Maandag 14/06/2021

'Wij proberen ons echt goed te gedragen'

Luc Vansteenkiste aan de vooravond van drie jaar VBO-voorzitter

Er zijn nog echte en 'jonge' Belgen. Luc Van Steenkiste (55) is er zo een. Dat hij ook aan het hoofd staat van een succesvol bedrijf en de laatste jaren steeds meer in de kijker loopt, maken hem voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Op 1 mei begint zijn mandaat van drie jaar.

Josse Abrahams / Johan Corthouts

We hadden bijna het woord 'boze' (naar analogie van angry young man) aan de 'jonge' Belgen van de inleiding toegevoegd. Maar dat zou de waarheid geweld aandoen. Vansteenkiste is geen olifant in een porseleinkast en deed in zijn carrière voldoende noties van diplomatie op om een organisatie als het VBO met veel tegenstrijdige belangen te leiden. Het neemt niet weg dat hij zegt waar het op aankomt. Misschien blijkt over drie jaar dat hij met een jonger imago, na de gepensioneerde Gui de Vaucleroy, een nieuwe schwung aan de patroonsorganisatie kon geven.

Veel zal afhangen van hoe hij de volgende jaren de werkdruk zal verdelen. "Maar we zijn nogal wat gewoon geraakt de laatste tijd. We zullen onze dagen anders moeten indelen. Ik zit nog in veel raden van bestuur, maar ben al wel uit een aantal auditcomités gestapt."

Waarom hebt u deze functie aanvaard?

"Het was Gui de Vaucleroy die het mij vroeg. Ik heb eerst geweigerd. Ik deed het liever niet. Ik zie Recticel als mijn baby en op dat ogenblik was er ook nog Spector, waar ik operationeel bij betrokken was tijdens de ziekte van Johan Mussche. Ik ben dan aan een selecte groep van zakenvrienden raad gaan vragen. Een van hen zei resoluut dat ik het moest doen. Mijn vrouw gaf de doorslag. 'Voor mij blijft het gelijk', zei ze, 'Ik zie je nu ook al niet veel.'"

Wat was de argumentatie van uw vrienden?

"Iemand zei dat je het gewoonweg niet kunt weigeren. Een ander argument was dat ik het juiste profiel heb, dat ik een brug kan slaan tussen twee culturen. Ik heb voor Franstaligen gewerkt en was de eerste Vlaming in de raad van bestuur van de Generale Maatschappij. Men ziet mij, terecht of ten onrechte, als iemand die aan de twee zijden thuis is. Ik denk dat het 20 procent meer werk zal betekenen voor mij. Voor Recticel moet ik het niet doen. Wij hebben voldoende aandacht. Het bedrijf is geherstructureerd, de organisatie staat op poten. Ik ben overigens al drie jaar niet meer operationeel bezig."

Wat zijn de uitdagingen van uw voorzitterschap?

"Ik heb een paar obsessies. Ik kijk naar België op een heel andere manier dan andere mensen. Ik ben geen federalist of geen regionalist. Ik werk voor een Belgische multinational en België is een klein land dat zich moet verdedigen in een zeer grote zee van concurrentie. Het probleem is dat we te weinig met één stem naar buiten komen."

Zoals bijvoorbeeld?

"Wij hebben bij Recticel een aantal buitenlandse managers. Die zien ons als een Belgische bedrijf, maar ze stellen vast dat wij niet fier zijn. Ze vinden dat wij alles afbreken. Zij schrijven ook ons sociaal systeem hoog aan."

Op welke manier breken wij dat dan af?

"Bent u een fiere Belg? Onlangs zat ik naast een Fransman tijdens de speech van onze eerste minister. 'Waarom hebben wij niet zo een eerste minister?', zei die mij achteraf. Die van ons zou nooit zo een speech kunnen houden. We verkopen onzelf niet genoeg. Vandaag staan wij aan de top op het vlak van voedselveiligheid in Europa. Alleen gebruiken we dat niet op een positieve manier."

Geldt die vaststelling ook voor de bedrijven?

