Dinsdag 29/11/2022

InterviewAnaïs Van Ertvelde

‘William Boeva sloeg spijkers met koppen’: Anaïs Van Ertvelde over leven met een beperking

'Als persoon met een handicap kun je op hoog niveau functioneren, maar alleen als die handicap je zo weinig mogelijk hindert.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Als persoon met een handicap kun je op hoog niveau functioneren, maar alleen als die handicap je zo weinig mogelijk hindert.'Beeld © Stefaan Temmerman

We kennen haar nog van Vuile Lakens, de podcast over seksualiteit die ze maakte met Heleen Debruyne. Vandaag schrijft ze een boek en een doctoraat over mensen met een beperking. Historica Anais Van Ertvelde: ‘William Boeva sloeg spijkers met koppen.’

Joël De Ceulaer

“Wij hebben die podcast nooit echt afgesloten”, zegt Anaïs Van Ertvelde. “Officieel zijn we nog altijd tijdelijk met verlof. Maar Heleen heeft ondertussen een kind gekregen en ik ben een tijd naar het buitenland getrokken voor mijn doctoraat. We staan op een andere plek in het leven nu, en het is ook mooi geweest. Over seksualiteit voor mensen met een beperking hebben we het in Vuile lakens nooit gehad. Het stond op de planning, maar is er niet meer van gekomen. Wat oké is. Ik ben het publieke leven ingerold als iemand die over seks praatte, niet als iemand met een beperking. Dat was een sterk statement.”

Van Ertvelde, die met Humo-columniste Heleen Debruyne behalve de podcast ook het boek Vuile lakens maakte, werkt een doctoraat af aan de Universiteit van Leiden, en schrijft tegelijk aan een boek dat volgend jaar bij De Bezige Bij moet verschijnen. Beide projecten hebben ‘handicap’ als onderwerp. “En nee, dat is geen toeval”, zegt ze, terwijl we met water en thee plaatsnemen aan een raam met uitzicht op de Gentse Korenmarkt. “Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het menselijke lichaam, in seksualiteit, maar ook in alles wat te maken heeft met handicap en beperking. Ik heb de ervaring uit mijn eigen leven en wil het onderwerp ook door een academische lens bekijken.”

U bent geboren met een korte rechterarm. Heeft dat u afgeremd in het leven?

“De dingen zijn mij niet in de schoot geworpen. Als persoon met een handicap kun je op hoog niveau functioneren, maar alleen als die handicap je zo weinig mogelijk hindert. Als je als het ware alles beter kunt dan anderen, heb je recht op integratie: ik kan minstens even snel tikken met één hand als andere mensen met twee handen - anders kom je er niet. De kwaliteit van mijn werk moet zeer hoog liggen. Dat geldt ook op andere vlakken. Ik kan het mij minder dan anderen permitteren om te morsen, bijvoorbeeld.”

Was u geraakt door de brief van William Boeva onlangs?

“Ja, William Boeva sloeg spijkers met koppen. Ik trek ook allang aan die kar: er loopt iets niet helemaal lekker met de representatie van mensen met een handicap in de media. De tekst van Boeva raakte mij. Ik ging er meteen wat anders door schrijven. In mijn boek sla ik doorgaans een wat pedagogisch toontje aan: ik wil de dingen altijd uitleggen. Maar ik besef nu dat het bozer mag, dat het boek af en toe de toon van een manifest mag hebben. We kunnen genuanceerd in debat, maar soms hebben we die woede ook gewoon nodig.”

Waarover bent u precies boos?

“Hebt u even? (lacht) Laat ik eerst zeggen dat we deze kwestie breed moeten bekijken. Tussen de tien en twintig procent van de mensen heeft een beperking, afhankelijk van hoe je het definieert. In de smalle definitie gaat het om mensen met een verstandelijke, fysieke of zintuiglijke beperking. Breder bekeken horen ook neurodiverse mensen of chronisch zieken erbij. Bepalen wie gehandicapt is en wie niet, is al niet eenvoudig.”

Tiens, u gebruikt de term ‘gehandicapt’. Is dat geen g-woord, zoals het n-woord?

“Ik gebruik dat woord voortdurend. Ik weet dat vooral sommige activisten dat vervelend vinden, maar ik ben in de eerste plaats een historica. Ik begrijp de gevoeligheid, maar ik denk dat het feit dat we met woorden worstelen juist betekenisvol is. Het toont aan dat er iets beweegt. Veel te traag, weliswaar. Als je hier naar de Korenmarkt kijkt, dan staar je in de muil van honderden jaren discriminatie en segregatie. Dat kan mij boos maken.”

Wat stoort u? Dat we geen mensen met een beperking zien?

“Precies. De voorbije eeuwen was dat veel erger, maar het is vandaag nog altijd zo dat je van kinds af aan wordt weggehaald uit de samenleving. Voor mijn doctoraat onderzoek ik onder meer wat er in 1981 gebeurde, dat door de Verenigde Naties werd uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Gehandicapten. Toen werd België als gevraagd om alle mensen met een beperking zo goed mogelijk te integreren in het normale onderwijs. Dat is veertig jaar geleden, en er is nog niet veel veranderd.”

