Donderdag 05/08/2021

Wim OpbrouckIn dit theaterhuis is gelukkig

De vibes in NTGent zijn goed. En ik sta er niet alleen voor, hé. Bedoeling is om vanuit een team te werken. Dat zal ook moeten, want ik blijf zelf acteren. Daar mag absoluut geen misverstand over bestaan: ik ben en blijf een acteurIk droom eigenlijk van een marathon, weer. Om daarmee te openen.

veel 'stil' management

Als statement. Binnenkomen in het theater en er twaalf uur later weer buitenkomen

Een bleke dinsdagochtend in Gent. Op een baliemedewerkster en twee Japanse toeristen, chattend op de publieke computers, na, is het nog rustig in het stadstheater. Maar schijn bedriegt. Sinds de intrede van Johan Simons als artistiek directeur enkele jaren geleden, is NTGent nooit echt uit de belangstelling verdwenen. De Nederlandse regisseur Simons nam een vliegende start, met succesvolle producties, internationale tournees (een nieuw gegeven voor het huis) en - last but not least - een indrukwekkend acteursensemble, onder wie Steven Van Watermeulen, Betty Schuurman, Elsie de Brauw, Frank Focketyn en Els Dottermans.

Maar begin vorig jaar werd het onweerachtig boven de schouwburg aan het Sint-Baafsplein: de boekhouding bleek een zwart gat ter waarde van ongeveer 3 miljoen euro te vertonen, een schuldenberg die ontstaan was uit de combinatie van een historisch deficit, een breed aangezet artistiek programma en een weinig transparant rapporteringssysteem. We schrijven voorjaar 2007.

Enkele maanden later, in oktober vorig jaar, kondigt Simons zijn vertrek aan, weliswaar pas over afzienbare tijd. Hij is gevraagd om vanaf 2010 intendant te worden van de Müncher Kammerspiele in Duitsland - an offer too good to refuse, zoals dat heet. Meteen kon het stadstheater weer op zoek naar een vervanger, een witte raaf die het liefst kan voortbouwen op het pas teruggevonden artistieke elan.

Of om de omschrijving van de raad van bestuur te citeren: NTGent ging op zoek naar "een sterke persoonlijkheid met artistieke uitstraling, een intrinsieke motivator, sterk in people management, een netwerkfiguur die in staat is om het eenduidige artistieke gezicht van het huis te zijn, bekend in Vlaanderen en Nederland, maar ook in staat om internationaal te vertegenwoordigen, voldoende vertrouwd met de huidige werking om de intrinsiek budgettair moeilijke situatie te accepteren".

Het zijn stuk voor stuk kwaliteiten die Wim Opbrouck (38) zonder twijfel in zich verenigt, al kun je de West-Vlaming moeilijk van artistieke eenduidigheid verdenken. De acteur, muzikant en televisiemaker van onder andere De bende van Wim is sinds 2005 een vaste waarde in het Gentse ensemble, maar geen regisseur. Vandaar de verrassing bij sommigen toen vorige week bekend raakte dat Opbrouck in 2010 de fakkel van Simons zal overnemen, een mandaat waar hij zelf nog wat onwennig tegenover staat, zoals tijdens het gesprek zal blijken. Om nog wat olie op te vuur te gieten, confronteer ik hem bovendien met tien goede redenen om de handschoen níét op te nemen, kwestie van de demonen te benoemen vooraleer ze worden weggejaagd. Opbrouck verslikt zich bijna in zijn boterkoek als hij het hoort. "Meen je dat nu, tien goede redenen om het niet te doen? Ik straal dat uit, zeker?"

"Je treft mij echt wel op een moment om het daarover te hebben. Juist niet, bedoel ik. Het is de eerste dag dat ik in NTGent ben sinds het nieuws bekend werd, en mijn kop draait zot, zoals ze zeggen. Ook al is de beslissing goed voorbereid. Het klopt: ik heb een mandaat om deze piste te verkennen, maar er moet nog zoveel gebeuren." Hij zucht. "Toen ik de krant opensloeg en zag staan: 'Opbrouck gaat NTGent leiden' werd ik even week in de knieën. Het stond er zo... affirmatief."

Meteen een eerste reden contra: de persaandacht rond uw persoon wordt er nog groter door.

