Vrijdag 23/07/2021

‘Wij willen arm en rijk verenigen’

Tutti Fratelli opent vandaag feestelijk de poorten van zijn ‘kasteel’. In amper een maand tijd blies dit sociaal-artistieke theatergezelschap nieuw leven in het vroegere Klein Raamtheater aan de Lange Gasthuisstraat in Antwerpen. Onder de begeesterende leiding van Reinhilde Decleir werkte een ploeg vrijwilligers zich uit de naad: met man en macht, dag en nacht.

DOOR STIJN DIERCKX

‘Goede buren, lieve vrienden, bankiers, komedianten, enthousiasten en weldoeners’, iedereen is welkom op de plechtige opening. Met zwierige letters op papier nodigt Reinhilde Decleir de hele stad uit om zaterdagavond mee te feesten met Tutti Fratelli.

Of het niet stoort dat ik al eens kom kijken tijdens de repetities? “Nee, wel integendeel”, antwoordt Reinhilde Decleir: “Van zodra er buitenstaanders in de zaal zitten, slaan de energie en de concentratie onmiddellijk op volle toeren. Er is mij al gevraagd om een wassen beeld van onze Jan in de hoek van de repetitieruimte te zetten, als hij komt kijken staat iedereen plots als vanzelf de ziel uit zijn lijf te spelen.”

Beschermheer, beschermvrouwe

Dat wassen beeld zal vandaag niet nodig zijn: behalve deze ‘journalist van de gazet’, wonen ook acteurs Stefaan Degand en Sien Eggers de repetitie bij. Degand en Eggers zijn sinds kort uitgekozen tot beschermheer en beschermvrouwe van Tutti Fratelli. Bij het binnenkomen worden zij spontaan begroet met een applaus van de Fratelli’s.

Beschermheer Stefaan Degand: “Reinhilde kennende, had ik al wel het vermoeden dat ze met iets heel straf bezig was. Toen ik Tutti Fratelli vorig jaar Lysistrata zag brengen, vond ik het vooral wonderlijk dat ze mij al spelende deden vergeten vanwaar ze kwamen. Het ging hier niet meer om mensen in armoede op een podium. Ik zag een universele voorstelling, qua thematiek, maar ook op vlak van spel. Reinhilde slaagt erin deze spelers boven hun beperkingen uit te tillen.” Behalve Tutti Fratelli verder kenbaar maken bij het grote publiek, willen beide beschermers vooral in de kleine dingen het verschil maken. “Dat gaat over vertrouwen geven, een praatje slaan na de repetitie, zeker niet om vanuit de hoogte wat commentaar staan geven. Wat zij als amateurs doen, verschilt trouwens in niets van wat wij als professionelen doen: elke acteur probeert vanuit zijn beperking iets te spelen. Wie weet spelen we bij een volgende gelegenheid wel samen.”

Feestelijke opening

Decleir staat tussen haar spelers, ze houden nog een laatste doorloop van het hele feestprogramma. Een twintigtal mensen gooit de longen open. Liederen uit de Driestuiversopera van Brecht galmen door het theater. Afgewisseld met een bijzonder aangrijpende versie van ‘Wij zullen doorgaan’ van Ramses Shaffy.

Een zwarte jongeman sluit geheel solo, in een ontroerend moeilijk Nederlands de repetitie af met ‘Mijnheer de postbode’ van Raymond van het Groenewoud. Onder vele anderen komt de grote Raymond hier zaterdagavond trouwens zelf de feestelijkheden opluisteren met een liveoptreden.

Eigen theaterpand

De Fratelli’s glimmen van trots bij de mooie namen op hun affiche. Deze feestavond moet de kroon op het werk worden. De voorbije weken fristen ze eigenhandig, met louter vrijwillige krachten dit vermolmde theaterpand op. “Dankzij Monica De Coninck (voorzitter OCMW Antwerpen) kunnen we dit pand huren, maar er was nog wel wat opknapwerk aan.” “Jean, dat is onze schrijnwerker, die mens kan toveren met hout. Bart is een professionele schilder die in zijn vrije tijd de schilderwerken kwam leiden. Walter en Jan zullen zich zaterdag voor het eerst op een theaterpodium wagen, terwijl Isah, hoewel amper 10, al vijf jaar bij het gezelschap speelt. “Het gaat ons evenzeer om de vriendschapsband, en de lol die we maken, als om het toneelspelen. Reinhilde legde ons uit dat een beetje zenuwen en plankenkoorts normaal zijn, dat zelfs de grootsten daar nog regelmatig last van hebben. De truc is: spelen alsof er geen kat in de zaal zit. En wat geknoei hoort er in het begin bij.”

Decleir: “Dat is zo. Ik vond het van bij het begin belangrijk om de brug te slaan tussen de professionele artiest en Tutti Fratelli. Gewoon al doordat ik deze mensen begeleid, was die connectie eigenlijk al gemaakt. We werken bovendien voor elke productie samen met professionals. Vanaf het moment dat we een onafhankelijk gezelschap werden, wilde ik nog meer de nadruk leggen op de ontmoeting, op de broederschap. In essentie blijven wij een groep die voornamelijk bestaat uit mensen die in armoede leven, maar wij mengen ons intussen steeds meer. Heel idealistisch gesteld willen we arm en rijk verenigen. Daarom ben ik zo blij dat we nu in het hartje van de stad zitten: onze mensen komen buiten de grenzen van hun wijken, ze voelen zich hier op hun plaats. Onze buren zijn twee grote banken. Ik meen wat ik op onze uitnodiging schrijf: ik nodig die bankiers uit om te komen kijken. Zelfs om te komen meespelen.”

