Zondag 13/06/2021

Taalcolumn

#Woordvandeweek: Weet u wel wat 'geringeld' is?

Ann De Craemer. Beeld Eric de Mildt
Ann De Craemer.Beeld Eric de Mildt

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: geringeld.

Buurtwinkels. Ze zijn, net als onze dorpen, met uitsterven bedreigd, en ook in kleine steden krijgen ze het steeds moeilijker. Ik woon zelf in zo’n kleine stad, waar ik mezelf gelukkig prijs dat er nog één lokale supermarkt is die niet de naam draagt van een grote winkelgroep maar wel die van de eigenaar: Deweerdt. Met dt.

Fascinerend is dat er verschillende namen voor die supermarkt in omloop zijn en dat de naam die je gebruikt iets vertelt over de generatie waartoe je behoort, of over hoelang je al in in mijn stad woont. Wie alleen maar Deweerdt kent, was er nog niet in de jaren tachtig, want toen was het nog ‘de Sarma’, en daarvoor ‘de Nopri’. Wanneer iemand die ik niet goed ken me vertelt dat hij naar de Sarma is geweest, schept dat meteen een band - of hoe een woord mensen meteen dichter bij elkaar kan brengen.

Taal is verbindend, maar taal kan ook een kloof slaan. Dat ondervond ik woensdag in mijn supermarkt-met-de-drie-namen. Een koppel van tegen de tachtig – hand in hand, alsof ze elkaar net hadden leren kennen – stond links van mij. Met haar leesbril half op haar neus keek de vrouw steeds naar het wachtnummertje dat ze had getrokken, alsof ze bang was dat ze niet aan de beurt zou komen. Dan, de zachte stem van de jongedame achter de toog:

‘Nummer 34!’

De vrouw gooit haar nummertje in de rieten mand op de toog.

‘200 gram geringeld, alsjeblieft.’

Het slagersmeisje hoort het zichtbaar in Keulen donderen.

‘Excuseer?’

‘200 gram geringeld.’

Wanhoop in de blik van het meisje, dat om zich heen kijkt maar geen collega in de buurt ziet.

‘Mevrouw, ik versta u niet. Wat wilt u juist bestellen?

De oudere vrouw, nu met onverwacht luide stem:

’200 gram geringeld!’

Plots had ik door wat er aan de hand was: het was niet dat het meisje niet verstond wat de vrouw zei, maar ze begreep het niet. Misschien dacht ze zelfs aan de tv-serie Bevergem, waar de zin ‘levenslange geringeld, levenslange gesjareld’ meteen een klassieker werd, al betekent ‘geringeld’ daar iets totaal anders.

Het meisje was intussen rood aangelopen. Tijd voor een taalinterventie, dacht ik.

‘Je weet waarschijnlijk niet wat geringeld betekent?’

Opgeluchte blik van de jobstudente, die een jaar of twintig moet zijn geweest.

‘Nee’, lachte ze.

‘Geringeld is een soort gezouten spek. Toch?’, zei ik tegen de oudere vrouw.

Ook zij keek verbaasd en lachte en wendde zich tot het meisje. ‘Ah ja, vaneigens. Ken je dat niet?’ ‘De jeugd’, hoorde ik haar denken.

Ja, de jeugd en de typische woordenschat van het West-Vlaams. Het sterkste bewijs dat ons dialect aan het verdwijnen is, is precies dat jongeren het kenmerkende idioom ervan niet meer onder de knie hebben. Hun accent is vaak wel nog dialectisch, maar de woordenschat beheersen ze nog amper. Ze hebben de dialectwoorden vervangen door woorden uit het AN, of de tussentaal, of de straattaal, of, vooral, het Engels. Bossen, awesome, torie en skrt zijn voor ouderen even onbegrijpelijk als geringeld voor jongeren. Het gekke is dat jongeren zich met hun snel veranderende taaltje voortdurend bewust van ‘de rest’ distantiëren, terwijl een pak van de woordenschat van ouderen ook voor distantie zorgt, maar onbewust en zonder dat hun taal nog verandert. Taal als fossiel tegenover taal als mutant.

Zelf beschouw ik me niet als ‘oudere’, maar ook ik gebruik vaak woorden die jongeren doen fronsen. ‘Senteirn’ voor waterput; ‘keppekeutel’ voor verwend kind(je); ‘weegaarde’’ voor evenknie; ‘affeseren’ voor opschieten. Omdat ik die stilaan vergeten woorden zo mooi vind, heb ik er twee jaar geleden een boekje over gemaakt, Craemers West-Vlaams Vergeetwoordenboek. Wat er niet in staat maar er wel had in gekunnen, is ‘naar de wuppe’, de uitdrukking die ook buiten West-Vlaanderen bekend is door het lied van Wannes Cappelle.

Omdat ik tijdens lezingen vaak ondervind hoezeer mensen zulke vergeetwoorden koesteren, heb ik het plan om een Vlaams Vergeetwoordenboek te maken, dat alle dialecten aan bod laat komen. U kunt me daarbij helpen. Stuur woorden waarvan u merkt dat uw kinderen ze niet meer kennen naar anndecraemer@gmail.com en vermeld erbij bij wat uw woonplaats is. Of gebruik op Twitter de hashtag #Vlaamsevergeetwoorden en laat u verbaal eens goed gaan. Als mijn collectie groot genoeg wordt, verzamel ik ze in een boek, zodat het goud van onze streektalen niet helemaal naar de wuppe gaat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234