Zaterdag 04/07/2020

'Wij zijn eigenlijk verzorgende bezoekers, in een hospitaal werkt dat net omgekeerd'

Voor de hele Brusselse vijfhoek zijn ze met twee, de thuisverpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis. 'Normaal gezien, want mijn collega is op vakantie.' Sophie Stylen heeft een lange lijst bezoeken voor de boeg als we om zeven uur 's ochtends aanbellen bij haar eerste patiënt van de dag. 'Thuisverpleegsters beginnen in de andere Brusselse gemeenten niet voor acht uur. Maar omdat ik in het centrum van Brussel werk, moet ik files incalculeren. Anders krijg ik mijn werk niet af.' Haar patiënten vrezen vooral dat door de financiële problemen van de instelling ze binnenkort een kruis over hun geliefde thuishulp moeten maken.

Brussel

Van onze medewerkster

Katrien Bruyland

Op de grondvesten van de Brusselse volkswijk Bas-Fonds staan tussen de administratieve gebouwen enkele flatgebouwen waar vooral bejaarden wonen. De eerste stop bij de Siciliaanse Leonarda is een kort bezoek. Net als de alle diabetespatiënten van Sophie heeft ze voorrang op andere wachtenden, omdat diabetici hun eerste insulinespuit 's ochtends voor het ontbijt moeten krijgen. De insulineprik is snel gezet. Een obligate babbel met mevrouw en meneer, waarna we weer in het witte autootje stappen en stoppen net om de hoek.

"Het spijt me. Dit is nog nooit gebeurd", prevelt Yvonne. "Ik voel me sinds gisteren niet zo lekker en ik heb me verslapen." Het bezoek van vandaag zal wat langer duren dan gewoonlijk. Mompelend tegen zichzelf schuifelt de oude dame onrustig rond, op zoek naar een nieuwe tube ontsmettende zalf en een pakje compressen. Netjes bovenop een plastieken tafelkleed komt een ander stukje geplastificeerd tafelkleed met daarop een kom lauw water. In het kraaknette appartementje kijken enkele poppen vanuit de zetel toe wanneer de bejaarde met de tanden op elkaar haar ontstoken onderbeen laat verzorgen. Sophie: "In de mate van het mogelijke vragen we patiënten het verzorgingsmateriaal klaar te zetten voor we langskomen. Dat spaart tijd uit voor een babbel."

Pas twee jaar werkt Sophie als thuisverpleegkundige, iets anders heeft ze nooit gedaan. Tenzij op school dan. "Tijdens mijn opleiding liep ik maandenlang stage in een ziekenhuis en had ik maar twee weken de kans om ervaring op te doen als thuisverpleegster. Toen ik mijn studie achter de rug had, ben ik resoluut die weg opgegaan. Thuisverpleging is volgens mij de sociaalste soort zorg die er is. Als thuisverpleegkundige ben je echt verplicht om rekening te houden met de leefwereld van een zorgbehoevende. Wij werken bij mensen thuis en zijn eigenlijk verzorgende bezoekers. In een ziekenhuis werkt dat net omgekeerd, daar moet elke patiënt zich plooien naar een regime: pillen slikken, eten en verzorging op regelmatige tijdstippen. Bovendien is het menselijke contact er naar mijn gevoel tot een minimum herleid."

Het adres van een groot appartement in een zijstraat van de Louizalaan staat ook op de agenda. De poetsvrouw stoft de boeddha af, die languit op een Chinees lakmeubel ligt. Vladimir en Igor, de twee Yorkchires van de oude bewoonster, hollen tussen de beelden in de woonkamer door. Terwijl Sophie de oude dame een bad geeft, doet de dochter haar verhaal: "Mijn moeder dementeert, maar nog niet zo erg dat ik verplicht ben haar naar een rusthuis te brengen. Toch zit ik met de handen in het haar sinds ik weet heb van het probleem dat zich vanaf september kan stellen. Ik heb mijn fulltime job een tijdje geleden al teruggeschroefd tot een dikke halftime. Ik wil alleen het beste voor mijn moeder en ik ben allesbehalve katholiek. Maar in Brussel is de beste zorgverlening die van het Wit-Gele Kruis. Mijn man heeft een hoge functie bij het OCMW van Brussel, ik kan dus vergelijken. Als de thuisverpleegsters die mijn moeder nu verzorgen er noodgedwongen mee ophouden, zit er voor mij maar één ding op: mijn job opgeven en thuisblijven." Even later komt een oudje gewassen, gekleed en met juwelen opgemaakt de kamer binnengewandeld.

