Zaterdag 17/08/2019

Wild, wilder, Wilders

Geert Wilders houdt niet van regels, niet uit Den Haag en al helemaal niet uit Brussel. Het referendum over Europa gaf de man met het Mozart-kapsel volop de kans om zijn woede te botvieren. In zijn bekende stijl, met een appèl aan de nationale trots en tirades tegen de elite, ging hij recht op zijn doel af: de foertstemmer.

Fabian Lefevere

Klein-links maakte er afgelopen week een erezaak van om de inbreng van rechts in het debat over de Europese grondwet te minimaliseren. Rechts woog niet door, klopte de SP van Jan Marijnissen zichzelf op de borst. Het was links dat het volle gewicht van het neekamp torste. Dat klopt, voor een stuk althans. Wilders is de jongste maanden weggezakt in de peilingen. Meteen na zijn vertrek uit de liberale VVD verzamelde hij met zijn eenmansfractie Groep Wilders 24 zetels in de peilingen. Inmiddels blijven daar nog een schamele vier van over. De betovering lijkt uitgewerkt. Maar als Nederland deze week de grondwet wegstemde - of preciezer: de hele Europese Unie - dan heeft dat ondanks alles veel met Wilders te maken.

Dat zit zo: Wilders, hoe populair hij wel of niet mag zijn, slaagt er nog altijd in een gevoelige snaar te raken. Zonder al te veel schaamte mikt hij recht op de oer-Hollandse onderbuik en appelleert hij aan een vaag Nederlands nationalisme. Als het over Europa gaat praat Wilders over "de uitverkoop van Nederlandse belangen" aan een "ondemocratische Brusselse elite". Uit een klein uittreksel uit zijn Onafhankelijkheidsverklaring, zijn beginselmanifest, blijkt hoezeer Wilder verknocht is aan de hyperbool als stijlfiguur. "Door de geleidelijke afschaffing van de nationale democratie en de politieke onafhankelijkheid wordt Nederland dus definitief een provincie van de Europese superstaat." En dus moet Nederland liever vandaag dan morgen zijn lidmaatschap van de EU opzeggen. Of: 'Nederland moet blijven', zoals de slogan van zijn anticampagne luidde.

Zijn verzet tegen Europa typeert naadloos de politieke persoonlijkheid van Geert Wilders, wiens radicale uitspraken hem vorig jaar bij de VVD naar de uitgang stuwden. Zijn gedachtegoed laat zich misschien nog het duidelijkst samenvatten als post-fortuynistisch. Of neo-, zo u wilt. Niet dat hij zichzelf de nieuwe Fortuyn waant, al wordt die bijnaam hem opgespeld. Naast vele andere overigens, zoals daar zijn: Robotman (om zijn kille overkomen), Mozart (om de geut javel die al twintig jaar zijn kapsel verbleekt) of de Nederlandse Arnold Schwarzenegger (meer om zijn gespierde uitspraken dan om zijn torso). Maar Fortuyn rekent Wilders, met de voormalige ultraliberaal Hans Wiegel, wel tot zijn politieke voorbeelden.

Dat de parallel zo gretig gemaakt wordt, heeft natuurlijk ook te maken met Wilders' uiterlijk. Net als Fortuyn valt hij op in een menigte. Ze zijn/waren allebei behoorlijk koket. Wilders zit aardig in het pak, dat ook, maar wat hem een op een fortuynistische manier anders maakt is het kapsel. Dat bleekt hij nu al twintig jaar. "Ik heb weleens geprobeerd om dat spul te laten uitgroeien, maar daar kreeg ik zoveel kritiek op dat ik toch maar weer aan de waterperoxide ben gegaan", zei hij ooit in een interview. Esthetische kritiek op zijn haardos mag Wilders graag afwimpelen met een retorische vraag. "Wat is er tegen ijdelheid? Mag een volksvertegenwoordiger er dan niet gesoigneerd uitzien?" Plus: ook Wilders rijdt met een luxewagen, geen Bentley maar een Audi TT.

Maar de overeenkomst gaat dieper. Wat beide heren echt koppelt is hun ideeëngoed, en de stijl waarmee dat op de wereld wordt afgevuurd. Fortuyn beïnvloedde Wilders diepgaand met zijn afkeer voor de heersende culturele en politieke elite, ook al maakte hij daar zelf integraal deel van uit. Bleef de publieke opinie tot Fortuyn redelijk onder de controle van de traditionele partijen, dan valt in Nederland vooral munt te slaan uit een discours tegen het establishment, of dat nu in Den Haag of Brussel huist, tegen de pausen van de politieke correctheid en tegen de traditionele Nederlandse verdraagzaamheid. Beiden leven/leefden bij gratie van dat dik aangezette vijandbeeld. Zoals Wilders het van op zijn positie van rechtsbuiten zegt in zijn Onafhankelijkheidsverklaring. "Ik hou van Nederland, maar niet van wat Nederland geworden is." Wilders bedrijft, volgens waarnemers, politiek met minder stijl en intelligentie dan Fortuyn maar met een al even gretig gebruik van populistische oneliners. Zei Fortuyn: "Nederland is vol", dan debiteert Wilders: "Ik lust ze rauw, die hoofddoekjes."

Als Wilders door een schrijver als Geert Mak geringschattend de "leider van de rechts-nationalen" of een "makelaar in angst" wordt genoemd, dan heeft dat te maken met zijn favoriete onderwerp: de islam. Hij verbindt dat stelselmatig aan terrorisme en/of immigratie. Een andere schrijver/columnist, Marcel Van Dam, noemde Wilders om die reden overigens een fascist en vergeleek hem in eenzelfde ademtocht met Janmaat, de onbehouwen peetvader van extreem-rechts in Nederland.

