Zaterdag 05/12/2020

Bacchanalen in de bergen

Willen of niet, we worden zwijnen tijdens de après-ski. Waarom toch?

Beeld weareoskar.com

Wie skivakantie zegt, zeg après-ski. En wie nog après-ski kan zeggen, heeft niet genoeg gedronken en zou al lang met zijn skibotten op het rood-wit geruite tafellakentje moeten staan stampen op het refrein van een Duitstalig feestnummer. De vraag? Waarom doet die après-ski de mens zo ver afglijden van de beschaving?

"Ik heb ooit aan een blote piemel gelikt die langs buiten tegen het raam gedrukt werd.” Een betere binnenkomer voor dit stuk bestaat er mijns inziens niet. “Met het vensterglas er dus tussen, en niet in erectie hoor. Gewoon. Slap. En klein. Vriestemperaturen hé.”

Alsof het dan wel oké is. Aan het woord is Kirsten, pseudoniem van een gelukkig getrouwde moeder van twee, achtendertig, gerespecteerd advocate. Elke winter trekt zij naar de bergen met de collega’s van een al even gerespecteerd advocatenkantoor. Ook dat advocatenkantoor blijft liever anoniem. Ze willen gerespecteerd blijven. Alsof dit artikel hen meer schade zou berokkenen dan hun bacchanalen in de bergen. Samen met zoveel andere gedistingeerde medemensen zijn zij het levende bewijs van wat die bergen kunnen verschuiven. Liters bier, Duitse schlagers, normen en waarden, zo blijkt. Ik heb het al vaak met eigen ogen mogen aanschouwen en ook ik heb in een duistere Schatzi-bar ooit bier in mijn keelgat laten ­gieten door een verklede Heidi die in spreidstand op de toog stond. Ik kreeg er applaus voor, maar voel mezelf nog steeds een beetje vies als ik eraan denk.

Waarom

Waarom? Waarom gaan keurige mensen zich in de bergen plots helemaal anders gedragen? Dat is de grote vraag. En het zou te simpel zijn om het allemaal op de drank af te schuiven.

Architect Peter, die elk jaar op shortski gaat met zijn vrienden probeert het toch. Men only, dat type shortski. “Zelf ben ik ervan overtuigd dat je van het bier in de ­bergen niet dronken wordt. Die schnaps, daarentegen. Dat is vergif. En toch sta ik elke avond brandende B-52’s te slurpen.”

Voor de zomersporters: B-52 is een populair après-skidrankje dat in brand gestoken wordt. Het is de kunst om het leeg te drinken voordat het rietje smelt. Of hoe ‘kunst’ subjectief is.

“Een keer liep het mis en ben ik mijn rechterwenkbrauw in de brand verloren. Mijn vrouw woedend toen ik thuiskwam en moest uitleggen wat er was gebeurd. Ik stuurde haar alleen foto’s door van dat uurtje per dag dat we op de latten stonden. En dat uurtje diende dan vooral om tot in de beste après-ski bar te geraken, op de top van de berg.” Peter doet ook een mooie poging om te verklaren waarom hij zich op die B-52’s gooit. “We skiën in lederhosen. Hebben we ooit gekocht tijdens een andere skivakantie. Blote benen dus. Dat is koud, en die schnaps warmen ons weer op.” Het zou inderdaad omslachtiger zijn om gewoon een skibroek aan te trekken.

Kirsten houdt het bij het feit dat ze op ­skivakantie geen verantwoordelijkheden heeft. “Het enige waarop ik moet letten, is dat ik mijn eigen ski’s terug meeneem na de après-ski. Maar ook dat durft te mislukken. Eén keer kon het vervelend worden toen ik een cliënt van me tegenkwam terwijl ik een meter bier in mijn handen had. Het is ­namelijk niet de bedoeling dat anderen je kennen. Dat is net de magie: je mag heel even iemand anders zijn. Uiteindelijk ben ik die cliënt later die avond nog tegengekomen ergens halfweg op de berg, terwijl een sneeuwscooter ons terug naar het dorp afvoerde. Zijn broek hing op zijn knieën en rond hem lag gele sneeuw. We hebben naar hem staan roepen en hij is rechtgekrabbeld om een diepe buiging te maken. Verder werd er nooit meer over gesproken. Ook thuis niet. Zijn zaak is intussen voorgekomen. We ­hebben gewonnen.”

De kans is groot dat ze elkaar ook deze winter weer tegenkomen, want Kirsten en haar gevolg gaan steeds in hetzelfde gebied skiën. Al zijn er enkele hotels waar ze niet meer welkom zijn. “Dit jaar hebben we gewoon onder een andere naam geboekt bij zo’n hotel waar we op de zwarte lijst staan. Zolang we niet opnieuw met matrassen een glijbaan maken vanop ons balkon lijkt het me toch allemaal redelijk.”

Ik herhaal: gelukkig getrouwde moeder, achtendertig, gerespecteerd advocate.

