Dinsdag 28/09/2021

InterviewWHO-directeur Hans Kluge

‘Willen we een vrije zomer betalen met een lockdown in de winter?’

‘Voor we versoepelen, moeten we op vaccinatie focussen. Een vaccin is het enige middel dat het virus kraakt zonder de mensen te kraken.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Voor we versoepelen, moeten we op vaccinatie focussen. Een vaccin is het enige middel dat het virus kraakt zonder de mensen te kraken.’Beeld Wouter Van Vooren

Hans Kluge (52) nam het ooit op tegen een oorlogsmisdadiger, reist nu de wereld rond voor de WHO, maar vreest dat het licht aan het einde van de tunnel een aanstormende trein is. ‘Een grote knuffel met mijn moeder? Ik ben een optimist, dus ik mik op kerstdag.’

‘Ik ben momenteel op bezoek bij mijn ouders in Lombardsijde”, zegt Hans Kluge. “Ik ben volledig gevaccineerd en zij ook. Toch dragen wij binnen nog altijd een mondmasker. We weten dat gevaccineerde mensen het virus kunnen doorgeven en geïnfecteerd kunnen raken – en ik zou het mijzelf nooit vergeven mocht ik nu mijn ouders besmetten. Ik zou mijn moeder natuurlijk enorm graag een grote knuffel geven, maar ik ga nog een beetje wachten. En ik ben een optimist, dus ik mik nu op kerstdag. Hopelijk vroeger. We zijn al heel content dat we nu kunnen samenkomen. Mijn jongste dochter komt deze week ook even langs bij oma en opa, voor het eerst sinds anderhalf jaar.”

BIO • geboren op 29 november 1968 in Roeselare • studeerde geneeskunde, chirurgie en verloskunde • reisde veel voor Artsen zonder Grenzen • werkt ruim 20 jaar voor de WHO, sinds februari 2020 als regiodirecteur Europa • woont in Denemarken met zijn Russische vrouw en twee tienerdochters

Hans Kluge is Europees directeur bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en woont sinds tien jaar in Denemarken, waar zijn hoofdkwartier gevestigd is. Vorige week was hij een paar dagen in België – onder meer om federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) te briefen over de stand van zaken van de pandemie. “We zijn nog niet uit de problemen”, zegt hij via Skype – zijn agenda ligt tot op de minuut vast: hij heeft er om 8 uur ’s morgens al een meeting met Aziatische collega’s opzitten en moet na dit interview meteen in een digitale vergadering met de Italiaanse eerste minister Mario Draghi. Kluge is een sympathieke, hartelijke man die zijn carrière begon als huisarts in West-Vlaanderen en vandaag het oor heeft van tal van wereldleiders. Alleen maar goed nieuws kan hij hen – en ons – nog niet geven. “Ik heb altijd gezegd dat het een marathon was, maar ik moet dat corrigeren: het wordt een triatlon. Dit is de Iron Man.”

Hoe schat u de toestand in Europa nu in?

Hans Kluge: “Die vraag heb ik gisteren op CNN gekregen van journalist Richard Quest, naar aanleiding van het EK voetbal. Het is duidelijk dat de situatie niet onder controle is. Veel supporters zijn besmet thuisgekomen nadat ze een wedstrijd hadden bijgewoond. Het is belangrijk dat mensen weten dat het nog niet gedaan is. Ik begrijp dat velen het moe zijn, en ik probeer altijd pragmatisch te denken. Maar als er licht is aan het einde van de tunnel, moet je wel opletten dat het geen aanstormende trein is.”

Is de deltavariant zo’n trein?

“Dat lijkt wel zo te zijn. Ik heb altijd vermoed dat we in de winter een heropflakkering zouden kunnen hebben, maar na tien weken dalende trend zijn de cijfers in mijn regio weer met 30 procent gestegen. Mijn regio, dat is de Europese Unie met onder meer Israël, Turkije en Rusland erbij. Alle elementen voor een nieuwe golf zijn aanwezig. De maatregelen worden opgeheven. Er is in veel landen een probleem met trage vaccinatie – niet in België, voor alle duidelijkheid. Maar in mijn regio is de helft van de ouderen en 40 procent van de gezondheidswerkers nog niet beschermd. Het is niet voorbij.”

