Woensdag 20/11/2019

‘Wij zijn de outlaws van de politie’

Vraag een rechercheur van de Gentse zedenpolitie waar hij zich zoal mee bezighoudt, en het antwoord komt sneller dan zijn schaduw: ‘Smeerlappen pakken en collega’s het leven zuur maken’. Commissaris Maurice De Grauwe en zijn team hebben een expliciete vorm van humor. ‘Als tegenwicht voor de rauwe feiten die we dagelijks meemaken’, verduidelijkt rechercheur Stany. Masturberende geilaards, ‘serieverkrachters’, slachtoffertjes die nog naar de kleuterklas gaan: het bestaat. ‘In die zin is Code 37 wel waarheidsgetrouw. Alleen: wij lossen een zaak helaas niet op in 50 minuten.’Door Marjan Justaert / Foto Yann Bertrand

Hoeveel er ook gelachen wordt, als het over hun job gaat zijn de Gentse zedenflikken bloedserieus. “Zodra er burgers bij zijn, stoppen we met onze fratsen.” Alhoewel... Stany kijkt schuldbewust. “Onlangs is het één keer mislukt. We stonden hier luidkeels het liedje van de Fabeltjeskrant te zingen toen we plots merkten dat onze collega een verhoor aan het afnemen was. Gelukkig was het de echte versie en niet de aangebrande parodie. (bulderlach)”

Charles

Het eerste wat opvalt als je het commissariaat aan de Ridderstraat binnenstapt, is een gigantische affiche van Code 37 in de gang. Of ze zich erin herkennen, is dan ook de vraag. “Onze commissaris, dat is zo’n beetje de Veerle Baetens van den bureau, hé”, plaagt rechercheur Erwin. Commissaris Maurice De Grauwe speelt al jaren amateurtoneel. Momenteel staat hij op de planken met een zelfgeschreven komedie, in een regie van dochter Heidi. Zijn acteerprestaties zijn wereldberoemd in Gent, maar qua uiterlijk staat hij toch veraf van hoofdpersonage Hannah. Met zijn donderstem, zijn fiere moustache en zijn sigaretje op tijd en stond heeft hij meer weg van Charles, gespeeld door Marc Lauwrys. “Ze hebben mij daar al een paar keer mee vergeleken”, bromt de commissaris trots.Het is negen uur ’s ochtends en de Gentse zedenpolitie trekt zich stilaan op gang. Rechercheur Erwin woont de algemene briefing bij, zijn collega’s Danny en Stany zijn eropuit getrokken om een geïdentificeerde verdachte op te halen om foto’s te nemen. Niet veel later komen ze binnengestommeld. “Niet thuis, natuurlijk”, rapporteren ze. In de vergaderzaal, die voor de helft vol staat met in beslag genomen computers, verzamelen de rechercheurs achter een grote mok koffie. Van de negen mensen die bij de unit zeden werken, onder wie twee vrouwen, zijn er vier aanwezig vandaag: commissaris Maurice De Grauwe en rechercheurs Danny, Stany en Erwin. Ook gerechtelijk stagiaire Eva komt er even bij zitten om wat op te steken over de unit zeden. Geen gewone unit, zo blijkt.“Wij zijn de outlaws”, zegt De Grauwe. “De luidruchtigste brigade”, vult Stany aan. “Niet iedereen wil de zeden doen, daar mag je zeker van zijn”, concludeert Danny. Een roeping is de zedenunit niet, een uitdaging des te meer. Erwin: “Ik denk dat geen enkele jonge gast droomt van een plaats bij de zedenpolitie, maar geen enkele weldenkende mens is ertégen. Je kunt nog zoveel problemen hebben met autoriteit of met een uniform, het stukje politiewerk dat wij hier verrichten, is essentieel. Wij kunnen nog echt het verschil maken.”

De pinguïn

Stany haalt de map met de dagrapporten erbij. De aangiftes waar code 37 bij staat hebben betrekking op zedenfeiten. “Alles wat met seks te maken heeft, behalve prostitutie”, vat Stany laconiek samen. Prostitutie zit samen met mensenhandel en schijnhuwelijken in de cel ‘Meprosch’. Zowel Danny als Stany hebben een verleden in de cel Meprosch. De commissaris heeft lang bij de sectie drugs gezeten, Erwin was eerst beroepsmilitair er werd pas op zijn 26ste flik. Op het moment dat de recherche van de aangiftes hoort, heeft de eerstelijnspolitie meestal al een proces-verbaal opgemaakt en het parket ingelicht. Commissaris De Grauwe: “In het leeuwendeel van de gevallen is er een bekende dader, soms is er enkel een beschrijving. Onlangs was er sprake van een reeks aanrandingen in de Rabotwijk. Alle slachtoffers konden ons verder helpen met minstens één detail over de man. Door traditioneel observatiewerk hebben we de dader kunnen klissen.”Het gebeurt wel eens dat een beschrijving leidt naar een van de ‘vaste klanten’. Stany: “Zo is er de pinguïn, een recidivist die zich waggelend voortbeweegt. We hebben ook den trekker, een man die met zijn fiets naar de hoeren rijdt om er te gaan masturberen. Er zijn er veel die hervallen. De meesten beseffen ook niet dat ze een probleem hebben.”De meest beklijvende dossiers leveren een weerzinwekkende opsomming op. Maurice: “De kinderlokker. Die man filmde zichzelf terwijl hij zich liet bevredigen door kindjes van een jaar of vijf.” Erwin: “Die ene pedofiel, die het zelfs met zijn eigen dochter deed. Hij had in totaal vier slachtoffertjes gemaakt van hoogstens zes jaar oud.” Stany: “Bartje was ook heel erg... Bartje chatte met een vriend en beide mannen fantaseerden online over het misbruiken van baby’tjes en zo. Tot echte daden is het nooit gekomen, maar hij is wel veroordeeld voor het verspreiden van kinderporno.”

