Donderdag 01/10/2020

‘Wij zijn niet bezig met revolte, wij maken uit grote goesting’

Stef Aerts (23) werd in 2010 met één flinke zwaai uit de anonimiteit geslingerd. Lovende recensies, sterretjes, selecties, nominaties en prijzen in binnen- en buitenland volgden in zijn zog. Marie Vinck (27) heeft ervaring met dat soort vliegende starts. Beide jonge spelers acteerden dit jaar in Adem en Smoorverliefd. Beide jonge makers worden, met hun kompanen van FC Bergman, het nieuwe geluid in theaterland genoemd. DOOR STIJN DIERCKX

fgesloten snelwegen, ongelukken en sneeuw. Als er een lot bestaat, dan heeft het een probleem met ons interview. Maar ik kom eraan!’ Nog een paar wakkere sms’en, kruipende files, verloren uren en - godbetert - een WODCA-controle later is Marie Vinck thuis geraakt van een avondje toneelspelen in Herzele. Stef Aerts vloog een paar uur geleden terug van het Festival de Cinéma Européen des Arcs, de tiende festivalselectie van Adem op zak.

Antwerpen stad, het is 1 uur, bij nacht en ontij. Verontschuldigingen voor de omstandigheden kletsen in drie richtingen. Geen gezeur van deze kant, ik ben opgelucht dat er niet werd afgebeld. Geldige redenen lagen nochtans voor het grijpen, dwarrelen met pakken uit de lucht, staan met vette letters in volle agenda’s. Iets zegt mij bovendien dat ik de zoveelste in rij ben die voor dat eerste dubbelinterview belde. “Eén verzoek, verzin alsjeblieft iets leukers dan: hoe was dat nu, werken met je schoonmoeder?” Neil Young blaast warm, kaarsjes flakkeren koud, een fles rood probeert te chambreren. Een nachtelijk gesprek met startkabels en opengetrokken choke. Aan tafel, voor de zekerheid, tegen de slaap.

Marie Vinck: “Ik ben eigenlijk maar met drie dingen bezig, maar op dagen zoals vandaag lijkt het veel. Wordt het wat veel. Maar goed, ik ga niet klagen. Laten we beginnen. Wat is je eerste vraag?”

Euh, waar zijn jullie momenteel mee bezig?

Aerts: “Ik heb onlangs een kleine rol opgenomen voor Groenten uit Balen van Frank van Mechelen en ik kom vandaag terug van een weekje filmfestival in Les Arcs. Deze selectie kwam qua timing een beetje ongelegen. Toneelhuis nodigde FC Bergman uit in hun programma Antwerpse Kleppers. Oorspronkelijk wilden we een van onze vorige stukken herwerken, maar we vonden niks meteen geschikt om in de Bourla te brengen. Dus hebben we overmoedig beslist om een nieuwe eenmalige voorstelling in elkaar te boksen tegen 28 januari.”

Vinck: “Ik speelde voor de laatste keer dit jaar in De koning sterft van ’t Arsenaal, maar in januari hebben we nog zes opvoeringen. Morgenvroeg sta ik weer op de set in Den Haag. Daar wordt de Nederlandse film Making of gedraaid, het regiedebuut van Thijs Bayens. Ik speel een ietwat dommige soapactrice die het wil maken in artistiek gerespecteerde kringen. Een heel leuke rol!

“Alle Bergmannen zijn plots met zoveel andere projecten bezig. Dat maakt dat we voor het eerst in een chaotisch, zelfs lichtelijk paniekerig proces zitten. Die druk blokkeert mij een beetje. Normaal werken we vijf maanden aan een voorstelling, maar nu kan het niet anders. Bovendien staan we in een schouwburg, terwijl we gewend zijn om locatievoorstellingen te maken. In de Bourla wordt alles meteen een toneeltje, in zo’n ruimte wordt het een hele opdracht om het evenementachtige karakter van onze stukken te behouden.”

Aerts: “Ik vind het net kicken. Vanaf morgen zet ik mij zeven op zeven, vierentwintig op vierentwintig aan dat stuk. De anderen vallen in zodra ze kunnen. We zijn zo geïntrigeerd geraakt door het onderwerp, nu willen we echt een volwaardige voorstelling maken. Akkoord, we nemen wat veel hooi op onze vork, maar als het lukt...”

Kunnen jullie al iets kwijt over dat onderwerp?

Vinck: “Het gaat over de Bijbel. Dat mocht ik toch al zeggen? Uiteindelijk heeft zowat alles in het leven betrekking op de Bijbel, of andersom.”

