Dinsdag 28/09/2021

InterviewWim Opbrouck

Wim Opbrouck: ‘Pijnlijk om vast te stellen dat mijn beroep niet meer serieus wordt genomen’

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

De theaterzalen en cinema’s mogen dan wel weer open zijn, toch is de eeuwige optimist Wim Opbrouck niet zo zeker dat het allemaal weer als vanouds wordt. ‘De wereld draait weer gewoon verder en de culturele sector is blijkbaar overbodig geworden.’

Nee, een retourtje Cannes zat er deze week niet in voor Wim Opbrouck (53) om op de rode loper te schitteren op het filmfestival. Opbrouck was er te zien in Annette, de rockopera die het festival opende en Adam Driver, Marion Cotillard en Angèle op de affiche heeft staan. Al moeten we zijn rol vooral niet overdrijven, zegt Opbrouck, die de film zelf nog niet zag. “Mijn bijdrage is bescheiden. De opname is in een flits voorbij, hoorde ik.”

Hoe klein de rol ook, toen zijn manager hem vroeg of hij hier auditie voor wilde doen – “Er zijn niet veel zingende acteurs, zo zijn ze bij mij terechtgekomen, denk ik” –, zag hij dat meteen zitten. Zo’n rol in een musical was weer eens iets heel anders. “Dus waarom niet?” Al waren er nog twee andere belangrijke redenen om deel te nemen aan de casting. De muziek voor Annette is geschreven door de Amerikaanse broers Ron en Russell Mael, bekend van de geflipte jaren 80-groep Sparks, waar Opbrouck een grote fan van was. “Ze hadden één grote hit: ‘This Town Ain’t Big Enough for Both of Us’. Geweldig nummer. Ik hield van dat soort artistieke bands: Talking Heads, Frank Zappa... Het waren de mafketels van de popmuziek en ik wilde hen graag eens ontmoeten.”

En dan was er nog regisseur Leos Carax, ook een van Opbroucks idolen. “Les amants du Pont-Neuf, ook een werk uit de vorige eeuw, is een van mijn lievelingsfilms aller tijden, met Juliette Binoche en Denis Lavant. Ik was er ondersteboven van, het paste in de nieuwe soort harde Franse films uit de jaren 80. Vandaar dat ik mee wilde doen aan de casting voor Annette.”

Hoe was het om uw helden van vroeger terug te zien?

Wim Opbrouck: “Het ging er professioneel aan toe. Maar de repetities waren leuk. Ze vonden plaats in een oude bioscoop in Brussel. Ik was te vroeg opgeroepen, net als regisseur Leos Carax. Zo stond ik plots naast mijn filmheld, een kettingrokende man met zonnebril. Gelukkig herkende hij me van de opnames van mijn auditiefilmpje (Opbrouck zong en speelde daarvoor een stukje van La Traviata, JDR). We hebben anderhalf uur koffie gedronken en gewacht op de Sparks en op acteur Adam Driver. De mannen van Sparks heb ik alleen tijdens de repetities gesproken. We hebben er een filmpje over opgenomen waarin ik mij als fan bekendmaak.”

Het was wellicht ook wel zo gemakkelijk dat de opnames van Annette grotendeels in België werden opgenomen?

“De hele film speelt zich in Californië af maar is volledig in Europa opgenomen, inderdaad voor een groot deel in België. Mijn scène is in de opera van Luik opgenomen (Opbrouck is een ‘aankondiger’ in de film, JDR). Omdat het maar om een kort stukje ging, hield ik er rekening mee dat de scène er uitgeknipt zou worden. Of nog erger, gedubd. Maar dat is gelukkig niet gebeurd. Nu was het best nog moeilijk om te zingen op de muziek van Sparks. Het is complexe muziek, ik heb er op moeten studeren. Ik werkte met een Amerikaanse stemcoach die via WhatsApp aan mijn Amerikaans accent sleutelde. (lacht) Uiteindelijk is het nummer dan toch op het album verschenen. Met Adam Driver, featuring Wim Opbrouck. Maar je kunt het ook edele figuratie noemen.” (lacht)

Op cultureel vlak begint er weer van alles te stromen na het coronajaar. Heeft u er goede hoop in dat het weer goed komt?