"Dat heb ik gemerkt, ja. Ik had nooit gedacht dat zoiets voer was voor een item op het journaal, hooguit iets voor een kolom op de cultuurbladzijden. Ik was vorige week onderweg met mijn band De Dolfijntjes, en we hoorden het bericht op de radio. 'Opbrouck, bekend van In de gloria en Het eiland'. Het klonk als een in memoriam. Onze bassist zei: als we nu tegen een boom knallen, kunnen ze hetzelfde bericht gebruiken. Maar ik heb die extra aandacht niet gezocht, hé. Net zomin als ik gesolliciteerd heb voor de job van artistiek leider. Het idee is gegroeid vanuit de behoefte in huis om op de ingeslagen weg verder te gaan, met het huidige ensemble. Zo kwam men bij mij terecht.

"Toen Johan in oktober zijn afscheid aankondigde, was dat voor sommigen een donderslag bij heldere hemel, maar niet voor mij. Ik had het zien aankomen. Wij waren met hem in Duitsland aan het repeteren, dan leef je op elkanders lip. Sowieso is Johan niet het directeurstype. Meer een regisseur, een vriend, een sparringpartner. Iemand met wie ik héél graag theater maak, wat ik ook zal missen. Maar ikzelf vind zijn overstap uiteindelijk heel normaal. Hij is hier dan toch een tijd geweest - hij is hier nog tweeënhalf jaar. Maar meteen begon het in huis te gonzen: en wat dan, in 2010?"

Het gonsde in uw richting?

"Niet onmiddellijk. Johan suggereerde het idee om eerst binnenskamers te zoeken naar een opvolger. Toen is er een reeks gesprekken begonnen met de acteursgroep, waarbij we tot de conclusie kwamen: hier in Gent is er een ensemble. Als je de drie stadstheaters bekijkt, zijn wij op dat vlak eigenlijk het enige. Maar ik dacht ook: is het geen illusie? Denken wij dat we een ensemble hebben, terwijl het eigenlijk maar een verzameling van mensen is? En wat als de vaderfiguur vertrekt, blijft dat nog een ensemble? Enzovoort.

"Ik moet ook zeggen: nu pas, na twee jaar, begin ik dat ensemble pas echt goed te leren kennen. Het duurt soms even vooraleer je met iedereen uit die groep in een productie staat, en dan gaat het wel snel. Maar bijvoorbeeld met Kristof Van Boven sta ik pas nu, na twee jaar, in een voorstelling. Gaandeweg ontdekte ik dat de mensen die Johan bij elkaar heeft gebracht, dat die combinatie van mensen niet toevallig is. Dat de dynamiek die daaruit voortvloeit, ook geen toeval is. Dat is een van Johan zijn talenten: hij voelt mensen goed aan. Jan Eelen heeft dat ook (regisseur van In de gloria en Het eiland, SH).

"Er zijn weinig discussies over stijl of inhoud binnen deze ploeg. Niemand is vies van hard werken, iedereen wil graag zijn tanden in het repertoire zetten... De vibes in huis zijn goed, kortom, en dat werkt op zich weer aanstekelijk naar anderen toe.

"Of ik dat talent ook heb, om mensen te verzamelen? Dat denk ik wel. Ik heb er alleszins ideeën over. En ik sta er niet alleen voor hé. Bedoeling is om vanuit een team te werken. Dat zal ook moeten, want ik blijf zelf acteren. Daar mag absoluut geen misverstand over bestaan: ik ben en blijf een acteur."

Dat brengt me bij reden twee: voor uw - al zeer volle - agenda is dit zelfmoord.

"Mja. Och. Zoals je zelf aangeeft: ik combineer nu al veel. En je hebt er geen idee van hoeveel ik sowieso al afzeg. Hoe ik mijn tijd indeel is eigenlijk een privéaangelegenheid, maar het gebeurt als volgt: eerst en vooral is er NTGent, en daarnaast is er Woestijnvis. Voor televisie werk ik alleen als mijn theateractiviteiten dat toelaten. Daar maak ik een erezaak van. Er is tot op heden nog geen enkele repetitie weggevallen omdat ik ergens een dag moest filmen. Begrijp me niet verkeerd: een acteur kan soms enkele maanden uit huis actief zijn. Net zoals Johan ook regelmatig als regisseur buitenshuis werkt. Akkoord, voor een directeur is het wenselijk dat hij vaak genoeg in huis is, en dat is zeker een aandachtspunt voor mij. Maar met een goede planning kun je wel een en ander combineren.

