Woensdag 25/11/2020

'Wij zitten hier samen omdat we elkaar graag zien'

Dieter: 'Op mijn zestiende ging ik het hiërogliefenschrift bestuderen en bestelde ik standaardwerken over Egyptische grammatica. Ik vermoed dat mijn ouders toen gedacht hebben dat het helemaal uit de hand liep met mij'Peter: 'Wij zijn allevier eigenlijk ongelooflijk verschillend. Het is moeilijk om de clichés die bestaan over grote gezinnen op ons toe te passen'Günther: 'Een paar keer per jaar trokken we met het grote gezin in de Volvo vanuit hartje West-Vlaanderen naar voordrachtwedstrijden overal te lande. Dat zijn van die dingen die zich in je kinderherinnering vastklikken'Friedl': 'Ik voel me niet het jongere zusje dat zich door de grote broers laat overdonderen. Maar de theorie van 'de tweede is de rebel' klopt. Günther was echt de weerspannigste van ons vieren'

Marijke Libert / Stephan Vanfleteren

In de Volvo 142 van de familie Lesage uit Ardooie was het altijd vechten om bij het raampje te zitten. Vijfentwintig jaar later bemachtigden de vier kinderen elk hun eigen uitkijkpost. Dieter (37) is de filosoof en auteur die doordacht zijn meningen over cultuur en politiek ventileert, Günther (36) de acteur die de theaterwereld van een aparte 'onderneming' voorzag, Peter (29) de muzikant die gedreven zijn menu samenstelt uit soul, hiphop, funk en jazz, Friedl' (33) de radiovrouw met aparte interviewstijl die de volgende weken gedecideerd het tv-scherm bezet. 'We komen elkaar in het tweede deel van de krant tegen', zegt Dieter. En af en toe bij Friedl' thuis, zo blijkt, voor koffie met taart.

'Zo ben ik het gewoon", zegt Friedl'. "Mijn broers komen altijd in dezelfde volgorde binnen." Eerste op de afspraak blijkt ook nu weer Dieter te zijn. "Ik ben een filosoof", zegt hij droogjes, "die moet de tijd respecteren." Friedl': "Je zult het zien, zo dadelijk komt Peter en dan valt er doorgaans een redelijke tijdskloof voor Günther binnenvalt." De bel gaat. Peter, inderdaad. De jongste Lesage groet en gaat naast Dieter zitten, hoofd op het tafelblad, armen voor zich uit gestrekt. "Moe?", vraagt zijn broer. Peter: "Ik ben naar de maansverduistering gaan kijken vannacht. Prachtig. Ik heb door zo'n telescoop Saturnus gezien, ik was onder de indruk. Maar het was laat." De deurbel. Friedl' schrikt op. "Nu al?"

Is dit een atypische bijeenkomst, de drie broers en zus Lesage op bezoek bij elkaar, met een fruittaart in het midden?

Friedl': "Op een doordeweekse zondag is dat inderdaad nogal atypisch." Günther: "Reünies gebeuren zo'n twee keer per jaar, rond de standaardperiodes: Kerst en Pasen. Friedl' probeert ook elk jaar een grote bijeenkomst te organiseren, hier in Brussel, met onze ouders erbij."

Is Friedl' de bindende kracht in het gezin?

Peter: "Ik zou het anders stellen. Friedl' heeft van ons vieren het grootste huis en de langste tafel." Günther: "Uiteraard komen wij elkaar vrij veel tegen. Ik zie Peter nog het meest tijdens concerten. Door de projecten die we ondernemen, kunnen we elkaar eigenlijk niet ontlopen. Dieter publiceert een boek, of essays in de krant. Naast Friedl' kunnen we al helemaal niet. Die zit dagelijks op de radio. Nu kunnen we ook acht weken lang naar haar kijken."

Wat jullie bindt, buiten de bekendheid op verschillende fronten en de familienaam, is de keuze van jullie voornamen: Duits.

