Vrijdag 14/05/2021

Winnen of de afgang

Olympische spelen in de Oudheid, het succesvolle boek over de oude Spelen van Sir Moses Finley en Harry Pleket, is na zo'n dertig jaar in een tweede, gewijzigde herdruk verschenen. Aan de hand van dit erkende, populariserende standaardwerk haalt Patrick de Rynck eerst een aantal olympische mythen onderuit. Het echte beeld van de antieke Spelen wordt er des te scherper door.

M.I. Finley & H.W. Pleket

Olympische spelen in de Oudheid

Oorspronkelijke titel: The Olympic Games, the First Thousand Years

Herziene uitgave, geïllustreerd en met diverse plattegronden

Vertaald door M.L. Verhoef & H.W. Pleket

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 264 p., 15,95 euro.

In de vierde eeuw - een dikke duizend jaar na de eerste, toen nog zeer bescheiden Spelen in Olympia - moet een of andere mallotige Griek het hebben gevonden: deelnemen aan de Heilige Spelen is belangrijker dan winnen. Een meer volksvreemde uitspraak kun je niet bedenken. In de antieke Olympische Spelen - en in de hele Griekse cultuur - was namelijk maar één ding van tel: de beste zijn. Teamsporten kenden ze niet, en deemoed noch nederigheid werden als deugd druk beoefend.

Waren wij, moderne Belgen, oude Grieken, dan zou het deze weken afmeldingen regenen voor Athene 2004. Al wie bij het zien van de definitieve deelnemerslijsten geen kans meer denkt te maken op goud, zou zich naar Oudgriekse trant de onterende schande besparen niet te winnen en gewoon thuis blijven. Kent u dat reclamespotje met dat Belgische falanxje van olympische geselecteerden dat zowaar enigszins dreigend op ons afkomt? Lichtjes bespottelijk, tenzij het misplaatst ironisch bedoeld zou zijn.

Neem nu ook de kwestie van het amateurisme. Aan de Spelen deden Grieken zogezegd mee voor de eer, de lauwerkrans (de enige prijs, te vergelijken met onze gouden medaille). Dat zal wel, maar dan verlies je een paar dingen uit het oog. Bijvoorbeeld dat veel winnaars in hun stad, behalve inderdaad lofzangen, gedenkplaten en eerbetuigingen, ook allerlei materiële voordelen kregen, waaronder een premie, gratis maaltijden en een pensioen. In de klassieke tijd ontstond een heel circuit van lucratieve prijsspelen, een soort antieke Golden League of Grand Slam. Daar konden olympische winnaars hun intussen verwelkte olijfkrans verzilveren tegen niet te versmaden startgelden. (De hoogte daarvan was afhankelijk van de populariteit van de sporttak.) De beroemdste atleet uit de Oudheid, Theogenes, zou zo al in de vijfde eeuw v.C. in een goede twintig jaar tijd ongeveer 1.300 overwinningen hebben behaald.

Dat was een belangwekkende evolutie, die ervoor zorgde dat de uitsluitend aristocratische deelnemers van het begin willens nillens (vaak het tweede) stilaan eerlijke concurrentie kregen van talentvolle jongens uit de sociale midden- en zelfs onderklasse. Die maakten van een bepaalde sportdiscipline hun beroep. Pleket: "In een wereld die structurele ongelijkheid kende was dit een veelbetekenende uitzondering." Zij trainden onder leiding van professionele trainers in de plaatselijke gymnasia, die soms echte instellingen voor hoger onderwijs werden, centra voor de training van lichaam en geest waar overigens ook de liefde tussen mannen en jongens welig tierde. Hun moederstad en haar rijke burgers subsidieerden de jonge talenten. Sport kon in Hellas een flinke hap uit de staatskas nemen, die vooral door diezelfde rijke burgers werd gespijsd. Nu en dan moesten er besparingsmaatregelen worden afgekondigd en wordt er gewag gemaakt van protest daartegen vanwege de atletenbond. Na een succesvol optreden op de Olympische Spelen en dankzij voldoende publiciteit konden atleten zich rijk lopen, boksen of worstelen. En na hun sportcarrière werden velen van hen trainer of sportambtenaar. Of gingen ze als Bekende Oude Griek in de politiek. Met hun 'marktwaarde' zetten ze tegelijk hun stad in the picture én bovendien waren ze dankzij hun conditie inzetbare soldaten, dacht men. Een iedereen-wint-situatie zowaar. Alleen de disciplines met paarden bleven een elitaire bedoening, aangezien niet iedereen zich een paard kon veroorloven. (Is dát vandaag eigenlijk anders? Hoe 'aristocratisch' zijn sommige olympische sporten vandaag nog?)

