeen dat intussen in zoveel landen is vastgesteld dat men over een ‘negatief Flynn-effect’ is gaan spreken.

En vorig jaar nog kwamen ook Noorse onderzoekers van het Ragnar Frisch Centre for Economic Research met een spraakmakende studie op de proppen. Een analyse van meer dan 700.000 IQ-tests, afgenomen bij dienstplichtigen tussen 1962 en 1991, wees uit dat het gemiddelde IQ in Noorwegen sinds halverwege de jaren 70 met liefst zeven IQ-punten per generatie was afgenomen. Gegevens uit onder meer Nederland, Frankrijk, Duitsland, Australië en andere Scandinavische landen lijken die trend te bevestigen. Wat is er aan de hand? Worden we écht dommer? Vinden we ‘Nonkel Jef’, ‘Gert Late Night’ en ‘Rucki Zucki’ straks het mooiste en beste wat de mensheid ooit heeft voortgebracht? Pertinente vragen voor Dimitri van der Linden, bijzonder hoogleraar psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Mocht u ons hier en daar op een domme vraag betrappen: wij hebben een excuus!

Dimitri van der Linden: “Beroemde negentiende-eeuwse wetenschappers als Charles Darwin en Francis Galton speculeerden al over een dalend gemiddeld IQ. Daarna is het idee wat in de vergetelheid geraakt, tot het in 2013 werd opgerakeld door een artikel van de Britse onderzoeker Michael Woodley. De titel van dat artikel was: ‘Waren de victorianen slimmer dan wij?’ In de victoriaanse tijd (1837 tot 1901, red.) bestonden er nog geen IQ-tests, maar Galton had wel een eenvoudige test uitgevonden om de reactietijd van proefpersonen te meten. Mensen moesten daarbij op een knop drukken wanneer een lamp ging branden. Woodley en co. hebben die test herhaald en daaruit bleek dat de reactietijd nu opmerkelijk genoeg trager was dan die van de proefpersonen meer dan honderd jaar geleden. De reactietijd geeft aan hoe snel je hersenen werken. En het vermogen om snel informatie te verwerken, hangt voor een deel samen met intelligentie. Woodley berekende dat het IQ er sinds de victoriaanse tijd 1,23 punt per decennium op achteruit was gegaan, of 14 punten in totaal.

“Op die resultaten kwam natuurlijk een hoop kritiek, bijvoorbeeld over hoe de meetapparatuur van de negentiende eeuw totaal anders was, maar Woodley heeft die makkelijk kunnen weerleggen. Zijn bevindingen sloten ook aan bij andere vaststellingen die op een daling van het gemiddelde IQ wezen, onder andere de toename van kleurenblindheid en autisme.”

Beeld RV

Wat heeft kleurenblindheid met IQ te maken?

Van der Linden: “Het vermogen om details te onderscheiden, bijvoorbeeld subtiele kleurverschillen, hangt samen met intelligentie. Het lijken allemaal kleine dingetjes, maar als je het grotere plaatje bekijkt, lijkt er wel degelijk iets aan de hand te zijn.”

Dimitri van der Linden. Beeld rv

U hebt in 2016 meegewerkt aan een artikel waarin alle studies over ‘het negatieve Flynn-effect’ werden geanalyseerd. Zo wilden jullie achterhalen wat de oorzaak van de IQ-daling zou kunnen zijn.

Van der Linden: “We hebben studies uit Estland, Nederland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Denemarken en Noorwegen gevonden die een daling van het gemiddelde IQ vaststelden. Het effect is nog niet heel sterk, maar je kunt er niet omheen: jarenlang is het IQ in die landen gestegen, en nu is die stijging gestopt of is er een daling.”

Gaat het om een grote daling?

Van der Linden: “Het varieert per land, van zo’n 0,5 tot 3 IQ-punten per decennium. Dat lijkt niet superveel, maar als de trend zich doorzet, wordt het over zoveel jaar natuurlijk wél substantieel.”

Welke mogelijke oorzaken hebben jullie bekeken?

Van der Linden: “We hebben onderzocht of het misschien zou komen omdat mensen op latere leeftijd kinderen krijgen, omdat de kans op afwijkingen dan groter is. Maar daar hebben we geen aanwijzingen voor gevonden.