"Het heeft ook met een, zeg maar, bedrijfscultuur te maken. Als acteur in NTGent zijn we allemaal perfect in staat om onze verantwoordelijkheid te nemen. Na een première, op de tournees, zijn we meestal zonder Johan op de baan, en dat werkt zeer goed. Die discipline is er. We zijn als het ware zo opgevoed. Het was ook tijdens de tournees dat er veel gepraat is onderling, aan ontbijttafels in verre buitenlanden. Dat hielp om de zaken in perspectief te blijven zien. Maar ook om als mensen open met elkaar om te gaan. Sowieso wil ik echt aan dat internationale verhaal blijven bouwen. Wat dat betreft is er meer sprake van een doorstart dan van een nieuw hoofdstuk in 2010. Het is een logisch vervolg."

Maar evengoed: een directeur of artistiek leider heeft toch een ander profiel dan een acteur?

"Dat is waar. Weet je wat ik moeilijk kan? En dat is echt een nadeel: ik heb te graag dat iedereen het goed heeft. In die mate dat ik er soms van wakker lig, of erover droom. Maar tussen droom en daad staan veel praktische beslommeringen. En op dat vlak kan ik moeilijk loslaten. Daarom ben ik ook acteur: empathie is mijn instrument. Ik zal dus moeilijk slapen als iemand in huis in de knoop ligt met zichzelf of op professioneel gebied, dat weet ik nu al.

"Van een artistiek leider of directeur wordt vooral daadkracht verwacht. Terwijl een acteur... Die heeft iets inconsequents. We zijn vrijbuiters, en ook kwetsbaar op die manier. Als ik ergens bang voor ben, is dat ik mijn kwetsbaarheid op dat vlak zou verliezen. Ik ben geen doorsnee leiderstype, al kan ik wel mensen motiveren en knopen doorhakken als het moet. Maar ik hang nog graag de onnozelaar uit. Voor de productie Instinct bijvoorbeeld had ik de muzikale leiding. Dan wordt van je verwacht dat je een beetje schoolmeester speelt. Dat je een half uur voor de voorstelling zegt: en nu gaan we inzingen, onze stemmen opwarmen. Dat ging me niet altijd goed af. Maar dan was er altijd wel iemand anders van de acteurs die zonder veel boe of ba het inzingen startte. Op dat gebied zijn we echt een hecht team geworden de voorbije jaren: er is veel 'stil' management in dit theaterhuis.

"Om een ander voorbeeld te geven: niet zolang geleden moesten we in Luxemburg spelen in een enorme loods. Maar tijdens het uitladen van de decorstukken sloeg de sprinklerinstallatie aan. De hele ruimte stond onder water, waardoor we in allerijl moesten uitwijken naar een kleine vlakkevloerzaal. Wel, op zo'n moment kunnen we als acteurs echt goed de touwtjes in handen nemen: pro's en contra's afwegen met de productieleider, een extra repetitie inlassen en we waren safe.

"Zo is deze beslissing eigenlijk gegroeid. Vanuit een voorgeschiedenis, gesprekken met mensen. Toen Johan zijn vertrek aankondigde, dacht ik voor mezelf: oké, binnen een jaar of twee vinden we wel iets anders. En dat geldt voor alle acteurs: iedereen kan elders aan de bak komen. Dat is dus geen reden. Wat ons drijft om met dit team verder te gaan, is pure goesting. Dit verhaal is nog niet afgerond."

NTGent heeft een nieuw artistiek leider - scène 1.

Het wordt drukker in de foyer.

Een van de medewerkers nadert onze tafel.

Hij aarzelt als hij de recorder op tafel ziet liggen, maar wordt joviaal begroet door Opbrouck.

"Dag Etienne."

"Goedemorgen..."

"Het blijft Wim hé. Ge moet nu geen meneer beginnen zeggen." Vette knipoog.

"Heb ik dat gezegd?"

"Nee, nee, maar ik zag u al een 'm' vormen."

