Zaterdag 29/01/2022

Woede bij de mannen, weemoed bij de vrouwen

Tot dinsdagavond hadden ze in de Munt geen geluk gehad met Mozarts Le Nozze di Figaro. De enscenering van Willy Decker uit de eerste Mortier-jaren werd algauw in de schaduw gesteld door de Mozart-producties van Karl-Ernst Herrmann. Mortier wilde dan als afscheidscadeau een Nozze door regisseur Luc Bondy, maar dat bleek in de precaire financiële situatie die hij achterliet niet haalbaar, zodat Mark Morris in een operaregiedebuut voor een gedenkwaardig debacle zorgde - een afgang in alle betekenissen van het woord. Dat is nu eindelijk rechtgezet.

Nochtans hebben regisseur Christof Loy en dirigent Antonio Pappano niets spectaculairs gedaan. Het decor van Herbert Murauer geeft een kamer weer in een groot, ietwat afgeleefd gebouw, met doorkijkjes naar andere ruimtes en ergens aan de rechterkant een iel boompje achter bedompt glas (de prille liefde als kasplant?). Die ruimte, die ook als een pure theaterruimte, zonder verwijzingen naar een realiteit opgevat kan worden, wordt stemmig belicht in de zachte kleuren van vroege kleurenfoto's. Waar bevindt zich het kasteel van graaf Almaviva? Wellicht ergens in een provinciestad in een Middellandse-Zeeland; alleen daar dragen de dienstboden hun zwarte taffetasjurken zo graaiend om de heupen. Wanneer? Het heeft geen belang: de theatertijd maakt het mogelijk dat we aan een imaginair interbellum worden herinnerd, toen de adel zich voor feesten nog verkleedde in erfstukken uit het ancien régime.

Van bij het begin maakt Loy ons overigens duidelijk dat het om personages gaat, die ons ontroeren omdat zij onze eigen ervaringen en zwakheden voor of achter een theatergordijn uitvergroten of spiegelen. Dat is, vooral op de operabühne, een riskante onderneming, omdat het algauw tot overdrijving en charge leidt. Loy heeft de zaken - waarschijnlijk door minutieus elk gebaar en elke blik voor te schrijven - meestal goed in de hand gehouden. Alleen Figaro (Lucio Gallo, met sonore bariton maar soms iets te weinig 'sprekende' emissie) vervalt gemakkelijk in grote gebaren en bekkentrekkerij, maar na een tijdje begint het je te dagen dat grootspraak en mateloosheid wel eens een wezenstrek van het personage zouden kunnen zijn; telkens weer tracht Susanna (een voor deze rol ongewoon lyrische maar hemels zingende Leontina Vaduva) hem in te tomen.

Bij alle anderen heeft Loy ofwel de menselijkheid (ook wel eens, zoals bij de graaf, de kleinmenselijkheid) laten prevaleren ofwel naar archetypen uit de theatergeschiedenis gegrepen; dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij Bartolo (Brian Bannatyne-Scott), een comedy-capersfiguur, Marcellina (Anne Howells), een soort tante Sidonia, en Basilio (John Graham Hall), een groteske kruising tussen Karl Valentin en Dracula. Menselijkheid spreekt dan weer exemplarisch uit de vrouwen: Susanna, die haar prille levenservaring uit de dienstbaarheid heeft geplukt, en de gravin (ontroerend mooi: Soile Isokoski), die ze uit de teleurstelling en de herinnering haalt (haar teleurstelling lijkt zich in schoenenfetisjisme gesublimeerd te hebben, maar dat doet eigenlijk niet ter zake). Dat zij beiden de sterke karakters van het stuk zijn, blijkt uit heel hun wezen; dat zij daardoor ook de zwaarste tol moeten betalen, is wat wij allen op het einde hebben ervaren. Een interessante duiding krijgt het personage van de graaf (Peter Mattei, een van de mooiste jonge baritons): nog jong, slungelachtig, gespeeld macho-zelfverzekerd. Maar als het ernstig wordt (bij zijn aria 'Vedrò'), kruipt hij als een kind steeds verder weg in zijn zetel. Zo zijn ze, de mannen, in hun woede. Woede: die klinkt soms ook uit Antonio Pappano's vurige directie van het stuk. Pappano laat zich niet vangen door een of andere Mozart-stijl maar musiceert met de buik vanuit de affecten van de partituur. Dat hij daarbij - met name in de tempokeuze, die vooral op de tempowoorden en nagenoeg niet op de maatvoortekening gebaseerd lijkt - toch nog meer de twintigste-eeuwse traditie volgt dan de achttiende-eeuwse objectiviteit, is hem vergeven; de enkele rustige versieringen die hij in de een of andere aria laat zingen zijn gelukkig niet opdringerig maar accentueren alleen de emotie. Woede, en niet liefde, is dus het mannelijke basisaffect van Le Nozze di Figaro, terwijl weemoed het vrouwelijke is. Tussen die twee polen verliest de jeugd haar illusies, ook Cherubino (Katarina Karnéus, conventioneel maar mooi) en Barbarina (Anne Cambier, een heldere, zuiver gevoerde stem, maar iets te koket op het toneel).

Op die manier wordt Nozze niet alleen het politieke leerstuk van Beaumarchais en evenmin de klucht uit het provincietheater, maar een meerdimensionaal psycho- en sociodrama: de nederlaag van de adel wordt inderdaad ten tonele gevoerd (merkwaardig genoeg in een mars in de finale van het derde bedrijf), maar al even goed houdt de gravin ons een spiegel voor waarin we onze eigen ontrouw en liederlijkheid kunnen zien. En in de aria's van het vierde bedrijf - die eindelijk eens niet gecoupeerd zijn - wordt het allemaal nog eens geresumeerd: het verlies van de jeugd bij Barbarina's 'Ho perduto', het lot van de vrouwen in de aria van Marcellina, en de wreedheid en domheid van de mannen in Basilio's ezelsvel-aria. Zelfs Figaro's 'Aprite un po' quegl'occhi' is een soort samenvatting van het mannelijke vooroordeel.

Toch overtuigt dat vierde bedrijf maar gedeeltelijk: ook Loy heeft niet echt kunnen kiezen tussen licht en duister, herkenning en vervreemding, maar heeft uitsluitend met aantrekking en afstoting gewerkt. Dat is niet genoeg om je te doen huiveren - waarbij gezegd moet worden dat ik nog nooit een geheel bevredigende oplossing heb gezien voor dit nachtstuk. Die lijkt er te komen als de acteurs het doek achter zich dichttrekken om naar het feest (welk feest?) te lopen. Maar Loy laat Figaro en Susanna - in een onbegrijpelijke opwelling van publieksvriendelijkheid - elkaar nog eens omhelzen vóór het doek. Fout: er is geen geluk aan het einde van dit stuk. Stephan Moens

Nog voorstellingen op 8, 10, 13, 16, 21, 23, 27, 29 en 31 oktober om 19.30 uur en op 18 en 25 oktober om 15 uur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234