“We hebben ook het verschil tussen mannen en vrouwen bekeken. Uit sommige studies zou namelijk blijken dat vrouwen iets lager scoren op IQ-tests dan mannen. Als dat klopt – wat wij overigens helemaal niet beweren – en er nu verhoudingsgewijs meer vrouwen zouden zijn, kan dat ook een effect hebben. Maar zo’n effect bleek niet te spelen. Dat het IQ van mannen en vrouwen zou verschillen, heeft overigens al voor veel discussie gezorgd. Iedereen lijkt het er wel over eens dat mannen wat beter zijn in ruimtelijk inzicht en vrouwen waarschijnlijk iets hoger scoren op verbale tests, maar of er tussen de twee seksen ook een verschil is in algemene intelligentie, is lang niet duidelijk.

“We hebben ook onderzocht – en dat is misschien een nóg delicater punt – of migratie een invloed kan hebben. Sommige studies tonen aan dat bepaalde landen op IQ-tests gemiddeld relatief lager scoren en andere gemiddeld wat hoger. Voor die verschillen zijn al diverse verklaringen geopperd: het zou kunnen liggen aan omgevingsfactoren, voeding, culturele invloeden, of stimulansen om goed te studeren, of echt fundamentele verschillen tussen mensen. Voor elk van die argumenten is er wel wat bewijs en onder wetenschappers wordt er nog altijd druk over gediscussieerd. Maar ook voor deze these konden we geen bewijs vinden.”

Onderzoek naar intelligentie is zeer beladen. Het valt op hoeveel onderzoekers als pseudowetenschappers of zelfs halve nazi’s worden weggezet.

Van der Linden: “Alles wat met erfelijkheid te maken heeft, ligt zeer gevoelig. Je hebt nu eenmaal niet graag het idee dat je het product bent van aangeboren eigenschappen waar je zelf geen vat op hebt. Vooral omdat die van mens tot mens verschillen en dus niet iedereen met gelijke mogelijkheden aan de start komt. Dat je jezelf kunt verbeteren en je voor een groot deel maakbaar bent, is een veel plezieriger idee.

“De geschiedenis heeft ook uitgewezen dat theorieën over genetica tot rare en schadelijke denkbeelden kunnen leiden. Het is niet zonder risico om met dit onderwerp bezig te zijn. Je kunt de raarste dingen naar je hoofd krijgen, en het wordt alleen maar erger. Misschien heeft het wel met sociale media te maken, waar mensen elkaar opzwepen zonder veel kennis van zaken. Daarom is er ook zo weinig onderzoek naar intelligentie. Terwijl mensen het vreemd genoeg wel een interessant onderwerp vinden.”

Extremisten

Volgens sommigen heeft de daling van het IQ te maken met de digitalisering van de wereld. De vele schermpjes waarmee we ons omringen, zouden onze cognitieve functie en ons concentratievermogen hebben aangetast.

Van der Linden: “Het probleem is dat je oorzaak en gevolg moeilijk kunt vaststellen. Scoren mensen slechter op een IQ-test omdat ze te veel met schermpjes bezig zijn? Of worden mensen die sowieso slechter scoren op zo’n test gewoon meer aangetrokken door zulke schermpjes?”

Zou het dan kunnen liggen aan de afnemende kwaliteit van het onderwijs? In Vlaanderen is dat al enige tijd een thema.

Van der Linden: “Ook hier stelt zich weer de vraag wat oorzaak en gevolg is. Misschien is het feit dat het onderwijs achteruitgaat net een weerspiegeling van de daling van het IQ. En niet de oorzaak.”

Beeld RV

Waar zou het dan wél aan kunnen liggen?

Van der Linden: “De meest gangbare hypothese is dat het met onze genen te maken heeft. We weten dat intelligentie voor een groot stuk erfelijk bepaald is. Hoogopgeleiden hebben gemiddeld minder kinderen dan laagopgeleiden: dat kun je gewoon terugvinden in de statistieken. We weten ook dat er een sterke samenhang is tussen opleidingsniveau en intelligentie. Als je dat bij elkaar optelt, kan het niet anders dan dat het gemiddelde IQ daalt.

“Het rare is dat het lang omgekeerd was. Mensen met een hogere status, en dus vaak ook een hogere intelligentie, hadden vroeger juist méér kinderen. Zij hadden meer overlevingskansen en konden dus meer kinderen succesvol grootbrengen. Halverwege de negentiende eeuw keerde dat: door de industriële revolutie en de verbeterde levensomstandigheden daalde de kindersterfte en kregen lageropgeleiden meer kinderen.