Dieter: "Ik heb dat fenomeen van 'een naam hebben' ooit onderzocht. Mijn doctoraat in de taalfilosofie handelde over eigennamen. Ik vond het interessant om na te gaan hoe het komt dat er een straffe koppeling bestaat tussen de persoon en de naam die hij kreeg. Wat mijn persoonlijke situatie betreft, met name het feit dat mijn ouders een fascinatie hadden voor Duitse voornamen, daar heb ik een hypothese voor. Ik vermoed dat veel te maken heeft met de release van de film The Sound of Music in 1965. Die film, een absolute hit waarover toen veel gepraat werd, ging over een Duitse familie met zeven kinderen. Wees gerust, onze namen komen daar niet in voor, ik heb het gecheckt. Toch raakten in die periode een reeks Duitse namen in de mode. Ik ben in 1966 geboren, in die sfeer van acceptabiliteit van Duitse voornamen, van Wiedergutmachung. Ik geloof dat mijn ouders die sfeer hebben geproefd en daar hun inspiratie haalden. Nadien hebben ze dat consequent doorgetrokken, zo van: voilà, we zijn er nu mee begonnen, we moeten dit nu vier kinderen lang volhouden."

In plaats van er een doctoraat over te maken had u het uw ouders ook gewoon kunnen vragen. Dieter: "(lacht) Heb ik ook gedaan, maar ze zeggen dat ze het eigenlijk niet meer weten. Mijn vader heeft wel zijn legerdienst gedaan in Duitsland en hij las veel Duitse vakliteratuur." Welk 'vak' beoefenden vader en moeder Lesage?

Günther: "Onze vader was tandarts en moeder assisteerde hem. Vader was ook secretaris van de plaatselijke muziekharmonie, vandaar zijn voorliefde voor muziek."

Jullie werden allemaal naar de nabije muziekschool van Izegem gestuurd.

Dieter: "We werden erheen gestuurd, inderdaad, en we kregen ook de opdracht terug naar huis te komen. We gingen naar de notenleer, kregen later elk een instrument toebedeeld, maar volgden tegelijk dictie. Dat is nadien voor Günther en Friedl' belangrijk gebleken. Peter was de enige die in de muziekbranche bleef, al was hij anderzijds ook de enige die zijn hele leven achtervolgd werd door die grote wens van mijn moeder: dat een van ons in de verpleegkunde zou gaan."

(algemeen gelach)

Peter: "Ik kwam af en toe in ziekenhuizen terecht, een keer omdat ik dwars door een venster was gelopen. Hoe dan ook, toen ik er verzorgd werd, voelde ik me enorm op mijn gemak tussen de verpleegsters en dacht ik dat daar mogelijk mijn toekomst lag. Ik heb dat toen voorgelegd aan mijn moeder en ik geloof dat dat de mooiste dag van haar leven was. Ik was tien jaar. Kort daarna ben ik flauwgevallen toen ik bloed zag. Een indicatie, vond ik, om die droom van verpleger op te bergen." Günther: (klopt op Peters schouder) "Eigenlijk ben je daar nu nog mee bezig, hé broertje. Je heelt de mensen met je muziek. Toch?" Friedl': "Thuis oefende men geen druk op ons uit wat onze levensprojecten betrof. Ik herinner me wel dat mijn moeder me één keer heel officieel zei: 'Friedl', ik zou er ooit spijt van hebben indien ik het nooit had gevraagd, daarom doe ik het toch. Zou jij later tandarts willen worden?' Het antwoord was: 'Néé!'. Discussie gesloten." Günther: "Dat wij in de brede culturele sector zouden terechtkomen was al tijdens onze puberteit duidelijk. Onze ouders hebben dat indirect gestimuleerd. Ze hielden van muziek en gaven dat door. Maar ze hielden ook van het woord. Een paar keer per jaar trokken we met het grote gezin in de Volvo vanuit hartje West-Vlaanderen naar voordrachtwedstrijden overal te lande. Het zijn van die dingen die zich in je kinderherinnering vastklikken: de reis van 100 kilometer naar Antwerpen bijvoorbeeld, de stad, dat grote oranje gebouw met veel glas dat voor je opdook en dan binnen, dat feest van het woord, van het declameren."