"Ik ging Wim zeggen. Maar we zullen dan ne keer klappen, hé jongen. Haha."

"Nog niet direct op pensioen gaan, mijnheer Etienne."

"Als u in dienst komt, heb ik nog één jaar te gaan..."

Schouderklop en af.

Opbrouck: "Etienne staat in voor onderhoud en is de oudste medewerker hier. Een lieve mens."

"Ik voel bij veel mensen in huis een opluchting. Niet omwille van mijn opdracht, wel omdat er op deze manier continuïteit kan zijn. Dat was een argument ook binnen de acteursgroep: als we nu weer moeten wachten op een nieuwe grote regisseursnaam... Dat zou het huis moeilijk aankunnen, in deze fase. Wachten op iemand die van buitenaf komt, die dan eerst het huis en de mensen moet leren kennen. Wij hebben zoiets van: we zitten hier nu in deze schouwburg, een van de mooiste en beste in Europa. Op een historische plek. Waarom zouden we die oefening niet maken, het in handen houden? Daarbij heb ik zo'n beetje de taak van formateur gekregen. Iemand moest het doen, en ik ken de Gentse context goed. Ik heb in ongeveer elk huis hier al gespeeld: bij Lod, Victoria, Nieuwpoorttheater, in Vooruit, de Minard... Gent is een fantastische theaterstad, en dat is geen zeem aan de baard van de mensen hier. Dat is gewoon een feit, als je vergelijkt met andere steden. Het is zoals Steven Van Watermeulen zei: we zijn hier allemaal zo graag. In dit huis, maar ook in Gent."

Niet zolang geleden kreeg de 'Hollandse invasie' in NTGent nog kritiek.

"Dat was zo een nutteloze discussie. Er blijft al zo weinig gemeenschappelijks over in dit taalgebied. Johan heeft inderdaad een 'sauce Hollandaise' op de menukaart gezet, maar als we ons nu al gaan beperken tot de tegenstelling Vlamingen versus Nederlanders... Wat is dan de volgende stap: dat ik als West-Vlaming alleen maar in Kortrijk of Roeselare mag spelen? Dat is puur kleingeestigheid die opspeelt. Als je ziet hoe een collectief als Wunderbaum in deze stad functioneert, wat dat teweegbrengt bij een jong publiek... Zij zijn indertijd ook maar met Johan meegekomen, maar ze hebben hun stek hier verworven, als mensen en op basis van hun artistieke merites. Laat dat duidelijk zijn: NTGent wordt vanaf 2010 niet Vlaamser. Integendeel. De deuren en ramen blijven openstaan. Zo is het goed. We willen ook per se een poot in Amsterdam blijven behouden, als speelplek. Uiteraard."

Nog een stevig argument contra: de niet geringe schuldenberg.

"Weet je, psychologisch is dat stilaan meer een voordeel aan het worden, want het kan niet veel erger zijn dan nu het geval is. Onze zakelijk leider en de voorzitter hebben zich daar nu in vastgebeten als pitbulls, er is een analytische boekhouding gekomen, een afbetalingsplan... Er moet op dit vlak een soort mentaliteit ontwikkeld worden, een eerlijke communicatie. In dat opzicht... Er is een enorm lijk uit de kast gevallen, dat historische deficit. Daarnaast zijn er wat schulden bijgekomen toen Johan is begonnen, om het huis op de kaart te zetten - wat inherent is aan overname. Het voordeel voor ons is: we weten het nu. We weten perfect hoe het in elkaar zit. (denkt na) Misschien moeten we soort 'Vrienden van NTGent' oprichten, dat is een van de romantische ideeën die ik heb. We zullen zien.

"Ik ken niet alle rekeningen in detail. Toen dat lijk uit de kast viel, dat was een enorme schok. Maar het heeft een soort mentaliteit doen ontstaan, wij tegen de rest van de wereld. Ook dat kun je geen drie jaar volhouden, er moet nu echt wel een perspectief gecreëerd worden. En dan lukt het wel."

NTGent heeft een nieuw artistiek leider - scène 2.

Het wordt nog iets drukker in de foyer.

Opbrouck: "Aha. Ziedaar de zakelijk leider van NTGent, alreeds in functie..."

