Woensdag 30/09/2020

‘Wij zijn voor elkaar geboren, maar met je broer trouw je niet’

De ene koestert een talent voor chaos. De andere heeft van organiseren zijn beroep gemaakt. De oudste is een dromer, de jongste een geboren realist. Bart Peeters verzamelt woorden die samen een wat aarzelend samengestelde zin vormen. Zijn broer Stijn formuleert vlot en glashelder. Op het eerste gezicht lijken het zowat elkaars tegengestelden, maar zet ze samen aan tafel en het eerste wat opvalt, zijn de gelijkenissen. Bart: ‘De dag dat Stijn me vertelde dat hij architect zou worden was een van de meest traumatische in mijn leven.’ Stijn: ‘Alles wat ik sindsdien voor hem gedaan heb, is een soort wiedergutmachung.’

DOOR BART STEENHAUT

FOTO’S ALEX VANHEE

art en Stijn stappen samen het restaurant binnen waar we hebben afgesproken. De première van De ideale man laat nog enkele dagen op zich wachten, en de twee zijn een tikje zenuwachtiger dan gewoonlijk. Dat het een succes wordt, staat evenwel al vast. Nadat de vorige tournee door de aanhoudende vraag naar kaartjes een jaar langer heeft aangesleept dan voorzien, raakte ook deze gloednieuwe reeks voorstellingen in minder dan een week uitverkocht en worden er nu al optredens gepland tot in 2012. Het gaat - kortom - uitstekend, en dat terwijl de boerenwijsheid voorschrijft dat het onverstandig is om zaken te doen met vrienden en familie. Bart kijkt raar op wanneer ik vraag of hij lang heeft nagedacht alvorens Stijn als zijn manager aan te stellen.

“Natuurlijk niet. Ik weet al sinds mijn kindertijd dat ik geen talent heb voor organisatie. Mijn sterkte is chaos. Ik was De Rode Ridder, en Stijn speelde mijn trouwe schildknaap Koenraad. En samen reden we op onze stokpaardjes door de bossen van Moretus. Maar toen de boswachter met een dubbelloopsjachtgeweer achter ons aan zat, was Stijn wel degene die het stokpaard vantussen zijn benen haalde om sneller te kunnen lopen. Ik vond dat onbegrijpelijk: we waren tenslotte te paard, dus we zouden die man als vanzelf te vlug af zijn. Toen al bleek dat hij - drie jaar jonger nochtans - de meest praktische van ons twee is. Op de koop toe was Stijn in eerste instantie het showbizzkonijn in de familie. Ik schreef nummers en musicals, was regisseur, orkestleider en decorbouwer. Maar hij was de ster van al mijn spektakels. Zelf voelde ik me daar veel te verlegen voor. En dan zei mijnheer hier doodleuk dat hij architect wil worden. En ik een andere Robbie Williams moest gaan zoeken. De smeerlap. Dat is zowat de enige keer geweest dat ik me door mijn broer in de steek voelde gelaten. Nadien zijn er wel nog een paar heel ambetante noodsituaties geweest waar hij keer op keer de zaak is komen redden.”

Noem eens wat.

Stijn: “De rechten van Het Peulengaleis bleken verkocht aan Woestijnvis zonder dat Bart en Hugo daarvan op de hoogte waren. Op dat moment was de volgende reeks al in productie. Het ging om een misverstand, maar op dat moment belt Bart met de vraag of ik dat kan oplossen. Omdat ik dezelfde taal spreek als de mensen met wie zo’n zaak moet worden uitgepraat.”

Bart: “Stijn spreekt het Algemeen Beschaafd Wouter Vandenhautes. (lacht) En lang daarvoor had hij me al geholpen toen ik met een popgroepje wilde beginnen. Door zijn toedoen waren The Radios in een paar weken een begrip.”

Stijn: “Bart leefde volgens de logica dat ik een fax en een secretaresse had, en dat dus allemaal wel zou regelen. Alleen: algauw werden The Radios te groot. En mijn architectenbureau ook. Uiteindelijk ben ik voluit voor dat laatste gegaan.”

Was het moeilijk kiezen, op dat moment?

Stijn: “Nee. Ik had eerder ook al een acteurscarrière laten schieten. Nand Buyl heeft me ooit letterlijk een contract aangeboden. Maar ik wilde architect zijn. Het leek me plezieriger om mijn leven te wijden aan iets wat ik zelf wilde, dan me ten dienste te stellen van iets wat mijn broer wilde bereiken. Ik vond het belangrijk om mijn eigen verhaal te schrijven. Maar toen Bart me tien jaar geleden opnieuw vroeg om zijn manager te worden was mijn bureau uitgegroeid tot een machine. Ik hield de leukste jobs voor mezelf, en had dus terug tijd om me weer met hem bezig te houden. De activiteiten van Bart spelen zich in hoofdzaak af op momenten dat het architectenkantoor gesloten is. De twee zijn dus perfect combineerbaar.”