Aerts: “Het heet voorlopig 300 el x 50 el x 30 el. Ik kan al verklappen dat het een afmeting is, maar nog niet van wat. Naar het schijnt is het niet de meest commerciële titel, maar dat gold evenzeer voor Wandelen op de Champs-Elysées met een schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is. En dat vinden we toch onze signatuurvoorstelling. De enige ook die we met het voltallige FC Bergmangezelschap gemaakt hebben.”

Daarmee werden jullie dit jaar ook geselecteerd voor Het Nederlands Theater Festival. FC Bergman en slechte recensies gaan niet samen. Wat jullie ook ondernemen, het lijkt wel alsof er werd afgesproken: FC Bergman is goed.

Aerts: “Die algehele mildheid heeft ons ook wel eens verbaasd. Intern noemen wij dat het ‘de kleren van de keizer’-effect. Daar proberen we enorm voor uit te kijken. Wij lopen zelf niet eenduidig content te wezen met alles wat we doen. Er zijn al momenten geweest waarop we een pak slaag vreesden.”

Vinck: “De commentaren zijn vaak ook genuanceerder dan dat. Wouter Hillaert schreef: ‘FC Bergman moet nog leren articuleren, maar is wel een beloftevol nieuw geluid.’ Dat vind ik een schoon en terecht zinnetje. Wij groeien heel organisch in onze eigen theatertaal, maar wij hebben nooit bedacht: nu gaan we eens anders en verschillend doen. Alsof alle andere gezelschappen een instituut vormen waar wij tegenaan schoppen. Wij zijn niet bezig met revolte of negativiteit, wij maken uit grote goesting.”

Op de blog van Kurt Van Eeghem stond vorig jaar: ‘De jonge winnaars van TAZ hebben het heilig vuur gestolen van de Olympique Dramatiquegoden.’ Dat legt druk.

Aerts: “Tja, ik las ook ergens dat wij een noodzakelijk product van de tijd zijn. Dat we nu geapprecieerd worden omdat er nieuwe nood aan rock-’n-roll is in het theater. Dat zou ik heel jammer vinden, want dat betekent dat we slechts een soort modeverschijnsel zijn, en we proberen toch vooral inhoud te brengen. We worden ook vaak omschreven als een spelerscollectief. Twee componenten waar ik het oneens mee ben, wij zijn eerder een makersgezelschap. ‘Collectief’ klinkt zo jaren negentig. Zo werken wij niet: onze projecten vertrekken vanuit verhalen waarvan wij vinden dat FC Bergman ze moet vertellen. Vervolgens bekijken we wie daar tijd voor heeft, het hoeft niet zo nodig collectief gemaakt te worden.”

Vinck: “We zijn als individuen ook allemaal heel verschillend. Collectieven ontstaan vaak vanuit een gemeenschappelijke visie op spel of stijl. Als elk van ons afzonderlijk een stuk zou maken, dan zouden die resultaten totaal uiteenlopend zijn. Onze gemeenschappelijke noemer ligt in heel onuitgesproken dingen. Misschien net in die zonderlinge combinatie, die op zich een nieuw geluid genereert.”

Samen tijd vinden wordt met het jaar lastiger. Jullie zijn intussen allemaal in andere producties betrokken.

Vinck: “Wandelen op de Champs-Elysées... was een fantastisch intensieve periode. We waren toen echt een rondreizend circus. Voor die productie kregen we geen subsidies, dus deden we alles zelf, ook decoropbouw en -afbraak. Zo’n grootschalig project valt nu bijna niet meer te plannen. Al willen we die voorstelling graag nog één keer hernemen om het verhaal in schoonheid af te ronden. De laatste speelreeks, onze grand finale, is niet kunnen doorgaan. De eigenaar van de oorspronkelijke locatie (Handelsbeurs Antwerpen, SD) wilde geen toelating meer verlenen, om veiligheidsredenen.”

Aerts: “Wij zijn als gezelschap ontstaan tijdens het tweede jaar van onze opleiding. Van bij het begin vonden we het bijna een voorwaarde dat iedereen afzonderlijk zijn eigen ding kon blijven doen. We mikten op één FC Bergmanvoorstelling per jaar. Toen dachten we nog dat we kort op de bal konden beslissen. De realiteit loopt lichtjes anders. Onze plannen liggen noodgedwongen vast tot eind 2013: drie producties, met opties op nog twee andere stukken.”

