Vrijdag 06/12/2019

Winnaar race om zuidpool was eigenlijk verliezer

Op 14 december 1911 won Roald Amundsen de koudste race ter aarde: hij bereikte als eerste mens de zuidpool. Zijn rivaal Robert Scott bereikte de zuidpool pas 34 dagen later, en stierf op de terugtocht. Professor Edward Larson vraagt zich in An Empire of Ice af wie het meeste bijdroeg aan onze kennis van de Zuidpool. In de race om de wetenschap is Amundsen de verliezer en Scott de grote winnaar.

e honderdste verjaardag van de verovering van de Zuidpool zorgt voor een lawine van boeken over Antarctica. Een van de opmerkelijkste is An Empire of Ice, dat de race om Antarctica door een wetenschappelijke bril bekijkt. De beroemde avonturenverhalen zijn natuurlijk van de partij, met inbegrip van het bekendste: Ronald Amundsen die de minder goed voorbereide Robert Falcon Scott verslaat in de race naar de zuidpool, waarna Scott en zijn mannen op de terugtocht om het leven komen. Maar voor Edward J. Larson, professor geschiedenis en rechten aan de Amerikaanse Pepperdine University, is het belangrijkste niet wie de pool als eerste bereikte, maar wel wie onderweg het beste veldonderzoek verrichte. Volgens die maatstaf was Scott duidelijk de winnaar. "De wedren naar de zuidpool heeft Scott gebroken, maar dat is nooit ten koste van de wetenschap gegaan", schrijft Larson.

Dankzij de expedities van Scott en zijn rivaal, Ernest Shackleton, boekte men grote vorderingen in een heleboel wetenschappelijke disciplines, van de biologie en de geografie tot de oceanografie en het aardmagnetisme. Wetenschappers die de ontdekkingsreizigers vergezelden, hielpen om te bewijzen dat Antarctica een continent was - en dus geen grote ijskap, zoals de Noordpool - en dat er ooit dieren en planten hadden geleefd. Leden van Shackletons Nimrod-expeditie bereikten de magnetische zuidpool en leden van Scotts Terra Nova-expeditie deden baanbrekend onderzoek naar de keizerspinguïn en brachten van een uitputtende wintertocht naar een broedplaats drie eieren mee. Maar Amundsen, schrijft Larson, "gebruikte de wetenschap niet eens als voorwendsel om zijn poolambities te maskeren".

Professor Larson, die in 1998 de Pulitzerprijs voor geschiedenis won met Summer for the Gods: The Scopes Trial and America's Continuing Debate over Science and Religion, is een briljant onderzoeker. An Empire of Ice is het resultaat van uitvoerig zoekwerk en graaft veel dieper dan de gebruikelijke bronnen. Hoewel het boek vele van de bekendste verhalen over de verovering van de Zuidpool opnieuw vertelt (jammer genoeg vaak erg beknopt), brengt Larson voldoende nieuwe elementen aan om zelfs de fans van poolliteratuur te interesseren. Een pareltje is het verhaal van Amundsen die een toespraak houdt voor het vijandige publiek van de Royal Geographical Society, die Scotts fatale expeditie had gefinancierd. Iedereen wist dat Amundsen sledehonden had gebruikt om de pool te bereiken, terwijl Scott en zijn mannen hun sleden zelf hadden getrokken, een uitputtende onderneming die de Britten veel nobeler vonden. Op het einde van een banket dat in theorie een hulde aan Amundsens prestatie had moeten zijn, bracht een van de wrokkige gastheren, Lord Curzon, een vernietigende toost uit: "Hip hip hoera voor de honden."

Larson vertelt de geschiedenis van de wedren naar de pool niet chronologisch, maar legt uit welke vorderingen een aantal wetenschappelijke disciplines (zoals meteorologie, glaciologie en paleontologie) dankzij de poolreizigers konden boeken.

Tussendoor leren we dat wetenschap in die tijd een echte mode was, dat het nieuws over de eerste op hun achterpoten lopende dinosauriërs in 1841 "de paleontologie in een victoriaanse sensatie veranderde" en dat ongeveer in dezelfde periode "de Britten gefascineerd waren door het magnetisme van de aarde".

Bovendien "was de geografie in het laatvictoriaanse Groot-Brittannië een nietsontziende onderneming" die de Antarctische expedities opjaagde.

Blubber koken

Larson graaft in de onwelriekende, smerige en ongemakkelijke realiteit van het veldwerk op Antarctica. Hij beschrijft bijvoorbeeld Edward Wilson, een ornitholoog en Scotts beste vriend, terwijl hij zeehonden en pinguïns afslacht om laboratoriumspecimens te hebben. ("Goeie god, tot bijna half elf 's avonds hard aan het villen geweest", schreef Wilson in zijn dagboek. "Naar de avond toe begonnen ze al te stinken.")

De grote geologische vragen waren duidelijk: was Antarctica een continent of een groep eilanden, en had het een fossielgeschiedenis zoals de andere continenten?

Larson merkt op dat de bijdragen van Shackleton (die hier zoals altijd als de sympathiekste leider overkomt) en Scott hielpen om het antwoord te vinden, maar hij vergeet ook de expeditieleden niet die veel van het echte werk deden.

Een van hen was Hartley Ferrar, een geoloog van 22, vers uit Cambridge, die Scott op het laatste ogenblik meenam, nadat een meer ervaren geoloog het had laten afweten.

Ferrar "had aan de universiteit meer tijd op de sportvelden doorgebracht dan in de boeken", zegt Larson. Scott noemde hem "een verwaande jonge idioot".

Maar Ferrar groeide in zijn werk en doorstond een zware tocht naar een gletsjer om zandsteen met fossielen op te graven. Ondanks een aanval van sneeuwblindheid slaagde hij erin om specimens terug te brengen, die uiteindelijk de banden tussen Antarctica en andere landmassa's zouden bewijzen.

Omdat Larson zo veel interesses heeft - wetenschap, politiek, geschiedenis, avontuur - wordt het boek soms zwaar, zeker wanneer namen en obscure historische weetjes in het rond vliegen.

Offer voor de wetenschap

Maar wie zich door het gekibbel bij de Royal Geographical Society worstelt, wordt beloond met heroïsche verhalen over mannen als Victor Campbell, een officier die Scott vergezelde en met vijf mannen in een ijsgrot moest overwinteren.

Zowat hun enige voedsel was zeehond. ("Negen maanden lang hebben we dezelfde kleren gedragen, terwijl we blubber droegen, blubber kookten en met blubber bezig waren", schreef Campbell. "Eigenlijk zijn we tot op het vel met blubber doordrenkt."

Het verhaal eindigt, onvermijdelijk, met de dood van Scott en vier van zijn mannen. Maar Larson benadrukt dat de expeditie de tijd nam om achttien kilo fossielen en rotsmonsters van de Bearmore-gletsjer te verzamelen en mee te nemen, een offer voor de wetenschap dat hen misschien het leven heeft gekost. Historici als Roland Huntford vinden het belachelijk dat Scott dergelijke beslissingen nam, maar Larson staat in het kamp van Scotts bewonderaars en stelt dat zijn tekortkomingen als leider werden goedgemaakt door zijn blijvende wetenschappelijke bijdrage. "De wetenschap heeft de dood van Scott en zijn mannen een zin gegeven die hij van een mislukte ren naar de pool nooit had kunnen krijgen", schrijft Larson.

Edward J. Larson, An Empire of Ice: Scott, Shackleton and the Heroic Age of Antarctic Science, Yale University Press, 326 p., 21 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234