Die stijging blijft niet beperkt tot besmettingen, wellicht. Zullen hospitalisaties en sterfgevallen ook opnieuw de hoogte ingaan?

“Daar moeten we rekening mee houden. Vooral wie nog maar één prik heeft gehad, is vatbaar voor de doorbraak van een infectie. Zeker nu er na delta ook al delta-plus is.”

Zelfs in het Verenigd Koninkrijk, waar de vaccinatiegraad die van België overtreft, stijgen de hospitalisaties weer. En premier Boris Johnson wil toch op 19 juli alle maatregelen lossen.

“Johnson heeft wel gezegd dat de pandemie niet voorbij is. Maar de situatie is inderdaad niet rooskleurig. Het geldt voor alle landen: elke grote heropening van de maatschappij zonder een hoge vaccinatiegraad, is een slecht idee. Ik begrijp dat mensen hun zomer niet willen verliezen, maar de vraag is: willen we een vrije zomer betalen met een lockdown in de winter? België doet het heel goed qua vaccinatie, maar ook wij moeten weten: pas met 80 procent van je bevolking volledig gevaccineerd raak je eruit. Tot we zover zijn, is het verkeerd om te denken dat we geen andere maatregelen meer nodig hebben.”

Dan hebben ook wij wellicht opnieuw te vroeg de maatregelen gelost.

“Nogmaals: ik begrijp dat mensen het kotsbeu zijn. Maar voor we versoepelen, moeten we op vaccinatie focussen. Een vaccin is het enige middel dat het virus kraakt zonder de mensen te kraken. Alle andere maatregelen, zeker een lockdown, kraken het virus, maar ook de mensen. Daarom is de vaccinatie van kinderen nu zo’n heftig debat. De WHO vindt dat niet verantwoord zolang in andere landen zelfs de vroedvrouwen nog niet gevaccineerd zijn. Ik ben genuanceerder. Als we in België kinderen niet vaccineren, zitten we in september weer in de patatten, en kunnen we weer scholen sluiten.”

Houdt u daar rekening mee?

“Jazeker. Dit virus heeft ons al verschillende keren verrast, en ik ben heel voorzichtig, dus ik hou daar serieus rekening mee. En we willen geen verloren generatie, we willen dat kinderen op een veilige manier naar school kunnen gaan.”

Over de rol van kinderen is ook heftig gedebatteerd. Hoe kijkt u daar nu naar?

“Het basisprincipe blijft overeind. Kinderen zijn niet de motor van de pandemie. En ze zijn veel minder vatbaar voor zware ziekte en overlijden – kinderen die toch zwaar ziek worden, hebben vaak een zwak immuunsysteem of andere onderliggende aandoening. Maar kinderen zijn wel een reservoir voor het virus, het blijft onder kinderen circuleren, en ze kunnen het overdragen op zwakkere mensen in de samenleving.”

Welke rol spelen scholen zelf?

“De school zelf is niet noodzakelijk de minst veilige plek. Ik denk dat openbaar vervoer van en naar de school bijvoorbeeld een grotere rol speelde bij vele uitbraken. En ik wil er toch op wijzen dat scholen niet alleen een educatieve, maar ook een beschermende rol hebben. Voor de mentale gezondheid van kinderen is de school belangrijk. Ook voor het tijdig opsporen van mishandeling of misbruik zijn scholen essentieel. Daarom steun ik Frank Vandenbroucke om vaccinatie mogelijk te maken voor kinderen. Tegelijk pleit ik ervoor om vaccins te blijven doneren aan Covax, het platform van de WHO voor de internationale solidariteit. België schonk al vier miljoen dosissen en daar ben ik geweldig trots op.”

Loopt dat Covax-programma goed?

“Er ontstaat binnenkort een mooie opportuniteit. Binnen dit en twee maanden zal de Europese Unie ongeveer een miljard vaccins op overschot hebben, omdat ze niet langer houdbaar zullen zijn. Die dosissen proberen wij snel naar plekken te brengen waar er behoefte is. Wij zijn een soort match­makers. Maar vergeet niet dat de weg nog lang is. We hebben wereldwijd elf miljard prikken nodig. Ik had onlangs nog een rondetafel met de CEO’s van de grote farmabedrijven om het daarover te hebben.”