Je hebt geen behoefte aan vrije tijd?

Stijn: “Met Bart op weg zijn is vrije tijd. Dat nihilisme van het volstrekte nietsdoen vind ik ab-so-luut niet ontspannend.”

Bart: “Een partijtje golf spelen, bijvoorbeeld. Dat loopt gegarandeerd verkeerd af.”

Stijn: “Wij neuken nog, Bart. Er hoeft dus niet gegolfd te worden. De beste ontspanning is die waarbij ik me op iets kan concentreren. En dingen voor Bart organiseren geeft een heel apart gevoel, want elke avond eindigt met applaus. Dat applaus is voor de hele ploeg, van artiest over roadie tot lichtman. En dus ook een beetje voor mij. Bovendien: we werken samen met de beste technici, stagemanagers en muzikanten, wat het voor mij heel gemakkelijk maakt. Het enige probleem dat dan nog overblijft, is Bart zelf. Maar ik kan hem goed lezen en verstaan. Dus al bij al valt ook dat mee.”

Zijn er nog zenuwen de dagen voor een première?

Stijn: “Bij mij wel, alleszins. Daar lig ik wakker van, ’s nachts. Ik roep tien keer per jaar tegen Bart. Waarvan acht keer die laatste week voor het eerste optreden van een nieuwe tournee. En die andere twee keer zit ik gewoon niet lekker in mijn vel. Te veel stress. Maar dat heeft nooit met hem te maken. Trouwens: als op de première dan alles in de plooi valt, is de voldoening totaal. Dan valt er duizend kilo van mijn schouders. En van de zijne ook. Voor mij is dat gevoel hetzelfde als wanneer je net een uur gelopen hebt. De runner’s high. Dan zijn we ’s avonds rustig en goed gezind. Voor mij zijn dat altijd de beste autoritten terug naar huis, achteraf.”

Hebben jullie veel aan elkaar? Kan de ene na een tegenslag altijd bij de andere terecht?

Stijn: “Op de belangrijkste momenten in mijn leven stond hij er. Maar voor de rest heb je er bijzonder weinig aan. Bart heeft me ooit gezegd: Stijneke, als je echt architect wilt worden zal je toch een beetje uit je pijp moeten komen. Want willen is kunnen. Dat was belangrijk advies dat ik makkelijker van mijn grote broer aanvaardde dan van mijn ouders.”

Bart: “Stijn is een beetje de Chinese vrijwilliger die manu militari is aangeduid om voor mij te zorgen. Dat is zo’n beetje zijn beroep. Hij heeft dus weinig keus.”

Stijn: “Op de zwaarste dagen snap ik ook waarom hij zo graag met mij samenwerkt. Ik kan namelijk nooit neen zeggen tegen hem. Zelfs als hij het onmogelijke vraagt, zal ik nog proberen dat gedaan te krijgen. Ik opper wel eens dat wat hij wil op korte termijn nauwelijks te realiseren valt. Maar dat dringt zelden of nooit tot hem door.”

Bart: “’t Is gemeen, maar ik verdring wat hij zegt op zo’n moment. Maar om écht op je vraag te antwoorden: Stijn is mijn steun en toeverlaat. Ik vond vroeger al dat we voor elkaar geboren waren. Maar met je broer trouwen doe je niet. Bovendien zijn we beiden overtuigde hetero’s. Maar de dag dat hij me zei dat hij mijn hoofdrollen niet meer zou spelen, was wel een van de meest traumatische dagen in mijn leven.”

Stijn: “Alles wat ik nadien voor Bart gedaan heb, is een soort wiedergutmachung voor dat ene moment.”

Ik laat me altijd vertellen dat een succesvol artiest managen een fulltime bezigheid is. Bart is zowel populair artiest als veelgevraagd presentator. En tegelijk héb je al een veeleisende job. Hoe slaag je erin die twee werelden met elkaar te verzoenen?

Stijn: “Het verschil zit in kleine dingen. Als ik telefoon krijg, zal ik me niet gauw aan small talk bezondigen. Ik wil meteen weten waarom ze me nodig hebben. Daardoor duurt zo’n gesprek maar half zo lang. Mensen die leven zoals jij en ik en Bart vinden dat fantastisch. Want met mij kan je in dertig seconden een afspraak maken. Ik stop ook geen tijd in presentaties. We zitten samen in de auto te plannen. Dat telt dan meteen als vergadering. Want ik merk meteen of hem iets aanstaat of niet.”