“Daarnaast heb je nog genetische effecten. Mensen met bepaalde geestelijke of lichamelijke afwijkingen overleefden vroeger vaak niet. Omdat onze levensomstandigheden sterk verbeterd zijn, treedt die natuurlijke selectie niet meer op. Intelligentie is bovendien sterk erfelijk, maar in het DNA dat wordt doorgegeven, kunnen foutjes sluipen. Als die zich ophopen, kan dat leiden tot een achteruitgang van bepaalde eigenschappen, onder andere ook intelligentie.

“Er waren dus twee bewegingen: het gemiddelde IQ daalde, maar tegelijk stegen de IQ-scores. Dat valt niet met elkaar te rijmen, maar die twee curves lopen gewoon door elkaar heen. De IQ-scores stegen omdat onze levensomstandigheden – onderwijs, voeding, opvoeding – veel beter werden en, volgens Flynn, omdat ons brein door de wereld waarin we leven ook steeds vaardiger is geworden in het oplossen van het soort puzzels en opgaven dat je in IQ-tests krijgt. En de daling die al veel langer aan de gang was, hebben we lang niet opgemerkt, omdat de stijging door omgevingsfactoren sterker was. De daling in sommige landen zou kunnen betekenen dat de stijging haar limiet heeft bereikt, en de factoren die voor een daling zorgen de overhand krijgen.”

Volgens een andere hypothese zou in bepaalde landen het gemiddelde IQ zijn maximum bereikt hebben en kunnen mensen daar niet intelligenter worden.

Van der Linden: “Daar lijkt het op. Het effect treedt op in landen waar het leven heel goed is.

“Je kunt het vergelijken met de lengte in Nederland. Nederlanders zijn gemiddeld de langste mensen ter wereld. Jarenlang is die lengte blijven toenemen, maar de laatste tijd blijkt die trend te stoppen en misschien zelfs een beetje terug te lopen. Op een bepaald moment stopt het gewoon.”

De onderzoekers van de vorig jaar verschenen Noorse studie zagen ook een daling van het IQ van generatie op generatie binnen dezelfde familie. Hun conclusie was dat de daling dus niet te wijten kon zijn aan genetische factoren, maar wel aan omgevingsfactoren zoals onderwijs, veranderde voeding, leesgedrag en online gespendeerde tijd.

Van der Linden: “De studie sluit de genetische hypothese niet uit. Als het gemiddelde IQ bij de bevolking afneemt, betekent dat ook dat je kinderen partners krijgen uit een familie bij wie het gemiddelde mogelijk lager ligt. Op die manier kun je een daling binnen families zien optreden. Men heeft ook nooit beweerd dat genetica de enige verklaring is. Integendeel, we gaan er nog altijd van uit dat verschillende factoren een rol kunnen spelen.”

In welke mate kunnen omgevingsfactoren een invloed hebben op het IQ?

Van der Linden: “Voeding kan een relatief sterk effect hebben. Als je als kind ondervoed bent, kan dat later een aantal IQ-punten schelen. Ook fysiologische factoren als stress kunnen een rol spelen. Stress heeft bij kinderen sterke effecten op het lichaam, de ontwikkeling en op de hersenen.”

Obesitas zou ook een negatieve invloed hebben.

Van der Linden: “Dat is dan vooral bij volwassenen. Als je ouder wordt, daalt je IQ sowieso een beetje. Dat komt onder andere omdat de doorbloeding van je hersenen minder wordt. Mensen met obesitas hebben over het algemeen óók een wat mindere doorbloeding, waardoor de achteruitgang eerder kan optreden.”

Blijft het IQ, los van die lichte daling op latere leeftijd, tijdens ons leven gelijk?

Van der Linden: “Op jonge leeftijd ken je natuurlijk een grote stijging. Ergens in je twintigerjaren bereik je je piek, en dat blijft een tijdje zo, tot het op oudere leeftijd een beetje begint af te nemen. Maar over het algemeen blijft het stabiel.”

Volgens sommigen zou het ook aan de meetmethode kunnen liggen. Er zijn vragen over de betrouwbaarheid van de IQ-test. In het beste geval is zo’n test een momentopname: als iemand slecht heeft geslapen of ’s morgens niet heeft gegeten, kan dat een invloed hebben op het resultaat. Mensen kunnen zich ook oefenen in het soort opgaven waaruit IQ-tests bestaan, waardoor ze hoger scoren en hun IQ kunstmatig kunnen opkrikken.

Van der Linden: “Akkoord, als je moe bent, kan het misschien een paar punten schelen. En je kunt je een beetje trainen, dat klopt. Maar dat zijn geen argumenten om te zeggen dat de test niet werkt. De data spreken voor zich: mensen met een hogere IQ-score doen het gemiddeld beter op school, hebben later beter werk of een hogere status.”

