Donderdag 19/09/2019

WOOL is COOL

I love Mr. Mittens, Howlin', Wehve... Jonge Belgische labels die succes oogsten met hun wollige breisels. Ondanks het prijskaartje zwichten we met meer en meer voor hun schijnbaar eenvoudige knitwear. En dat terwijl ook die spotgoedkope fast fashion welig tiert.

Het begon met de trui van inspecteur Sarah Lund uit de Zweedse krimi The Killing; een gezellig, handgebreid exemplaar van het Faeröerse label Gudrun & Gudrun. Plots was breien opnieuw in de mode. Wellicht vooral omdat de doorsneetwintiger geen 400 euro veil had voor een afgewerkt exemplaar, maar ook door de heropleving van de doe-het-zelfgedachte, met dank aan de hipsterbeweging.

Eind jaren 90 vestigde een groep jongeren zich in Williamsburg, Brooklyn. Ze wilden een goedkoop alternatief voor Manhattan, zonder de stedelijke levensstijl te moeten opgeven. Na een tijdje werden er ook steeds meer stilistische eigenschappen toegeschreven aan deze groep. Het hipsterdom verenigde aspecten van verschillende subculturen uit het verleden en was daarbij vooral op zoek naar authenticiteit. Door die collage van elementen uit het verleden en heden, het minder benadrukken (of zelfs ontkennen) van een echte samenhang en de smeltkroes van stijlen, smaken en gewoontes viel de hipstercultuur moeilijker te definiëren.

Naarmate ze zich verder ontwikkelde, kwam er de associatie met zware brillen, opafietsen, retro rugzakken, oldschool regenjassen, indiebands en een milieuvriendelijke doch stedelijke levensstijl. Plots was de hipsterstijl te koop en geen uitzondering meer; de verschillende aspecten ervan worden nu geassocieerd met mainstreamcultuur. Vandaar dat bedrijven die verwijzen naar authenticiteit, zoals zelfstandige koffiebars, foodmarkets en ecologische cosmetica, maar ook duurzame (wollen) kledinglabels en de DIY-(brei)trend, zich zo populair kunnen maken.

Gesine Holschuh, oprichtster van het Belgische Wehve, dat zachte, fairtrade poncho's en sjaals maakt: "We omringen ons graag met authenticiteit, we zoeken naar spullen met een verhaal en zichtbaar vakmanschap; zelfs machinaal breiwerk heeft over het algemeen die handgemaakte feel of look. En er is vandaag veel keuze aan interessante knitwear, bij nieuwe en bestaande labels. Er is veel creativiteit en een grote keuze. Plus: de seizoenen zijn minder extreem, er is een lange periode waarin je enkel een extra laagje nodig hebt. Gebreide items zijn daarvoor perfect."

Volgens Google Trends steeg in het Verenigd Koninkrijk het aantal zoekopdrachten naar breiwerk het voorbije jaar met 53 procent. Tutorials, patronen en inspiratie worden gedeeld via het internet, op Pinterest, Instagram en YouTube. Dat breiwerk in is, heeft ook een psychologische grond. Zelf dingen willen maken, blijkt een terugkerend verschijnsel bij economische stress en maatschappelijke verandering: met je handen werken en iets creëren, voelt goed. Door zo vaak voor een scherm te hangen, missen we bovendien echt tastbare resultaten. De benodigdheden en basisvaardigheden voor handwerk zijn eigenlijk minimaal tegenover wat je ermee kunt bereiken. Het ritmische, repetitieve van breien, naaien of haken, heeft bovendien bewezen therapeutische voordelen, het verhoogt de serotonineproductie en verbetert je psychische welzijn.

Therapeutisch breiwerk

Die psychologische basis is er ook voor het afgewerkte product. Comfort is al enkele seizoenen een terugkerend thema in de mode. Het voorbije jaar heeft de wereldpolitiek aangetoond dat we in de meest onzekere tijden leven, een comfy XL trui biedt de veilige cocon die we nodig hebben. De oversizedknitwear in dikkere garens op de defilés voor deze winter, onder meer bij Christopher Raeburn, JW Anderson en Joseph, contrasteren erg met het maatwerk en de shapewear van enkele jaren geleden die ons lichaam bijna in een harnas dwongen.