Bart, mij lijkt het dat je als Nederlandstalige liedjesmaker eindelijk je eigen plek gevonden hebt.

Stijn: “We waren het erover eens dat er een leeftijd komt waarop je ‘She Goes Nana’ niet meer op een geloofwaardige manier kan brengen. Want wie is she en wat is nana? Ik zag meteen dat in het Nederlands zingen een goede manier was om waardig ouder te worden.”

Bart: “Ik had op vakantie een paar liedjes geschreven in het Nederlands, en de eerste beslissing die Stijn als mijn kersverse manager nam, was dat ik daar een try-out mee moest doen op de zolder van een vriend. Ik dacht: dat heeft nog nooit een manager tegen me gezegd, want verder dan Holland zal ik daar nooit mee geraken. Toen heb ik ontdekt dat mega zijn - wat me met The Radios was overkomen - niet de weg naar het geluk vormt. Dat eerste plaatje in het Nederlands was heel autobiografisch. Ik dacht: als ik het zelf geloof, krijg ik het ook gezongen. Maar intussen is het besef gegroeid dat de ‘ik’ waar ik over schrijf net zo goed een geleend personage kan zijn. Ik kan gruwelijk empathisch worden. Ook met psychopaten. Het valt me helemaal niet zo zwaar om als tekstschrijver in mijn hoofd een knopje om te draaien en beurtelings een gekneusde ziel, een neuroot, een psychopaat en een hormonaal konijn te worden.”

Al komt in jouw nummers toch vooral dat hormonaal konijn aan bod. Loert de midlifecrisis om de hoek?

Bart: “Nee, dat hengstige heb ik altijd al gehad. Het neemt zelfs een beetje af nu. (schatert) Maar als ik in Parijs une Parisienne zie die qua schoonheid de Mona Lisa overtreft, moet ik al sterk in mijn schoenen staan om níét even in strijd te zijn met mijn gedachten. Het verschil is dat een andere vent zich twee seconden aan zo’n vrouw vergaapt, en nadien weer overgaat tot de orde van de dag. Voor mij is zo’n situatie - man staat voor verkeerslicht en kijkt naar vrouw in de auto naast hem - het vertrekpunt voor een nummer waarin de overdrijving nog wat wordt aangedikt. En dus ben ik verontwaardigd dat er in die paar seconden niet meteen een passionele relatie ontstaat. Is dat erover?”

Een beetje.

Bart: “Inderdaad. Maar op zich is dat niet erg. Als mannen samen praten, gaat het sowieso vaak over seks. Maar - en dat zal ik hier even exclusief onthullen - als vrouwen het soort feestje geven waar jij en ik voor geen geld bij willen zijn, is het nog veel erger. Daar wordt serieus uit het bed geklapt. Ik ben een tijd heel kwaad geweest dat bij ons thuis boekjes rondslingerden waarin vrouwen werd wijsgemaakt dat het ultieme geluk bepaald wordt door de juiste lipstick en een paar stiletto’s. Ik wilde niet dat onze dochters zo’n opvoeding zouden krijgen, kon niet tegen de oppervlakkigheid die vrouwen door de smerige, seksistische zwijnen van de Cosmopolitan werd opgedrongen. Tot ik op een redactievergadering onlangs een vrouw die ik hoog aansla, hoorde zeggen dat ze eigenlijk niet meer wil dan af en toe een vers paar schoenen en een nieuwe sacoche. Ik wist niet wat ik hoorde! De maatschappij is vandaag compleet oversekst. Als je tegenwoordig door een willekeurig Kempens dorp rijdt, zie je reclame hangen voor tapis plain, en daar zit dan automatisch een bloot wijf op. Waarom? Het is niet zo dat die er gratis wordt bijgeleverd, hé.”

Stijn, dat je zaken doet met je broer ligt al niet voor de hand, maar dat je als architect ook nog zijn huis hebt gebouwd is het lot helemaal tarten. Ik ken niemand die een huis laat optrekken zonder dat er wat fout loopt. En er dus spanningen ontstaan.