Er zijn ook stemmen die vinden dat IQ-tests te veel de nadruk leggen op logische en wiskundige vaardigheden. Eigenschappen als motivatie, persoonlijkheid en creativiteit – ook mogelijke tekenen van intelligentie – worden niet gemeten.

Van der Linden: “Moeten al die eigenschappen onder intelligentie vallen? Als je praat over intelligentie, heeft bijna iedereen wel een idee wat je daarmee bedoelt. Ook al zeggen ze dat ze het niet zo belangrijk vinden: iedereen weet wel of iemand slim is of niet, en wat dat min of meer betekent. Anders gezegd: als je laag scoort op een IQ-test, heb je over het algemeen minder kans om dokter of advocaat te worden.”

Nog een terugkerende kritiek: we leven in een technologische wereld die andere vaardigheden vereist en waarin intelligentie zich ook anders uitdrukt dan pakweg dertig jaar geleden. IQ-tests zijn daar niet aan aangepast.

Van der Linden: “Dat denk ik niet. Intelligentie draait om het vermogen om problemen op te lossen, de juiste beslissingen te nemen en informatie snel en efficiënt te verwerken, en dat blijft van alle tijden.”

Heeft men ooit onderzocht welke maatschappelijke en economische gevolgen een daling van het gemiddelde IQ zou kunnen hebben?

Van der Linden: “Volgens sommige studies zou er een samenhang zijn tussen de gemiddelde intelligentie en de economische vooruitgang van een samenleving. Vooral de intellectuele toplaag speelt daarbij een rol: zij, de allerslimsten onder ons, moeten ervoor zorgen dat de boel economisch, technologisch en juridisch blijft draaien. In de complexe wereld waarin we leven, is het zeer belangrijk om genoeg mensen te hebben die met ingewikkelde problemen kunnen omgaan. De theorie is dat de hele samenleving daarvan profiteert. Een hogere welvaart is goed voor de sociale relaties en voor het welbevinden van een samenleving. Hoe hoger het IQ, hoe beter ook de jobs die mensen kunnen krijgen en hoe hoger hun inkomen. Hoe intelligenter mensen zijn, hoe productiever en efficiënter ze ook zijn op hun werk, en hoe beter dat is voor de economie.

“Als het gemiddelde IQ daalt, dan krijg je een omgekeerde beweging: minder verstandige geesten aan de top, onderaan de ladder minder mensen die een goeie baan vinden of zelfs werkloos blijven, een lagere productiviteit en dus ook minder economische vooruitgang. Er zouden ook meer mensen zijn die sneller hulpbehoevend worden en niet meer zelfstandig kunnen leven, wat de samenleving een hoop geld zou kosten.

“De hele maatschappij zou worden aangetast, en dat kan zelfs een weerslag hebben op de politieke stabiliteit. Dat wordt door ander onderzoek bevestigd: landen met een gemiddeld lager IQ kennen meer sociale en politieke onrust. Men heeft ook onderzoek gedaan naar de intelligentie bij extremisten, aan beide kanten van het spectrum, en daaruit zou blijken dat mensen met een hoger IQ daar toch iets minder vertegenwoordigd zijn, om het diplomatisch uit te drukken.”

Sommige wetenschappers leggen een verband tussen het dalende IQ en het aantal belangrijke uitvindingen dat wordt gedaan.

Van der Linden: “Als we echt minder intelligent worden, zou dat betekenen dat er helemaal aan de top van de piramide ook minder superintelligente mensen zijn. En het zijn vaak net die mensen die voor grote doorbraken zorgen. En ja, het aantal grote uitvindingen lijkt af te nemen. Maar het zou ook kunnen dat we alle grote dingen gewoon al hebben uitgevonden. In de victoriaanse tijd was er een explosie van spectaculaire uitvindingen, maar toen viel er natuurlijk ook nog veel te ontdekken.”

Hoe zorgbarend is die mogelijke daling nu? Is er een scenario denkbaar waarbij het IQ gestaag blijft dalen en we op een bepaald moment een kritische drempel bereiken?

Van der Linden: “Woodley en co. zijn redelijk negatief en verwachten inderdaad dat ons IQ zal blijven dalen, met alle mogelijke catastrofale gevolgen van dien. De geschiedenis kent tal van voorbeelden van grote beschavingen die op een bepaald moment zijn ingestort.