Kom je met een fysieke beperking ook in het buitengewoon onderwijs terecht?

“Mijn ouders hebben dat geweigerd, maar vaak gebeurt dat wel en kom je terecht in een school in een bos aan de rand van de stad. Veel gewone scholen zijn niet toegankelijk voor leerlingen in een rolstoel. Het begint in de crèche: daar wordt vaak al beslist dat bepaalde baby’s er niet thuishoren. Van jongs af aan krijg je de boodschap: deze wereld is niet van jou, je hoort in de marge. U begrijpt dat je met die startpositie niet meteen bij de VRT binnenwandelt om te vragen of ze misschien een presentator nodig hebben.”

Volgens Boeva gebruikt de VRT voor een programma als Down the Road mensen met een beperking om feelgood-televisie te maken. Heeft hij een punt?

“Ik ben ervan overtuigd dat het programma met goede intenties wordt gemaakt. En het zal zeker een positieve impact hebben op de manier waarop we naar mensen met down kijken. Op dat niveau werkt het programma dus positief. Maar als ik er met de bril van de wetenschapper naar kijk, zie ik altijd maar weer diezelfde stereotypen rond handicap terugkomen. En dat is wel een probleem.”

Welke stereotypen bedoelt u?

“Dat mensen met een beperking vaak worden gebruikt om bij het publiek gevoelens van vertedering los te maken, bijvoorbeeld. De schattigheid wordt benadrukt. Het feit ook dat het programma niet gericht is op een publiek mét, maar juist op een publiek zónder beperking - en dat publiek wordt vertegenwoordigd door een bemiddelaar, presentator Dieter Coppens, die mensen met down aardig vindt en altijd maar aanmoedigt.”

'Deze emancipatiebeweging is anders dan die van vrouwen of mensen van kleur: haast niemand wil zich identificeren met de groep.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Deze emancipatiebeweging is anders dan die van vrouwen of mensen van kleur: haast niemand wil zich identificeren met de groep.'Beeld © Stefaan Temmerman

En wat is daar precies mis mee?

“Als je zo’n intermediair als presentator gebruikt, ga je ervan uit dat de kijker zich alleen kan identificeren met mensen die op hem of haar lijken. Dat idee is achterhaald. Ik heb niets tegen dit programma op zich, maar het is te weinig. We hebben allerlei vormen van programma’s nodig, met allerlei invalshoeken. Down the Road mag niet het sjabloon zijn om de komende twintig jaar programma’s over handicaps te maken. Dit kan een soort kantelmoment worden. Het zou prachtig zijn mocht de VRT het voortouw nemen.”

Bel hen op.

“Ze hebben mij al gebeld om te vragen of ik geen schermgezicht wil worden. Maar dat is niet mijn roeping in dit leven. Ze mogen mij wel bellen om mee te schrijven aan een serie over een vrouw met een beperking die niet kan kiezen tussen twee partners, bijvoorbeeld. Er is in de kunstenwereld een echte revolutie aan de gang. De VRT zou een fictieserie voor zondagavond kunnen laten maken die geschreven is vanuit het perspectief van mensen met een beperking. Canvas zou de geschiedenis van de emancipatie van gehandicapten kunnen maken.”

In een interview op de website ZIGO - Zwijgen is geen optie - vertelt u hoe het concept handicap na WO II werd ingevuld vanuit de arbeidsmarkt.

“De welvaartsstaat werd ingericht en er waren veel veteranen met een handicap uit de oorlog gekomen. Die hadden veel drukkingsmacht en men wilde hen integreren op de arbeidsmarkt. Het probleem is dat door die beweging mensen die niet geschikt waren voor de arbeidsmarkt, in de marge verdwenen. Daarom is deze emancipatiebeweging zo anders dan die van vrouwen of mensen van kleur: haast niemand wil zich identificeren met de groep. De samenleving leert je dat zo weinig mogelijk gehandicapt zijn de enige weg is naar integratie, een normaal leven. Noem het een vorm van social distancing.”

Identificeert u zich met de groep?

“Ja, maar het heeft mij tijd gekost. En ik betrap mijzelf erop dat ik er nog niet helemaal mee in het reine ben. Onlangs had ik een tenniselleboog en moest ik dus meer doen met mijn rechterarm - wat perfect mogelijk is. Toch viel het mij op dat ik vaak mijn linkerarm gebruikte, om niet de aandacht op mijn rechter te vestigen. Ik las dat ook in interviews met William Boeva en anderen: dat ze bijvoorbeeld hun rolstoel soms niet gebruikten, om toch maar niet uit te stralen dat ze gehandicapt zijn of hulp nodig hebben.”

Over die revolutie in de kunsten, waar u al naar verwees: moeten personages met een handicap bij voorkeur worden vertolkt door acteurs met die handicap?