Mythe nummer drie, en dan houd ik op. De antieke Spelen waren een manifestatie van vrede en verbroedering, luidt het, en de moderne spelen met hun elkaar knuffelende vijf bollen willen dat ook zijn. In Hellas werd zelfs een wapenstilstand naar aanleiding van de Spelen afgekondigd, hoor je soms verkondigen. Het is waar dat, terwijl Hellas tot de tijd van Alexander de Grote als eengemaakte staat nooit heeft bestaan en er zich altijd wel ergens een Griekse burgeroorlog afspeelde, de Spelen wel degelijk een pan-Helleense manifestatie waren: alle getrainde Griekse mannen waren welkom. (Pleket vergelijkt Griekenland op z'n grootst in deze context met de islamitische wereld van vandaag. Dat kan hij onder meer doen omdat religie en staat ook in Hellas ongescheiden grootheden waren.)

Hoe dat succes van de Spelen meer dan duizend jaar onaantastbaar is gebleven, blijft giswerk, maar het zou volgens Pleket te maken kunnen hebben met de onbelangrijke positie die de streek van Olympia politiek bekleedde. Zo van: ach, die sportspelen voor Zeus in dat achterlijke Olympia zijn nu eenmaal de oudste (altijd een belangrijk argument in de Oudheid) en die conservatieve landbaronnen veranderen in hun uithoek nauwelijks iets aan het concept, laten we dus maar blijven meedoen aan een vierjaarlijks hoogtepunt dat door iedereen wordt erkend. Baat het niet, dan schaadt het niet en er gaat in elk geval geen rechtstreekse politieke vijand met de prestigieuze pluimen lopen. Bovendien kunnen we de faam van onze winnende atleten gebruiken voor onze eigen imagebuilding. Pleket: "De Olympische Spelen putten hernieuwde kracht uit hun conservatisme en hun stabiliteit."

Die befaamde wapenstilstand was eigenlijk een afspraak dat je atleten en toeschouwers die naar Olympia trokken, ongemoeid moest laten. Dat werd ook gerespecteerd. Maar voorts mocht er vrolijk verder oorlog gevoerd worden. En toch: in tegenstelling tot de moderne Spelen (drie keer in honderd jaar) zijn de antieke in de duizend jaar van hun bestaan nooit afgelast, wat rustig veelbetekenend mag worden genoemd: Olympia bleef superieur en was het voorbeeld voor de vele concurrerende spelen. Tot dat heidense veelgodengedoe en al die vechtende en lopende poedelnaakte mannen christelijke ogen te veel pijn begonnen te doen (rond 400).

Een allerlaatste rechtzettinkje toch nog, om het af te leren. Het is aandoenlijk hoe men op de officiële website van de Atheense spelen 2004 vrouwen er met de haren bij poogt te sleuren. Die kwestie is simpel: vrouwen bleven in Hellas en zeker in het conservatieve Olympia tweederangsburgers en ze mochten dus niet meedoen aan the real stuff. In dat opzicht was Hellas een soort Saoedi-Arabië. Ze mochten zelfs niet komen kijken naar de Spelen. Er is wel een bericht over een 160 meter-wedstrijd voor meisjes in Olympia, ter ere van Zeus' vrouw Hera. Echt emancipatorische Griekse stellingen terzake moeten we bij een intellectueel zoeken: Plato. Die vond in zijn theoretische Staat dat er geen fundamenteel onderscheid is tussen mannen en vrouwen, ook niet wat sport betreft. (Dat vonden ze in Sparta ook, maar dan om heel andere, puur militaristische redenen.)