“Maar uit de geschiedenis is ook gebleken dat de mens meestal toch een oplossing vond toen het er slecht uitzag. Kijk naar de zogenaamde overbevolking. Toen ik jong was, waren er vijf miljard mensen op aarde, van wie de helft ondervoed was. Wat zou dat wel niet worden als we met zeven miljard waren? Dat leek een onheilspellend scenario, maar we zijn nu effectief met zeven miljard en het aantal mensen dat honger lijdt, is sinds die tijd gehalveerd.”

Voor hetzelfde geld begint het IQ in landen waar nu een daling wordt vastgesteld straks ook weer gewoon te stijgen.

Van der Linden: “In het licht van de theorieën die we nu hebben, zou het wel heel gek zijn dat het nu weer spontaan gaat stijgen. Met die mogelijkheid houden we best niet te veel rekening, denk ik.”

288 miljard euro

Er is nog een andere mogelijke verklaring voor een daling van het gemiddelde IQ: steeds meer wetenschappers wijzen in de richting van hormoonverstoorders, een groep chemische stoffen die een invloed zou hebben op de werking van onze hormonen én op de hersenontwikkeling van ongeborenen, baby’s en jonge kinderen. Wat de mogelijke effecten van de talloze andere chemische stoffen zijn waarmee we dagelijks in aanraking komen, is nog onduidelijk. Professor gynaecologie en fertiliteitsexperte Petra De Sutter maakt zich al jaren grote zorgen. En poogt er als politica – ze trok de Europese lijst voor Groen – ook iets aan te doen.

Petra De Sutter: “In een rapport uit 2012 noemde de Wereldgezondheidsorganisatie hormoonverstoorders de grootste bedreiging voor de volkgezondheid. Zeker op lange termijn en voor de volgende generaties. Uit dierproeven blijkt alvast met zekerheid dat ze de cognitieve functies ernstig kunnen aantasten.”

Hoe?

De Sutter: “Als de schildklierfunctie van een zwangere vrouw niet goed werkt, bijvoorbeeld omdat ze een tekort heeft aan jodium, zal het brein van de foetus minder goed ontwikkelen. In de negentiende eeuw stelde men vast dat in Zwitserland opvallend veel kinderen geboren werden met cretinisme. Kinderen met die aandoening hebben geen schildklierfunctie en een zware mentale beperking. In de twintigste eeuw heeft men dan ontdekt dat een tekort aan jodium bij de moeder de oorzaak was. Jodium vind je in kustgebieden, maar niet in de bergen. Door zwangere vrouwen jodiumtabletten te geven, was het probleem opgelost en werden er geen kinderen met cretinisme meer geboren.

”Nieuw onderzoek heeft nu aangetoond dat hormoonverstoorders de schildklierfunctie tijdens de zwangerschap kunnen verstoren. Het WHO-rapport uit 2012 stelt dat er de voorbije twintig à dertig jaar een toename is van het aantal kinderen dat geboren wordt met autisme en gedragsstoornissen als ADHD, en dat hormoonverstorende stoffen daarvan de oorzaak zouden kunnen zijn.”

Petra De Sutter. Beeld James Arthur

Over welke stoffen gaat het dan?

De Sutter: “Bekende hormoonverstoorders zijn pcb’s: stoffen die al jaren verboden zijn, maar vroeger werden gebruikt als koelvloeistof, brandvertrager, verf, inkt en lijm. Omdat ze heel traag afbreken, zitten ze nog overal in het milieu. Men heeft ze zelfs in het vetweefsel van ijsberen en pinguïns teruggevonden, zozeer zijn ze over de aardbol verspreid.

“Daarnaast zijn er nog hele groepen nieuwe hormoonverstoorders waarvan we de werking en de toxiciteit nog niet kennen. Men schat dat er een achthonderdtal zijn. Stoffen als bisfenol en ftalaten, die onder andere als weekmakers in plastic worden gebruikt, heeft men al onderzocht. Maar over de meeste andere stoffen weten we nog relatief weinig. Intussen blijven die stoffen alomtegenwoordig: in onze voeding, in het water dat we drinken en zelfs in de lucht die we inademen.”

Zijn die stoffen alleen schadelijk voor ongeborenen? Of hebben ze ook later nog een effect?

De Sutter: “Voor baby’s en jonge kinderen zijn ze ook schadelijk. Ze zijn het gevaarlijkst in de periode dat het lichaam nog in volle ontwikkeling en dus het kwetsbaarst is. De hersenen zijn pas volledig volgroeid op de leeftijd van 25 jaar.”

