Dinsdag 22/10/2019

Woede zonder jihadretoriek

Ergens in de jaren tachtig, toen het communistische regime in Polen geconfronteerd werd met de uitdaging van een misnoegde massa, merkte Jerzy Urban, de officiële woordvoerder van het regime, op tegenover een buitenlandse journalist dat Polen maar twee keuzes had: communisme of dominantie van de katholieke kerk. “Het gaat tussen ons”, zei hij, “en de zwarte madonna van Czestochowa.”

Dat soort waarschuwingen herhalen tirannen in het Midden-Oosten keer op keer, niet het minst in het Egypte van Hosni Moebarak: ofwel de seculiere politiestaat ofwel de islamisten; ofwel Moebarak, ofwel de Moslimbroederschap. Die boodschap was overtuigend genoeg voor westerse regeringen, vooral in de Verenigde Staten, om Moebarak en andere Arabische ‘bondgenoten’ geld en wapens te blijven toestoppen.

Dat plaatst pleitbezorgers van de democratie in de wereld voor een lastig dilemma. De islam, zeggen velen, is een bedreiging voor de democratie. Het Westen verkeert naar verluidt ‘in oorlog met de islam’, om de in Somalië geboren activiste Ayaan Hirsi Ali te citeren. Maar betekent dat dat we de democratie moeten opgeven als islamistische partijen kans hebben om de verkiezingen te winnen?

Dat was de Franse houding nadat het Front Islamique du Salut (FIS) de eerste ronde van de Algerijnse verkiezingen had gewonnen in december 1991. Frankrijk steunde een militaire coup het jaar daarop. Het was ook de houding van de VS nadat Hamas de Palestijnse verkiezingen had gewonnen in 2006. Hamas werd niet erkend. De VS hebben politiestaten gesteund in Egypte, Saoedi-Arabië en Centraal-Azië, ervan uitgaand dat het alternatief erger was.

Die ferme keuze leidt tot een ander dilemma. Gewelddadig optreden resulteert zelden in matiging. Hoe zwaarder religieuze partijen onderdrukt worden in seculiere politiestaten, hoe extremer hun standpunten worden. Ongeacht de drijfveren van het extremisme van Osama bin Laden, hij had nooit zo veel bereidwillige rekruten voor zijn massamoorden gevonden als de regimes in Egypte, Saoedi-Arabië of Algerije minder onderdrukkend en corrupt waren geweest.

Religieuze politiek, of een politiek gebaseerd op een godsdienstig geloof, is niet steevast gewelddadig, zelfs niet in de islamitische wereld. En moslims zijn niet de enigen die in opstand komen tegen seculiere regimes in naam van hun geloof. De uitspraak van Urban bevatte een kern van waarheid: de katholieke kerk speelde een belangrijke rol in de opstand tegen het communisme. Hetzelfde geldt voor de boeddhisten in Myanmar, die zich verzetten tegen de militaire junta. Religieuze organisaties kunnen mensen mobiliseren om in opstand te komen tegen corrupte tirannen. Uiteindelijk zijn de meeste volksopstanden zowel moreel als politiek.

Goddelijk gezag

Het klopt: als religieuzen de politiek overnemen, dan zijn ze nooit democratisch. Dat kunnen ze niet, want religieus gezag houdt in dat je je onderwerpt aan goddelijk gezag, dat per definitie niet rationeel op de proef gesteld wordt. Toen ayatollah Ruhollah Khomeini en zijn volgelingen in 1979 de Iraanse revolutie kaapten, werd een democratie onmogelijk. De geestelijke werd een dictator.

Maar dat betekent niet dat politieke partijen waarvan het programma gebaseerd is op geloof niet democratisch kunnen zijn. Christendemocraten vormen geen bedreiging voor de democratie in Europa. De Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij in Turkije, die werd opgericht door islamistische hervormers, was ook niet ondemocratisch (al is de vraag of ze liberaal is).

Een van de interessantste kenmerken van de opstand in Tunesië en Egypte - misschien wel het betekenisvolste kenmerk - is de heel kleine rol die de islamisten gespeeld hebben. In Tunesië was de verboden islamistische partij Ennahdha (Renaissance) afwezig. In Egypte bleef de ook verboden maar wel nog invloedrijke Moslimbroederschap op de achtergrond.

In geen van beide landen loopt er iemand rond die de vergelijking met Khomeini doorstaat. Er was geen gewelddadige jihadretoriek. Wat zo veel mensen de straat op gejaagd heeft, lijkt een gemeenschappelijk gevoel te zijn van economische frustratie, walging voor de officiële corruptie, en de vernedering onderdrukt te zijn.

Die gevoelens kunnen aanzetten tot religieus geloof en zelfs gruwelijk geweld dat wordt gepleegd in naam van het geloof. Dat effect is nog altijd mogelijk, zeker als de opstand mislukt en meer onderdrukking volgt. Maar zelfs in het beste geval, als er vrije verkiezingen georganiseerd worden, misschien na een interim-regering geleid door vaderfiguren zoals Mohammed ElBaradei, dan nog kunnen islamistische partijen een belangrijke rol spelen. Ook al is ze verboden, toch is de islamitische Moslimbroederschap in Egypte een indrukwekkende organisatie.

Er zijn goede redenen om je daar zorgen over te maken, niet zozeer omdat de islamisten ondemocratisch zijn maar vanwege hun onvrije neigingen. Bepaalde vormen van autoritaristisch bestuur kunnen enige ruimte laten voor economische en andere vrijheden en zijn dan ook verdraagbaarder dan onvrij democratisch populisme. Maar liberaal autoritarisme lijkt een weinig waarschijnlijk resultaat van de huidige opstand. Als er geen verkiezingen uitgeschreven worden, de opstand gewelddadig de kop wordt ingedrukt of een ander autoritaristisch regime de macht overneemt, zullen de gevolgen erger zijn dan als een poging gedaan wordt een democratie in te stellen.

Egypte is niet Iran of Algerije, en dus moet je omzichtig omspringen met parallellen. Maar we hebben gezien wat er kan gebeuren als democratische verzuchtingen gedwarsboomd worden uit vrees voor religieus radicalisme.

De Algerijnse militaire coup in 1992 verpletterde de islamisten, van wie velen inderdaad noch liberaal noch de democratie gunstig gezind waren. Maar de vuile burgeroorlog die volgde - en die nog altijd niet voorbij is - zorgde ervoor dat 200.000 mensen een gewelddadige dood stierven.

Tot dusver waren de menigten in Caïro, Alexandrië en Suez niet gewelddadig en religieus fanatiek. Er werd alleen ernstig gevochten toen aanhangers van Moebarak de menigte aanvielen. Wat er zal gebeuren, is nog altijd moeilijk te voorspellen.

Misschien zal de Moslimbroederschap algemene verkiezingen winnen. Maar misschien ook niet. De Egyptenaren moeten de kans krijgen om die keuze te maken. Hen die vrijheid ontzeggen zal de zaken bijna zeker alleen maar erger maken, en misschien wel leiden tot het soort religieus extremisme dat veel mensen terecht zo hard vrezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234