"De vijand van de islam" noemt Wilders zichzelf wel eens en sinds 11 september beukt hij onvermoeibaar in op de islam. Het doel heiligt daarbij de middelen. In zijn omgekeerde jihad vindt Wilders bijvoorbeeld dat de overheid af en toe de grondwet aan de kant moet kunnen schuiven. Hij wil alle radicale moslims op een vlucht zonder retourtje zetten; daarvoor hoeven die niet eens een veroordeling opgelopen te hebben. Dat dit slecht valt bij het handvol radicale moslims in Nederland (150, volgens de staatsveiligheid) is een understatement. Wilders werd meteen na de moord op filmmaker Theo van Gogh herhaaldelijk met de dood bedreigd vanuit de Hofstadgroep en leeft al zes maanden ondergedoken. Nergens duikt hij nog op zonder een sliert bodyguards in zijn kielzog en contact met hem opnemen is een haast hopeloze onderneming geworden.

Zelfs Wilders' weerstand tegen Europa mag teruggevoerd worden op zijn virulente afkeer van de islam. Wilders heeft een stellige afkeer voor een Europese toekomst waarin Turkije lid is van de Unie. Dat was overigens ook de reden dat hij bij de VVD naar de uitgang werd begeleid. Bovendien wil Wilders niet horen van een gemeenschappelijk Europees asielbeleid. Het grote voorbeeld van een deugdelijk migratiebeleid, in een Nederlandse echo van het Vlaams Belang, is het Deense. Denemarken heeft in Maastricht een uitzonderingsregime gekregen op dat vlak en mag ongebonden door de Europese spelregels zijn eigen koers bepalen. Het is, gezien Wilders' voorkeuren, geheel en al overbodig daaraan toe te voegen dat dat keihard is.

Het is niet verwonderlijk dat het Vlaams Belang, nooit te beroerd om over de landsgrens te gaan, de voorbije maanden Wilders herhaaldelijk heeft proberen op te vrijen. Net zoals het dat ook deed met Hildebrand Nawijn, de tamelijk rechtse ex-minister van Integratie die dezer dagen gemene zaak maakt met het Belang. Zo schreef Philip Dewinter Wilders een brief: of ze een niet-aanvalspact zouden kunnen sluiten. De liefde is weliswaar niet wederzijds. Wilders reageerde schouderophalend en zei met die 'meneer Dewinter' niet te maken te hebben. Het Vlaams Belang, dat was een grens waar hij in navolging van Fortuyn nooit over zou gaan. Dat zijn racisten. "En ik strijd juist tegen schendingen van mensenrechten, streep, racisme, streep, discriminatie", zei hij in een recent interview daarover.

Terwijl de associatie met Dewinter zelfs in het huidige Nederland, met zijn weerzin voor politieke correctheid, een taboe blijft, zijn de parallellen tussen het VB en Wilders te opvallend om te negeren. Ook op economisch vlak. De ultraliberale visie die Wilders voor ogen staat, verschilt in weinig van wat het Belang straks met zijn economisch congres op de wereld zal loslaten: een vlaktaks, geen subsidies meer, de macht van de bonden beknotten, afschaffen van cao's, soepeler ontslagregelingen of flexibeler arbeidstijden. En dat allemaal onder het Thatcheriaanse adagium dat het niet de overheid is die banen schept maar de bedrijven.

Het kan niet verrassen dat Wilders zijn eerste stappen in de politiek zette onder de vleugels van ex-eurocommissaris Frits Bolkestein, goeroe voor alles wat zichzelf fatsoenlijk rechts noemt in Nederland. In het begin van de jaren negentig kwam hij terecht in "het klasje van Bolkestein", en begon meteen maar te ageren tegen de vakbonden, tegen de wao en tegen het moslimextremisme. De banden uit die tijd zijn nog altijd intact. Ideologische munitie wordt Wilders aangereikt door de neo-conservatieve denktank Edmund Burkestichting, een groepje van Bolkestein-volgelingen en adepten. Even was er het idee om samen een partij te beginnen, maar dat wordt spoedig opgegeven. Een citaat maakt duidelijk wat zij verstaan onder vrije markt. "Niet Bush is het voorbeeld", zei directeur Bart-Jan Spruyt ooit, "maar Reagan". "Bush geeft te veel uit aan zorg en onderwijs."

De volgende stap voor Wilders zijn nu de verkiezingen in 2007. De vraag is of hij het nog zo lang kan volhouden. De zwevende kiezer die de Nederlandse politiek is gaan beheersen, wil steeds nieuwe kicks en is zijn speeltjes gauw beu. Zijn voornemen is echter duidelijk: een grote conservatieve stroming in het leven roepen. Zo zei hij recent daarover, verwijzend naar de ondergang van de Lijst Pim Fortuyn: "Het moet een deugdelijke club zijn die betrouwbaarheid uitstraalt, goede mensen die niet met elkaar ruziën, om niks naar de rechter stappen of een strafblad blijken te hebben." En ook zijn stijl zal niet veranderen, bezweert hij. "Politieke leiders spraken me in het verleden aan: doe iets aan je haar, treedt gematigder op, want ik wil je volgend jaar in het kabinet. No way dat ik iets verander aan mijn haar, aan mijn stijl, aan mijn overtuiging. Al kost het me tien keer een kabinetspost. Ik ben bovenal vólksvertegenwoordiger."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden