Dinsdag 24/05/2022

'Winnen heeft me nooit verveeld'

'De druk om altijd nummer één te zijn is bijzonder zwaar. Meer dan je lichaam is het je geest die zegt dat het genoeg geweest is''Ik vind het belangrijk dat ik kan zeggen dat ik de beste renner was van mijn generatie. Maar wat stelt dat eigenlijk voor? Elke dokter betekent meer voor de maatschappij'Het boek Merckx, mens en mythe van Philippe Brunel en Rik Van Walleghem wordt uitgegeven door Lannoo (290 pagina's, 49,50 euro).

Eddy Merckx kijkt voor- en achteruit

Eddy Merckx, Belgische wielergod voor het leven, staat niet te boek als een nostalgicus. Maar tegen een terugblik af en toe zegt hij niet nee. Tussen ons in ligt het net gepresenteerde Merckx, mens en mythe, een wondermooi kijk- en leesboek van de stilaan legendarische L' Equipe-journalist Philippe Brunel. Bladerend door het boek draait Merckx de film van zijn carrière voor ons af. Een film die begint en eindigt tegen het decor van de Tour, 'de grootste, de zwaarste en de mooiste koers die er is'. Jeroen de Preter en Tony Landuyt / Foto Stephan Vanfleteren

Er zijn allicht betere plekken om Merckx, mens en mythe te presenteren dan het mooie Ronde van Vlaanderen-museum in Oudenaarde. Zeker, Eddy Merckx heeft 'Vlaanderens mooiste' twee keer - in 1969 en in 1975, op indrukwekkende wijze gewonnen; en ja: hij heeft monsieur Parijs-Roubaix Roger De Vlaeminck meer dan één keer op eigen terrein geklopt. Maar die prestaties maken van hem nog geen flandrien. Op Merckx' palmares prijken ook de grote Waalse klassiekers. De Waalse Pijl heeft Merckx drie keer gewonnen, Luik-Bastenaken-Luik liefst vijf keer. Als het op winnen aankwam, was hij niet selectief.

Merckx bracht Vlamingen en Walen tezamen in collectieve euforie. Hij was Justine Henin en Kim Clijsters in één, maar dan in een sport die meer nog dan het tennis de massa in vervoering kon brengen.

Zo'n prachtig boek over zo'n uitzonderlijke Belg moet je presenteren in een bol van het Atomium, op de trappen van de Leeuw van Waterloo, desnoods. Want Eddy Merckx is geen Vlaming, hij is een Belg. Hij was - alle recuperatiepogingen van Vlaams-nationalisten ten spijt - de wielerheld van de Vlamingen én de Walen. Hij groeide op in onze hoofdstad, en hij spreekt de beide landstalen: Belgisch Nederlands, en Belgisch Frans, Vlaams en Waals zo u wilt. Hij is een boezemvriend van Paul Van Himst - de Belgische ex-stervoetballer en bondscoach die als nationaal symbool al evenmin moet onderdoen voor Kuifje en het Atomium.

"Eddy Merckx heeft 30 jaar van ontgoochelingen en bitterheid weggeveegd", toeterde La Dernière Heure toen Merckx in de zomer van 1969, dertig jaar na Sylvère Maes, ons land een gele trui schonk. Het Laatste Nieuws bracht dezelfde dag hulde aan "de schoonste van alle rondewinnaars".

In Merckx, mens en mythe leeft Philippe Brunel zijn literaire ambities uit op een onderwerp dat hem mateloos moet fascineren. "In het zonnestelsel van de wielersport was hij de zon", schrijft Brunel over Merckx. Hij was "een ongrijpbare en abstracte figuur". Het contrast tussen de gekrulde Franse woordpracht van Brunel en het eenvoudige, altijd omzichtige praten van Merckx is groot. Elke behoefte aan mythologisering is hem vreemd, in relativeringsvermogen wordt hij alleen door Lei Clijsters naar de kroon gestoken. "Ja", zegt Merckx, "ik heb in mijn sport wel iets bereikt. Ik vind het belangrijk dat ik kan zeggen dat ik de beste renner was van mijn generatie. Maar wat stelt dat eigenlijk voor? Elke dokter betekent meer voor de maatschappij."