Vindt u dat ze hun patenten moeten vrijgeven?

“In principe ben ik daarvoor, maar mijn doel is niet de opheffing van de patenten, maar universele gezondheidszorg. Er zijn ook andere manieren om arme landen sneller vaccins te bezorgen: transfer van technologie is belangrijk. Ook differentiële prijszetting kan helpen: rijke landen betalen dan meer dan arme landen.”

‘Aan echte antivaxers moeten we niet veel moeite verspillen. Maar de strijd tegen fake news moeten we blijven voeren.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Aan echte antivaxers moeten we niet veel moeite verspillen. Maar de strijd tegen fake news moeten we blijven voeren.’Beeld Wouter Van Vooren

De vaccins zijn wel ontwikkeld met veel publiek geld.

“Zeker. En dat is een goede zaak. Laten we daar dan ook een positief verhaal van maken. Soms is medicatie peperduur. Door meer in te zetten op publiek-private samenwerking kunnen we daar iets aan doen. Dat is voor mij, tussen alle miserie door, toch een silver lining aan deze crisis: het doet nadenken over manieren om onderzoek te financieren. Ik vind dat het nog altijd wordt onderschat wat de farmasector heeft klaargespeeld. Er zijn verschillende vaccins na één jaar. Normaal gesproken duurt dat vijf tot tien jaar.”

Moet vaccinatie in de zorg en het onderwijs verplicht worden?

“Die vraag komt altijd terug. In principe is de WHO niet voor een verplichting. Dat zal de antivaxers versterken. Ik vind dat we dit soort vraagstukken moeten de-medicaliseren. Door een beroep te doen op sociologen, antropologen en gedragspsychologen kunnen we leren wat er in het hoofd van mensen zit en hoe we hun gedrag kunnen sturen. In een aantal landen heeft de lage vaccinatie­bereidheid ook niets met antivax te maken, maar met de complexiteit van het proces: een alleenstaande vrouw met kinderen die een voorschrift moet halen en dan nog eens naar de dokter moet, haakt soms af. Het moet gemakkelijk gemaakt worden. De patiënt moet centraal staan, hij of zij is de vip.”

Maar de antivaxers bestaan wel, die krijg je niet overtuigd.

“Aan echte antivaxers hoeven we volgens mij niet veel moeite te verspillen. Die vormen maar 1 tot 2 procent van de bevolking. Soms is vaccintwijfel religieus geïnspireerd, en dan moeten we met religieuze leiders praten. Ook de strijd tegen fake news moeten we blijven voeren. Daarover had ik het onlangs met de Amerikaanse viroloog Anthony Fauci: het vertrouwen in de wetenschap moet worden hersteld.”

Heeft dat een deuk gekregen?

“Het is in ieder geval zo dat de WHO en heel wat overheden, op advies van experts, hebben moeten leren om beslissingen te nemen met onvoldoende bewijsmateriaal. Dat is heel tricky, want als je er dan naast zit, gaat het vertrouwen de dieperik in.”

Handelen in onzekerheid: dat typeert deze crisis. Is er niet te vaak gewacht op zekerheid, terwijl men sneller had kunnen schakelen? De mondmaskers zijn nog altijd een goed voorbeeld: ook de WHO heeft lang gewacht om die aan te raden.

“Dat is waar, daar moeten we eerlijk in zijn. Wij hebben daar niet van in het begin op gewezen. Ik zat weliswaar op het puntje van mijn stoel, hoor. Ik heb twintig jaar gewerkt in de tuberculose­controle, en daarom dacht ik vrij snel: we moeten die maskers toch aanraden. En als ze dan niet blijken te helpen, is dat niet zo erg. Maar het was pas toen duidelijk werd dat ook mensen zonder symptomen besmettelijk konden zijn, dat de WHO haar advies heeft aangepast. Pas toen besefte iedereen dat dit iets anders is dan de gewone griep. Wetenschap evolueert stapje voor stapje, dat is nu eenmaal zo.”

Had ook dat niet een uitgangspunt moeten zijn: asymptomatische besmetting? Je vergist je toch beter aan de veilige kant – better safe than sorry, niet?