Na de mythen dan nu de realiteit zoals Pleket en Finley haar in dit boek pogen te beschrijven, ondanks het soms frustrerende bronnenmateriaal. Hoe zat het nu feitelijk met de oude Olympische Spelen als ze eenmaal volgroeid waren (al rond 650 v.C.)? We hebben het dan over een vijfdaags religieus, en voor de rest uitsluitend sportief massaspektakel waarin zowat de helft van de tijd werd besteed aan inschrijvingen, de eedaflegging, prijsuitreikingen en vooral aan offers en feesten voor Zeus. Pleket heeft het in dit verband over "de aardse, bijna vrolijk te noemen kant van de Griekse godsdienst", maar erkent ook: "Voor een westers mens uit de twintigste eeuw is waarschijnlijk niets zo moeilijk als te proberen meer inzicht te krijgen in het functioneren van een polytheïstische godsdienst." De wedstrijden zelf - tien in totaal, op enkele disciplines voor juniores na - namen een goede twee dagen in beslag. Het begon en eindigde met spektakelnummers: eerst werden de spectaculaire wagenrennen gereden en het laatst kwam het hoog aangeschreven, bloederige pankration, een soort catch waarin alles toegestaan was, behalve bijten en de ogen uitkrabben. Daar vielen weleens doden bij, net als bij het boksen. De max bereikte je als je op dezelfde dag zowel het boksen als het pankration kon winnen. Voorts waren er nog: de paardenraces, de circa 200 meter sprint of ongeveer de lengte van het stadion, de circa 400 meter, de 3.000 tot 5.000 meter (de precieze afstand kennen we niet), boksen, het bizarre 'lopen met wapenrusting aan' en tot slot de pentatlon of vijfkamp, met daarin behalve de 200 meter en het worstelen ook nog discuswerpen, verspringen en speerwerpen. (Nee, geen marathon op de antieke Spelen en ik vergeet voor het gemak de zotte Romeinse keizer Nero die eenmalig de wagenrennen met tienspannen op de agenda zette.)

Er kwam heel veel volk af op de Spelen, hoewel de hygiëne en verblijfsomstandigheden in volle Griekse zomer verre van comfortabel waren en er nauwelijks sprake was van accommodaties. Het geldverslindende bouwprogramma in Olympia kwam vooral het (religieuze en politieke) prestige van de plek ten goede. Elke stad wilde er wel zijn bouwseltje hebben. Maar het 'olympische dorp' Olympia is nooit uitgegroeid tot een stad. Al dat volk moet al de weken voordien voor een soort jaarmarktsfeer hebben gezorgd. Zogeheten 'zweepdragers' moesten de massa in toom houden. Net zoals in 2004 ook de Atheense bloemenventers, marktkramers, T-shirtverkopers en prostituees een centje bij hopen te verdienen, was dat in de Oudheid ook het geval voor de olympische kleine zelfstandigen en gelegenheidsprostituees, die en masse werden aangevoerd.

Al bij al was sportbeoefening in het algemeen big business in Hellas. Trainingshandboeken, medische handleidingen (nee, seks voor een wedstrijd is niet goed) en dieetboeken waren bestsellers. Sport maakte deel uit van een opvoedingsideologie waarin lichaamscultuur op zichzelf belangrijk was: "Fat was a political issue", schrijft Simon Goldhill daarover. Maar dat streven naar een gezond mannelijk lijf ging ook gepaard met een militaristische spirit - kijk gewoon naar de Olympische disciplines - en met een geest van genadeloze competitie. En dus was er onvermijdelijk ook corruptie, Zeus of geen Zeus, en deden er zich wantoestanden en frauduleuze praktijken voor op de Spelen, zoals dat gaat in zulke omstandigheden. Uitsluiting, geldboetes en zweepslagen waren de straffen, nog los van een mogelijk goddelijke wraak.