Stijn: “Bart heeft zich geen moment gemoeid, en Anneke, zijn vrouw, is wél praktisch ingesteld. Daar vallen dus afspraken mee te maken. Eén anekdote over dat huis: zijn vorige woning stond nog geen kilometer verderop, maar de ruwbouw was al klaar voor hij er een eerste keer naar kwam kijken. Ik had er roze isolatieplaten op gezet, die door groene latten bij elkaar werden gehouden. Daar moest nog een afwerking bovenop komen, maar Bart dacht dat het huis al af was, zo. Dat zegt eigenlijk alles.” (lacht)

Bart: “Vandaag snap ik niet dat het een jaar geduurd heeft voor ik een eerste keer naar ons huis ben gaan kijken, terwijl we eigenlijk maar een paar straten verderop woonden. Ik stond ook te kijken van de grootte. Het leek me meer iets om een cinema in te beginnen. Ik eiste dat er richtingaanwijzers geplaatst zouden worden. ‘Keuken, 3 kilometer’, ‘Badkamer: eerste straat rechts’. Maar als mijn dochters nu housemuziek draaien, ben ik wát blij dat ik naar de andere kant kan vluchten.”

Klopt mijn indruk dat Stijn de buffer is tussen Bart en de boze buitenwereld? Ik heb ooit het genoegen gehad om met Bart een taxi te nemen in Athene, en hij was er vast van overtuigd dat als je maar lang genoeg langs de kant van de weg bleef staan, er vroeg of laat vanzelf wel iemand zou stoppen om hem mee te nemen.

Stijn: “Mja. Het lukt Bart ternauwernood om een computer aan te zetten. Tot hij in de gaten krijgt hoe praktisch zo’n ding is. En dan kan hij er als bij toverslag wél mee overweg. Ik verdenk hem er dus van om heel selectief te zijn in wat hij wel en niet kan. Bart rijdt bijvoorbeeld met de auto, en is dus veel aandachtiger dan je zou denken. En hij blijkt technisch onderlegd genoeg om een opname te maken.”

Bart: “Ik kan ook koken.”

Stijn: “Kijk: dat geloof ik dan weer niet.”

Architectuur is iets wat tot vijf cijfers na de komma nauwkeurig moet zijn, terwijl muziek maken vaak op improvisatie en spontaniteit is gebaseerd. Ondanks alle gelijkenissen lijken jullie op dat vlak zowat elkaars tegengestelde.

Stijn: “Daarom lopen wij elkaar ook nooit in de weg. Ik zal me nooit moeien met de inhoud, en hij komt niet tussen als het over praktische zaken gaat. Ik kom wel langs in de studio als er een nieuwe cd wordt opgenomen, maar ik heb te veel respect voor Bart, de muzikanten en de producer om daar grote uitspraken over te doen. Ik blijf het trouwens een wonder vinden dat er uit complete chaos toch een mooie plaat kan ontstaan.”

Stijn, jij bent na lang aarzelen ook de media in gestapt via 71° Noord en de Monumentenstrijd. Reageert de man in de straat nu anders op je?

Stijn: “Nee. Ik had al veel theater en televisie gedaan voor ik architectuur ging studeren. En toen Canvas me vroeg om de Monumentenstrijd te presenteren heb ik niet lang getwijfeld. Omdat het rechtstreeks met mijn beroep te maken had. Zolang ik architect ben, kan ik het me niet veroorloven om me met dingen bezig te houden die daar geen verband mee houden.”

De link met 71° Noord ontgaat me, eerlijk gezegd.

Stijn: “Dat was een uitzondering. Tot nog toe zijn er twee momenten geweest dat mijn omgeving het beter vond dat ik even thuis bleef: toen mijn kinderen geboren werden, en toen ik de uitnodiging kreeg om aan dat programma deel te nemen. Drie weken naar Noorwegen, zonder mail of gsm. Mijn klanten - bedrijfsleiders vooral - vonden het een fantastische opportuniteit. Die hadden zelf allemaal dure managerscursussen gehad in het hoge noorden en kwamen achteraf herboren terug. En ik héb er ontzettend van genoten. Alleen jammer dat er ook camera’s bij waren. Dat had voor mij niet gehoeven.”

Bart: “Stijn heeft heel erg de behoefte om zijn fysieke grenzen te verleggen. Ontbering, kou... dat is mijn wereld niet. Als je zelf huizen bouwt, wat zou je dan in het hoge noorden in een tent gaan liggen?”

Hoe hulpeloos was je toen je het drie weken zonder Stijn moest zien te redden?

Stijn: “Ik heb toen aan mijn beste vriend gevraagd om even in te springen. Ook al omdat ik het niet kon maken om de negentig mails die elke dag voor Bart binnenkomen zo lang onbeantwoord te laten.”