Gaat het alleen om hormoonverstoorders, of zijn er nog andere stoffen die een invloed hebben op het IQ?

De Sutter: “Er zijn ook chemische stoffen die inwerken op de neurotransmitters, de chemische boodschappers van de hersenen. En bepaalde pcb’s kunnen in hoge concentraties cellen doden, en dus ook hersencellen. Al die effecten kunnen door elkaar voorkomen.

“Misschien moet er ook wel een bepaalde genetische voorbestemdheid zijn om vatbaar te zijn voor die effecten, en is de ene mens gevoeliger dan de andere. Je levensstijl kan ook een factor zijn. Er zijn bijvoorbeeld mensen die gevoeliger zijn voor het effect van roken op het ontstaan van longkanker.”

Er lijkt op Europees vlak wel iets te bewegen: het Europees Parlement nam vorige maand een resolutie aan waarin het de Europese Commissie vraagt om tegen juni 2020 een wetgeving voor te stellen die de bevolking beter moet beschermen tegen hormoonverstoorders.

De Sutter: “Geen moment te vroeg. De Europese Commissie heeft jaren geleden al gezegd dat er een wetgeving rond hormoonverstoorders moet komen.

“Klassieke chemische stoffen zijn meestal gewoon giftig: hoe meer je ervan binnenkrijgt, hoe groter het effect op de gezondheid. Hormoonverstoorders werken echter op een totaal andere manier: ze verstoren de werking van onze hormonen en de effecten daarvan zijn veel moeilijker aan te tonen, ook omdat ze pas op langere termijn merkbaar zijn. Je hebt ook zogenaamde cocktaileffecten, waarbij de negatieve effecten van combinaties van stoffen elkaar kunnen versterken. In tegenstelling tot de klassieke chemische stoffen kunnen lagere dosissen soms ook schadelijker zijn dan hogere. Dat maakt het moeilijker om die stoffen te reguleren, want welke concentratie is dan aanvaardbaar? Men zoekt al lang naar een goeie manier om ze te reguleren, met als gevolg dat er nog altijd weinig of geen wetgeving is. Ook al omdat sommige landen flink tegenspartelen uit vrees dat hun chemische industrie getroffen wordt.”

De Hoge Gezondheidsraad heeft ook in ons land al aan de alarmbel getrokken. Kan men op nationaal niveau geen maatregelen nemen?

De Sutter: “Uiteraard. België kan op dat vlak zelfs een voortrekkersrol spelen. De Senaat heeft vorig jaar nog een rapport goedgekeurd waarin de regering wordt opgeroepen de bevolking tegen deze stoffen te beschermen en strenger te zijn dan wat Europa oplegt. Frankrijk en Denemarken doen dat ook.”

De resolutie van het Europees Parlement kwam er onder andere na een stevig rapport van de Frans-Britse biologe en endocrinologe Barbara Demeneix. Bij de presentatie van dat rapport zei Demeneix dat we nog heel veel niet weten over deze stoffen.

De Sutter: “Als we wachten tot we alles weten, zullen nog een paar generaties serieuze gezondheidsschade oplopen. Als er genoeg argumenten zijn om bepaalde stoffen te verbieden of aan banden te leggen, vind ik het schuldig verzuim om dat niet te doen. Kijk naar asbest, tabak of naar het DES-hormoon (dat aan zwangere vrouwen werd gegeven, red.). Ook in die gevallen waren er al lang vermoedens of zelfs bewijzen dat ze schadelijk waren, maar heeft het zeer lang geduurd voor men ingreep. Waarom? Omdat een aantal bedrijven er zeer rijk van werd. Die fout mogen we niet opnieuw maken. Zelfs als we nu optreden, zullen er veel kinderen aan die stoffen blootgesteld zijn die er de rest van hun leven de gevolgen van moeten dragen.

“De kost van de gezondheidsschade die hormoonverstoorders veroorzaken, is ook enorm: het gaat om 46 tot 288 miljard euro per jaar, alleen al voor de Europese Unie. Ter vergelijking: het Europese budget is 155 miljard euro.”

Ondertussen blijven die stoffen mogelijk hersenschade aanrichten. Hoe ernstig moeten we de situatie inschatten?

De Sutter: “Belangrijk is nu dat we goed onderzoeken wat er aan de hand is. We moeten de zaak ernstig nemen. Maar ik zou toch niet panikeren. Ik verwacht niet dat we over twintig of dertig jaar allemaal zwakbegaafd zullen zijn.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234