Vrijdag 30/10/2020

William Klein, eeuwige straatjongen

In de jaren vijftig en zestig maakte hij zijn stijl van alles wat niet mocht in fotografie. William Klein, de inmiddels tweeëntachtigjarige godfather van de straatfotografie, ontving deze week een eredoctoraat aan de universiteit van Luik en stelt in de Antwerpse Gallery 51 een twintigtal van zijn foto’s en kunstwerken tentoon. ‘Er zijn twee soorten fotografen. Je hebt de joodse en je hebt de andere.’

Etno-paparazzo, antifotograaf, godfather van de straatfotografie: in zijn meer dan zestigjarige carrière heeft William Klein al wat bijnamen versleten. In Gallery 51 in Antwerpen, een galerie waar hij al tien jaar mee samenwerkt, stelt hij dezer dagen een kleine selectie van zijn oeuvre tentoon. Het gaat om zijn iconisch geworden stadsfoto’s en zijn uitvergrote fragmenten van contactafdrukken die hij uitbundig met verf in felle kleuren bewerkte. Met die zogenaamde ‘painted contacts’ maakte de in Parijs wonende New Yorker de cirkel van zijn carrière rond. Begonnen als schilder, maakte hij vooral naam als fotograaf. In 1963 werd hij zelfs uitgeroepen tot één van de dertig belangrijkste fotografen uit de geschiedenis. Later stortte Klein zich op de cinema, om uiteindelijk weer terug te keren naar de fotografie en met zijn ‘contacts’-reeks dus ook weer naar de schilderkunst.

Zijn opleiding als schilder hielp hem ook toen hij begin jaren vijftig begon te fotograferen. “In de schilderkunst hoefde je in die dagen geen regels te volgen”, vertelt Klein. “Alles kon, alles mocht. Ik dacht dat dit ook voor de fotografie gold. Als foto’s bewogen of onderbelicht waren, maar in mijn ogen goed, dan gebruikte ik die. De mensen vonden dat het niet hoorde, noemden me een rebel. Je m’en foutais.”

“Ik ben begonnen met fotograferen omdat ik een boek over New York wilde maken, een soort autobiografie die mijn terugkeer naar de stad waar ik was opgegroeid, zou documenteren. Ik wilde wraak nemen op de stad waar ik me als kind van arme ouders zo uitgesloten had gevoeld. Ik haatte New York, maar hield ook van de stad. Bovendien ben ik joods. Ik moest de stad wel als mijn onderwerp nemen. Er zijn twee soorten fotografen. Je hebt de joden en je hebt de andere. Kijk naar mijn generatie en die voor mij. Diane Arbus, Weegee, ik: wij moesten het hebben van de Amerikaanse steden. Het waren de niet-joden - Ansel Adams, Edward Weston - die naar het platteland en de grote weidse vlakten van Amerika trokken. Het getto zit ons, joden, in het bloed zeker? (lacht)”

In 1954 en ’55 werkte Klein een intense acht maanden aan zijn Life is Good and Good for You in New York: Trance Witness Revels en het werd zijn magnum opus. Straatfotogra-fie zou nooit meer hetzelfde zijn nu Klein had getoond hoe het ook kon: in your face, rauw, energiek, zijn technische fouten koesterend. “De onbeleefde fotograaf”, noemde The New York Times hem ooit, omdat hij zich niet verborg achter zijn camera, zoals het toen hoorde, maar zo aanwezig mogelijk was, zich opdringend aan de mensen, hen uitdagend. “Ach, ze hadden niks liever”, zegt Klein. “Iedereen wilde zijn moment of fame. En ik had maar te klikken.” Later volgden ook boeken met straatfotografie uit Rome, Moskou, Tokyo en Parijs, de stad waar hij het grootste deel van zijn leven woonde.

Eerst het idee,

dan de camera

In Gallery 51 hangen een paar beroemd geworden foto’s uit de stadsboeken: de portretten van straatjongens in New York, de dames in gestreepte jurken die het zebrapad dat ze oversteken in Rome lijken te reflecteren. Ook veel van de gebruikte foto’s uit de ‘contacts’-reeks zijn iconen, zoals het New Yorkse straatjongetje dat zijn speelgoedpistool recht de lens in richt en de portretten van Mohammed Ali. Die ‘contacts’ zijn voor Klein trouwens veel meer dan zijn terugkeer naar de schilderkunst. “Ze vertellen iets over de werkwijze van de fotograaf. Normaal gezien krijgt het publiek enkel de geselecteerde foto te zien. Hier krijgt het ook de zogenaamd ‘mislukte’ te zien. En de verfstroken zijn als de lijnen van het vetpotlood dat de fotograaf hanteert om zijn uitverkoren foto te markeren.”

Of hij nu nog fotografeert? De oude man haalt de schouders op. “Ik fotografeer nauwelijks nog en mis het ook niet. Er zijn verschillende periodes geweest in mijn leven dat ik niet fotografeerde en ook die heb ik altijd moeiteloos overleefd. Een fotograaf als Henri Cartier-Bresson, die moest altijd zijn camera bij zich hebben. Ik niet. Ik begon maar te fotograferen als ik een project had. Ik moest in mijn hoofd een groot idee hebben vooraleer ik mijn camera oppakte.”

William Klein, nog tot 29 oktober in Gallery 51 in Antwerpen.

Alle info: www.gallery51.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234