Hebben jullie in vaders harmonie gespeeld? Günther: "Dat hebben wij allen ooit wel eens gedaan, geloof ik." Friedl': "Ik niet. Mijn deelname beperkte zich hoogstens tot het presenteren van bepaalde voorstellingen. Toen al. (lacht)" Günther: "Maar jij speelde toch klarinet?" Friedl': "Jawel, maar ik had gefundeerde redenen om niet mee in de harmonie te stappen. We moesten allemaal, ook de meisjes, zo'n lelijk kostuum aan. Ik wou dat echt niet dragen. Op een bepaald moment ben ik gestopt met klarinet om me op dictie te concentreren. Muziek was een opdracht, woord de inspiratie en de drang." Günther: "Ik heb wel langere tijd dwarsfluit gespeeld, hoewel het instrument niet mijn roeping was."

Er waren dus twee blazers en twee pianisten. Dieter speelde piano en Peter zette dat door. Peter, u bent nu toetsenman bij Flip Kowlier, hebt een eigen band Moiano. Drie jaar geleden kregen jullie zelfs een prijs voor de prachtige interpretatie van 'Putain, Putain' van TC Matic. Peter: "Dankzij Dieter ben ik met piano begonnen. Ik herinner me hoe ik als klein kind naast hem stond toen hij Bach studeerde. Hoe ik mee naar die partituren keek en af en toe een toets aanraakte." Dieter: "Ik ben op tijd gestopt met die muziek, zo kreeg Peter de piano helemaal voor zich alleen. Als twaalfjarige was ik al op de academische sector gefixeerd geraakt."

U was de enige niet-performer, Dieter. Hoe kan het dat u als kind al wist dat u academicus en meer bepaald filosoof zou worden? Dieter: "Ik was een beetje een freak..."

(gegniffel bij de drie anderen)

Dieter: "Vanaf mijn elfde heb ik me met egyptologie beziggehouden." Günther: "Ik vond het ongelooflijk wat mijn ruim een jaar oudere broer deed, maar het bleef raar. Terwijl wij voetbalden en onnozel deden, zat hij vreemde teksten met rare tekens te lezen." Dieter: "Ik legde een collectie boeken aan, studies in het Frans en Engels over alle aspecten van de geschiedenis van de Oud-Egyptische cultuur. Op mijn zestiende culmineerde dat onvermijdelijk in de noodzaak het hiërogliefenschrift te gaan bestuderen."

(algemeen gelach) "Ik heb toen twee standaardwerken over Egyptische grammatica besteld bij de Koningin Elisabethstichting. Ik vermoed dat mijn ouders toen gedacht hebben dat het helemaal uit de hand liep met mij."

Dus met z'n allen naar het British Museum in Londen om er de steen van Rosetta te bestuderen? Dieter: "Nee, maar we zijn wel met het hele gezin naar de grote Toetanchamon-tentoonstelling in Keulen geweest. Toen ik zestien was, trok ik met de trein naar Leiden voor de opendeurdag van de universiteit, afdeling egyptologie." Günther: "Was dat nog voor jouw eigen opgravingen in Wilskerke, Dieter?" Dieter: "(kucht, kijkt schichtig op) Ná mijn opgravingen, broer, en verder (kijkt naar ons) wil ik daar geen vragen over. Het lijkt me al erg genoeg wat ik hier allemaal onthul. Bon. Leiden was uiteindelijk een beetje een ontgoocheling omdat men daar zei dat ik die studie ook in Leuven kon doen. Het jaar daarop ben ik van egyptologie afgestapt en wou ik vergelijkende godsdienstwetenschappen doen, en nog later kwam ik bij de filosofie uit."

