Dinsdag 13/04/2021

ReizenWildplukken

Winkelen in de wilde natuur: ‘Van alles wat om ons heen groeit en bloeit, is 70 procent eetbaar’

null Beeld Imco Lanting
Beeld Imco Lanting

Wat als hamsteraars straks ook alle groenten en kruiden uit de winkels plunderen? Geen nood, in de vrije natuur groeit en bloeit volop eetbaars én lekkers. Maar weet wel wát je plukt. Onze verslaggever kreeg in Frankrijk zijn eerste boeiende les in overleven.

De donkere wolken waren al even in aantocht, dus als een verrassing komt de regen niet. Dekzeilen over de ruggen van de drie ezels houden de bepakking en proviand in elk geval droog. Daar lopen we, als nomaden, over een landweggetje op een kilometer hoogte op het Cézallier-bergplateau in het Franse Centraal Massief. Het regenwater sijpelt inmiddels door onze kleren en schoenen. Dat weerhoudt gids Guy Lalière (57) er niet van te stoppen bij een weiland, het hek te openen en het hoge, natte gras in te stappen. “We moeten nog avondeten. Kom op mensen, plukken!”

We staan wat schaapachtig naar de weelderige en vooral kletsnatte derrie rond ons te kijken. Really? Wat zoeken we eigenlijk? Guy graait met zijn hand door het kniehoge gras en laat een blad zien. “Dit, jonge adderwortel.” We zakken door onze knieën en turen. Adderwortel blijkt op het eerste gezicht een anoniem plantje. Je loopt er zo aan voorbij, wat we dus ook ons hele leven hebben gedaan. Tot nu toe dan, want het ligt vanavond plotseling op ons bord, in een puree.

Praktisch wandeltochten

Guy Lalière is de de bekendste botanist van de Auvergne. Hij ­organiseert meerdaagse ­wandeltochten, gericht op ­eetbare wilde planten en ­bloemen. Een redelijke tot goede conditie is vereist.

Kosten: 400 euro, de voertaal is Frans.

Info en inschrijvingen op guylaliere.com

We kijken beter en zien dat de vorm van het blaadje wat van een pijlpunt heeft. Toch best een onderscheidend kenmerk. De vraag is of we het onthouden en het eetbare blad morgen, of volgende week, in een andere context, thuis langs de sloot of in een weiland, ook nog zouden herkennen. We plukken en proberen het blad mentaal op te slaan, zoals we dat dezer dagen met tientallen soorten doen die we tegenkomen. Maar hoe onthoud je die in vredesnaam na decennia van botanische blindheid? Foto’s en aantekeningen ma­ken maar, of een takje meenemen om thuis nog eens te bestuderen.

Het is de moeite waard, want in wilde planten zitten voedingsstoffen die vrijwel zijn verdwenen uit ons dagelijks eten thuis, zoals looi-, bitter- en slijmstoffen; belangrijk voor de spijsvertering onder meer.

Nadat we de linnen tassen om onze nekken hebben gevuld met adderwortelblaadjes en achter de ezels aan sjokken in het overweldigende vulkanische landschap, zegt Guy: “Van alles wat om ons heen groeit en bloeit, is 70 procent eetbaar. Maar slechts 30 procent is ook echt lekker. Veel eetbare planten zijn te bitter, te vezelig of smaken gewoon niet.”

Essentieel is natuurlijk dat je de gezonde planten weet te onderscheiden van de giftige en dat is niet altijd makkelijk. Maar vroeger deden mensen niets anders. Aan ons om die kennis weer terug te halen, al lijkt het zo aan het begin een onbegonnen zaak. En soms zelfs een beetje Russische roulette.

Gratis groentewinkel

Guy plukt een takje uit een bloemige struik, ruikt eraan en tuurt naar de minuscule blaadjes. “Je herkent een plant aan een combinatie van eigenschappen. Geur, vorm van blad, bloem en stengel, en de ruwe, behaarde dan wel gladde structuur ervan.” Dit is de ‘gewone vlier’, eetbaar, en dus stopt Guy een bosje bij zich. “Lekker voor in een gelei.”

En zo gaat het door. De ‘gewone raket’, het kluwenklokje? Leuke, vrolijke veldbloemetjes, maar beide doen het ook goed in een salade en dús gaan ze de tassen in. Kruidenplantjes als tijm en oregano staan dermate verdekt opgesteld in een zee van gras en andere planten, dat we ze pas herkennen als we eraan ruiken. Longkruid is makkelijker, dat heeft witgevlekte bladeren. We nemen er flink wat van mee. Voor de kruidenthee plukken we paarse kaasjeskruidbloemen en wilde laurier.