Knop omdraaien

Wie dag in dag uit bezig is met dergelijke zaken, moet een knop kunnen omdraaien. “Ook al vind je de man die je gaat arresteren een vetzak eerste klas, je moet objectief blijven”, klinkt het. En afstand kunnen nemen. “Als je die dingen meepakt naar huis, heb je geen leven meer”, zegt Erwin. “Ik heb een dochter van elf jaar. Door de enorme toename van zedendelicten op het internet ben ik me bewust van de gevaren. Maar je mag niet achter elke boom een indiaan zien staan.”“Het gebeurt wel eens dat we good cop, bad cop spelen”, geeft Maurice ruiterlijk toe. “Ik doe dat met hoofdinspecteur Jean-Pierre, klein Pierken, vooral als ik een donkerbruin vermoeden heb dat de verdachte staalhard zit te liegen. Dan durf ik mijn stemregister wel eens opentrekken. (zet zich recht, leunt met zijn knokkels op de tafel en buldert dreigend) ‘Kijk hé man, ik ga nu een sigaret roken buiten, denk eens goed na, want anders zitten we hier nog de hele nacht op deze stoelen. En als het nodig is, zítten we hier ook de hele nacht.’ En dan loop ik naar buiten, waarop Pierken een beetje bedremmeld zucht: ‘Lap, we hebben het zitten, het is tot deze nacht.’ Over het algemeen zijn het de intelligente mensen die erin trappen, anders moeten ze thuis gaan uitleggen waar ze de hele nacht gezeten hebben.”Thuis? Jawel, niet zelden zijn de verdachten getrouwde mannen, zelfs vaders “die thuis de familieman spelen maar als de kinderen in bed liggen naar de hoeren rijden om zich af te trekken”. Het klinkt rauw, maar het is dagelijkse kost voor de unit zeden.De telefoon rinkelt. De unit wordt de volgende dag op de schietstand verwacht. Een vijftal keer per jaar moeten de rechtercheurs hun schiet- en vechttechnieken onderhouden: ‘geweldbeheersing met en zonder wapen’ heet dat officieel. Niet dat de zedenrechercheurs veel te maken hebben met weerspannige verdachten of daders. Stany: “De meesten zijn zielige mensen.” Danny: “Softies.” Erwin: “Veel hangt ervan af hoe je iemand benadert. Wij moeten de verdachte in kwestie achteraf nog verhoren, dus we hebben er geen baat bij om hem bij het eerste contact tegen de muur te plakken.”

De serie

“Ik zie het graag, Code 37”, poneert de commissaris. “Ik hou vooral van de humor in de serie. Allee, zo’n Hannah Maes die de penissen van haar mannelijke collega’s fotografeert om ‘vergelijkingsmateriaal’ te hebben, dat vind ik grappig.” Danny is er minder voor te vinden. “Slecht vind ik het niet, maar het is zoals met de meeste politieseries: niet realistisch.” Erwin vindt het wel mooi gefilmd. Stany mocht van zijn vrouw nooit naar Flikken kijken, maar volgt Code 37 wel. “De feiten zijn wel geloofwaardig (de mannen hebben trouwens zelf de scenario’s nagelezen, MJ), maar hoe ze het oplossen niet (lacht). Maar die Hannah Maes met haar verleden: in wezen is dat mens totaal niet geschikt voor de zedenpolitie.”Volgens Maurice De Grauwe is het aantal aangiftes gevoelig gestegen sinds het begin van de uitzendingen. “We hebben toch verdacht veel exhibitionisten voor deze weersomstandigheden (hilariteit alom).” “Ach”, besluit de commissaris, “we lachen er nu wel mee, maar ons werk is bloedserieus, hoor. Leg een slachtoffer maar eens uit dat haar aanrander niet wordt aangehouden omdat de onderzoeksrechter een voorlopige hechtenis niet nodig acht... Of leg een slachtoffer maar eens uit dat haar aanrander niet gestraft wordt omdat zijn advocaat een procedurefout heeft gezien. Dan voel je je echt mislukt tegenover het slachtoffer, mislukt in je voornaamste taak: mensen helpen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234