Vrijdag 18/10/2019

3 vragen

Wim Van Lancker (KU Leuven) over gemeenschapsdienst voor werklozen: ‘Amper positieve kanten’

Wim Van Lancker is professor sociaal werk en sociaal beleid aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (KU Leuven). Beeld ID/Bas Bogaerts

Consensus bij de Vlaamse regeringsonderhandelingen tussen N-VA, Open Vld en CD&V, zo schrijft De Tijd: wie langer dan twee jaar werkloos is, zou op gemeenschapsdienst gestuurd kunnen worden door de VDAB. Armoedespecialist Wim Van Lancker (KU Leuven) is erg sceptisch over de effectiviteit van die maatregel.

De doelstelling in de startnota luidde: 120.000 Vlamingen extra aan de slag krijgen. Is zo’n verplichte gemeenschapsdienst dan een nuttig instrument?

Van Lancker: “Veel staat of valt natuurlijk met hoe zoiets wordt ingevoerd, maar in het algemeen weten we: zo’n systeem van gemeenschapsdienst of ‘tegenprestatie’, zoals het in Nederland genoemd wordt, is geen geweldig effectief instrument. Als je een langdurig werkloze verplicht om nuttig werk te doen, dan verdringt die taak een gewone job. Als het vooral niets mag opleveren, dan is het ook niet nuttig voor die persoon in functie van bijscholing of het opdoen van werkervaring. Je zit dus in een heel paradoxale situatie die amper positieve kanten heeft.

“Al zeker niet als je kijkt hoe het in de praktijk vorm krijgt, trouwens. In Nederland is dat bijvoorbeeld met veel lokale autonomie, waarbij sommige gemeenten erg streng te werk gaan. Dat leidt soms tot mensen die voor een habbekrats vuil moeten gaan rapen, wat natuurlijk weer een reguliere job is.”

Zijn er dan geen landen waar zo’n systeem een structurele verbetering heeft opgeleverd?

“Er zijn geen landenstudies die een positief effect op de langetermijnwerkloosheid aantonen, al ken ik niet elke lokale context. Er zullen zeker gemeentebesturen bestaan die het goed invullen, maar dan wordt het gewoon een surrogaat van de instrumenten die we al bezitten. Namelijk: intensieve begeleiding van mensen, het aanmoedigen van stages of vrijwilligerswerk, de mogelijkheid tot bijscholing, enzovoort. Dat men dit nu naar voren schuift als een symbooldossier, doet me vrezen dat men het straks invult als ‘we moeten gewoon een beetje strenger zijn’. 

“Dan lijkt het me veel beter om de OCMW’s beter te ondersteunen, en te investeren in de juiste werkplaatsen. Slechts 19 procent van de mensen die nu recht hebben op maatwerk in de sociale economie, vindt daar nu een plaats. Hen dwingen in een job zonder toekomstperspectief, wat doet dat met hun identiteit? Onderzoek in Nederland daarover noopt niet tot optimisme. Mensen worden er niet gelukkiger door en breiden hun sociaal netwerk niet noodzakelijk uit.”

Arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) zei in De Tijd onder meer: ‘Werklozen moeten beseffen dat veel mensen voor het principe ‘voor wat hoort wat’ zijn.’

“Dat is inderdaad erg doordrongen in onze perceptie als het gaat over uitkeringen en leeflonen, maar tegelijkertijd zijn mensen heel bereid om solidair te zijn, blijkt uit enquêtes. Wat bedoelen we met ‘voor wat hoort wat’? Om vandaag een uitkering te krijgen, moet je al gewerkt hebben. Als je werkloos wordt, moet je je inschrijven op activeringsprogramma’s. Het systeem zit dus al vol wederkerigheid, de meeste werklozen liggen echt niet te luieren in een hangmat. Ik zie een grote verantwoordelijkheid bij beleidsmakers om dat ook te durven uitleggen.

“Helaas is het blijkbaar de aard van het Belgische beestje om beleid niet in te bedden in een bredere maatschappelijke context. Langetermijnwerkloosheid is een probleem dat een doordachte langetermijnvisie nodig heeft, geen zombie-idee dat al lang begraven leek.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234