Maandag 12/04/2021

Witte Huis in verdediging gedwongen door negatieve berichten over Irak

Rapport van Amerikaanse wapeninspecteurs: 'Saddam had geen massavernietingswapens'

Edwards en Cheney bekvechten op het scherp van de snee

De Democraten hebben het vice-presidentieel debat in Cleveland, Ohio, aangrepen om een vlijmscherpe discussie te voeren over de oorlog in Irak. Het gebak-kelei tussen de kandidaat-vice-presidenten Edwards en Cheney komt er op een moment waarop het Witte Huis het steeds moeilijker heeft zich te verdedigen tegen een stroom van negatieve rapporten over Irak.

New York

Van onze correspondent

Gert Van Langendonck

Als president George W. Bush vorige week de indruk gaf dat hij eender waar ter wereld had willen zijn behalve op een debat met John Kerry, dan gaf vice-president Dick Cheney dinsdagavond de indruk dat hij veel belangrijker dingen te doen had dan debatteren met John Edwards, zoals Amerika beschermen tegen terroristen vanaf een geheime locatie. Het was mede om die indruk van gewichtigheid te wekken dat de Republikeinen hadden geëist dat het eerste en enige vice-presidentieel debat al zittend zou verlopen.

Want Cheneys rivaal John Edwards is een bekend strafpleiter, iemand die het gewend is om druk gesticulerend door de zaal te lopen. Het gevolg was dat Edwards voortdurend op de punt van zijn stoel zat, en daardoor een wat drifterige indruk maakte, terwijl Cheneys rustige houding leek te zeggen: 'Vertrouw mij, want ik weet wat ik doe.'

Niet geheel onverwachts ging ook het vice-presidentieel debat grotendeels over Irak en de oorlog tegen het terrorisme. Moderator Gwen Ifill viel met de deur in huis toen ze Cheney al in haar eerste vraag confronteerde met twee uitspraken die eerder op de dag in het nieuws hadden gezeten: Paul Bremer, de gewezen Amerikaanse bestuurder van Irak, die in West-Virginia had gezegd dat het Pentagon te weinig troepen naar Irak had gestuurd, en defensieminister Donald Rumsfeld, die op een lezing in New York had gezegd dat hij "geen enkel hard bewijs had gezien van een link" tussen Saddam Hoessein en Al-Qaeda.

Cheney ging de vraag op handige wijze uit de weg door te stellen dat de beslissing om Irak binnen te vallen ingegeven was door "de mogelijkheid dat (Irak) het meest waarschijnlijke verband was tussen terroristen en massavernietigingswapens". Hij zei ook dat de invasie van Irak "de juiste beslissing was" en dat "als ik het allemaal opnieuw kon doen, ik precies dezelfde handelswijze zou aanbevelen".

Maar Edwards zou geen strafpleiter zijn als hij Cheney zo makkelijk had laten ontsnappen. "U bent nog altijd niet eerlijk met het Amerikaanse volk, mijnheer de vice-president", zei Edwards, die daarmee niet voor het eerst in dit debat de regel overtrad dat de kandidaten niet het woord tot mekaar mogen richten. "Mijnheer, de vice-president", zei hij even later, "er is geen connectie tussen 11 september en Saddam Hoessein. De 9/11-commissie heeft dat gezegd. Uw eigen defensieminister heeft het gezegd. En u heeft gesuggereerd dat er wel zo'n verband is. Dat is er niet."

Cheney liep recht in de val. "De senator heeft zijn feiten verkeerd", antwoordde hij, "ik heb nooit gesuggereerd dat er een connectie bestaat tussen Irak en 9/11."

Als er één nieuw fenomeen is in deze presidentiële campagne, dan is het wel dat de kandidaten meer dan ooit op hun vingers worden gekeken. Bijna alle media hebben researchteams achter de hand die elke boude uitspraak van de kandidaten op haar waarheidsgehalte onderzoeken. En dus gaf Chris Matthews van het programma Hardball de researchers van MSNBC prompt opdracht om in de archieven te duiken om Cheneys claim te logenstraffen. MSNBC vond een uitspraak van Cheney terug uit het eigen programma Meet the Press op 14 september 2003 waarin hij zei: "Als we succes boeken in Irak, zullen we een beslissende slag hebben toegebracht in het hart van de basis - de geografische basis om het zo te zeggen - van de terroristen die ons nu al jaren naar het leven staan, en dat in het bijzonder op 9/11 hebben gedaan."

Het was op zijn minst een suggestie dat Irak achter 9/11 zat. Precies dit soort dubbelzinnig woordgebruik heeft ervoor gezorgd dat een jaar geleden liefst 70 procent van de Amerikanen nog altijd dacht dat Saddam persoonlijk achter 9/11 zat - vandaag is dat nog altijd 40 procent -, ook al hebben zowel president Bush als zijn nationaal veiligheidsadviseur Condoleezza Rice toegegeven dat daar geen enkel bewijs voor bestaat.

De opeenstapeling van negatieve berichten over Irak dwingt de regering-Bush steeds meer in een verdedigende positie. Rumsfeld kwam dinsdag al op zijn woorden terug. Hij zei dat hij verkeerd begrepen was, en dat hij altijd heeft gezegd dat er een verband was tussen Irak en Al-Qaeda. Maar mogelijk veel schadelijker was de uitspraak van Bremer dat het Pentagon te weinig troepen naar Irak heeft gestuurd, en dat zijn vraag om meer troepen te sturen altijd onbeantwoord is gebleven. De woordvoerders konden weinig meer zeggen dan dat "de president luisterde naar de generaals op het terrein", en dat "Bremer geen militair adviseur is".

Wat ook niet echt helpt, is dat gisteren uitlekte dat het definitieve rapport van wapeninspecteur Charles Duelfer van de Iraq Survey Group, dat woensdag aan het Congres wordt voorgelegd, zal zeggen dat Irak geen massavernietingswapens had, en dat Saddam ook geen concrete plannen had om er nieuwe te ontwikkelen. Uit een ander perslek bleek dat een CIA-rapport, besteld door Cheney, zal concluderen dat er ook al geen aantoonbaar verband was tussen Saddam en de Jordaanse terrorist Al-Zarqawi.

Daarnaar gevraagd door moderator Ifill hield Cheney gisteren voet bij stuk. En John Edwards verraadde tijdens het debat zijn gebrek aan dossierkennis toen hij Cheney ongestraft liet zeggen dat "Al-Zarqawi zich (na de oorlog in Afghanistan) in Bagdad had geïnstalleerd, waar hij de leiding had over het gifgaslaboratorium in Kermal, waar de terroristen ricine en andere dodelijke stoffen aan het ontwikkelen waren". Kermal ligt echter in Koerdisch gebied in Noord-Irak, waarover Saddam al sinds 1991 niet meer de controle had, mede dankzij een door de VS afgedwongen 'no-fly zone'. Het was dezelfde leugen om bestwil die Colin Powell in februari 2003 voor de Algemene Vergadering van de VN had verteld.

Het volgend debat, tussen de presidentskandidaten, zal morgen plaatsvinden in St. Louis. Het is opgevat als een 'townhall meeting', waarbij het publiek vragen mag stellen. Volgende week kruisen George W. Bush en John Kerry voor het laatst de degens, over binnenlandse thema's, in Arizona. Voor Kerry worden deze confrontaties van levensbelang. Volgens twee peilingen (Pew Research Center en ABC/Washington Post) ligt hij opnieuw vijf punten achter op Bush, volgens een poll van The New York Times/CBS houden beiden gelijke tred.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234