Woensdag 08/12/2021

Worden alle appels even snel bruin als je ze snijdt?

Als je een appel snijdt, oxideren de cellen die in contact komen met de zuurstof in de lucht en geven ze stoffen af die de bruine kleur veroorzaken, zegt Susan K. Brown, professor aan de tuinbouwfaculteit van Cornell University in de VS.

"De verkleuring heeft vooral te maken met een chemische reactie waarin een enzym, polyfenoloxidase of PFO, optreedt als katalysator", legt ze uit. De fenolische (nutritionele) verbindingen in het fruit oxideren in licht gekleurde verbindingen, chinonen, die op hun beurt donkere pigmenten vormen. "Het PFO-gehalte van verschillende soorten appels loopt sterk uiteen", zegt Brown. Een variëteit kan minder snel bruin worden omdat ze minder PFO of fenol bevat, of door een combinatie van die twee factoren.

Vele populaire appels worden vrij vlug bruin, maar Cornell heeft variëteiten ontwikkeld die minder snel verkleuren dan de meeste soorten op de markt. Andere factoren die het proces beïnvloeden, zijn de rijpheid van de vrucht, de duur van de bewaring en mogelijke behandelingen. Je kunt de verkleuring tegenhouden met een mengsel van citroensap, dat citroenzuur bevat, en water. Maar met vitaminen verrijkt appelsap en citroen- of limoenlimonade werken ook. In de commerciële productie gebruikt men een oplossing van ascorbinezuur (vitamine C).

Niet alleen de mens verliest en vervangt zijn melktanden. Andere primaten doen dat ook, en wel om dezelfde reden: ze hebben verschillende tanden voor verschillende diëten in verschillende levensfasen.

Er zijn drie grote soorten tanden: snijtanden om te bijten en te knagen, hoektanden om te steken en te grijpen, en voorkiezen en kiezen om te kauwen en te vermalen. Zoals alle zoogdieren voeden primaten zich eerst met melk en hebben ze dus geen tanden nodig. Wanneer ze op vast voedsel overstappen, verschijnen de melktanden, die geleidelijk aan door een reeks blijvende tanden worden vervangen.

Volgens Primate Dentition: An Introduction to the Teeth of Nonhuman Primates van Daris R. Swindler (Cambridge 2002) blijkt uit kleinschalige studies dat de orang-oetang met betrekking tot de melktanden van alle apen het meest op de mens lijkt.

De tandvorming kan aanwijzingen opleveren over de ontwikkeling en de evolutie. In een studie die in 1989 in The Journal of Human Evolution werd gepubliceerd, bleek dat gorilla's hun melktanden sneller verliezen dan twee nauw verwante soorten, de orang-oetang en de chimpansee. De onderzoekers vermoedden dat gorilla's vroeger worden gespeend. Hetzelfde verschijnsel is vastgesteld bij fossielen van mensachtige soorten en heeft implicaties voor de snelheid waarmee ze zich voortplantten.

Vingerafdrukken zijn helemaal niet met zogenaamde stemafdrukken te vergelijken, zeggen experts van het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology. In het instituut werken twee onderzoeksgroepen al tientallen jaren met vingerafdrukken en stemherkenning, maar er is nooit een rechtstreekse wetenschappelijke vergelijking gemaakt.

De wetenschap is erin geslaagd de eigenheid van DNA te formuleren, maar met vingerafdrukken of stemmen is dat nog niet gelukt. Stemidentificatie zoals die op televisie wordt getoond, met unieke kenmerken die als puntjes op een indrukwekkende grafiek verschijnen, is een al te eenvoudige voorstelling.

In de praktijk hebben vingerafdrukken volgens de experts een grote voorsprong op de stem. De identificatie van vingerafdrukken is gebaseerd op standaardafbeeldingen en standaardkenmerken van visuele monsters. Stemidentificatie werkt met een ander soort gegevens: geluidssignalen worden omgezet in een digitale stroom van monsters. De theorie achter de unieke kenmerken en zelfs de duur van een standaardstemmonster wordt nog altijd bestudeerd. Het National Institute of Standards and Technology probeert die leemte op te vullen, en nodigde vorig jaar onderzoekers uit op een baanbrekend symposium over stembiometrie.

Beveiligingssystemen met stemherkenning toetsen meestal aan een aantal vooraf opgenomen woorden. Om een afgetapt gesprek te analyseren, is dat niet praktisch. Andere problemen met stemherkenning werden besproken in een artikel uit 2005 in het FBI Law Enforcement Bulletin, 'Person Authentication by Voice: A Need for Caution'.

"Vet zet zich diffuus af, niet in laagjes", zegt Louis J. Aronne, de directeur van het Comprehensive Weight Control Center van het New York-Presbyterian/Weill Cornell Medical Center. "Nieuw vet wordt toegevoegd aan vetcellen die al oud vet bevatten en die dus groter worden."

Wanneer iemand snel bijkomt, kunnen wel nieuwe vetcellen worden gemaakt, maar vormen ze geen lagen. "Als de onderhuidse vetvoorraad om genetische, medische of andere redenen niet al het vet kan opnemen, belandt er meer vet in de onderbuik. Het metabolisch risico is daar groter, omdat het zich in de bloedsomloop van de lever bevindt."

Volgens een studie uit 2008 in het blad Nature wordt het aantal vetcellen van het lichaam in de kinderjaren en de vroege puberteit bepaald. Daarna blijft het constant, zelfs bij sterk gewichtsverlies en zowel bij magere als bij zwaarlijvige mensen. "Dat verklaart waarom gewicht verliezen zo moeilijk is", zegt Aronne. "Wanneer vetcellen krimpen, daalt de productie van leptine, een vetcelhormoon, sneller dan de verdwijning van de vetmassa. Het brein denkt dus dat het meer gewicht heeft verloren dan werkelijk het geval is. Het is ook interessant dat vetcellen niet eeuwig leven, maar dat hun aantal toch op de een of andere manier constant blijft."

Niet alle spinnen maken een web, vertelt Norman I. Platnick van het American Museum of Natural History in New York. Maar spinnen met een web vinden ondersteboven hangen comfortabeler.

"De spinnen vormen een enorme groep met meer dan 41.000 bekende soorten", zegt Platnick, de auteur van de World Spider Catalog van het museum. "En ze doen niet allemaal hetzelfde. Maar ongeveer de helft van de soorten weeft een web om zijn prooi te vangen."

Vele spinnen die een horizontaal of trechtervormig web maken, blijven met de kop naar boven in plaats van te hangen. "Maar als je aan een web hangt, moet je de draad vasthouden. Spinnen gebruiken kleine klauwtjes en haartjes aan de uiteinden van hun poten om de zijdedraden die ze spinnen vast te houden en zich erop voort te bewegen. Ze hebben op hun kop of onderbuik geen structuren waarmee ze kunnen hangen en zich verplaatsen."

Een artikel dat in april online gepubliceerd werd door The Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences onderzocht de oriëntatie van bepaalde spinnen van het geslacht Cyclosa wanneer ze in het middelpunt van hun verticaal, cirkelvormig web zitten. "We hebben vastgesteld dat naar boven georiënteerde spinnen een omgekeerd web met een groter bovenstuk hebben. Bij naar omlaag georiënteerde spinnen is het web normaal en heeft het een groter onderstuk. Bij zijwaarts georiënteerde spinnen is het meer symmetrisch", schrijven de auteurs.

(NYT)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234