Na het succes van Adem klettert het vermoedelijk ook nog eens film- en tv-aanbiedingen. Weigeren jullie veel?

Vinck: “Bij mij sluiten de jobs al een paar jaar naadloos op elkaar aan, soms zelfs met korte overlappingen. Ik doe film even graag als toneel, maar onwrikbare draaischema’s dwingen mij om ook mijn theateragenda jaren op voorhand vast te leggen en dat is vervelend. De laatste tijd ervaar ik daar zelfs enige stress bij.”

Aerts: “Mijn telefoon rinkelt nu wel vaker, maar niet altijd voor de dingen waar ik naar op zoek ben. Ik heb natuurlijk nog niet zoveel ervaring in dit vak, maar ik leer elk jaar beter in te schatten wat mij ligt. Er is niks zo ellendig als jezelf schrale lijntjes tekst te horen brengen, of in een productie te staan waar je zelf niet in gelooft.”

Vinck: “Ja, daar kan ik ook doodongelukkig van worden. Het probleem is dat je vaak snelle keuzes moet maken, enkel gebaseerd op een eerste lezing van een scenario en op de andere namen van de cast. Maar dat zijn niet per se garanties voor topdrama. Oninteressante acteeropdrachten kunnen zo afstompend werken. Tijdens de schooljaren serveerde ik in een café, ik zou dat nog altijd opnieuw verkiezen boven meedraaien in een productie die me niet ligt. Of anders spreek ik nog liever spotjes in.”

Voor de post.

Vinck: “Ha, heb je dat gehoord? Tja, mijn ‘r’ verraadt mij altijd.”

Aerts: “Ik besef wel dat wij nog in een luxepositie zitten. Collega’s die een huis afbetalen en een gezin onderhouden, hebben verantwoordelijkheden die ik voorlopig niet ken. Ik keur niets af voor anderen, maar ik hoop altijd de liefde voor het vak en de discipline voor mezelf te hebben om artistieke keuzes niet van centen te laten afhangen.”

Ik zie geen van beiden ooit dingen raden in panels. Eigenlijk zijn jullie slechte BV’s.

Vinck: “Dat vind ik het allerverschrikkelijkst aan dit vak: de onophoudelijke vraag om publiekelijk als mezelf te moeten verschijnen. Ik wil wel eens in een laatste show opdraven omdat ik vind dat ik dat promogewijs verplicht ben aan de film waar ik in speel. Maar zelfs dat probeer ik te beperken tot de producties waar ik volledig achter sta.”

Aerts: “Ik werd onlangs voor een panelprogramma gevraagd, maar ik ben de slechtst denkbare mens om in zo’n entertainmentvehikel leuk te zitten wezen. Ik weiger niet alleen omdat ik niet wil. Ambiance staan maken op verzoek, dat ligt simpelweg niet in de lijn van mijn talenten.”

Al is het op papier, dit interview is ook een publieke verschijning als jezelf.

Vinck: “Dat is net de reden waarom ik zo vaak nee zeg, geschreven interviews zijn al even beschamend. Vrienden beginnen daar steevast uit te citeren waar je bij zit. Véél erger dan eender welke rol die ik ooit speelde.”

Aerts: “Ik lees soms interviews met Marie waarvan ik weet dat drie kwart ronduit verzonnen is. Ik ben echt bang voor bladen als Dag Allemaal en Story. Je hebt totaal geen controle over de dingen die daarin verschijnen. Ook al heb je niets te maken met wat daar geschreven staat, het is begrijpelijk dat lezers al die onzin geloven. Voor mij ligt hier de grens: we praten over dit en dat project omdat het nu aan de hand is. Ik wil niet over mezelf worden ondervraagd. Dat is van mij, daar heeft een ander niets mee van doen.”

Vinck: “En dan lees je op een dag toch in zo’n blad dat wij een koppel zijn, zonder dat we daar zelf ooit maar iets over gezegd hebben. Ik heb ook al meermaals telefoon gekregen: ‘Proficiat, het schijnt dat je zwanger bent.’ Ik begrijp dat niet, gelukkig hebben wij een agent die dat gezever een beetje buffert voor ons.”

Aerts: “Ze bellen altijd vanuit de stellige overtuiging dat de mensen toch ‘het recht’ hebben om te weten wie wij zijn. Over welk recht gaat dat? Als je het mij vraagt, de grootste bullshit ooit.”

Gauw terug over het werk dan. Adem en Smoorverliefd zijn beide geselecteerd voor het Palm Springs International Film Festival. Over twee weken ontmoeten jullie Javier Bardem, Natalie Portman, Colin Firth...”

