Zondag 05/12/2021

Wonen móét anders

Volgens Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen en ontslagnemend minister van Wonen Freya Van den Bossche moeten we anders, collectiever, gaan wonen. De tijd dringt. Vijf proefprojecten tonen hoe dat minstens zo gezellig is, maar dan wel goedkoper, socialer en groener.

Wie een huis zoekt, zal merken dat betaalbare en kwalitatief volwaardige woningen zeldzaam zijn geworden. Maar er is meer aan de hand. Een perfecte storm bedreigt onze wooncultuur. Alle kernthema's van de verkiezingen, zoals vergrijzing, mobiliteit, werk, armoede of klimaat, zijn er innig mee verbonden. Overal staat de barometer op storm.

Vlaanderen heeft door de bevolkingsgroei tegen 2030 nood aan ruim 300.000 nieuwe woningen. De vergrijzing vereist daarnaast ettelijke zorgflats en bejaardenhuizen. Steden hebben daarvoor geen plaats meer. Stadsvernieuwingsprojecten redden hen de laatste twintig jaar van de ondergang, maar die facelift maakte ze zo populair dat ze onderhand uit hun voegen barsten. Ondertussen hadden we geen oog voor buiten- of voorstedelijke gebieden zoals de Antwerpse 20ste-eeuwse gordel. Niet sexy genoeg. Na de Tweede Wereldoorlog grepen lintbebouwing en verkavelingen er om zich heen, maar daar zullen de nieuwe woningen moeten komen. De proefprojecten richten hun pijlen dan ook op deze gebieden.

Regeltjes

Dat lukt nooit met vrijstaande huizen met hun eigen lapje grond. De woningvoorraad die door de vergrijzing vrijkomt, biedt al evenmin soelaas. Die huizen zijn vaak stilaan onbruikbaar of onverkoopbaar. Het ideale gezin waarvoor ze bedacht werden, is al lang niet meer de standaard. Stookkosten swingen door slechte isolatie de pan uit. Dichtslibbende wegen maken ze onbereikbaar. Dat laat bejaarden met een kater na: hun appeltje voor de dorst verschrompelt zienderogen. Jonge gezinnen of alleenstaande ouders raken dan weer gefrustreerd door het gebrekkige aanbod.

Maar ook de maatschappelijke kosten van 'huisje-tuintje' werden ontoelaatbaar hoog. Lokale overheden en nutsbedrijven bezwijken onder de kosten van wegennet en nutsvoorzieningen. Elke Vlaming ziet met lede ogen aan hoe het landschap hopeloos verknoeid is en lijdt onder extreme luchtvervuiling. Hoe ga je daar 300.000 woningen bij proppen?

Geen wonder dat in de bouwwereld nervositeit heerst. Het verdienmodel van na de Tweede Wereldoorlog staat op de helling. Ontwikkelaars tasten nieuwe concepten zoals co-housing en collectief wonen af die ze tot voor kort nog afdeden als gedaas van geitenwollen sokken. Ecologie en duurzaam bouwen werden, alvast op papier, een vanzelfsprekendheid. Radicale innovatie zoals die van de proefprojecten komt dus niets te vroeg.

Dat is echter buiten de wet gerekend. De enigen die geen spoor van onrust vertonen zijn de administraties. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is handhaven ze irrelevante regels en plannen die veertig jaar en ouder zijn. Wettelijk kunnen ze ook niet anders. De wet is de wet, en die focust op private eigendomsrechten. Alsof het collectieve niet telt. Zo dwarsboomt de administratie, misschien ongewild maar zeker doelmatig, de noodzakelijke nieuwe en betaalbare woonvormen.

Buiten de lijntjes

Peter Swinnen wil echter niet bij de pakken blijven zitten. Vandaar: proefprojecten. "We hebben voor zes concrete bouwprogramma's als wonen, zorg of brownfields proefprojecten opgezet. Voor elk project werken we samen met de betrokken minister. Zo kunnen we buiten de lijntjes te kleuren, nieuwe concepten testen. Die kunnen ook als voorbeeld dienen voor vergelijkbare situaties. In feite 'misbruiken' we architectuurprojecten om beleidsvoorbereidend werk te leveren."

De proefprojecten zijn zo het startpunt van een leerproces voor alle betrokkenen. Ze ontstonden in recordtempo, maar stuiten wel op praktische en juridische problemen. De stuurgroep moet schoorvoetende lokale overheden wel eens aanporren om hun 'business as usual' op te schorten voor de projecten. Private ontwikkelaars slikken als ze zien wat er op tafel ligt. Krijgen ze dit verkocht, en hoe dan? Ze onderzoeken het nu ijverig.

Ook juridisch zijn er klippen te omzeilen. In Schorvoort, Turnhout, is het plangebied versnipperd over vele eigenaars. Volgens het ontwerp mag de ene zijn terrein vol bouwen terwijl de andere enkel een park mag aanleggen. Financieel een wereld van verschil. Een vernuftig nieuw instrument, de 'grondcoalitie', zorgt er nu voor dat al wie grond inbrengt ook een evenredige return krijgt, ongeacht de bestemming van zijn grond. Ook winst wordt dus gecollectiviseerd.

In het Gentse Meulestede Noord werd dan weer een 'community land trust' opgezet: mensen kopen er huizen, maar zonder de grond, die in gemeenschappelijk beheer blijft. In de VS is die formule al lang gemeengoed. Hier werd ze nooit eerder toegepast. Zonder het proefproject was dat nooit gelukt.

