Zondag 05/12/2021

William H. Masters

Zijn pogingen om homoseksuelen via therapie tot rechtgeaarde hetero's te bekeren, werden Masters niet in dank afgenomen

1915-2001

De finale coïtus interruptus

Een pionier op het tot dan toe nagenoeg onontgonnen terrein van de menselijke seksualiteit, zo wordt hij genoemd. William Masters schrok er niet voor terug om in de preutse jaren vijftig een heus 'sekslaboratorium' uit de grond te stampen. Daarin observeerde hij de reacties van honderden proefpersonen die hij op commando liet masturberen of de liefde bedrijven. Vorige week stierf hij in een ziekenhuis in het Amerikaanse Tucson, aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson. Hij werd 85. Niet bekend is of Masters, zijn credo getrouw, zelf tot zijn tachtigste vrolijk is blijven rampetampen.

Samen met zijn tweede vrouw Virginia Johnson sticht William Masters in 1957 in Saint Louis het Masters & Johnson Institute, dat later legendarisch zal worden. Wereldvermaardheid verwerft het duo met Human Sexual Response (1966), een boek dat oorspronkelijk bedoeld is als medisch naslagwerk en waarvan het taalgebruik dus navenant is: gortdroog en oertechnisch. Toch is de eerste druk in drie dagen uitverkocht. Dat het boek uitgroeit tot een ware bestseller en in tien talen wordt vertaald, komt zelfs voor de auteurs als een complete verrassing.

Geprikkeld door dit succes krijgen ze de smaak te pakken en in 1970 verschijnt Human Sexual Inadequacy, een inleiding tot hun therapieprogramma voor seksuele problemen. Pas in 1975 publiceren ze hun eerste boek in 'normaal' Engels: The Pleasure Bond. In 1988 volgt, in samenwerking met dokter Robert Kolodny, nog Crisis: Heterosexual Behavior in the age of Aids, een controversiële studie over de verspreiding van aids. Met name hun pogingen om homoseksuelen via therapie tot rechtgeaarde hetero's te bekeren, worden het duo niet bepaald in dank afgenomen.

In hun studies beschrijven Masters en Johnson minutieus duizenden seksscènes die zij geobserveerd hebben. Daarbij wordt voor het eerst ook gebruikgemaakt van moderne medische technieken zoals ECG, EEG en chirurgische camera's. "Wij hebben vijf jaar in de diepste stilte gewerkt", verklaart Masters achteraf. "De grote persagentschappen zoals Associated Press en UPI wisten wel waarmee we bezig waren, maar ze zagen niet in hoe ze dit onderwerp aan de man moesten brengen. We hadden een afspraak dat ze over onze studie geen verslag zouden uitbrengen zolang we niet klaar waren om erover te praten. Vandaag de dag hadden we zulke revolutionaire experimenten niet lang kunnen verbergen, maar dertig jaar geleden was het wel mogelijk."

De twee schrijven over problemen die in het toenmalige Amerika nog volkomen taboe zijn: impotentie, voortijdige zaadlozingen, vaginisme enzovoort. Zoals te verwachten valt, lokt dat in het begin flink wat weerstand uit. De auteurs mogen dan geprezen worden door sommige wetenschappers en pedagogen, moraalridders schilderen hen steevast af als pooiers en pornografen. Maar doorslaggevend is wel de stem van het publiek: het duo ontvangt duizenden en nog eens duizenden brieven. Acht procent daarvan valt onder te brengen in de categorie 'val dood', 22 procent zijn steunbetuigingen en de resterende 70 procent smeekbedes om hulp.

Het therapiecentrum van Masters en Johnson groeit uit tot een soort Lourdes voor mensen met seksuele problemen. Veel van die bedevaarders keren met een gezonde seksuele appetijt huiswaarts. Tijdens therapiezittingen die eerst drie en later nog maar twee weken beslaan, slagen Masters en Johnson erin niet minder dan 80 procent van hun patiënten met positief resultaat te behandelen. Na de moralisten beginnen echter ook de wetenschappers nu het vingertje te heffen. Zo schrijven Bernie Zilbergeld en Michael Evans, zelf ook seksuologen, in Psychology Today dat het onderzoek van Masters en Johnson zo besmet is door methodologische fouten dat het niet aan de eisen van wetenschappelijke onderzoek voldoet. Dat doet vragen rijzen bij de doeltreffendheid van hun aanpak. "Die patiënten zouden waarschijnlijk toch impotent geworden zijn, of we ze nu behandeld hadden of niet", antwoordt Masters koeltjes op de vraag van een journalist hoe het komt dat sommige van de patiënten die hij voor voortijdige ejaculatie behandelde, achteraf al helemaal niet meer tot ejaculatie kwamen. "De grootste oorzaak van impotentie is immers een voorgeschiedenis van premature ejaculatie."

De belangrijkste verdienste van het duo blijft wellicht het feit dat mensen door hun baanbrekende werk nu makkelijker over seks kunnen praten dan vroeger. "Toen ik als student geneeskunde mijn eerste bevalling meemaakte," zo placht de vinnige seksuoloog graag met twinkelende oogjes voor volle auditoria te vertellen, "stond ik ervan verstomd dat de nieuwgeborene een erectie had, nog voor hij begon te schreeuwen. Ik vroeg de hooggeleerde heer professor wat dat wel mocht betekenen. Wel drie keer moest ik mijn vraag herhalen voor hij erop in wou gaan. Wel, zei hij ten slotte, die erectie wordt uitgelokt door de druk op het hoofd van de baby, als hij door het geboortekanaal van de moeder afdaalt. Ik heb dat verhaaltje drie weken lang geloofd, maar dan wist ik wel beter. De erectie bij een pasgeborene, dames en heren, bewijst alleen maar dat seks een natuurlijke functie is." Ten bewijze daarvan laat dokter Masters een dochter, een zoon en twee kleinkinderen na. Virginia Johnson verliet hem al in 1993, omdat ze vond dat de seksuoloog... alleen maar aan zijn werk dacht. Amper een jaar later kapte Masters daar echter helemaal mee. "Ik ben te moe om er nog mee door te gaan", motiveerde hij droogjes zijn zelfgekozen pensioen.

Jean-Paul Mulders

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234