Ook de Belgische Ellen Kegels (30) biedt met LN|Andes luxueuze knitwear die ze laat maken door (intussen al meer dan 350) jonge moeders uit de Peruviaanse Andes. Maar je kunt ook zelf met de wol aan de slag: "Baby alpaca, of een ander natuurlijk kwaliteitsgaren, is niet alleen aangenaam om te dragen, het is ook heel fijn om zelf met te werken. Creatief bezig zijn is vandaag, in de uiterst hectische maatschappij, een heerlijk eenvoudige manier om te ontstressen. Maar klanten die onze alpacagarens kopen om zelf aan de slag te gaan, gaan vaak ook voor een kant-en-klaar stuk. Die mix maakt het net zo leuk."

Kegels bracht deze maand een nieuw boek uit. Met haar derde brei- en haakboek, In de wolken, richt ze zich deze keer op de allerkleinsten.

Webrevolutie

Ook het internet is verantwoordelijk voor de revival van de breinaald, en niet alleen door de onlineverspreiding van de trend. Dankzij computer en internet hebben mensen relatief makkelijk toegang tot nieuwe technologieën om te creëren en samen te werken, op manieren die eerder ondenkbaar waren. Gebruiksvriendelijke digitale productiemiddelen en onlinediensten verlagen de drempel om zelf te gaan produceren. Fundraising zorgt dat je als ondernemer afhankelijk blijft van traditionele geldschieters, online marktplaatsen koppelen wereldwijd klanten en kopers aan elkaar. Dit alles doet een heel nieuwe generatie van kleinschalige, onafhankelijke bedrijfjes ontstaan die de 'Maker Movement' wordt genoemd. Het DIY-label Wool and the Gang haalde enkele jaren geleden 1 miljoen Britse pond (1,2 miljoen euro) op via crowdfunding om te kunnen groeien in de VS. Toen Cara Delevingne in 2014 een muts van hen opzette (en er uiteindelijk ook zelf eentje breide) werd dat gedeeld met haar miljoenen Instagram-volgelingen. Ook hun netwerk van breifanaten had nooit kunnen ontstaan zonder hun aanwezigheid op het web.

Graag traag

In de rand van het DIY-gebeuren ontwikkelen zich merkjes, zoals dus Wool and the Gang - of het Belgische equivalent LNKnits - die van hun fairtrade wol ook afgewerkte stukken laten breien. Deze zijn bedoeld voor wie geen tijd, zin of talent heeft om een bol wol in een hippe cardigan om te zetten. Daarnaast is het een reactie op goedkope wegwerpkleding. Ze maken duurzame kleding via een transparant productieproces, met breien als een van de wenselijke productiemethodes voor slow fashion.

De traditionele mode-industrie is gebaseerd op geglobaliseerde massaproductie waarbij kleding binnen enkele weken van designteam naar winkelier gaat. Door de laatste modetrends aan spotprijzen te verkopen, shoppen consumenten makkelijk meer dan ze nodig hebben. Deze overconsumptie heeft een prijs die betaald wordt door het milieu en de arbeiders. Aan het steeds hogere tempo dat dit gebeurt, zullen ook de maatschappelijke en ecologische gevolgen versnellen.