(tegen Kurt Melens:) "Ik ben mijn demonen aan het uitdrijven: allemaal redenen om het niet te doen."

Melens: "Zo kan ik er nog wel wat bedenken."

Opbrouck: "Smeerlap."

Contra voor deze job: Wim Opbrouck is een notoir twijfelaar.

"Is dat jouw vraag: of een twijfelaar zo'n functie aankan? Ik cultiveer dat ook wel een beetje. Pas op, ze zijn er, maar ik koester mijn twijfels misschien ook wel. Het is een soort lancering: het mag. Het mooiste aan Johan Simons, en ik zie dat gebeuren op repetities, is dat hij dat toelaat, die twijfel. Dat hij zegt: nu weet ik het even niet meer. Het ergste wat je als acteur kan overkomen - en dat is ook zo in een werkgever-werknemersituatie - denk ik, is een baas die zegt: ik weet het, terwijl hij het niet weet. Zo wil ik nooit zijn. Nooit. Nog liever zeggen: ik weet het niet, dan de schijn ophouden met de woorden: ik weet het wel hoor. Ik vind dat het ergste wat er bestaat en het keert sowieso als een boemerang terug in je gezicht.

"Dus: als ik als mens bang voor iets ben, waarom zou ik dan aan iedereen verkondigen dat ik niet bang ben? En voor alle duidelijkheid: over die artistieke droom, daar heb ik niet de minste twijfels over. Het gepieker is meer op het persoonlijke niveau.

"En voor de rest: er is hier ook een zakelijke leider, met name de heer Kurt Melens, die zal moeten zeggen: we hakken die knoop door. En dat kan ik ook. Als ik geen knopen zou kunnen doorhakken, zou ik niet staan waar ik nu sta. Dan zou ik nog altijd rondjes rijden onder de kerktoren. Mijn twijfels zijn veeleer van existentiële aard: ze staken de kop toen ik vader werd, een huis kocht, dat soort zaken. Als je een grote beslissing moet nemen, begin dan met het worstcasescenario, dan ben je daar al vanaf. Het is een soort zelfbescherming.

"Er is niks mis mee om met je hoofd tegen de muur te knallen. Alleen, men staat gretig klaar van buitenaf om de zaak af te branden. Zie ik in heel veel gevallen. Dat is zo voor een nieuwe trainer van een voetbalploeg, en ook in de kunsten. Jan De Cock werd geïnterviewd in het MoMa in New York, en de laatste vraag van het interview moest toch weer zijn: kunnen we ons dat nog wel permitteren? Is onze Jan De Cock niet te zeer omhooggevallen? Daar krijg ik iets van: van dat soort kleingeestigheid. We moeten ambitieus durven te zijn."

Argument contra én een Vlaams gezegde: hoge bomen vangen veel wind.

"Daar heb ik nu niet zo veel schrik van. Hoewel. Ik zat gisteren naast Leterme in Phara en ik dacht: mijn god, wat een eenzaamheid. Hij zei het ook zelf. Nu moet ik me ook niet gaan verstoppen achter het ensemble, maar de idee is hier wel dat we vanuit een collectief starten. Alleen, ik begrijp ook wel dat mijn kop dat genereert. Dat je kritiek krijgt als je dingen maakt, het hoort erbij. De ene keer raakt het je al wat meer dan de andere keer. Maar meestal is kritiek ook gezond. Het hangt ervan af. In die zin zal het niet eenvoudig zijn nu om... Hoe moet ik dat omschrijven? (denkt na) Als blijkt dat ik mijn handtekening moet zetten onder een contract dat het mogelijk maakt om dit ensemble samen te houden, dan wil ik graag een hoge populier zijn. Beter zo dan halfhalf.

"Er komt wel een aantal dingen bij, en daar ben ik nog niet uit. Situaties als acteur: dat je in première gaat, dat je op de planken staat... In dat opzicht ben ik dubbel kwetsbaar: ik kan als acteur kritiek krijgen, maar in de toekomst kan ik ook op het beleid aangesproken worden. Daar denk ik wel over na. Mijn angst bestond er onder meer in dat ik anders zou bekeken worden onder de medeacteurs, maar ik merk in de gesprekken..."