(even stil) “Ervan uitgaan dat het virus asymptomatisch kan worden overgedragen: dáár moet je toch goede argumenten voor hebben, hoor. Nu weten we dat, maar hadden we dat toen al meteen moeten weten? Hier staan de beste stuurlui aan wal, vrees ik. Het is gemakkelijk om te zeggen: ‘Hadden we maar…’ Wat de mondmaskers betreft, ligt dat anders: die had de WHO absoluut veel vroeger moeten aanraden.”

Wat met ventilatie? Is de WHO, samen met heel wat experts, niet te laat tot het inzicht gekomen dat het virus airborne is, in de lucht hangt?

“Ook daarover is veel discussie geweest. Maar goed, wat had dat uiteindelijk veranderd aan de maatregelen?”

Veel. Er zijn vandaag nog altijd mensen die denken dat alles oké is als je je handen maar vaak genoeg ontsmet. Terwijl verluchten en ventileren veel belangrijker is.

“De WHO heeft altijd op de drie W’s gedrukt: Wash your hands, Wear a mask, Watch your distance. Handen wassen, masker dragen, afstand houden.”

Maar ventilatie ontbreekt dus in dat rijtje. In een kleine ruimte waar veel mensen samen zijn, volstaan die drie maatregelen niet.

“Goede ventilatie is inderdaad ook belangrijk. Dat wordt meer en meer een speerpunt. Er is niet één wondermaatregel: we moeten het allemaal doen. En nu vooral: vaccineren. En mensen niet te veel met de vinger wijzen. Ook niet de supporters die besmet raakten tijdens het EK voetbal. Ik heb empathie met mensen die het beu zijn. Maar toch wil ik blijven oproepen tot burgerlijke verantwoordelijkheid en politieke daadkracht.”

Hoe kijkt u naar de situatie in Australië? Daar is men er tot dusver in geslaagd om het virus onder controle te houden, maar het nadeel van die voorsprong is dat ze zwaar achterlopen qua vaccinatie.

“Dat zou kunnen. Het is mogelijk dat de lagere impact van de pandemie heeft geleid tot een minder agressieve uitrol van de vaccinatiecampagne.”

Had Europa, net zoals die oosterse landen, ook niet sneller en harder kunnen ingrijpen? Was dat hier een optie geweest? Nu zijn we al bijna anderhalf jaar een tragische tango aan het dansen met dat virus: golf bedwingen, te snel openen, weer een golf bedwingen, weer te snel openen, enzovoort – tot gekwordens toe.

“Ik weet niet of het beleid in Australië doelbewust was gericht op de eliminatie van het virus. Zij hebben het grote voordeel dat ze hun grenzen kunnen beschermen. Maar ze waren inderdaad misschien ook vroeg met hun inperkingen en lockdowns. Misschien hebben ze ook wel een beetje geluk gehad. In ieder geval hebben zij nooit gestreefd naar zero covid, maar naar nultolerantie voor uitbraken en superverspreidingsevents.”

‘Als we in België kinderen niet vaccineren, zitten we straks weer in de patatten, en kunnen we weer scholen sluiten.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Als we in België kinderen niet vaccineren, zitten we straks weer in de patatten, en kunnen we weer scholen sluiten.’Beeld Wouter Van Vooren

Wat met Zweden, dat als zowat het tegendeel van Australië wordt beschouwd? Daar heeft de pandemie lelijk huisgehouden, men streefde er aanvankelijk zelfs naar kudde-immuniteit door het virus zijn gang te laten gaan.

“Voor definitieve lessen en oordelen is het nog te vroeg. Ook wat betreft de sterftecijfers in België, bijvoorbeeld: die leken aanvankelijk erg hoog te liggen, maar ondertussen ziet dat plaatje er toch al anders uit. Laten we nog voorzichtig zijn met conclusies. Wat we wel mogen zeggen, is dat de keuze voor kudde-immuniteit via besmetting niet werkt. Dat heeft men in Zweden, maar ook in het Verenigd Koninkrijk ondervonden. De enige goede manier om die kudde-immuniteit te bereiken, is via vaccinatie. Anderzijds moet ik ook zeggen dat er in Scandinavische landen geen gedoe was over maatregelen, ook in Zweden niet.”