Was u door die aparte zoektocht en dat figuurlijke - en letterlijke - opgraven een apart jong in het Lesage-nest? Günther: "Hij was van ons vieren niet alleen de grootste theoreticus, maar ook degene die het minst in de vijver zwom tijdens onze jaarlijkse vakantie in Westende." Dieter: "Ik heb in mijn herinnering altijd een bureau gehad. Ik verbleef veel op mijn kamertje en bouwde achter mijn rug een werkbibliotheek uit. Als we op reis gingen, nam ik een stuk van die bibliotheek gewoon mee." Friedl': "Alle broers hadden hun dada's. Terwijl Dieter in zijn Egypte-boeken zat, had Günther hetzelfde met theater. Hij was tot in het extreme bezig met acteren en met zelf theaterteksten maken. Intussen ramde Peter op de eerste verdieping op zijn drums en vond hij nieuwe muziek uit." Jullie zijn allemaal apart in jullie respectieve disciplines. Dieter wordt in het filosofenmilieu de angry young man genoemd die uitgesproken tegendraadse analyses durft te maken. Günther wou na een paar jaren van acteren in films en series uit dat voorgekauwde acteerwereldje en stichtte mee het theaterproject de Onderneming. Peter ging koppig door met soul én funk én rap en liet zich voor geen (muziek)gat vangen, terwijl Friedl' radio wou maken in haar eigen stijl. Vanwaar die eigenzinnigheid? Friedl': "We hebben een lange weg afgelegd om te bereiken wat we echt wilden. Günther wou niet in het eerste het beste theater gaan spelen, hij zocht naar zijn eigen uitdrukking. Idem voor Peter en ook voor mij. Ik wou niet zomaar wat doen, toen ik startte bij de radio. Ik had vrij snel een succesprogramma bij Donna kunnen hebben, maar daarvoor paste ik. Ik heb in totaal acht jaar gewacht vooraleer zich het juiste programma bij de juiste zender aandiende. De Lesages zijn dus selectief en niet makkelijk." Peter: "Zelf iets doen, zelf spelen, zelf maken, niet snel tevreden zijn, een beetje freak zijn, dat is bij mij ook zo. Van bij het begin, toen ik ingangsexamen deed in het conservatorium. Ik moest toen drie jazzstandaards spelen, klassiekers zoals 'My Funny Valentine'. Ik heb echter voor een stuk gekozen dat ik een paar weken daarvoor hoorde spelen in De Muze in Antwerpen. Ik kende de titel niet eens. Ik leidde het voor het examen in met: 'Ik weet niet wat het is, maar ik vind het mooi, voilà'. Misschien heeft dat mede de doorslag gegeven om mij erdoor te laten."

Gaan jullie bij elkaar op consultatie? Heeft Günther het met zijn broer-filosoof over de spirit achter de Onderneming, laat Peter demo's beluisteren door Günther en vraagt Friedl' om proefprogramma's te beluisteren/bekijken? Dieter: "Zo gaat het niet. Wat we willen, willen we zelf en daar zal een broer of zus ons niet in beïnvloeden. Dat wil niet zeggen dat er op bepaalde momenten niet kan worden gesproken over beslissingen." Friedl': "Toevallig, bij onze laatste paasreünie, was ik in een fase dat ik een beslissing moest nemen. Ik had twee aanbiedingen gekregen en mijn hart zei al welke richting ik uit moest, met name dat wat ik nu doe voor de televisie. Tijdens ons gesprek daarover bleken de broers er toevallig ook zo over te denken."