“Ik vind het allemaal heel pijnlijk. En droevig, treurig. Ontstellend zelfs. Kijk, mijn werk in de film en televisie draait gewoon door. Ik word elke dag getest, er zijn coronacoördinatoren aanwezig... Het is een gigantische meerkost, voor elke productie. En als ik dan hoor dat je in een zaaltje met tachtig brave theatertoeschouwers op twee meter afstand met je mondmasker op moet zitten terwijl ik de dag voordien zie hoe zestigduizend fans elkaar in het voetbalstadion in de armen vallen, neem me dan niet kwalijk dat ik dan een beetje kwaad word. Ik kijk ook naar voetbal hè, ik hou van voetbal. Daar gaat het niet om. Maar ik constateer, en dat is het pijnlijke, dat de wereld gewoon weer verder draait en dat de culturele sector blijkbaar overbodig is geworden, niet essentieel. Dat is stuitend. Ik vind het nu erger dan in de allereerste lockdown.”

Waarom?

“Alles gaat weer zijn gang, er worden gigantische winsten gemaakt. Maar een groot deel van de bevolking zit in diepe shit. Ik heb er zo genoeg van. Als ik bij de bakker in de rij sta en iemand zegt: ‘Het is ook kalm voor u zeker?’, dan geef ik geeneens antwoord meer. Misschien moeten we bij een eventuele volgende golf eens afwisselen van sector en een paar fabrieken sluiten.”

Wim Opbrouck: ‘Het is pijnlijk om vast te stellen dat mijn beroep niet meer serieus wordt genomen.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Wim Opbrouck: ‘Het is pijnlijk om vast te stellen dat mijn beroep niet meer serieus wordt genomen.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Denkt u dat corona de cultuursector voorgoed heeft veranderd?

“Ik maak me zorgen om het grotere geheel, om het gebrek aan solidariteit, om de verruwing: mensen van de lgbtq-beweging die in elkaar geklopt worden, iemand met een hoofddoek die in een tv-programma verschijnt en kritiek krijgt. De rekening van die verharding zal ooit betaald worden, op politiek en economisch vlak. Het hangt allemaal aan elkaar. Ik zie het eigenlijk allemaal niet zo positief in. Ook qua klimaat zal het er niet beter op worden. En ja, de elite zal wel blijven reizen en het vliegtuig nemen. De geschiedenis herhaalt zich genadeloos.”

Dat klinkt niet bepaald opwekkend. U staat nochtans bekend als een rasoptimist.

“Ik sta bekend als een rasoptimist omdat ik mezelf in moeilijke tijden altijd wel weet op te trekken. Maar ik ben ook een realist. Mijn optimisme kan alleen bestaan als ik het pessimisme ook erken.”

Waar trekt u zich dan aan op?

“Onder andere aan het vaccinatiebeleid. Dat is het toppunt van medemenselijkheid, het is schitterend wat daar gebeurt op dat vlak. Ik trek me ook op aan de mensen van goede wil, want die zijn er gelukkig ook. Veel zelfs.”

Hoe heeft u het coronajaar doorgebracht?

“Er zijn veel producties weggevallen natuurlijk. Dat was schrikken, maar ik kan het me niet veroorloven om daar lang bij stil te staan. Gelukkig doe ik veel verschillende dingen waar ik me op kan storten. Ik heb twee grote films en een tv-serie kunnen maken en ben nu bezig met de opnames van Bake Off. De Dolfijntjes hebben een nieuw album gemaakt. Count your blessings, denk ik dan. Het zou nogal kinderachtig zijn om te grienen terwijl ik het best goed heb.”

Als u de toekomst van de cultuur niet positief ziet, maakt u zich dan ook geen zorgen om uw eigen toekomst? Het is tenslotte uw broodwinning.

“Ja, ik maak me zorgen. Ik vraag me bijvoorbeeld af in hoeverre ik me nog moet inzetten voor grote live-evenementen. De dingen die ik doe, drijven op de interactie met een groot publiek. Dat is altijd kwetsbaar geweest, maar nu nog meer. Alle sectoren met een zorgende functie, zowel in de horeca als in het mentale welzijn, delen nu voor een stuk mee in de klappen. Toch zie ik dat er weer veel gepland wordt. Dus hopelijk moet de boel straks niet opnieuw sluiten als er een vierde golf komt. Maar ik wil niet te veel doemdenken. Er kan van alles op ons afkomen, struisvogelgriep, monkey flu, we hebben het einde nog niet gezien.”