“Dat is een zeer heftig debat. Ik ben niet iemand die snel zal zeggen wat wel en niet mag. Werken met verboden is niet zinvol. Dan kom je uit bij de totale detheatralisering: dan mag je niet iemand spelen die verkracht is, als je zelf nooit verkracht bent. Veel zinvoller is het om het debat van de andere kant te benaderen, en jezelf af te vragen wat mensen met een beperking wél kunnen, en wat er wél kan gebeuren. Er zijn te weinig acteurs met een beperking, en te weinig personages met een beperking.”

Horen gewone rollen ook niet binnen het bereik van acteurs met een beperking te liggen? Desdemona in ‘Othello’ kan toch een kortere rechterarm hebben?

“Inderdaad. De rollen die er zijn, staan vaak bol van de clichés. Daarnaast hebben casting directors vaak twijfels bij acteurs met een beperking. Als ze die al kunnen vinden. Mijn vriend, Mari Sanders, is een filmregisseur en documentairemaker die in een rolstoel zit - bij mijn weten de enige in de Lage Landen. Hij heeft acteurs voor een van zijn projecten niet gezocht via toneelscholen, maar via netwerken voor mensen met een beperking. En daar is ontzettend veel talent uit tevoorschijn gekomen.”

Nog dingen die de VRT kunnen inspireren?

“Ze kunnen een voorbeeld nemen aan de BBC, die naar 12 procent streeft wat betreft mensen met een handicap voor en achter de schermen. Een weervrouw bij de BBC heeft een kortere arm, zoals ik. De manier waarop je mensen inschakelt, is van belang. Het volstaat niet om een handvol gehandicapten in de mix te gooien. Je moet ze integreren in schrijfteams, in redacties - en je moet je werkprocessen onder de loep leggen.”

Wat moet er veranderen aan de werkprocessen?

“Bijvoorbeeld: iemand met een rolstoel geraakt na een laat uitgelopen vergadering niet meer met de trein thuis, omdat je hulp bij de NMBS een dag van tevoren moet bestellen. Ander voorbeeld: als je voor een serie werkt met veel acteurs met een handicap, bestaat de kans dat je meer draaidagen nodig hebt, omdat je niet zulke lange dagen kunt maken. Dat kost meer, daar moet je rekening mee houden.”

'Mensen met een beperking vaak worden gebruikt om bij het publiek gevoelens van vertedering los te maken. De schattigheid wordt benadrukt.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Mensen met een beperking vaak worden gebruikt om bij het publiek gevoelens van vertedering los te maken. De schattigheid wordt benadrukt.'Beeld © Stefaan Temmerman

Validisme is een nieuwe term die vaak opduikt: discriminatie van mensen met een beperking. Die term kent iedereen nog niet.

“Die is inderdaad nog niet ingeburgerd. Wat ontmoedigend is. Beeld u in dat mensen de term ‘seksisme’ niet zouden kennen. Validisme is een belangrijke term, omdat daaruit blijkt dat het om iets structureels gaat. Als je denkt vanuit een individueel model - er is iets mis met het lijf of de geest van een individu - dan zie je het structurele plaatje niet. In het sociale model bestaat de handicap in de interactie tussen mij en de samenleving. En het is niet aan mij om te veranderen. Het is niet alleen een kwestie van tools en technologie.”

Zou u niet blij zijn met een technologisch geperfectioneerde prothese?

“Ik zou het eventueel af en toe kunnen gebruiken, als ik een berg wil beklimmen of met de auto wil leren rijden, bijvoorbeeld. Maar nieuwe technologie zal massaal veel geld kosten, en zal nooit op grote schaal doorbreken. De protheses die je vandaag van de overheid krijgt, zijn nog altijd de modellen van vlak na de oorlog.”

Hebt u er ooit een gedragen?

“Als kind werd mij dat opgedrongen. Mijn ouders werden bang gemaakt dat ik niet zou kunnen functioneren zonder. Maar ik gooide die prothese altijd weg, ik wilde ze niet. Het is onaangenaam om te dragen, alsof er een zak van de supermarkt van vijf kilogram aan je arm hangt. Die dingen zijn gemaakt om boterhammen te smeren. En ik vind aanraking ervaren belangrijker dan boterhammen smeren. Mijn rechterarm voelt natuurlijk aan. Ik heb een ellebooghand. Als ik op een verlaten eiland zou wonen, zou ik niet weten dat ik een beperking heb. Zo’n prothese voor mij is zoiets als een derde hand voor u.”

Vreest u niet dat u de komende jaren, met uw boek en uw doctoraat, zo vaak over uw beperking zult moeten praten dat u dat grondig beu zult worden?

“Ach, dat heb ik mijzelf dan een beetje aangedaan. Het heeft ook een voordeel. Als het boek er is, kan ik het gewoon aan mensen geven met de boodschap: hier staat alles in.”

BIO

- Geboren in Antwerpen in 1988

- Maakte samen met Heleen Debruyne de podcast Vuile lakens

- Historica, werkt aan een doctoraat bij de Universiteit van Leiden (NL)

- Docent aan het KASK & Conservatorium Gent

- Schrijft tegen volgend jaar een boek over handicaps voor De Bezige Bij

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234