Maar hoe staat u, Dieter, tegenover wat Friedl' doet op de radio, met name niet bepaald het verheven diepgravende intellectuele interview, dat u meer zou smaken? U maakt in essays vlijmscherpe analyses over de vervlakking van de cultuur en de media in het algemeen. Dieter: "Ik denk dat mijn ideeën daarover in het gezin bekend zijn. Ik apprecieer echter enorm de inspanning van zowel Friedl' als mijn broers om een parcours te nemen, omdat ik weet dat ze heel goed nadenken over wat ze doen. Ik heb er dan ook ten volle het vertrouwen in dat als Friedl' voor een programma gaat, ze er een goed programma van zal maken."

Zei de grote broer. Maar hoe bekijkt de filosoof het undergroundsfeertje of de muziekscene waar Peter al eens in vertoeft? Dieter: "Ik volg dat met grote belangstelling omdat ik van muziek in de brede zin hou. Mijn eerste boekje ging over John Zorn, een Amerikaanse avant-gardemusicus en componist. Vanuit die interesse voor hedendaagse muziek interesseert het me mateloos hoe Peter zijn weg aflegt."

Hingen jullie als kinderen echt aan elkaar, klitten jullie samen? Dieter: "Als je alleen maar aan elkaar vasthangt, kun je zelf niets realiseren. Gelukkig, denk ik dan maar, klitten we dus niet samen. Ieder moet steeds zijn eigen terrein bevechten, zijn eigen strijdje voeren. We gaan elkaar dus ook niet beïnvloeden of bepalen. Wij zitten hier samen omdat we elkaar graag zien."

De interesse voor elkaar is groot, maar soms zijn er toch tegengestelde ideeën. Dieter heeft een nogal uitgesproken mening over al te vrije interpretaties van Shakespeare en Günther speelde dergelijke producties in het Zuidpooltheater en bij de Roovers. Günther: "In de Onderneming hou ik me in. Geen Shakespeare voorlopig. Omdat het niet mag van mijn broer (giert het uit)." Dieter: "Nee, ernstig. Ik zie bij Günthers theatergroep niet gebeuren wat ik beschrijf in mijn Hamlet-boekje, ik merkte dat ook bij hun laatste voorstelling ça Va, gebaseerd op Majakovski. Prachtig gewoon, mét groot respect én gepast bewerkt. Niet het genre à la Hamlet die op rollerblades de scène op komt gereden." Günther: "Het is echt niet omdat Dieter het boek Peut-on encore jouer Hamlet? heeft geschreven dat ik me verhinderd voel om iets aparts met Shakespeare te doen. Ik vind Dieters mening en discours interessant en boeiend, maar ik blijf vanuit mijn optiek bewerken en acteren."

Even een opmerking tussendoor: ik merk hier een zus Friedl' en een broer Peter die stil jullie vurige gesprekken volgen. Loopt hier een scheidslijn in het gezin: tussen de 'groten' en de 'jonkies'? Günther: "Het is maar goed dat Friedl' even zwijgt. Ze mag al zoveel praten, dagelijks, en dan nog voor zoveel toehoorders." Friedl': "Ik voel me niet het jongere zusje dat zich door de grote broers laat overdonderen. En Peter is thuis altijd al 'de stillen' geweest. Iedereen heeft gewoon zo'n beetje zijn positie in het gezin. Ik was in deze constellatie, met z'n vieren bijeen, doorgaans het luisterende oor. Ik vind het gewoon boeiend als we samen zijn. Ik amuseer me met de energieke commentaren van Günther en ben gefascineerd als Dieter zijn pertinente theorieën op tafel gooit. Dan wil ik die argumenten kennen, beluisteren, proeven, laten doorwerken." Peter: "Wij zijn allevier eigenlijk ongelooflijk verschillend. Het is moeilijk om de clichés die bestaan over grote gezinnen op ons toe te passen." Friedl': "Ik denk wel dat de theorie van 'de tweede is de rebel' klopt. Günther was echt de weerspannigste van ons vieren. En het eerste kind, tja, dat was de grote broer, hé. Die heeft natuurlijk zijn verantwoordelijkheid. Dat merk je ook." Dieter: "Die moet het verstandigst zijn." Günther: "En de tweede moet altijd de broeken van de eerste dragen. Vandaar dat rebelse (lacht)." Dieter: "Hoe verschillend we onderling ook zijn, we komen op de een of andere manier samen in een deel van de krant. Niet in dat eerste deel, de binnen- en buitenlandse actualiteit, maar in het tweede dat men 'cultuur en media' noemt. Wij zitten dus met z'n vieren samen in het achterste deel, waar het overigens aangenaam vertoeven is. Wie belangstelling toont voor cultuur, in de brede zin, zou onze vier namen kunnen kennen en zeggen: 'Tiens, bizar, dat is allemaal familie'. Dat is typisch voor die sector. Broers en zussen met interesses in andere sferen, zoals de economie of de melkveesector, zullen minder snel opvallen."