Is dat de schuld van de vorige generatie?

“Nee, het is nooit de schuld van een bepaalde generatie. Maar sinds de industriële revolutie wordt er wel een rekening betaald, dat is duidelijk. Ik heb nooit gedacht dat we aan alles zouden ontsnappen. Er stond iets te gebeuren, al wisten we niet wat. En zoals viroloog Peter Piot het zegt: het zal nooit meer hetzelfde zijn als voor corona, bepaalde zaken zijn definitief veranderd. In de eerste lockdown had ik nog hoop dat het goed zou komen met de natuur. Het water in de lagunes werd weer blauwer, de lucht schoner, er was minder verontreiniging. Maar dat bleef natuurlijk niet duren. Het klimaat is iets waar ik me nog voor wil inzetten. Maar de macht van het geld is gigantisch. Ik rijd nu op de ring en stel vast dat ik weer in de file sta. (Het interview gebeurt telefonisch, JDR) Als vanouds. Pas op, het is goed dat de mensen weer kunnen werken hè. Maar dan denk ik weer aan die protocollen in de theaterzalen, aan die tachtig toeschouwers die met hun mondmasker op afstand van elkaar moeten zitten en dan word ik opnieuw kwaad. Als de voetbalstadions vol kunnen zitten, sluit dan ook mijn winkel niet.”

Valt uw sector nog te redden?

“Het is pijnlijk om vast te stellen dat mijn beroep niet meer serieus wordt genomen. Vroeger werd me regelmatig gevraagd wat ik nu eigenlijk deed. Als ik dan zei dat ik acteur was, volgde steevast de vraag: ‘En kun je daar dan van leven?’ Alsof het om een hobby ging. Zo krijgen we nu vaak de reactie dat we niet moeten klagen over de cultuursector, want ‘dan hadden we maar een echt beroep moeten kiezen’. Dat is verontrustend, ik moet er iedere keer weer naar luisteren. Maar ik zal me altijd blijven inzetten voor mijn vak, dat is de syndicalist in mij.”

Het is niet alleen maar kommer en kwel. Cultuur geeft toch ook troost?

“Jawel, dat is een van de redenen om door te gaan. Ik ben met heel wat projecten bezig. Zo heb ik samen met mijn manager (Tania Berkovitch, JDR) het IOBZ opgericht: het Instituut voor Onderzoek van de Betovering der Zeeën. Het is een paraplu waaronder wetenschap, kunst, cultuur en economie samenkomen en gaat onder andere over onze elfde provincie. Een aantal kunstenaars en marinebiologen zal samen met mij als expeditieleider een ultiem portret van de Noordzee samenstellen. Tania en ik zijn er heel enthousiast over.

“Verder komt er een grote tentoonstelling over mijn plastisch werk in het museum Dr. Guislain in Gent. Dat vind ik een heel belangrijke. Ik werk ook aan participatieve trajecten met jongeren en nieuwe Belgen. Waar ik kan, doe ik mijn deel.”

Heeft u lessen uit het afgelopen jaar getrokken die u aan jongeren wil meegeven?

“Ik zie heel veel energie bij jongeren en mijn raad is: hou die vast en blijf samen, groepeer jezelf. Daar haal ik mijn sterkte uit: het samenwerken, samen creëren. Je ziet het in alle verschillende beroepsgroepen: theater, onderwijs, in de verpleging. Ik ben samen met verpleegkundige Saghine Lampaert ambassadeur voor West-Vlaanderen. Een jongedame die met de mug rijdt. Ze is heel gedreven in haar vak, heeft een fenomenale energie. Als ze ergens mee zit, dan kan ze terecht bij haar collega’s en dat kan enorm deugd doen, vertelde ze.

“Als ik ooit stop met het theater, zal ik dat het meeste missen, dat contact achter de schermen. Maar dat is nog ver weg, eerst moeten die theaterzalen weer gevuld worden, zoals de voetbalstadions en de dancings in Lloret de Mar. Ik blijf me er kwaad om maken.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234