Op het prachtige bergplateau van de Cézallier in het Centraal Massief stapt Guy geregeld de berm in om eetbare planten te plukken.
 Beeld Imco Lanting
Op het prachtige bergplateau van de Cézallier in het Centraal Massief stapt Guy geregeld de berm in om eetbare planten te plukken.Beeld Imco Lanting

Guy mag dit zijn leven lang gewend zijn – zijn oma nam hem als kind al mee op wilde-plantenjacht –, wij krijgen een waas voor ogen bij het zien van al dat groen. Hoe kan het dat we een smakelijk plantje langs een doorsnee sloot of weg niet meer weten te detecteren? Het is precies zoals op een rommelmarkt: ga je voor het eerst, dan zie je gewoon een hele hoop spullen. Het zijn de kenners die er meteen de waardevolle dingen uitvissen. Zo gaat het met ons ook: we knagen aan stengels, maar alleen omdat Guy zegt dat het te eten is. Zodra we een stap in het groen zetten, moeten we als kinderen aan de hand worden meegenomen in iets wat eigenlijk heel gewoon zou moeten zijn. Hier overleven? We vrezen dat we, als we op onszelf teruggeworpen zouden zijn, het einde van de week niet halen. De hippe outdoor- en overlevingsoutfits, die we speciaal voor deze ‘overlevingstocht’ hebben aangeschaft, kunnen onze onkunde niet echt verdoezelen, net zomin als de grappen over zoveel klunzigheid ons redden.

“Mijn kinderen zouden niet meer bijkomen van het lachen als ze me nu zien”, zegt de 55-jarige Française Carène. “Ik ben nogal bourgeois, maar loop hier met mijn te dure fashionable regenponcho en lipstick op de open prairie, en weet niks. Best confronterend.” Ze vertelt in vertrouwen dat haar zoon heeft weten te voorkomen dat ze een paar hakschoenen in haar rugzak zou meenemen. En terwijl ze poseert met een stengel berenklauw in haar mond: “Ach, zelfspot sleept me overal doorheen. Sta ik er wel een beetje mooi op?”

Wilde plantensalades, longkruidbeignets en kruidenthee van douglasspar en valeriaan. 
Na een dag lopen en oogsten ligt er een meergangenmenu op het zeil.
 Beeld Imco Lanting
Wilde plantensalades, longkruidbeignets en kruidenthee van douglasspar en valeriaan. Na een dag lopen en oogsten ligt er een meergangenmenu op het zeil.Beeld Imco Lanting

De prairie, met haar paardenkuddes en in dit gebied legendarische salers-koeien, is inmiddels overgegaan in bos. De zon schijnt weer uitbundig. We stoppen bij een naaldboom. “Wat ik nu laat zien, is van levensbelang”, zegt Guy. “Dit is de taxus of venijnboom, een van de giftigste soorten die we kennen. Het eten van een paar naalden heeft al fatale gevolgen. Omdat de jonge naalden van de douglas- en de fijnspar wél geschikt zijn voor consumptie, moeten we precies weten hoe je ’m herkent.”

Brandnetelpesto

En er zijn veel meer giftige planten en bloemen, al is het overgrote deel niet dodelijk. Om het nog ingewikkelder te maken zijn sommige soorten beide: het ene stukje is gezond en de rest van de plant giftig. Guy breekt het bovenste stuk af van een takje van een spekwortel, een klimplant, en steekt het in z’n mond. “De rest van de plant is giftig.” We geloven hem, toch laten we als beginnend aspirant-naturalist de spekwortel liever links ­liggen. Hoe fataal een vergissing kan uitpakken, hebben we immers gezien in de film Into the Wild uit 2007, waarin Chris McCandless in de wildernis van Alaska een pijnlijke dood sterft door nét het verkeerde plantje te hebben gegeten.

Aangekomen aan de rand van een beboste vallei, slaan we het kamp voor de nacht op. Een concert van vogelgezang stijgt in alle windrichtingen op uit het groen.

Net geplukte eetbare bloemen die even later in een salade worden verwerkt. Beeld Imco Lanting
Net geplukte eetbare bloemen die even later in een salade worden verwerkt.Beeld Imco Lanting

Eerst maakt Gervais, de eige­naar van de ezels, een vuur. Daar komt geen lucifer of aansteker aan te pas. In de inkeping van een houten plankje draait hij een in touw gedraaid stokje razendsnel rond. Door de wrijving ontstaat een vonkje dat op een schijfje gedroogde paddenstoel wordt opgevangen – het aanmaakblokje van de natuur. Daarna wikkelt hij wat gedroogd gras om het schijfje zwam en blaast tot dat vlam vat. Even later staat een pan met water te koken op het kampvuur, ernaast een ketel voor de kruidenthee. Ziezo, weer een vinkje op onze ­overlevingslijst.