Zijn er nog andere families die elkaar in één deel van de krant ontmoeten? Ikzelf denk spontaan aan de drie Embrechtsen: Tine, Pieter en Bert.

Friedl': "De Platels." Günther: "De Van Rompuys." Peter: "(stil) En de Pfaffs."

(algemene hilariteit)

"Die zitten dan nog samen in hetzelfde programma."

Günther: "Nu, dat aanbod hebben wij dus meteen afgeslagen, nietwaar collega's?"

Hebben jullie er ooit aan gedacht iets samen te doen? Friedl': "Jawel, Günther heeft een tijdje geleden zo'n fijn voorstel gehad. Alleen ligt het nu een beetje stil, geloof ik." Günther: "Ik heb toevallig in mijn bibliotheek, tussen de theaterstukken die ik al jaren verzamel, een boekje ontdekt met daarin een toneelstuk van Alain René Lesage, een collega van Jean-Baptiste Poquelain, Molière dus. De naam alleen al, Lesage. Ik kreeg toen het idee om daar misschien ooit iets mee te doen. Maar het is absoluut niet concreet of zo."

Met de dramaturgie van Dieter, het acteren en de tekstbewerking door Günther en de muziek van Peter. Maar wat moet de taak van Friedl' zijn?

Friedl': "Ik mag aan de kassa zitten." Günther: "Nee, Friedl', jij moet de algemene promotie doen." Peter: "Günther en ik hebben één keer iets samen gedaan, in Het Salon. Een van de acties die ik moest ondernemen was met een andere muzikant komen binnenrijden in een oude Citroën." Günther: "Zie je, Dieter, het waren géén rollerblades." Friedl': "Ik heb, toen ik bij Studio Brussel werkte, Günther ooit aan de telefoon geïnterviewd over een theaterstuk. Ik besliste nadien: nooit meer. Niet omdat het een slecht interview was, maar het is verdomd moeilijk als je elkaar te goed kent. En het zal bij het publiek een foute weerklank hebben."

Kortom, door de befaamde broertjes moet Friedl' aan een soort censuur gaan doen en komen jullie gewoon niet aan bod?

Dieter: "Zelfcensuur zou een probleem voor ons zijn indien de enige mogelijkheid om de voorstelling, de cd of het boek te bespreken het programma van Friedl' zou zijn. Er zijn ook andere plekken waar wij met onze realisaties terechtkunnen. Nu, we zullen het zien in februari, als mijn nieuwe boek verschijnt."