Vinck: “Allemaal topacteurs! En Robert Duvall komt ook, die van de legendarische lijn: ‘I love the smell of napalm in the morning.’ In Road to Perdition is hij ook geweldig.”

Aerts: “Nee, jij bedoelt The Road. Die van Road to Perdition is juist dood, Paul Newman was dat.”

Vinck: “Ah ja, klopt, The Road. Ook een goeie film, maar met een te romantisch einde. Dat kind had opgegeten moeten worden. Dat zou juister geweest zijn. Nu komt dat daar plotsklaps in het perfecte Amerikaanse gezinnetje terecht, weliswaar met vuile kleren aan. Die film had open mogen eindigen, met een nietsverklappend shot van dat strand. Of anders moeten ze hem tóch opeten. Maar wat was de vraag precies?”

Of Duvall Adem of Smoorverliefd gaat zien, en of je dan een praatje met hem slaat?

Vinck: “Ja, natuurlijk wil ik met al die filmhelden praten, maar zij zien onze films niet, denk ik. Zij komen langs en worden daar gehonoreerd.”

Aerts: “Thomas Vinterberg, de regisseur van Festen, heeft Adem in Les Arcs gezien. Dat vind ik dan wel een fijne gedachte.”

Durf je dan te vragen wat hij ervan vond?

Aerts: “Aan hem heb ik het nu niet gevraagd, maar wel aan Déborah François van L’enfant en My Queen Karo. Zij vond het heel goed.”

De organisatoren van het Palm Springs Festival noemen Vlaanderen een cinematic hotspot. Lonken de internationale carrières?

Vinck: “Dat is een altijd terugkerende vraag. Maar ik begrijp de ambities niet van mensen die twee jaar in hun auto in Hollywood gaan wonen, ’s nachts in een bar werken en overdag alle denkbare audities afschuimen. Die krijgen nadien allemaal te horen dat ze fantastisch zijn en verder vernemen ze nooit nog iets. Hier krijg je veel kansen om te doen wat je wilt doen. Waarom moet dat zo nodig in het Engels en in grote mainstreamfilms? Slechts een heel klein segment van die hele Hollywoodscene zou mij interesseren. Ik droom er niet van om tegen mijn vrienden te kunnen zeggen: ik heb met die of die vergane glorie een scène opgenomen in een obscuur B-filmpje.”

Aerts: “Ik hoor op die festivals vaak verhalen over getalenteerde Europese regisseurs die in Hollywood alleen van die mega ‘blockbuster brol’-sequels mogen draaien: Speed 4 en Rush Hour 3. Als je de moeite doet om alles achter te laten en naar Hollywood te trekken, dan is het toch om met de fenomenale Scorsese te werken?”

Stef, jij won met Adem de prijs voor beste acteur op het Filmfestival van Amiens. Marie, jij won in 2004 de Plateauprijs voor beste Belgische actrice met De kus. Beiden meteen prijs bij het grote debuut. Kun je het leren, ‘goed acteren’?

Aerts: “Nee, in de basis niet, het is wel een vak dat je kunt oefenen, maar er moet ook ‘iets’ zijn.”

Vinck: “Ik speel voor het grootste deel op intuïtie. Goed acteerwerk valt moeilijk te definiëren. Enerzijds kan ik iemand technisch heel virtuoos zien spelen en denken: ‘Zie hem dat goed brengen.’ Anderzijds heb je een soort kwetsbaarheid die heel erg kan raken, net omdat ze losstaat van alle metier en heel direct is. Er valt voor het ene niet meer te zeggen dan voor het andere. Als het pakt, dan pakt het. Dat hangt ook van de context af.”

Dan heeft het meer met genen en geluk dan met techniek te maken? Stef, Stany Crets noemde jou nochtans een cerebrale speler.

Aerts: “Ik vind dat niet waar, of alleszins veel te kort door de bocht. Ik weet niet hoe dat voor andere acteurs werkt, maar mijn manier van spelen hangt heel erg af van de sfeer waarin ik werk, van het vertrouwen dat ik voel in een project. Soms ga je meer in het tekstmateriaal op, vanuit de kop, soms zoek je op het gevoel naar je personage, meer vanuit de buik. Maar dat vindt gewoon plaats, het is geen rationele keuze en er is ook geen gegarandeerde succesformule. Na opnames denk ik weleens: ‘Fuck, dit ging echt niet lekker’, en stel ik achteraf vast: ‘Tiens, vreemd genoeg werkt dit wél op beeld’.”