Ook dat stond op mijn lijstje: hoe verhoudt u zich tot uw collega's-acteurs in de toekomst? Zal het niet raar worden om samen op de planken te staan?

"Maar gelukkig behoren we tot een andere generatie acteurs, we zijn anders opgevoed. Elsie de Brauw wil blijven, Els Dottermans, Aus Greidanus jr., Frank Focketyn, Kristof van Boven... Ook Steven wil heel dicht betrokken blijven. Ik moet heel erg het idee hebben van samen te werken, dan kan ik veel aan. Maar alleen? Artistiek leiderschap as we know it? No way. Dat is het echt niet. We willen een ander model. Ik zeg dat niet om mij aan mijn verantwoordelijkheid te onttrekken, hoor. Het is gewoon zo.

"Het enige nieuwe aan die collectiefgedachte is dat het zich binnen een stadstheater voordoet. Maar dat maakt het ook boeiend. Als we het doen, moeten we ons op die manier ook profileren tussen de andere stadstheaters. Antwerpen lijkt op dat vlak meer een productiehuis met verschillende productiekernen, die schijnbaar onafhankelijk van elkaar actief zijn. Brussel is nog een ander idee, maar ook met verschillende makers. Wij willen echt de troeven van een ensemble op tafel leggen."

Mogelijk argument contra: de nieuwe voorzitter zal het u nooit vergeven als het mislukt.

"Het klikt met die man, absoluut. Luc Van den Bossche is een zeer sterke voorzitter, een monument, een staatsman, een pitbull ook. Daarom klikt het ook zo met Johan. Ze zijn allebei no-nonsense. Om een of andere duistere reden zet Luc alles op alles om dit huis te redden. Het is gewoon indrukwekkend om te zien hoe hij vergaderingen leidt. Je kunt er niet zo makkelijk omheen, laat ik het zo zeggen. Kortom, het is de best denkbare voorzitter voor dit huis op dit moment. Hij is ook het type van crisismanager, hé, en dat is hier toch een beetje aan de hand: een crisis. Een beheersbare crisis, maar evengoed... Maar iedereen voelt aan in huis dat hij en Johan elkaar daarin perfect vinden: zij stampen de zaak echt vooruit. Anders kan ik het niet zeggen: stampen. Het is niet op halve kracht."

Door deze job te aanvaarden, wordt de langverwachte doorbraak van De Dolfijntjes weer eens uitgesteld.

(lacht) "Ja, De Dolfijntjes. Dat is een neverending story. Inderdaad, het klopt wat je zegt. Maar als onze nieuwe plaat internationaal doorbreekt, dan zeg ik het huis vaarwel. Dat begrijp je wel (knipoogt). De release van de nieuwe plaat is voor augustus, vermoedelijk. Ik wou al lang nog eens een sterke plaat maken met De Dolfijntjes en ik denk dat we dat nu ook gedaan hebben. We hebben het ook ambitieus aangepakt: we hebben de ICP-studio geboekt, een soort van Disneyland voor muzikanten en Ron Reuman heeft het geproducet. Echt alles erop en eraan. Maar we doen het volledig in eigen beheer, we hangen van niemand af."

Zult u aarzelen om De Dolfijntjes te programmeren in dit huis?

"Neen, niet echt. We zien wel. Maar wat ik hoe dan ook vind, is dat de deuren van het huis wat meer zouden mogen openstaan voor goede rock-'n-roll. Als Tom Waits in de Bourla komt spelen, dan mag Randy Newman hier ook staan. Dat zouden we moeten proberen. Natuurlijk, er zijn al huizen voor muziek: Vooruit, de Handelsbeurs... Maar voor theatrale, intiemere concerten is dit een perfecte zaal. Er is ook een circuit dat op dit moment in Gent niet aan bod komt.

"Dat brengt me bij een ander aspect: er zijn zeker jonge gasten in het theater die nu te weinig kansen krijgen om in de grote zaal te werken. Of om repertoire te maken. Met een goeie mix van acteurs. Dat heb ik ook gemerkt op Theater aan Zee vorig jaar, toen ik daar als centrale gast in de jury zat voor Jong Theater: er is veel talent dat, mits goed begeleid, zeker brokken kan maken, artistiek gesproken dan. Want vaak is het zo, als ik dat bekijk, jong zoekt jong op. Om maar te zeggen: een jonge maker zoekt een jonge technicus, enzovoort. Terwijl het natuurlijk zeer boeiend kan zijn om jong en oud in één productie te verenigen.