Slow fashion heeft als missie dat proces te vertragen. Het verenigt het groene en ethische in een beweging, waarbij innovatieve bedrijfsmodellen worden aangemoedigd: onafhankelijke ontwerpers, vintage, recyclage, modeverhuur, switching en repair clubs. Er is ook plaats voor traditionele methoden van kleding- en textielproductie (zoals artisanale breitechnieken) die betekenis geven aan je kleding. Meestal worden ook lokale gemeenschappen ingezet om hun kennis te beschermen, hun ambachtelijke methodes aan te moedigen en hen economisch vooruit te helpen. Door het verhaal achter een kledingstuk te vertellen of de klant te laten deelnemen aan het proces, is er ruimte voor creativiteit, identiteit en betrokkenheid. Gesine Holschuh van Wehve: "Onze fans houden van het concept, de duurzaamheid, de traceerbaarheid ervan, het aanmoedigen van lokaal vakmanschap en oude technieken, maar ook van hoe ze zich in een Wehve-sjaal voelen. Het is een zeldzame combinatie van gezelligheid en veelzijdigheid. Bovendien gaan de sjaals niet uit de mode, je houdt ze voor altijd - voor veel mensen een verademing in het tijdperk van de wegwerpkleding."

Klaar voor kwaliteit

Het promoten van waardevolle, tijdloze stukken in plaats van vluchtige trends zorgt ervoor dat kledingstukken langer meegaan. Slow fashion-ontwerpers garanderen die langere levensduur met hoogwaardige stoffen en basic snits. De prijs ligt vaak hoger omdat de productie duurzaam verloopt, tegen een eerlijk loon.

De zachte poncho's en sjaals van het Belgische Wehve worden ontworpen door Marine Halna du Fretay - meer dan twintig jaar styliste bij Hermès - en geproduceerd door een vrouwencollectief in Zuid-Amerika. Ze kunnen voor een eerlijk loon in hun eigen dorp werken en tegelijk de ambachtelijke wol- en weeftraditie bewaren. Die eenvoudige luxe, geproduceerd met respect voor het milieu en de ambachtslieden in natuurlijke materialen, zorgt voor een hogere prijs: "De zeer fijne merino komt voor 100 procent van corriedale-schapen, die buiten gekweekt worden op grote landgoederen in Uruguay. We gebruiken ook Mulberry Silk, ongelooflijk zacht en van zeer goede kwaliteit. We spinnen de garens lokaal en kleuren ze in kleine batches van drie kilogram voor een mooie en sterke kleurdiepte die industrieel niet mogelijk is. De ambachtslieden werken tegen de voorwaarden van de World Fair Trade Organisatie, dat betekent hogere salarissen, betere en flexibele werkomgevingen en absoluut geen kinderarbeid", vertelt oprichtster Gesine Holschuh.

Veronique Vermussche van het Belgische Tuinch haalt haar superzachte kasjmier bij nomaden in de Himalaya, ateliers in Kasjmir, Nepal en Ladakh verwerken het tot haar luxueuze ontwerpen: "Het kasjmier wordt behandeld zoals het eeuwen geleden al gebeurde. Mijn klanten stellen de kwaliteit op prijs, ze krijgen een bijzonder stuk dat door de seizoenen heen kan gedragen worden. Ze houden van het aparte en luxueuze aanvoelen van de authentieke, echte, pure kasjmier op de huid. In Europa slaat het vooral aan omwille van de kwaliteit, het verhaal, het ecologische aspect en anti-fast fashion-gehalte. Mijn klanten kiezen niet tussen Tuinch en Zara, ze zijn sowieso op zoek naar iets speciaals, iets wat niet iedereen heeft."

Dat een groep consumenten klaar is voor het antifastfashion-verhaal bevestigen ook de broers Jan en Patrick Olyslager van het Belgische Howlin'. Hun duurzame knitwear, geproduceerd in West-Europa, oogst internationaal succes. "We zijn beiden fans van de 'buy local'-gedachte, daarom produceren we in België, Ierland en Schotland. Ook wij zien de interesse groeien, niet zozeer in een specifiek product maar in waar het stuk vandaan komt en wat de compositie is. Wij focussen in onze collecties op 100 procent natuurlijke, kwalitatieve garens en lokale productie. We krijgen veel positieve reacties maar klanten zijn soms ook verwonderd als we uitleggen dat een item in België wordt geproduceerd. Mensen gaan bewuster om met voeding, vleesconsumptie, hun ecologische voetafdruk, CO2-uitstoot, maar ook kleding. Een bepaalde doelgroep is op zoek naar kwalitatievere spullen en heeft daar ook meer geld voor over."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234