Anderhalve meter is daar anderhalve meter.

“Voilà. Scandinavische mensen hebben een groot vertrouwen in de overheid. En ook in Zweden heeft men wel degelijk maatregelen genomen. Maar het is waar dat de situatie er erger was dan in de buurlanden. En wat die anderhalve meter betreft: in Denemarken vertelt men nu een leuk kluchtje – ‘De Denen zijn zot content dat die anderhalve meter afstand verdwijnt, dan kunnen ze weer zoals vroeger vijf meter afstand houden.’”

Zit er een limiet op de besmettelijkheid van zo’n coronavirus?

“In principe niet. Het grote schrikbeeld is een virus dat even besmettelijk is als mazelen en even dodelijk als ebola. We moeten alles doen om uit deze crisis lessen te leren. Wat typisch is aan een pandemie zoals deze, is dat een cyclus van paniek wordt gevolgd door een cyclus van verwaarlozing. Het menselijk geheugen is helaas erg kort. Dit virus kan zeker nog besmettelijker en ziekmakender worden, daar moeten we rekening mee houden. We moeten de mensen niet bang maken, maar wel realistisch zijn. Ook in de positieve zin: de deltavariant is niet onoverwinnelijk. En de mRNA-vaccins, Pfizer en Moderna, kunnen heel snel worden aangepast aan nieuwe varianten.”

Dan zullen boosters in het najaar mogelijk worden?

“Niet alleen boosters, ook vaccins van de tweede en straks derde generatie. Alles hangt af van wat er de komende maanden nog gebeurt.”

Wat zijn nu de grootste hotspots op de planeet, waar het risico op nieuwe mutaties het grootste is?

“De situatie in India blijft natuurlijk dramatisch. Daarnaast zijn er van meet af aan twee epicentra: Latijns-Amerika en enkele landen in onze eigen regio. En dan houd ik nu mijn hart ook vast voor Afrika, een continent dat er tot dusver goed vanaf gekomen is.”

Omdat de bevolking er gemiddeld jonger is?

“Dat zal zeker meegespeeld hebben. Maar dat geeft geen garantie voor de nabije toekomst. Daarom hamert de WHO zo op internationale solidariteit: niemand is veilig tot echt iederéén veilig is. Als internationale solidariteit niet uit het hart komt, dan moet ze maar uit het hoofd komen.”

Als u met één vingerknip een andere ziekte dan covid uit de wereld kunt helpen, welke zou dat dan zijn?

“De grootste ziekte voor mij is de ongelijkheid. Als we daar eens iets aan zouden kunnen doen, dan maken we veel vooruitgang. Als we meer meisjes onderwijs laten volgen, en zo empoweren, dan bewijzen we de gezondheidszorg een grote dienst. Ongelijkheid is niet alleen een internationaal probleem. Ook bij ons in Europa moeten we uitkijken voor een systeem waarbij gezondheidszorg alleen nog is weggelegd voor wie het kan betalen. Er zijn mensen die moeten kiezen tussen onderwijs voor hun kinderen of medicatie voor zichzelf, omdat ze bijvoorbeeld een chronische ziekte hebben.”

En los van ongelijkheid, wat wilt u de wereld uit?

“De grootste risicofactoren voor chronische ziekten zijn bekend: tabak, alcohol, te weinig beweging en ongezond eten. We moeten stoppen met roken, minder drinken, meer fysieke activiteit ontplooien en op dieet. Dan leven we niet alleen langer, maar ook gezonder. Het grootste aandachtspunt in westerse landen is obesitas bij kinderen. Als je op jonge leeftijd al veel te zwaar bent, is er al veel verknoeid voor de rest van je leven.”

Wat met nieuwe bedreigingen zoals deze pandemie? Het tragische is dat iedereen had voorspeld dat ze ooit zou komen: van Bill Gates tot de WHO.

“Inderdaad. We wisten dat zo’n pandemie van een luchtwegenvirus er zou komen. Dat was echt een no-brainer. Toch waren we niet klaar. We zijn gepakt op snelheid en op schaal. Daarom pleit ik nu bij alle staatshoofden en regeringsleiders die ik bezoek voor het financieren van een platform dat aan foresight doet: dat in de gaten houdt wat er op ons af kan komen. Door vooral in de eerste­lijnszorg alert te zijn. Een pandemie versla je niet in de ziekenhuizen, maar in de eerste lijn. En we werken op het concept one health: mens, dier én omgeving staan centraal in een internationaal gezondheidsplan.”