De ezels zijn inmiddels van hun last verlost en doen zich rondscharrelend tegoed aan scherpe distels die hier in overvloed groeien. “De stengel is lekker hoor”, zegt Guy. Hij breekt er een paar af en deelt ze rond. “Een gezonde snack.” Maar er is ook nog werk aan de winkel. “Neem je handschoenen mee.”

Verderop in het bos heeft Guy een brandnetelveld ontdekt en het is de bedoeling dat wij daar middenin gaan staan en de bovenste blaadjes plukken. Blij dat we eindelijk iets meteen herkennen én een lange broek aanhebben, gaan we enthousiast maar voorzichtig aan de slag. Terug in het kamp leggen we de hele oogst van vandaag op een zeil. Het is wel héél veel groenvoer. Veel keus hebben we overigens niet – de supermarkt is ver weg – dus beginnen we met snijden. Met wat meegebrachte smaakmakers, zelfgebakken brood, rijst en olijf- en sojaolie staan een uur later de gerechten klaar: salade met klaver, madeliefjes, veldsalie en kluwenklokjes, pesto van fijn­gesneden brandnetels, Indiase ­pannenkoekjes met een mix van wilde planten, aardappelpuree met adderwortel en een pudding van roomkleurige bloemetjes, de ­moerasspirea. Voor de liefhebbers staat op het vuur een thee van jonge douglasspar-scheuten en vlierbloemen te trekken. En we zouden niet in Frankrijk zijn als er op de ezels ook niet een cilindertje regionale kaas en een flink pak huiswijn waren meegekomen. Ook Guy is geen farizeeër.

Concert

Zodra de mars de volgende ­ochtend wordt voortgezet, hangt iedereen de linnen tassen weer om. Tot de lunch zijn we weer zoet met lopen en plukken. Een van de deelnemers, de Franse Clément (26), is al vaker met Guy op stap geweest. Desondanks vindt hij het herkennen van eetbare planten nog altijd een opgave – daar kijken we gek genoeg niet van op. “Ik ga geregeld alleen op zoek, maar dan twijfel ik toch vaak of ik het goede plantje te pakken heb. Ik loop liever geen risico’s. Aan de andere kant wil ik het per se leren. Ik vind het heel raar dat de natuur in onze tijd zo ver van ons af staat, terwijl we er middenin leven, zelf natuur zijn. Alsof we met z’n allen bij een concert zitten zonder te luisteren naar de muziek. Ik heb voor mezelf besloten dat ik het wél wil horen.”

Waarschuwing: eet geen wilde planten en bloemen voor je ­honderd procent zeker weet dat het veilig is.

3x wildplukken in België

Het bos intrekken om een plukverse oogst te verzamelen kan ook dichter bij huis. Deze drie organisaties leren je wat, waar en wanneer.

Les Odettes

Het Antwerpse foodcollectief van ­herborist Natalie Schrauwen combineert oude bewaartechnieken met plantbased koken. Ze organiseert ook workshops wildplukken, natuurlijke cosmetica en medicijnen maken en circulair koken. Om de crisis wat te counteren, start Les Odettes nu met online wildpluklessen. Je krijgt recepten en filmpjes opgestuurd. Binnenkort volgt er nog een virtuele klas via Vimeo.

lesodetteskookt.be

Forest to plate

Ben Brumagne trok met zijn fiets de wereld rond om zich uiteindelijk te ­settelen in zijn eetbare bos in Vireux-Molhain, vlak bij de Franse grens.

Forest to Plate leert je niet enkel de ­basisprincipes van wildplukken, maar organiseert ook educatieve projecten rond biodiversiteit, duurzaam bosbeheer of natuurlijke onkruidbestrijding. Voor elke boeking wordt een boom geplant.

foresttoplate.com

Rewilding

Kruidenkenner en survivalexpert Mike De Roover neemt je mee voor een ­onvervalste ‘back to basics’-expeditie. Behalve workshops bushcraft en ­survivaltechnieken begeleidt hij ook wildplukwandelingen. In de lente staan eetbare planten op het menu, in de herfst leer je paddenstoelen herkennen en oogsten. Om het verloren voorjaar enigszins te compenseren, zet Mike tijdelijk filmpjes met wildpluktips online.

rewilding.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234