Op weg naar de huisbezoeken in de Marollen staan we in de file achter een vrachtwagen die het verkeer in de Hoogstraat blokkeert. Sophie: "Ik maak me niet snel druk. Maar als ik een vuilniswagen aan een slakkengangetje zie rijden, krijg ik het op mijn heupen. Je kunt niet geloven hoeveel tijd ik hier verspeel in het verkeer." Gelukkig zijn de witte autootjes klein genoeg om tussen de voorganger en het paaltje aan de kant van de weg een zijstraat in te glippen. "In de vakantie valt het verkeer op de weg nog mee. Gelukkig ken ik intussen zowat alle sluipwegen die er zijn. Maar probeer in september in het centrum van Brussel overdag eens een parkeerplaats te vinden. Thuisverpleegster of niet, als ik me voor een bezoek van vijf minuten parkeer waar ik niet mag staan, heb ik gegarandeerd een pv aan mijn broek."

De eerste mannelijke patiënt op de agenda van de dag opent niet meteen de deur als Sophie aanbelt. "Soms hebben we de sleutel van een huis op zak en kunnen we binnen zonder iemand uit bed te moeten halen. Maar als we na enige tijd geen antwoord hebben, moeten we al eens de brandweer bellen om de deur te komen openmaken. Achteraf blijkt dan dat de bejaarde 's nachts uit zijn bed is gevallen. Of dood is." Gelukkig maakt Marcel de deur na een minuut of twee via de deurtelefoon open. "Er is geen post vandaag, Marcel." De bejaarde vraagt lachend: "Denk jij nu echt dat ik nog liefdesbrieven krijg? Ik wil er geen meer, tenzij ze van jou komen." Marcel is bedlegerig en heeft verzorging nodig sinds hij meer dan tien jaar geleden een colostomie of kunstanus kreeg. Sophie trekt opnieuw haar witte jas aan en verzorgt de oude man terwijl hij ronduit vragen stelt over wat er nu precies te gebeuren staat met het Wit-Gele Kruis in Brussel. Op het antwoord van de verpleegster dat er voorlopige maatregelen getroffen zijn, klinkt het antwoord: "Tot de boel ter dood veroordeeld is. Tot dan mag jij hier nog elke dag langskomen. Ik weet het wel: het gouvernement trekt zich van het failliet van het Wit-Geel Kruis niets aan."

Minder berustend klinkt het in de Brusselse Miniemenstraat, uit de mond van de 90-jarige André. Terwijl Sophie in de badkamer de katheter van zijn vier jaar jongere vrouw leegmaakt, moet het hem van het hart. "Op 18 juli, de dag dat ik het nieuws hoorde, heb ik het letterlijk opgeschreven: ik wil het voortbestaan van het Wit-Gele Kruis in Brussel met alle mogelijke middelen die ik heb proberen te verzekeren." De gedistingueerde oude man in zijn mooie beige pak klinkt strijdvaardig en is bloedserieus. "Is er in de regering dan niemand die beseft dat thuisverpleging stukken goedkoper is dan een alternatief waarbij al die hulpbehoevende bejaarden in rusthuizen terechtkomen? Het is gewoon ondenkbaar dat ze de onbetwistbare noodzaak van het Wit-Gele Kruis zomaar opzijschuiven. Het is een nooit geziene absurditeit."

Op het einde van de twaalf bezoeken die we samen afgelegd hebben, zegt Sophie: "Ik zie niet goed in hoe mijn collega's zich opeens gaan plooien naar een ziekenhuisregime als ze op straat komen te staan. Sommigen onder hen hebben patiënten die ze al tien jaar thuis verzorgen. Vele van onze bejaarden zullen plots alleen komen te staan en velen onder hen zullen niet weten tot wie ze zich moeten richten om nog verzorgd te worden. Ik ben in elk geval niet van plan dat te laten gebeuren. Ik verhuis begin volgend jaar naar het buitenland. Maar tot de allerlaatste dag blijf ik werken op de manier die mijn patiënten van mij gewend zijn."

'Het 'gouvernement' trekt zich van het failliet van het Wit-Geel Kruis niets aan'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234