U bent op 1 februari vorig jaar in uw huidige functie begonnen bij de WHO. Wist u toen al wat u te wachten stond?

“Nee, we hadden wel een slecht gevoel, maar niemand kon de snelheid en de schaal van deze pandemie voorzien. Ik had wel het voordeel dat ik voor Artsen zonder Grenzen heb gewerkt, in de gevaarlijkste gebieden. Ik heb na mijn aanstelling als Europees directeur meteen beslist om mijn volledige staf, toch 750 mensen, op urgentie te zetten. Normaal is dat ongeveer een kwart van de staf, maar ik wist dat ik dat meteen moest opschalen.”

U hebt met Artsen zonder Grenzen onder meer in Somalië en Liberia gezeten.

“In Somalië zat ik in 1994, enkele maanden nadat onze para’s het land hadden verlaten. Daar heerste totale chaos, en ik was daar om een tuberculoseprogramma op te zetten. Daar heb ik veel geleerd. Professor Peter Piot had mij dat goed uitgelegd tijdens mijn opleiding aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde: in gebieden waar veel geweld is, moet je werken met de stamhoofden. Je mag je niet gedragen als een koloniaal die het beter weet, maar je inleven in de lokale gewoonten. In Liberia heb ik ook in gevaarlijk gebied gewerkt. Ik heb er twee keer oog in oog gestaan met Charles Taylor.”

‘Ik ben op bezoek bij mijn ouders. We zijn volledig gevaccineerd. Toch dragen wij binnen nog een mondmasker.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Ik ben op bezoek bij mijn ouders. We zijn volledig gevaccineerd. Toch dragen wij binnen nog een mondmasker.’Beeld Wouter Van Vooren

Een van de wreedste oorlogsmisdadigers van de voorbije decennia.

“Inderdaad. Gelukkig wist ik dat op het moment zelf niet. Want ik ging de confrontatie met hem aan. Ik gaf in het ziekenhuis voorrang aan vrouwen die een keizersnede nodig hadden, en hij wilde dat ik eerst zijn soldaten behandelde. Ik heb pas achteraf beseft welk risico ik daar gelopen heb. Maar de adrenaline doet veel op zo’n moment.”

Hoe was u bij Artsen zonder Grenzen terechtgekomen?

“Ik heb een tijd als huisarts gewerkt in Lombardsijde en Nieuwpoort, maar ik verlangde naar avontuur. En ik had een stevige dosis idealisme. Bij de Broeders van Liefde wilde ik niet gaan, omdat je dan een ijzeren broek moet dragen, zoals men dat bij ons zei. (lacht) En het celibaat was voor mij een stap te ver. Bij Artsen zonder Grenzen vond ik wat ik zocht. Uiteindelijk ben ik zelfs in Siberië beland, waar ik een tuberculoseprogramma heb opgezet in een gevangenis. Daar heb ik mijn vrouw leren kennen.”

Vandaar dat u Russisch spreekt.

“Juist. En u kunt zich niet voorstellen wat een voordeel dat in mijn functie is. Doordat ik Russisch kan spreken met Russische ministers, heb ik onmiddellijk hun vertrouwen.”

Waar bent u uw vrouw tegen het lijf gelopen?

“In een dorpje in de taiga, vlak bij de gevangenis waar ik werkte. Ik had haar al gezien samen met haar grootouders, terwijl ze op een bankje zat met haar mooie kleedje. Ze kwam in de zomer helpen op het veld. Op een dorpsfeest heb ik haar dan beter leren kennen. Ze was de knapste van het dorpsfeest. (lacht) Aanvankelijk was er wat argwaan bij haar familie, onder meer omdat ik een Duitse naam heb. Ik heb mijzelf dus wel moeten bewijzen voor haar familie. Door in het weekend altijd te gaan helpen met de aardappel­oogst. (lacht) Zo kon ik hen tonen dat ik een serieuze vent ben.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234