Geheel op z'n Oudgrieks was er ook kritiek en voor zover we dat nog kunnen achterhalen hoorde je die vooral in de hoek van 'de intellectuelen', altijd en overal de vermeende zeurpieten van dienst. De verheerlijking van sport zou een verkeerde inschatting zijn van wat echt menselijk en belangrijk is. Spelen leidden de aandacht af van de werkelijke noden. Atleten uit lagere standen, dat was not done. Enzovoort. De populariteit van de Spelen bleef ondanks deze kritiek onaangetast. De heren gingen ook tekeer tegen overdreven specialisatie. Daarom was bij deze moralisten de vijfkamp voor allrounders veel populairder dan bij 'de mensen'. (Is er vandaag overigens nog een hond geïnteresseerd in de moderne olympische vijfkamp? Afspraak op 26 (mannen) en 27 (vrouwen) augustus in Athene: schieten, schermen, zwemmen, paardrijden en lopen in één dag. Ook dit kwintet ruikt naar een militair geïnspireerde oorsprong.)

Een gezonde lichaamscultuur en een fitte (elite)jeugd waren ook belangrijke uitgangspunten van baron en hellenofiel Pierre de Coubertin toen die de moderne Spelen stichtte. Als een goede sociaal-katholiek van stand zag hij hier ook kansen voor mensen op de lagere sporten van de samenlevingsladder. Maar met dat amateurschap en 'deelnemen is belangrijker dan winnen' hineininterpretierde hij goed fout als hij zijn bewonderde Hellas wilde imiteren. Pleket in zijn voorwoord: "Langzaam maar zeker zijn we in ruim honderd jaar na de eerste moderne Spelen van De Coubertin weer teruggekeerd naar een deel van de oude Griekse ideologie. Het zijn de medailles die tellen... Ook wat betreft de relatie tussen geld en Olympische Spelen zijn we inmiddels weer aardig richting Oudheid opgeschoven." Hoe meer professionals aan de Spelen deelnemen, hoe Oudgriekser ze worden. Voorwaar een verrassend besluit.

Patrick de Rynck

In hun boek citeren, parafraseren en gebruiken Pleket en Finley veel antieke bronnen. Maar een echt bronnenboek met vertaalde fragmenten is dit niet. Enkele van die bronnenboeken over sport bij de Grieken zijn bijzonder boeiend. In het Nederlands is er Charles Hupperts e.a., Olympische Spelen. Sport en opvoeding in de Griekse Oudheid, Eisma, 1989 (met veel illustraties) en in het Engels verscheen dit jaar Stephen G. Miller, Arete. Greek sports from ancient sources, University of California Press (derde editie, zonder illustraties).

Vrouwen bleven in Hellas en zeker in het conservatieve Olympia tweederangsburgers en ze mochten dus niet meedoen aan the real stuffAl dat volk moet al de weken voordien voor een soort jaarmarktsfeer hebben gezorgd. Zogeheten 'zweepdragers' moesten de massa in toom houden

Antieke anekdoten over de Spelen

"Toen Arrachion in de finale van het pankration tegenover zijn tegenstander stond, greep die Arrachion eerst stevig vast. Hij knelde hem tussen zijn benen en probeerde hem te wurgen. Toen brak Arrachion een teen van zijn opponent. Hijzelf stierf door wurging, maar zijn tegenstander had zoveel teenpijn dat hij op het moment van Arrachions dood, opgaf. De jury kende aan het lijk van Arrachion de krans toe en riep hem tot overwinnaar uit."

"Er is een olympische wet die stelt dat vrouwen van de Typaionberg moeten worden gegooid als ze betrapt worden op de Olympische Spelen. Slechts één vrouw werd ooit betrapt: Kallipateira, een weduwe. Ze vermomde zich als trainer en begeleidde haar zoon die in Olympia wou deelnemen. Toen hij kampioen werd, sprong Kallipateira over de omheining waarachter de trainers moeten blijven. Ze verloor hierbij haar kleren en zo kwam men erachter dat zij een vrouw was. Maar Kallipateira werd niet gestraft, uit respect voor haar vader, broers en zoon: zij waren allemaal overwinnaars geweest in Olympia. Er is toen wel een wet ingesteld dat trainers de wedstrijd voortaan naakt moeten bijwonen."

(Tweemaal uit Pausanias, Gids voor Griekenland, geschreven in de tweede eeuw n.C.)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234