"Met de acteurs die we hier hebben, is dat ook een uitgesproken wens. Straks zijn alle Simonsen en Percevallen op pensioen, bij wijze van spreken. Waar zitten de opvolgers? Die kweekvijver is er nu niet echt. Ik heb Luk Perceval hierover gesproken, toen ik hem ook raad vroeg voor onze situatie nu, en hij had ook iets van: ga er voor met dat ensemble en voor nieuwe, jonge regisseurs. Akkoord, in het verleden - ik denk dan aan Het Toneelhuis onder Luk - is die ambitie niet over de hele lijn gerealiseerd. Wellicht was het ook moeilijk voor de jonge generatie om uit de schaduw van zo'n grote naam te komen. Je ziet dat hier in Gent ook een beetje: het is niet eenvoudig om, onder het bewind van Johan, je draai te vinden als jonge regisseur. Johan is toch een beetje de zon waar alle planeten en satellieten rond draaien. Ik ben dus benieuwd om te onderzoeken wat dat geeft als er een groep ervaren acteurs het beleid uitmaakt, meer dan één sterk figuur. En welk effect dat zal hebben op de jongere generatie. Ik hoop dat het lukt.

"Daar waarschuwde Luk mij ook voor. Hij zei: de droomfase is de mooiste fase. Maar dan word je al snel geconfronteerd met het schrappen en snoeien in je dromen, veeleer dan met het realiseren ervan. Dat is een moeilijke evenwichtsoefening en ik kan me er maar beter op voorbereiden."

Laatste argument contra en een echte dooddoener: theater is passé.

"Maar het theater is juist springlevend! Ik ben onlangs nog naar Abattoir Fermé gaan kijken, de zaal zat vol jonge mensen. Hetzelfde geldt voor Wunderbaum. Meer en meer in deze sombere tijd is er een soort van heropleving van het theater bezig. Mensen komen graag naar mensen kijken, dat krijg je ook nooit kapot. Zelfs al moeten we als acteur op straat gaan spelen. Die behoefte is van alle tijden. Gelukkig is in het theater ook de concurrentie met film voorbij. Er is een tijdlang geprobeerd om op het toneel dezelfde snelheid aan de dag te leggen als in een filmmontage, maar dat moet je niet als voorbeeld willen.

"Ik droom eigenlijk van een marathon, weer. Om daarmee te openen. Als statement. Binnenkomen in het theater en er twaalf uur later weer buitenkomen. Dat gretig consumeren. Gecharmeerd worden. Het moet geen Ten Oorlog zijn, maar ik droom toch opnieuw van zo'n ervaring, ook voor het publiek. Pas op, theater moet ook geen event zijn - in de commerciële betekenis van het woord. Maar het mag wel een evenement zijn. Nee, het is verre van passé. Dat is het probleem niet. Mochten er nu geen tickets verkocht worden, dan zou ik je misschien nog gelijk geven. Maar dat is niet zo.

"Er is bij Johan ook geen lijn in te trekken: klassiekers als de Oresteia staan naast theaterbewerkingen van romans van Grunberg... Het mooiste compliment kregen we in Polen. Er was iemand komen kijken naar Platform en De asielzoeker en een jaar later naar Het leven een droom. Die kon niet geloven dat het van dezelfde regisseur was! Voor ons als speler is dat het schoonste. Blijven verrassen. Ook in wat het huis genereert. Servé Hermans en Jeroen Versteele organiseren hier de 'Talk of the Town', wel, mensen komen daar op af. Dat zorgt op zichzelf voor een dynamiek. Ik heb het gevoel, kortom, dat we ons als huis, maar ook als groep, echt in de stad genesteld hebben. Dat merk ik ook aan de gesprekken achteraf. En ik krijg langs alle kanten te horen: doe er mee door, alsjeblieft. Er liepen al sms'jes binnen met de woorden: 'Gent is gered'. Dat is euh... lichtjes overtrokken, maar je voelt wel een oprecht enthousiasme bij veel mensen: oef, het stopt niet."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234