Een stolp over ons hoofd

We vragen tekst en uitleg aan socioloog Walter Weyns, professor aan de Universiteit Antwerpen die voor de gelegenheid zijn Spotify-account heeft bevuild met après-skimuziek. “Ik moest toch weten waarover we het hebben?”, klinkt het. En zo is het maar net. Heel dat après-skigegeven is zoals een vaginaal orgasme: je moet het meegemaakt hebben om het te begrijpen. Kan hij, academicus, het fenomeen verklaren?

Weyns: “Het is niet nieuw dat mensen zoeken naar manieren om stoom af te laten. We hebben er nood aan de routine te doorbreken en de arbeidstijd stop te zetten. Een fysieke verwijdering van dat werk, zoals tijdens een skivakantie, maakt het makkelijker om te breken met dat werk. En met jezelf.”

Maar hebben we het dan thuis zo slecht dat die nood om uit te breken zo groot is? Is feestvieren de enige manier om nog te ­ontspannen?

Weyns: “Er zijn sociologen die beweren dat we niet meer kunnen feesten omdat we in een permanente staat van arbeid én feest leven. Alles loopt door elkaar en kan en mag op elk moment. Daardoor kan het soms aanvoelen alsof er een permanente druk op ons rust, dag en nacht. Lang, lang geleden was dat anders. Toen kon een volledige gemeenschap van mensen collectief de bezigheden stoppen om uit breken en een groot feest te houden. Het leidde tot een soort feniks-gevoel: op de assen van dat feest ontstond iets nieuws, het was een collectieve hergeboorte. Het is dat waar ook wij naar op zoek zijn. Regeneratie. Een stolp over ons hoofd ­trekken en alles even laten gaan, om dan opnieuw te beginnen.”

Beeld weareoskar.com

Carnaval, schlagerfestivals, Tomorrow­land of een week après-ski, het zijn in die zin dus allemaal pogingen om de buitenwereld weg te duwen. En het feit dat we het collectief doen, hebben we te danken aan onze voorouders. Is het dan de groepsdruk die maakt dat zelfs de meest welgemanierde naasten om vier uur in de namiddag luidkeels meezingen met Anton Aus Tirol?

Kirsten meent van wel: “We zijn met een groep van tien. Sla je een avond over, ben je de pineut en moet je dat de hele vakantie aanhoren.” Dat houdt in dat een normaal begaafd mens braken uit de skilift verkiest boven een rustig avondje. Laten we dat dan maar wijten aan een soort van prestatiedrang. Als de rest plots achterwaarts met lege glaasjes op het hoofd de polonaise begint de dansen op het refrein van ‘Schnappi Das Kleine Krokodil’ kun je niet als enige achterblijven. Dus volg je. Terwijl je dat glaasje angstvallig vasthoudt en je afvraagt waarom juist.

Waarom juist? Weyns: “Je kunt niet níét meedoen. Uit de sociologie is al gebleken dat mensen in eenzelfde omgeving elkaars gedraging overnemen. Net zoals lachen aanstekelijk werkt, worden we in het algemeen geprikkeld door anderen bezig te zien.” Iets met spiegelneuronen, we zullen het niet te moeilijk maken. “Als mensen dansen, dans je dus mee. Of je het nu leuk vindt of niet. Zelfs als je op een stoel blijft zitten, participeer je alsnog. Noem het daarom niet alleen sociale druk, maar neurologische sociale druk.”

Wie zijn de echte dwazen?

Zijn diegenen die zich niet overleveren aan de madness dan de echte dwazen? “Je hebt natuurlijk ook mensen die er allergisch aan zijn. Die trekken zich terug, maar moeten daar effectief moeite voor doen. Het lichaam wilt anders.” Het is dus makkelijker om met skibotten en thermisch ondergoed op een houten tafel te kruipen en jezelf een bier­douche te geven, dan gewoon naar het hotel te gaan om een warm bad te nemen.

Kirsten kan niet ontkennen dat ze haar fratsen het liefst verborgen wil houden voor het thuisfront en ook Peter zijn volledige naam en contactgegevens zijn alleen gekend bij de redactie. Hun gedrag is menselijk, een der ventielzeden. Maar ergens moeten ze dan toch beseffen dat ze zich als complete randdebielen gedragen?

Weyns: “Het heeft iets om de grenzen van de normaliteit te overschrijden, het werkt bevrijdend om te flirten met de waanzin. En als ze eenmaal over hun grens gaan, gaan ze er zwaar over.”

Vandaar ook een soort van blinkende ­fierheid in de ogen en krak in de stem van Kirsten en Peter, van iedereen die ooit een degelijke après-ski heeft meegemaakt. Zij waren erbij. Zij hebben het gedaan. Zij ­hebben het beleefd. Zij kunnen het navertellen. Spijt heeft niemand. Ook ondergetekende niet. Behalve dan dat ik die man met zijn piemel tegen het raam niet aan het woord hebben kunnen laten.

Komend weekend komt DM Magazine met een sneeuwdossier vol tips voor op en naast de piste. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234