Donderdag 08/12/2022

Windjakje of Westwood?

Ik ben 46 jaar, succesvolle cabaretière én Rijpe Vrouw. Ja! RIJPE VROUW! Zo werd ik laatst tot mijn verbijstering genoemd door mijn piepjonge en charmante collega Jandino Asporaat. Een Rijpe Vrouw! Zo had ik mezelf nog helemaal niet gezien! Ik schrok me dood! Ik zie mezelf altijd gewoon als mezelf, maar je kunt blijkbaar zomaar opeens en ongemerkt een Rijpe Vrouw zijn geworden. Het klopt ook wel, als je er bij nadenkt. Ik heb heus nog wel taille-tieten-kont, ik heb zelfs tamelijk ideale maten, maar ik ben inderdaad geen 18 meer. En ook geen 25. En ook geen 36. Zelfs geen 41. Ik ben het wel allemaal geweest. En als ik in de spiegel kijk, kan ik dat ook duidelijk aan mijn kop zien. De combinatie ‘succesvol’ en ‘rijp’ is lastig. Succesvol en jong is ook al ingewikkeld, maar dan werken je strakke lijf en je frisse kop nog mee. Dan wordt het je nog wel eens vergeven dat je in jeansbroek en op gymschoenen verschijnt. Maar er komt een moment waarop het echt niet meer kan. Je denkt dat het iets sympathieks heeft, zo van, wat is die vrouw toch lekker gewoon gebleven. Maar op een bepaald moment staat het gewoon sneu. Over de datum, underdressed, een teken van onvermogen. Dat moment valt, denk ik, ongeveer samen met het moment waarop je een Rijpe Vrouw bent geworden.

Rimpelrokje

Ik ben nooit goed geweest in kleren kopen. In mijn geval moet je dan eigenlijk aan de personal shopper. Ik heb het wel eens geprobeerd: zo iemand met visie die bij me thuis heel voortvarend te werk ging en pardoes al mijn lievelingskleren weggooide. Inderdaad, alle lekker zittende jeansbroeken en ruiten bloesjes. Ik geloof dat ik daarna geacht werd met een paars bolhoedje en een lange rode paardrijdjas naar de Albert Heijn te gaan. Van schrik ben ik daarna een paar weken binnen gebleven. Ik had dat soort problemen natuurlijk ook al lang zelf te lijf moeten gaan. Er op af! Heel veel in pashokjes staan en heel veel foute aankopen doen voordat je weet wat je ongeveer moet hebben. Je bent tenslotte een Rijpe Vrouw. Je hoort je stijl inmiddels bepaald te hebben. Je hoort te weten wat je staat en wat niet. Je hoort niet meer al vijf jaar met dezelfde handtas van de Hema rond te lopen omdat-ie zo handig is. Je hoort sowieso minstens dertig handtassen te hebben plus de bijpassende schoenen. Op de een of andere manier heb ik dat onderdeel van mijn leven nog maar steeds niet onder de knie.Ik weet inmiddels twee dingen: als ik een jurk draag, moet hij boven de knie zijn, en voor naar de Albert Heijn staat een jeansbroek nog best goed. Maar met die twee wijsheden kom je dus niet weg als je naar een première of tv-optreden moet. Hoe vaak heeft Jan Aarntzen, dé kledingadviseur van half vrouwelijk cabaret in Nederland, niet wanhopig tegen me geroepen: “Schat, doe nou eens wat behoorlijks aan! Niet iets wat Mien uit Appingedam ook aan heeft!” Maar ja, in mijn hart ben ik nog altijd Mien uit Appingedam (of eigenlijk Brigitte uit Haarlem Noord). Kan ik er wat aan doen dat mijn talent onvermijdelijk bekendheid met zich brengt? En noblesse oblige. Dus als je dan op je gymschoenen en in je lullige windjakje door de stadschouwburg loopt, wanneer je uit belangstelling even snel een voorstelling van een collega denkt te kunnen bezoeken, en alle mensen herkennen je, en je voelt je bekeken, en je bent je opeens bewust van hoe je doet, in het wild, en vooral van wat je aan hebt, dan besef je: ik had inderdaad iets behoorlijks aan moeten doen! Ik ben een keer met Jan en zijn zus speciaal naar Londen geweest. We moesten kleren hebben voor een nieuwe show. Jan wilde niet dat ik iets aan had wat iemand in de zaal ook aan kon hebben en zodoende gingen we dus naar Londen. Ik begon in een rimpelrokje met elastiek in de taille, en gymschoenen met sokken nota bene, en we eindigden enkele duizenden ponden verder met kleding van Vivienne Westwood en Paco Rabanne. Allemaal schitterend. Ik voelde me enorm luxueus, daar op die chique hotelkamer met al die nieuwe glamourkleren, in gedempt licht en rood pluche voor een rookspiegel. ’s Avonds nog naar een show op West End en het feest was compleet. Het eind van het verhaal is dat ik die Westwoodkleren één keer op een première heb gedragen, een beetje onwennig, en die Rabannejurk, die uitsluitend uit metalen pailletjes bestond, één keer bij een gelegenheidsoptreden, en dat was het weer. En uiteindelijk heb ik voor de voorstelling de kleren aangedaan die Jan in Nederland hier en daar zo lang even voor de try-outs uit de confectierekken had getrokken. Daarin voelde ik me tenminste thuis.