Wat vinden jullie van die grote opwarming van oude VRT-series naar aanleiding van vijftig jaar televisie? Dieter: "Wat nu gebeurt, is wat ik al langer vaststel bij onze zenders: die grote aandrang van het medium televisie om over zichzelf te spreken. Een zender als VTM bijvoorbeeld vormt een familie waarbij, als er iets gebeurt in de VTM-familie, dat een item wordt op het VTM-nieuws. In het VRT-journaal merk je eenzelfde verheviging van een gelijklopend proces. Soms zie ik niet meer het verschil tussen het journaal en een reclameblok. In dat journaal zitten namelijk onderwerpen waarvan je objectief alleen maar kunt zeggen: prachtige reclame voor een product. Dat kan een boek zijn, een cd, een serie of een concert. Zeker in de culturele sfeer wordt dan niet meer inhoudelijk aan bespreking gedaan, maar aan product placement. Ik vind het interessant om die evolutie te bekijken. Maar als ik heel eerlijk mag zijn: gezellig vind ik het allemaal niet." Friedl': "Het is inderdaad soms onwaarschijnlijk, wat je rondom jou ziet gebeuren. Kijk, ik doe nu al vijf jaar De nieuwe wereld en al twaalf jaar radio, maar nu, uitgerekend deze week, krijg ik een lawine aan aandacht omdat ik met mijn gezicht op de televisie kom. Iedereen wil nu alles van me weten, mijn beweegredenen, mijn verleden, mijn verlangens. Ik heb dan de neiging om te zeggen: ja maar, gasten, ik was een half jaar geleden dezelfde Friedl' en ik hoop dat over een jaar nog te zijn. Maar nee, het moet allemaal nu, die eruptie van korte maar hevige aandacht."

Excuseer, Friedl', maar in uw radioprogramma komen mensen vooral aan bod als ze een nieuwe cd, voorstelling of een nieuw tv-programma hebben. U doet het verdorie zelf. Fried'l': "Mijn programma op Radio 1 is, neem ik toch aan, iets meer dan enkel een promostand voor artiesten. Het wil binnen dat brede culturele en maatschappelijke spectrum de polsslag voelen. Maar daarover gaat het hier niet. Wat ik wil zeggen, is dat ik verbaasd ben over de gevolgen die het heeft als een stem ineens een kop wordt. Het bewijst dat de radio toch een meer marginaal medium is voor de pers. Door de televisie ben ik ineens iemand geworden, men wil mij in een bepaald tenue op de covers, men wil weten welke mijn zeven hoofdzonden zijn, wat mijn broers doen en waar mijn favoriete café zich bevindt. Ik kom mezelf nu in de boekskes in allerlei rubrieken tegen. Het doet gewoon raar dat je zelf onderwerp wordt, terwijl wat je maakt in de verdrukking komt.

"Nu, tv.gasten is niet alleen een mooi programma met een bekende presentator, maar vooral ook een statement. Op de populaire zender, TV 1, in prime time, kun je een lang en diepgaand gesprek van veertig minuten bekijken, in een vrij gestroomlijnde setting, zonder de obligate filmpjes ertussen. Het publiek dat op dat moment anders soaps en quizzen volgde, krijgt nu de kans om bijvoorbeeld Mark Uytterhoeven te zien op een manier waarop men het niet direct van hem gewoon is. Het gaat over wat die man heeft bewerkstelligd op de televisie. Over hoe hij een beetje mee ons leven veranderd heeft. Hij heeft ervoor gezorgd dat wij op zondagavond thuisbleven voor wat op de televisie gebeurde. Hij zorgde ervoor dat na hem een generatie kwam die ons op zondag bleef boeien met aparte en niet na te bootsen televisie, vanuit een grote kracht en inspiratie."

Jullie komen allevier uit die eerste generatie kijkbuiskinderen. Heeft het medium televisie jullie gemotiveerd om een eigen publiek te gaan opzoeken?

