Vrijdag 07/10/2022

Wit hert

Het weer doet aan de Lage Landen denken. Grijze wolken. Een kille zeebries die de rokjes optilt van de schaatsende meisjes onder het gouden standbeeld van Prometheus. Hier aan het Rockefeller Center blijf ik meestal wat hangen maar vandaag niet. Ik heb namelijk een afspraak op het Nederlandse consulaat en Nederlanders staan op stiptheid. Er is al veel volk dat nog vroeger op de afspraak is dan ik. Waaronder een twintigtal Nederlandse en Vlaamse kinderen van de Nederlandstalige school Het Klokhuis en een rijzige man met grijze krullen, lichtblauwe ogen en blozende wangen die wat lijkt op de tv-knorpot Archie Bunker maar minzamer blijkt. Hij heet Rob Ruggenberg, is schrijver van jeugdboeken en de reden waarom we hier zijn. Het is vandaag 4 april. Precies 400 jaar geleden vertrok de Engelse ontdekkingsreiziger Henry Hudson met twintig matrozen uit Amsterdam aan boord van De Halve Maene naar wat nu New York is. Vijf maanden later voer Hudson de rivier op die naar hem genoemd zou worden, in de hoop om een doorgang naar Azië te vinden. Na een week varen was het hem duidelijk dat dit niet zou lukken en hij maakte rechtsomkeer. Hij bracht verslag uit over het landschap, de vissen, dieren en mensen maar zelf ging hij nooit meer terug. Het duurde nog tot 1624 voor de eerste immigranten door de Oost-Indische Compagnie werden afgezet op een eilandje voor Manhattan. Dat waren naar Nederland gevluchte protestanten uit het Henegouwse dorp Avesnes. Hun opdracht: een handelspost voor beverbont opzetten. Dat was het begin van New York. Eigenlijk is het dus nog vijftien jaar te vroeg om de vierhonderdste verjaardag van de stad te vieren. Maar Nederlanders en New Yorkers hebben, naar ze beweren, niet alleen tolerantie, directheid en ondernemingszin gemeen maar ook feestlust. Dus vieren ze alvast de geografische vergissing van Hudson van 400 jaar geleden. Geen mens die alle tentoonstellingen en festiviteiten kan bijwonen die dit jaar zowel in Nederland als New York zijn gepland rond wat officieel 'New York 400' heet. "De lijst groeit met de dag", zegt de consul. Zijn land heeft 6,2 miljoen euro opzijgezet voor de feesten. Ter vergelijking: het nieuwe Flanders House kost aan huur een half miljoen euro.

Maar eigenlijk zijn we op een bus aan het wachten. Die heeft twee uren vertraging. Rob dankt ons voor ons geduld. Het is een belangrijke dag voor hem. Hij is speciaal uit Nederland gekomen om het eerste exemplaar van zijn nieuwe boek Manhatan te overhandigen aan Waupatukway, een indiaanse vrouw naar wie hij een van de hoofdpersonen noemde. Hij koos ervoor om dit te doen op de verjaardag van Hudsons vertrek omdat zijn boek gaat over de eerste Nederlandse kolonisten en de soms brutale wijze waarop ze de indianen en zwarte slaven behandelden. "Toen Hudson hier kwam was heel Amerika van de indianen en waren de blanken blij dat ze een klein stukje kregen om op te wonen", zegt hij. "Nu is het net andersom en zijn het de indianen die nog enkel kleine stukjes hebben. Wij gaan nu naar zo'n stukje, het Golden Hill-reservaat van de Paugussett-indianen, het kleinste indianenreservaat van Amerika." Anderhalf uur later rijden we in Trumbull, een dorp in Connecticut, de oprit van een blokhut op. Kinderen en volwassenen in indiaanse of vaag indiaans ogende kleren staan rond een vuur op ons te wachten. Sommigen hebben typische indiaanse trekken, anderen zijn zwart, Puerto Ricaans en blank. Al zijn we veel te laat, ze vertonen geen spoor van wrevel. We krijgen elk een takje gedroogde salie als welkom. We gaan in een cirkel staan rond de plek waar de asse is uitgestrooid van stamhoofd Big Eagle. Rob vertelt dat hij die wijze man vijftien jaar geleden ontmoette in de blokhut achter ons. Er liep een meisje rond van een jaar of dertien. Dat was Big Eagles dochter Waupatukway. Ze maakte een diepe indruk op Rob. "Ik vond haar ontzettend stoer", zegt hij. "Ze was niet aardig. Ik denk dat ze mij een indringer vond." Toen hij later aan zijn boek begon over de avonturen van een Nederlandse jongen, een ontsnapte zwarte slaaf en een indiaans meisje, besloot hij voor deze laatste Waupatukway als model te gebruiken. "Ze heeft een moeilijke maar prachtige naam. Hij betekent Wit Hert..." Een van de indiaanse vrouwen is zo ontroerd dat ze in snikken uitbarst. Dat is Waupatukways moeder. Haar dochter zet een stapje naar voor en bedankt Rob. Het stugge meisje van toen is een welbespraakte, charmante jonge vrouw geworden. Met haar lange vlechten, hoge jukbeenderen en donkere ogen ziet ze er heel indiaans uit. Ze heeft intussen drie zoontjes en een man, die achter haar trots hun jongste in de armen houdt. Ze zal het Nederlandse boek dat Rob haar geeft, niet kunnen lezen maar misschien komt er een Engelse vertaling. Ze voelt zich in elk geval zeer vereerd. Daarna gaan we met zijn veertigen naar binnen en schuiven met de indianen aan tafel. Er is kip, aardappelsla, sla en taart. De blokhut dient niet alleen als woonhuis voor Waupatukways gezin, ze is ook het hoofdkwartier van de kleine stam. Buiten zitten indiaanse, Nederlandse en Vlaamse kinderen rond het kampvuur. Enkele jongetjes voetballen. Ze moeten opletten. Dit indianenland is amper een half voetbalveld groot. Schoppen de jongens te hard, dan vliegt de bal het reservaat uit. n

Nederlanders en New Yorkers hebben niet alleen tolerantie, directheid en ondernemingszin gemeen maar ook feestlust

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234