Paradoxaal genoeg blijft Merckx op die manier de mythe verder voeden. Want hoe rijm je dat eeuwige relativeren met die buitensporige gedrevenheid, die legendarische eerzucht die hem tot de grootste coureur aller tijden deed uitgroeien?

Zo groot was begin jaren zeventig zijn suprematie dat hij voor sommigen een bedreiging werd voor de wielersport. Merckx werd de kannibaal gedoopt, de coureur die de koers devalueerde tot een strijd om de tweede plaats, een renner die er zelfs van beschuldigd werd de koers te vermoorden. Eén enkele Franse wielerjournalist diende de criticasters van repliek. "Heeft men zich ooit afgevraagd of Molière het theater schade heeft toegebracht, Bach de muziek, Cézanne de schilderkunst of Chaplin de film?"

De vergelijking met de kunsten is zeker in één opzicht verdedigbaar. Merckx regisseerde, componeerde, gaf vorm aan het koersverloop. En net als pastoors en kunstenaars kunnen ook coureurs blijkbaar 'geroepen' worden.

"Fietsen was mijn roeping", zegt Merckx. "Ik was, denk ik, nog maar een jaar of drie toen ik er al van droomde om wielrenner te worden. Het wielrennen moet in mijn bloed hebben gezeten. Ik ben ermee geboren en zal er ook wel mee sterven."

Eddy Merckx was de zoon van eenvoudige kruideniers in de Brusselse randgemeente Sint-Pieters-Woluwe. Anders dan bij veel andere grote coureurs waren er in zijn familie geen grote voorbeelden. "Sommige familieleden hadden wel wat gekoerst, maar niemand zette de stap naar de profs", vertelt hij. "Eén keer, toen ik twaalf jaar was, ben ik eens met mijn vader naar de Zesdaagse van Brussel gegaan. Maar mijn vader was in de eerste plaats een voetbalfanaat, een supporter van Racing Tienen."

De kleine Eddy speelde ondertussen met overgave de Ronde van Frankrijk na. Graag verbeeldde hij zich dat hij Stan Ockers was, de nummer twee van de Tour van 1952. "Ik was met met mijn moeder aan zee toen Stan Ockers wereldkampioen werd. Zijn naam klonk magisch. Ik keek enorm naar hem op. Rik Van Steenbergen was ook een van mijn voorbeelden. Van Steenbergen was misschien ook wel een beter renner. Maar die reed de Ronde van Frankrijk niet."

Televisieverslagen bestonden er in die tijd nog niet. Merckx volgde de exploten van Ockers via de radio. "Ik luisterde naar Radio Luxembourg, met geweldige verslagen van de reporter Luc Varenne. De Tour leek me toen al het ultieme. En dat is ook zo gebleven. Ik denk dat ik mijn loopbaan echt in functie van de Tour heb opgebouwd."

Merckx debuteerde bij de profs in 1965, maar het zou nog vier jaar duren voor hij aan de koers van zijn dromen zou deelnemen. Wat hij in zijn debuutjaar 1969 presteerde was en is nog altijd du jamais vu. Eddy Merckx won zes ritten, het eindklassement, het puntenklassement en het bergklassement. De rest van het peloton moest zich dat jaar noodgedwongen tevredenstellen met de weinige kruimeltjes die veelvraat Merckx liet liggen.

De Tour van 1969 is tot vandaag Merckx' mooiste herinnering. "De winnaars van de Ronde van Frankrijk waren altijd mijn helden geweest. En dan eindig je op een dag zelf in het geel. Het is je kinderdroom die dan in vervulling gaat. De laatste etappe reed ik in een roes. Duizenden Belgen stonden langs de weg en scandeerden mijn voornaam. Dat pakt je. Maar misschien was het besef dat ik iets groots had gepresteerd nog mooier. De Tour was ook toen al de grootste en zwaarste wielerwedstrijd. Dat besefte ik maar al te goed."