"We noemen dit dan ook niet zomaar proefprojecten", zegt Peter Swinnen. "De stuurgroep stuurt, 'piloteert' zeer actief, met stevige hand." Misschien staan we zo aan de vooravond van een cultuuromslag die even ingrijpend zal blijken als die van na de Tweede Wereldoorlog. Nodig is ze in elk geval.

Creatief met binnengebied

Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen vroeg in januari 2013 aan vijf ontwerpteams prikkelende nieuwe ideeën voor collectief wonen te bedenken. Dat gebeurde niet in het wilde weg. Elk team nam een typische Vlaamse 'toestand' onder de loep.

Een mooi voorbeeld is de studie van het team rond architecten van Office Kersten Geers en David Van Severen en landschapsarchitect Bas Smets. Zij focusten op de bovenmaatse bouwblokken, tientallen hectare groot, langs de oude steenwegen rond Leuven.

Die 'blokken' zijn resten van oude landbouwverkavelingen. Binnen het blok heersen ongerepte natuur, overstromingsgebieden en/of heuse landbouw. Toch horen ze tot de invloedssfeer van een stad die zucht onder de druk op de woningmarkt.

Laat zo'n gebied aan een verkavelaar over en het resultaat is voorspelbaar. Ze knippen het op met straten die zoveel mogelijk private kavels mogelijk maken. Elke woning heeft een voortuin, garage en achtertuin. Zo haal je twaalf woningen per hectare. Weg landbouwgrond of natuur. Duur is het ook, maar die kosten (riolering, gas, water, elektriciteit) zijn voor de gemeenschap. De baten zijn voor de eigenaars. Tot de dag dat ze er uren over doen om hun 'home sweet home' te bereiken...

Stalinistisch

Het alternatief oogt strenger, bijna stalinistisch. Dwars op de randen van het bouwblok planten de ontwerpers lange stroken gebouwen - gekantelde appartementen eigenlijk - neer in nette, evenwijdige rijen. Auto's moeten achterblijven in randparkings. Van daar gaat het te voet of met de fiets verder langs wegels. Tuinen zijn beperkt tot zones die tegen de huizen aan hangen. Op die manier wordt het gebied verdicht tot vlot twintig woningen per hectare.

Is dat de hele winst? Allerminst. De 'return' voor de bewoners is gigantisch. De spartaanse organisatie biedt ruimte voor weidse natuur en speelgronden. Lokale landbouwproductie maakt zelfs een biomassacentrale mogelijk. De waterhuishouding speelt in op het natuurlijke landschap. Verdichting, landschap en autarkie in één. Dat gaat weliswaar ten koste van het eigen baksteentje of hoektorentje, maar was dat echt zo belangrijk? Alvast hoef je geen tijd meer te verspelen aan grasmaaien.

Doorstaat zo'n intrigerend idee echter de 'reality check' van een concrete opgave? Dat was de gok van de tweede fase, die onlangs werd afgerond. De stuurgroep van de proefprojecten nodigde publieke en private opdrachtgevers uit om een terrein voor te stellen om de ideeën te toetsen. Het Antwerpse autonome gemeentebedrijf AG Vespa schotelde Office en Smets net zo'n overmaats bouwblok aan de stadsrand voor. Dat is echter minder idyllisch dan het Leuvense oefenterrein. Het zit geklemd tussen A12 en R11 en wordt doorsneden door een drukke laan die met een tunnel onder de A12 duikt. Het is ook maar 2,5 hectare groot. Bovendien zijn de randen al dicht bebouwd.

Toch doen ook hier de strakke bouwstroken hun werk. Ze zijn wel hoger: vier, plaatselijk zes bouwlagen in plaats van twee of drie. Er zijn er ook maar twee, en ze staan niet strak in het gelid maar zijn wat grillig geplooid om te passen in het lege midden van het blok.

De gelijkenissen zijn echter groter dan de verschillen. Ook hier organiseren ze het vage binnengebied van de site. Onbruikbare wildernis wordt een collectieve, functioneel slim gedifferentieerde ruimte. De nieuwe gebouwen onderdrukken bovendien het verkeer en lawaai van de middenlaan. De neutrale vorm van de blokken blijkt zelfs functioneel een bonus. Een lokale school en zorginstelling bleken al kandidaat om een deel van de strip in te palmen.

Alleen maar voordelen

Wat is er fout met de aloude vrijstaande privéwoning? Om te beginnen dit: het is geen 'aloud' model. Het dateert van na WOII. Toen was het een hefboom voor de economische heropbouw. Bouwmeester Swinnen: "Dat model is niet langer houdbaar. Wonen is in onze cultuur altijd iets collectiefs geweest, al is het om de simpele reden dat men door samen te wonen winsten boekt - sociaal, financieel, ecologisch en ruimtelijk. Niets staat een vernieuwd inzicht in de weg dat individuele woonwensen intelligent koppelt aan collectieve maatschappelijke doelstellingen. De toekomstige leef- en woonpatronen vragen om een meer flexibele woonoplossing en een volwaardige huurmarkt." Collectiviteit is de 'baseline' van de proefprojecten. Als we wonen als een collectief gebeuren en niet als een privézaak opvatten, boeken we op alle terreinen winst, zegt Swinnen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234