Slang in glimmende stof

Tegenwoordig ben ik wat georganiseerder en voor mijn shows ben ik met de geduldige hulp van Jan Aarntzen meestal perfect onder de pannen. Maar voor plotselinge ad-hocdingen schiet ik dus nog regelmatig in de stress.Een paar jaar geleden kreeg ik bijvoorbeeld het bericht dat ik genomineerd was voor de Gouden Olifant, de jaarlijkse Haarlemse cultuurprijs. Zeer vereerd natuurlijk, maar weer paniek! Wat moet ik aan?! Ik had het een beetje laten sloffen en ik was ook druk met andere dingen, en uiteindelijk was het te laat om nog weloverwogen toepasselijke kleding te regelen. Ik was toen net met mijn nieuwe man. Hij wist ook niet precies hoe het allemaal moest, maar hij aanschouwde mijn ontreddering en in zijn oneindige doelmatigheid kwam hij op de dag zelf thuis met een soort slang van zwart glimmende stof in hemdvorm met een enorme split. Die had hij toevallig in de kringloopwinkel gevonden, voor 2 euro 50. Een goeie bh er onder en maar geen onderbroek, want je zag elk randje er door heen, en klaar. Met mijn toen 9-jarige dochter, die godzijdank geen van mijn kledingpaniekgenen heeft geërfd en al als peuter precies wist wat ze aan wilde, heb ik in de gauwigheid bij een of ander accessoirewinkeltje nog een gouden vestje dat uit twee mouwen bestond plus een bijpassend gouden sjaaltje gescoord. Schoenen had ik gelukkig nog en zo zat ik die avond toch nog behoorlijk gesoigneerd op de eerste rij van de Philharmonie in Haarlem. Wel jammer was het dat het gebouw een nieuwe luchtbehandelingsinstallatie heeft die er uit bestaat dat er vlak voor de eerste rij uit een groot rooster ijskoude lucht geblazen wordt. De mannen hadden hun colbertjes er al voor ons overheen gelegd en wij vrouwen probeerden elegant onze benen bijna in onze nek te leggen. Dat alles kon toch niet verhinderen dat ik, toen ik uiteindelijk door Dieuwertje Blok, die de avond presenteerde, op het podium werd geroepen om de prijs in ontvangst te nemen, inmiddels zo verschrikkelijk naar de wc moest dat ik dat dus ter plekke op het podium moest melden en snel naar achter het toneel moest rennen om de blaas te ledigen. De onderbroekloosheid had waarschijnlijk ook bijgedragen aan de hoge nood. Chic en stijlvol was anders. En Dieuwertje de tijd maar vol kletsen en de mensen maar lachen en denken dat alles er bij hoorde. Maar dat was dus niet zo, ik zou zo ver nooit gegaan zijn met onhandig doen. Maar goed, dit verhaal terzijde. De jurk, daar ging het om, deed het uitstekend en ik stond er uiteindelijk heel vrolijk mee in de krant, als een soort opstijgende Spoetnik, vanwege de rondzwaaiende sjaal.

Taille-tieten-kontmodel

Ook heb ik in Het Spant te Bussum eens de prestigieuze Gouden Harp in ontvangst genomen in een jurk van 5 euro die van een soort Franse kringloop kwam. We waren op vakantie in Bretagne en manlief, die graag scharrelt op onduidelijke plaatsen, was gestopt bij een rommelmarkt achter hekken, waar de meest onwaarschijnlijke dingen te koop waren. Oliekachels van voor de oorlog, een opgezet overleden paard en een racefiets uit het holoceen. Er was ook een soort barakje bij waar kleren hingen, en in no time had man een collectie keurig gestoomde jurken opgespoord die van een elegante Française moest zijn geweest, die, waarschijnlijk wegens ouderdom, misschien zelfs wel wegens dood, kennelijk al haar jurken had weggedaan. Ik denk dat ze uit de jaren 60 of 70 kwamen. Ze zaten allemaal als gegoten, allemaal zo’n lekker simpel strak, mouwloos taille-tieten-kontmodel. Naast een prachtige zomerjurk in lichtblauwe ruitjes met grote margrieten zat er ook een dieprode wollen viltachtige jurk bij. Die jurk, gecombineerd met een rood-wit-blauwe sjerp en diverse onderscheidingen op de jurk gespeld, zoals daar zijn mijn medailles van de avondvierdaagse van de lagere school, een erepenning van de Botshol Polderschaatstocht uit 1978 en een onderscheiding wegens heel veel aluminium melkdoppen ophalen van mijn broer, bleek uitstekend geschikt voor het in ontvangst nemen van mijn prijs. En zo kom ik elke keer weer met de schrik vrij. Het is inmiddels kwart over zes. Er is sprake van alarmfase rood. Man komt naar boven. “Doe deze dan om”, zegt hij, en hij hangt me een enorm nep-Swarovskisierraad om de hals, gisteren op de markt gekocht. (Dat heb ik ook van de onvolprezen Jan A. geleerd: “Meid, als ze je sierraden aan de overkant van de straat niet kunnen zien, kun je ze net zo goed in je laatje laten liggen…”) “Zo”, zegt man, “daar gaan we van uit.” En met veel kunst- en vliegwerk ben ik een kwartier later min of meer tv-klaar. In de uitzending zit uiteindelijk een leuke, ontspannen Rijpe Vrouw met precies de goede kleren aan (ikzelf). Alles onder controle. En gelukkig ziet niemand dat die vrouw feitelijk alleen maar een onderbroek en bh aan heeft...

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234