Eddy Merckx was zeker niet de enige talentrijke Belg van zijn generatie. Er waren ook, om er maar enkele te noemen, Herman Vanspringel, Willy Planckaert, Walter Godefroot. Drie absolute klasbakken, die zich echter langzaam maar zeker moesten neerleggen bij de heerschappij van Merckx. Liet de kannibaal de eerste jaren van zijn profcarrière de discussie over het absolute meesterschap nog even open, vanaf 1968 laat hij er niet de geringste twijfel meer over bestaan. Eddy Merckx, het seizoen daarvoor voor het eerst wereldkampioen geworden, is dat jaar de eerste Belg in de geschiedenis die zegeviert in de Giro d'Italia. De basis voor zijn eindzege legt hij op weg naar Tre Crime di Lavaredo - een verschrikkelijk steile col. In de sneeuw rijdt Merckx de concurrentie op negen minuten. "Op dat ogenblik", zegt Merckx, "besefte ik dat de Ronde van Frankrijk in mijn mogelijkheden lag. Nog meer dan mijn winst is het de manier waarop ik de bergen opreed die me daarvan overtuigde."

Merckx zou de Tour in totaal vijf keer winnen, dat is evenveel keer als Anquetil, Hinault en Indurain. Het had meer kunnen zijn, als hij niet zo vaak geteisterd zou worden door rugpijn. In september van 1969, zijn beste jaar, valt Merckx in een dernywedstrijd op de piste van Blois. Zijn gangmaker Fernand Wambst schiet er het leven bij in, Merckx houdt er een hersenschudding, een hoofdwond en een verdraaid bekken aan over. "Ik heb toen niet genoeg tijd genomen om te revalideren. Sinds die val in Blois heb ik tijdens het klimmen altijd rugpijn gehad. Ik weet het wel zeker: zonder die val had ik ongetwijfeld de wielersport nog meer kunnen domineren."

Juli 1971. Wielerminnend Europa verwacht van Eddy Merckx wat het anno 2003 van Lance Armstrong verwacht. Al twee jaar na elkaar heeft de uiterlijk zo koele Belg met veel bravoure de Tour de France naar zijn hand gezet, de commentatoren maken zich weinig illusies. Tot op 12 juli het ondenkbare gebeurt. Op de bloedhete flanken van de Col du Noyer, op meer dan zeventig kilometer van de meet, gaat de Spanjaard Luis Ocaña er op kousenvoeten alleen vandoor.

Ocaña heeft een begenadigde dag. Hij rijdt alle concurrenten in de vernieling, geeft Merckx een koekje van eigen deeg door hem op negen minuten te fietsen. Het is een dag die Merckx nooit zou vergeten. "Ik voelde me als een hond die slaag had gekregen. Vaak zijn er externe omstandigheden waardoor je niet kunt winnen, maar die dag werd ik echt op mijn waarde geklopt. Dat doet pijn, maar het is iets dat je als sportman moet leren aanvaarden."

Veel aanvaarding was er in die tijd nog niet bij. Negen minuten achterstand was veel, te veel allicht om Ocaña nog te bedreigen, maar Merckx zou Merckx niet zijn als hij zich bij de situatie had neergelegd.

De eerstvolgende rit - nota bene met start op een col - trekt hij van bij het begin en in het gezelschap van meesterknechten Huysmans en Wagtmans in de aanval. Merckx legt het parcours die dag twee uur sneller af dan verwacht. Maar Ocaña is taai, meer dan twee minuten geeft hij niet prijs.

De volgende etappe is misschien wel de meest dramatische uit de Tour-geschiedenis. Uitentreuren probeert Merckx Ocaña in het gebergte van zich af te schudden. Dan breekt er plots een onweer los. De bergpassen worden herleid tot modderpaadjes, in de afdaling van de Col de Mente komt Merckx ten val. Hij springt weer op de fiets en zet de strijd voort. Wat Merckx niet ziet, is dat Ocaña ook gevallen is. Als ook de Spanjaard weer op de fiets wil wippen, wordt hij aangereden door de aanstormende Joop Zoetemelk. Ocaña zou even later opgeven, Merckx weigert die avond de gele trui aan te trekken. "Ik zou nooit weten of ik de Tour van 1971 ook zonder de val van Ocaña had gewonnen."

"Populariteit is iets raars", zegt Merckx. "Toen ik wat minder goed werd, had ik veel minder last van vijandigheden. Blijkbaar zijn er ook veel mensen die zich storen aan een renner die te veel wint, want ik werd plots populairder dan ooit. De underdog."