Günther: "Wij komen uit de Kapitein Zeppos-generatie, hé Dieter. Friedl' en Peter zijn de Postbus X-generatie. Dat is iets anders." Peter: "Mijn motivatie lag niet bij de tv, denk ik. Wat ik wou doen, heb ik tijdens voorstellingen van Günther ontdekt. Tijdens musicals zat ik steeds naar dat bandje op het podium te staren. Ergens pik je dingen op die je benieuwen. Nadien kom je in de fase dat je rond die fascinatie een verhaal, een leefwereld en een publiek opbouwt. Ik speelde naast piano andere instrumenten en alles lag en stond bijeen op een zolder waar ik 'concertje speelde'. Af en toe sleurde ik mijn hele drumstel naar de andere kant van die ruimte om de indruk te geven dat ik on the road was. Ik zei dan hardop tegen niemand in het bijzonder: 'Ik ga nog vlug een optreden doen'." Friedl': "Bij mij is het toch anders. Ik heb mijn keuze mee gebaseerd op het feit dat ik niet wou doen wat mijn broers en meer bepaald Günther deden. Ik wou oorspronkelijk actrice worden, maar zag in Studio wat dat van Günther vergde. Ik zag Els Dottermans spelen, zo gedreven. Ik hoorde dat de leraars niet snel tevreden waren en kwam tot het besef dat ik dát niet zou kunnen. Daarom ging ik naar het conservatorium om woord te doen." Dieter: "Als ik jullie zo bezig hoor, merk ik ineens een belangrijk verschil tussen wat jullie doen en wat ik doe. Voor een groot stuk speelt jullie werk zich af in real time voor het publiek. Dat is toch een belangrijk facet: dat er een directe verhouding is tussen wat jullie verwezenlijken en wie het bekijkt of beluistert. Bij mij is er meer een uitgestelde verhouding met het publiek. Dat kan zeer ver gaan, dat uitstel. Het is mogelijk dat ik een directe respons krijg op een boek, maar het is evengoed mogelijk dat mensen reageren met een vertraging van een aantal jaren. Je wordt dan op eerdere uitspraken vastgepind, omdat het ooit gedrukt werd, je kunt ter verantwoording worden geroepen. Het vreemde aan gepubliceerde teksten is de constante citeerbaarheid. Alsof je na een bepaald schrijven geen evoluties kunt doormaken." Peter: "Wat Dieter zegt, klopt, maar het geldt ook voor mij. Als ik een cd maak, is er een tastbaar bewijs van hoe ik ooit was en hoe ik werkte, een referentiepunt. Dat kan vervelend zijn omdat je per definitie evolueert." Günther: "Hetzelfde geldt voor een acteur. Je kunt lang geïdentificeerd worden met een rol, of met een productie die je maakte."

En wat vinden jullie producers, de ouders, van jullie evoluties? Dieter: "Ze hebben met ons een intens contact, zowel persoonlijk als professioneel. Ze kunnen naar de radio of naar een cd luisteren, naar het theater gaan en boeken lezen en daarin hun kinderen herontmoeten. Het is leuk te weten dat ze ons volgen en dat graag doen." Peter: "(lacht) Ze zijn zelfs ooit één keer naar een concert van mij gekomen, een belangrijke stap was dat voor hen, en een belevenis." Dieter: "Ik herinner me het heroïsche verhaal dat het vijf uur 's nachts was toen ze thuiskwamen. Vooral dat hadden ze nog nooit gedaan." Peter: "Het is leuk om je ouders dingen te mogen bijbrengen. Dat gaat van met hen leren Indisch eten tot hen genres muziek leren ontdekken." Friedl': "Ze komen ons ook zeggen welke commentaren de mensen over onze realisaties hebben. Ze zijn vooral heel enthousiast. Ach ja, fier zeker..." Günther: "Via ons komen ze ook in contact met bekende mensen, mannen en vrouwen die ze anders alleen via de media hadden gekend. De Gène kennen ze. Bervoets. En Jo Lemaire, want daar heeft ons ma nog ooit voor gekookt. En Kamagurka, want die hebben ze met mij in een restaurant ontmoet. Schoon en plezant is dat, hun verwondering en hun manier van participeren. Het feit dat ze via de ogen van hun kinderen zien dat er achter het waas dat soms rond ons werk hangt een grote realiteit zit, en reële mensen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234