Opmerkelijk is de losse, geduldige manier waarop Decleir werkt. Temidden van haar spelers bouwt ze met meeslepend enthousiasme aan een voorstelling. “Ik heb mij nooit boven hen geplaatst. Natuurlijk ben ik af en toe de strenge regisseur, maar ik maak ook veel moppen, en probeer rekening te houden met ieders gevoeligheden. En andersom weten de meesten ondertussen ook al wel hoe ik in elkaar zit, bij ons worden veel spanningen opgelost met humor.

“Eigenlijk werk ik net hetzelfde als destijds op Studio Herman Teirlinck. Daar kreeg ik ook weleens de commentaar dat ik te dicht bij mijn studenten stond. Ik heb gelijkwaardigheid altijd cruciaal gevonden in dit vak, ik kan niet als een schooljuf op de speelvloer staan.”

Kenmerkend aan dit gezelschap is de grote, per voorstelling wisselende bezetting. “We sluiten in principe niemand uit. Mensen komen mij, na het zien van een voorstelling op de man af vragen of ze volgende keer mogen meespelen. Per productie zoek ik voor iedereen een rol waar hij of zij zich goed in voelt. Bij ons wordt niemand onder de spotlight geduwd tenzij hij dat zelf wil. Die evenwichtsoefening is niet altijd even eenvoudig, maar tot nog toe lukt het wonderwel. En als het al eens scheef zit, worden de plooien doorgaans gladgetrokken door het applaus achteraf. Dat blijft de sterkste motivator, daar doet elke speler het uiteindelijk voor.”

Weldoeners nodig

Een niet aflatende zorg van het gezelschap, blijven de inkomsten. Tutti Fratelli werkt met sociale prijzen en haalt dus geen winsten uit ticketverkoop. “Met sommige producties maken we letterlijk verlies. Daar proberen we nu oplossingen voor te vinden, zoals het verhuren van onze nieuwe zaal. Want hoewel we gesubsidieerd worden door de Vlaamse overheid, moeten we nog vaak rekenen op gulle giften van weldoeners om onze werking te bekostigen.” Behalve Reinhilde Decleir draait Tutti Fratelli met slechts twee andere betaalde krachten, Ilse Moors is algemeen coördinator en Anne de Roeck is parttime aangeworven voor de zakelijke kant van het verhaal. Voor de rest werken we met losse contracten per voorstelling, maar we willen nu bijvoorbeeld graag een vaste theatertechnieker in huis.”

Na het openingsfeest staat de agenda van Tutti Fratelli al aardig volgeboekt. Het temmen van de feeks gaat op 20 mei in première in de Antwerpse Roma, een maand later staan ze met dezelfde voorstelling in de Bourla. Erik Vlaminck schrijft voor volgend seizoen een stuk op maat van de Fratelli’s. Verder staat er een samenwerking met De Filharmonie al vast, en worden de Driestuiversopera en Een lied met zekerheid hernomen.”

Van vlees en bloed

Hoewel Reinhilde Decleir met hart en ziel verbonden zit aan Tutti Fratelli, valt het haar zwaar om zelf mooie rollen te weigeren. “Ik heb dat evenwicht nodig, af en toe een tijdje met professionele collega’s kunnen werken geeft mij zuurstof en nieuwe energie. Na Van vlees en bloed komen er ook steeds vaker mooie aanbiedingen binnen.

“Ik heb hier al gezegd dat we sowieso met opvolging moeten bezig zijn, ook al bulk ik nog van de energie, ik word toch ook een dagje ouder.”

Tutti Fratelli: een sociaal-artistiek succesverhaal

Het succes van Tutti Fratelli kent een lange aanloop. Een tiental jaar geleden onderzocht APGA vzw (Antwerps Platform Generatiearmen) via verschillende drempelverlagende initiatieven, methodieken om mensen in armoede te laten participeren aan culturele activiteiten in hun stad. Het Algemeen Verslag van de Armoede stelde: “Mensen creperen van eenzaamheid en verveling vooraleer te creperen van de honger.”

In 2003 groeide bij APGA vzw de wens om de ‘passieve’ cultuurparticipatie een ‘actief’ vervolg te geven: Reinhilde Decleir werd uitgenodigd als gastregisseuse voor het proefproject Men zegge het voort. In samenwerking met Toneelhuis werd een theatervoorstelling op touw gezet, een vierdelige vertelling waarin mensen in armoede letterlijk het woord nemen, en dan nog wel op de grote scène, voor een tot het vierde balkon gevulde Bourlaschouwburg. Het resultaat was een persoonlijke, integere, sobere maar bijzonder ontroerende voorstelling. Decleir: “Ik heb wel even getwijfeld toen ze mij vroegen: ik wilde slechts toezeggen op voorwaarde dat het artistieke aspect minstens even zwaar zou doorwegen als het sociale.”

Wat initieel werd opgezet als een eenmalige samenwerking, groeide uit tot een volgehouden wederzijdse omhelzing tussen Decleir en APGA vzw. Een jaar later stond Men zegge het voort-Entre Nous in de Bourla. Het seizoen daarop zette Josse De Pauw (artistiek leider ad interim) de samenwerking met Decleir en haar nog naamloze gezelschap voort en programmeerde The Best of Shakespeare op de Toneelhuiskalender. Na de mooie successen in Bourla en Roma werd besloten een eigen, zelfstandige werking op poten te zetten: Tutti Fratelli.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234