Bart: “Ik bel hem nooit met de vraag hoe je een sneetje salami op een boterham legt. Dat weet ik intussen. Ik heb intussen zelfs geleerd dat je het plastiekske van een hamburger moet doen voor je hem in de pan gooit. Maar toegegeven: dat heb ik met scha en schande moeten ontdekken.”

Iets anders: hoe gedraagt Bart Peeters zich als hij kwaad is?

Stijn: “Dat gebeurt niet zo vaak. Hij is veel rustiger dan ik. Maar als het over kwaliteit gaat, en wat er gedaan moet worden om iets volgens zijn volkomen subjectieve normen beter te maken, zal Bart zelden inbinden. Ik heb hem nog niet vaak razend gezien. Anderzijds: mijn broer creëert natuurlijk een heel gemakkelijke wereld voor zichzelf. Er wordt altijd wel gecheckt of Bart een huissleutel mee heeft als we op tournee zijn. Het feit alleen dat Anneke me voor ze gaat slapen nog altijd een sms’je stuurt met de vraag of Bart niks vergeten is, zegt toch wel wat. De wereld ziet er mee op toe dat hij goed terechtkomt. Anneke weet precies waar hij wanneer is - zijn agenda hangt bij hen in de keuken - en als Bart de weg naar een cultureel centrum wat te ingewikkeld vindt, zorg ik er wel voor dat hij gebracht wordt.”

Hebben jullie fundamentele meningsverschillen?

Stijn: “We benaderen alles vanuit een compleet verschillende invalshoek, dus dat kan haast niet anders. In het beste geval is dat verrijkend, in het slechtste komen we er niet uit. Maar zelfs dan is het simpel: als het zijn winkel betreft, hakt Bart de knoop door. In het andere geval neem ik de beslissing. Ambras maken is sowieso tijdverlies, dus langer dan vijf minuten duurt dat niet. Ik kan ook niet kwaad op hem zijn omwille van hoe hij is. Het gaat sowieso altijd over futiliteiten. Nooit over wezenlijke dingen.”

Zijn jullie het soort broers dat niet alleen samenwerkt, maar elkaar ook op vakantie niet kan missen?

Stijn: “Bart en ik hebben een heel andere definitie van wat ontspanning is, maar we vinden het wel plezierig om elkaar op vakantie tegen te komen. Waarover praten we dan? Over de hoesfoto van de nieuwe cd. En over hoe we de volgende tournee in Nederland gaan organiseren.”

Bart: “Onze vrouwen vinden dat niet kunnen, dus het leuke is dat we die gesprekken clandestien moeten voeren. Dan verzinnen we excuses als: ‘Schat, we gaan even naar die aangespoelde dolfijn kijken op het strand.’ (denkt na) Het leukste is: tijdens onze vakantie snel even over en weer vliegen voor een concert. Een paar jaar geleden zijn we even teruggekomen om een Marktrockske te doen. Dan heb ik Bono-gewijs een paar uur eerder op een terras in Nice afscheid genomen van mijn gezin. Het enige verschil is dan dat hij in zijn privévliegtuig stapt, en wij het met een simpele lijnvlucht moeten stellen.”

Stijn: “Bijkomend voordeel is dat we op het vliegtuig al even kunnen bijpraten over alles waar we de weken voordien aan gedacht hebben. En dan is het nadien weer echt vakantie.”

Bart is inmiddels vijftig. Zien jullie je oud worden in dit vak?

Bart: “Ik heb Raymond dit jaar op zijn zestigste het Sportpaleis plat zien spelen. We zijn ook samen naar Leonard Cohen geweest. Zesenzeventig inmiddels. Maar wel het hipste en het meest frisse dat ik in jaren gezien heb.”

Stijn: “Ik zou Bart ooit nog willen zien schilderen.”

Bart: “Meer bepaald: zijn living.”

Stijn: “Tekenen en schilderen: daar ligt volgens mij zijn grootste talent. Maar momenteel is daar gewoon de tijd niet voor.”

Bart: “Sinds Benidorm Bastards gaat het excuus dat je te oud bent om iets te doen niet meer op. Bovendien: een aantal groten is ons voorgegaan. Zolang de Rolling Stones blijven doordoen, wordt de leeftijdsgrens van de rock-’n-roll voortdurend verlegd.”

Stijn “Ik denk niet dat wij ooit bejaard zullen zijn. Daar wil ik met plezier voldoende onrealistisch in zijn. Ik leef tot het bobijntje op is, en de periode van de aftakeling daartussen zal ik niet meemaken. Als het niet plezant meer is, houdt het gewoon op.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234