Het anti-Merckxisme bereikte zijn trieste hoogtepunt in de Tour van 1975, op de desolate flanken van een oude vulkaan, de Puy de Dôme. "Een idioot geeft er mij een slag in de lever. Aan de meet kon ik nog nauwelijks ademen. Ik denk dat het een uiting van Frans chauvinisme was. De Fransen waren bang dat ik voor de zesde keer de Tour ging winnen en het record van Anquetil zou overtreffen."

Twee dagen na de klap, klimmend op de Col d'Allos, beleeft Merckx - meer dan waarschijnlijk als gevolg van de klap op de Puy de Dôme, een dramatische inzinking. 's Avonds moet hij de gele trui afstaan aan Bernard Thévenet. Het verhaal wil dat Thévenet die nacht in zijn hotel wakker schoot, zijn gele trui over zijn stoel zag hangen en dacht: wat doe ik in godsnaam in de kamer van Merckx?

Merckx zou na de Tour van 1975 nooit meer het oude niveau halen. In 1976 wint hij nog, voor de zevende keer in zijn carrière, Milaan-Sanremo. Het zou zijn laatste klassieke zege blijken.

Voor een geboren winnaar als Merckx was de onvermijdelijke neergang allicht niet makkelijk te aanvaarden. "En toch heb ik er niet echt van afgezien", zegt hij. "Rik Van Steenbergen zei bij zijn afscheid als renner: 'Als ge jong zijt, hebt ge veel goeie dagen en weinig slechte. Als ge oud wordt, hebt ge veel slechte dagen, en weinig goeie.' Onbewust trek je je op aan de goeie dagen. Je klampt je eraan vast. Uiteindelijk was het ook niet de fysiek die me deed stoppen. Ik was vooral mentaal moe. De druk om altijd nummer één te zijn is bijzonder zwaar. Langer dan tien, vijftien jaar kun je dat volgens mij niet aan. Meer dan je lichaam is het je geest die zegt dat het genoeg geweest is."

Merckx' legendarische overwinningsdrang manifesteerde zich in alle koersen. Van het wereldkampioenschap over de piste tot het criterium van Zottegem, hij vertrok er met de ambitie om de concurrentie te verpletteren. "Je kunt natuurlijk recreatief aan sport doen, maar als je in de competitiesport stapt, dan ga je voor de overwinning", vindt Merckx.

"Als je die instelling niet hebt, ben je geen topsporter. Als Kim Clijsters speelt, is het om te winnen, als Schumacher aan de start komt, is het ook om te winnen."

En of het nu om de eerste of de vijfhonderddertiende overwinning ging, de overwinning bleef altijd haar zoete smaak behouden. "Winnen heeft me nooit verveeld. De kick blijft altijd dezelfde, ook al ging het maar om een criterium. Je beroepseer staat ook daar op het spel. Je rijdt vaak voor mensen die een jaar lang gespaard hebben om een wedstrijd te organiseren. En er is natuurlijk ook het publiek dat komt kijken. Ze zijn gekomen om je te zien winnen. Winnen was ook wel een kwestie van professionaliteit.

"Die gedrevenheid om altijd en overal te winnen, die zie je vandaag niet meer vandaag", stelt Merckx. "Ik vind het bijvoorbeeld spijtig dat een renner als Armstrong zich alleen maar op de Tour toelegt. Het maakt de wielersport armer. Ik begrijp beter dan wie ook dat de Tour de grootste koers is, maar als iedereen redeneert zoals Armstrong, dan moeten we geen andere koersen meer organiseren. Dan is er binnenkort alleen nog maar de Tour."

Een Belgische Tour-winnaar ziet Merckx het komende decennium nog niet opstaan. "Ik zie het de eerste tien jaar niet gebeuren. Het loopt tegenwoordig al fout bij de jeugd. In de jeugdwedstrijden komen de beste jonge renners nog zelden tegen elkaar uit. Ze strijden niet. Zo is het natuurlijk makkelijk om koersen te winnen. De problemen beginnen als ze dan een stapje hoger gaan. Daar loopt het dan plots niet meer zoals het liep. Omdat ze het niet gewoon zijn om echt te strijden voor de overwinning."