Vinck: “Ik haat het bekijken van eerste rushes, nog nooit heb ik gedacht: ‘Wow, hier ben ik geweldig bezig.’ Dat wankele en onvoorspelbare van het acteren is wat theater zo spannend maakt. Bij film word je ingezet, je geeft wat je kunt en daar houdt je aandeel op. Je legt het in handen van de rest van de ploeg. Bij toneel bouw je ter plekke iets op, samen met een publiek. En je kunt bijsturen vanuit rechtstreeks contact. Maar ik zou het filmen artistiek gesproken toch niet kunnen missen, ook al heb ik als speler weinig macht over het eindresultaat.”

Ik kan mij inbeelden dat een personage als mucopatiënt Tom onder de huid van een acteur kruipt. Laat je dat ’s avonds makkelijk los?

Aerts: “Ik heb het gevoel dat ik tijdens het draaien van Adem een veel minder aangename mens was dan anders. Maar dat moet je aan mijn collega’s vragen.”

Vinck: “Ja, jij liep moe en leeg rond, maar dat heeft niet met de inhoud van die rol te maken, wel met de intensiteit en de veeleisendheid van dat werk. Ik kan dat alleen vergelijken met mijn draaiperiode voor De kus. Voor een hoofdrol sta je elke draaidag van ’s morgens tot ’s avonds op de set. Van het leven daarbuiten schiet er even niets over, behalve slapen. En ’s anderendaags begin je opnieuw.”

Aerts: “En toch, ik denk dat een hoofdrol in een vrolijke prent maakt dat je ’s avonds minder bezwaard in slaap valt. Ik had me voorgenomen om mij daar nooit aan te laten vangen, omdat ik dat halfzacht acteursgeleuter vind. Hoe onprofessioneel het ook mag klinken, ik nam niet zozeer Tom, maar wél de thematiek van Adem mee naar huis. Dat is toch niet onlogisch? Je bent vijf weken alleen maar bezig met een personage dat elke dag in dubio zit: zal ik doodgaan of overleven? We liepen ook de hele tijd in ziekenhuizen rond, dat kruipt in je systeem. Misschien verschillen wij op dat vlak.”

Vinck: “Ik weiger dat zover te laten komen. Als ik de grens niet kan trekken, beschouw ik dat voor mezelf als een mislukking in mijn vak. Begrijp me niet verkeerd, je moet je verregaand inleven om een personage geloofwaardig neer te zetten, maar na de uren moet je opnieuw afstand kunnen nemen. Hoewel, ik geef toe: van die ellendige verkrachtingsscène in De kus was ik ook ziek, dagen aan een stuk. Dat had ik niet zien aankomen. Je probeert je in te leven en tegelijk prent je jezelf in: dit is ‘slechts’ film, dit is ‘maar’ acteren. En achteraf ben je daar toch helemaal kapot van en krijg je het niet van je af. Shit, hoeveel weerstand ik ook voel tegen dat soort methodacting, je hebt waarschijnlijk wel een punt.”

Is het een toekomstdroom om ooit, zoals pakweg jouw moeder schuine streep schoonmoeder, te gaan regisseren?

Vinck: “Ha, dan toch een onvermijdelijke vraag over mama. Je hebt het wel lang kunnen afhouden. Het antwoord is: ja! Al denk ik daar niet strategisch over na. De goesting om te maken is bij mij gegroeid vanuit het spelen. Ik speel nu met Mieke De Groote, een klasgenote van mijn moeder op Herman Teirlinck. Zij vertelt regelmatig over die jaren: blijkbaar was het van bij het begin duidelijk dat mama wilde regisseren. Maar dat heeft dus verder niks met mij te maken!”

Aerts: “Ik beleef enorm veel plezier aan spelen, maar voel mij minstens evenveel in mijn sas als maker. Ik ben daar misschien wat autistisch in, maar ik heb vooral nood aan duidelijkheid: ofwel regisseer ik, ofwel wil ik geregisseerd worden. Bij FC Bergman zaaien we op dat vlak soms verwarring.”

Willen jullie...

Vinck: “Jezus, weten jullie hoe laat het is? Om halfvijf ’s nachts is ‘wat wij willen’ van ondergeschikt belang. Het is van moeten: meer bepaald straks om elf uur in Den Haag fris staan wezen.”

Aerts: “Oei, en ik in het repetitiekot. Sorry, ik vind het zeer gezellig, maar het vervolg zal voor een andere keer zijn... Slaap wel.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234