De beste Belgische ronderenner van het ogenblik is misschien nog wel Axel Merckx, een coureur die, met alle respect, zelfs op een begenadigde dag nog niet aan de enkels van zijn vader komt. Vader Merckx had trouwens liever gezien dat zijn zoon zou doorleren. "Wielrennen is een harde sport. Axel doet het graag, en dat is het belangrijkste, maar voor mij hoefde het zeker niet. Misschien is de wielersport nog wel harder voor Axel dan voor mij. Zijn beroepsernst is groot, en net als ik vertrekt hij elke keer weer met de motivatie om te winnen. Maar de beloning van de overwinning is hem nog niet vaak gegund geweest."

Over de financiële beloning heeft Axel Merckx dan weer niet te klagen. Vergeleken met zijn vader verdient de zoveel minder presterende zoon een pak meer. "Juist", zegt Merckx, "maar dat is niet alleen zo voor Axel Merckx. Lance Armstrong verdient minstens honderd keer meer dan ik. Maar wat voor zin heeft het om daar over te zeuren? Ik heb goed mijn kost verdiend. En ik gun het hen allemaal. De wielersport is een van de zwaarste sporten. Een wielrenner moet veel meer opofferingen doen dan een voetballer. Wat er vandaag in de wielersport verdiend wordt, is nog altijd niets in vergelijking met wat je in bijvoorbeeld het voetbal kunt verdienen."

Maandag 2 juni 1969 is misschien wel de zwartste dag uit de carrière van Eddy Merckx. Op die dag krijgt hij te horen dat er in zijn urine fencamfamine werd gevonden. Merckx huilt, hij moet de Giro verlaten. Tot vandaag houdt Merckx vol dat hem die dag onrecht is aangedaan. "Er is nooit een echt bewijs van dopinggebruik geleverd", zegt hij. "Een tegenexpertise is er nooit gekomen, omdat de urinestalen om onduidelijke redenen waren verdwenen. En bovendien: het zou ook wel heel dom geweest zijn, om dan iets te gebruiken. Ik had in die Giro al acht van de zestien ritten gewonnen. Ik wist dat ik gecontroleerd zou worden.

"Het dopingprobleem is heel complex. Want wat is doping? Wij hadden vroeger middeltjes om de vermoeidheid te onderdrukken. Daar is volgens mij niets fouts mee. Met prestatieverhogende middelen wel. Epo bijvoorbeeld. Het is goed dat er daar nu duidelijke normen over bestaan. Maar je moet er nog altijd mee oppassen. De Vlaeminck had een hematocrietwaarde van 52, ik heb zelf nog stalen gehad rond de 50. De grens zou rap overschreden zijn. Het is belangrijk dat de ethiek van de sport wordt gewaarborgd. Maar prestatieverhogend, tja: iemand die zich kan permitteren zes maanden in de bergen te gaan trainen, dat is toch ook prestatieverhogend?"

Medisch gezien, schrijft Brunel, was Eddy Merckx een raadsel. Toen hij nog amateur was vond een dokter van de Belgische Wielrijdersbond hem ongeschikt voor de wielersport omdat hij een 'abnormaal' hart zou hebben. Die diagnose werd later nog eens bevestigd door een dokter van zijn ploeg Faema. "Flauwekul", zegt Merckx. "Om te presteren wat ik heb gepresteerd, moet je abnormale fysieke gaven hebben. Mijn hart was uitzonderlijk groot, misschien wel even groot als dat van Van Steenbergen. Bij een normale mens pompt het hart vier liter, bij mij waren het er acht."

Eddy Merckx zegt dat hij niet van nostalgie houdt. "De kampioen van gisteren is die van gisteren. Alles gaat voorbij, daar moet je je bij neerleggen. En in mijn zaak heb ik gelukkig een nieuwe uitdaging gevonden." Een uitdaging die hem echter nooit zoveel voldoening zal schenken als ooit de koers.

"Ik doe graag zaken, maar het plezier dat ik daaraan beleef is niet te vergelijken met het plezier van het koersen. Natuurlijk is koersen ook afzien. Maar het resultaat van de inspanning krijg je in de koers altijd onmiddellijk. Het genot en het lijden zijn er veel directer dan in zaken... Mocht ik nu zestien zijn, ik zou geen moment twijfelen. Ik zou opnieuw wielrenner worden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234