"Natuurlijk. Buitenlanders kijken met grote ogen naar ons. 'Jullie zijn de natuurlijke leiders van Europa', klinkt het dan. We worden door iedereen aanvaard, we spreken veel talen. En toch staan we bekend als mensen die niet fier zijn. Dat beangstigt mij. Niemand durft hier nog het woord verankering in de mond nemen. Ik heb niets tegen het feit dat bedrijven nog slechts voor één derde in eigen handen zijn, maar men moet de eigen cultuur kunnen bewaren."

André Leysen zei onlangs dat de problematiek van verankering hem eigenlijk niet meer interesseert. Er is trouwens geen kapitaal meer in België om bedrijven 100 procent te verankeren.

"De kernvraag is hoe je de basiscultuur waarmee een onderneming is opgebouwd, instandhoudt."

Die cultuur hangt samen met het management.

"Die kan inderdaad bij het management liggen. De basis van die bedrijfscultuur wordt bepaald door de stijl van het leiderschap. Recticel is gegroeid uit een Belgische cultuur. De echte kracht van een bedrijf heeft te maken met de mentaliteit en de motivatie van de mensen. Zoiets kun je dikwijls zien aan het verloop, aan het aantal mensen dat een bedrijf verlaat."

Hoe gaat u die visie aanbrengen als VBO-voorzitter?

"Een groot aantal bedrijven is niet langer Belgisch. Sommige overnames waren onvermijdelijk. We kunnen er alleen maar voor zorgen dat de last voor kmo's en multinationals die zich in België komen vestigen, niet te hoog is en dat er een positief economisch klimaat komt waardoor bijvoorbeeld de kmo's kunnen overleven. De belastingverlaging is een heel goede zet, maar er bestaan geen mirakeloplossingen. De enige manier om van de hoge loonkosten af te geraken zonder aan de sociale zekerheid te raken - en niemand wil dat - is het afbouwen van inefficiënties en het stimuleren van de groei van de economie. België heeft het moeilijker dan welk ander land ook. Zo geven nogal wat mensen het op en is er een gebrek aan ondernemerschap."

.... En aan kapitaal. Hoe moet dat worden aangetrokken?

"Dat is een moeilijke vraag. De oplossing is niet hetzelfde voor kmo's als voor grotere ondernemingen. De banken hebben een moeilijke consolidatieperiode doorgemaakt. De kost van kapitaal is hoog. Ik heb daar geen oplossing voor, maar ik vind wel dat soepele financieringsvormen nodig zijn."

Uw visie over spreken met één stem, is niet echt wat men gedaan heeft met de Belgische buitenlandse handel. Die werd gefederaliseerd en nu spreken we in het buitenland met drie stemmen.

"We zullen moeten leven met wat de partijen beslist hebben, maar als ik als ondernemer mag spreken, vind ik dat een absurde situatie. Vandaag werkt er niets.

Als VBO-voorzitter zult u daar niets meer aan kunnen doen. Gevolg: frustratie?

"Dat is nu eenmaal het spel. Ik ga geen ideale wereld creëren. Het VBO bepaalt de politiek niet, maar moet ermee leren leven."

Was de buitenlandse handel vroeger efficiënter?

"Ik weet het niet. Ik heb wel efficiënte dingen meegemaakt. Ik weet alleen dat fragmentariseren niet helpt. Voor men aan een Japanner heeft uitgelegd hoe België werkt... Wat moeten wij als Recticel doen als we hulp nodig hebben? Naar welke dienst moeten wij gaan? Momenteel is er nog geen formeel kader rond de nieuwe agentschappen. Ik kan zelfs niet oordelen over de efficiëntie ervan."

U gaat niet ver komen met uw beleidspunt van spreken met één stem.

"Je leeft met wat er beslist is, wat niet betekent dat men akkoord gaat met wat er beslist is."

Hoe is uw relatie met de vakbonden?

"Wij hadden thuis vroeger een schoenenbedrijf. Vader is gestorven toen ik vijf jaar was. Als kind liep ik graag in de fabriek rond. In het bedrijf was er altijd een hele directe, open mentaliteit. Dat heeft mij beïnvloed. In '72-'73 kwam onze generatie van de universiteit met een open geest. Het toenmalige Gechem (chemiedochter van de Generale Maatschappij, JAB / JCS) had een dochter in Wallonië. Ik ben die gaan leiden. Ik heb met de mensen daar gepraat, altijd alles open gezegd. Ook in onze fabriek in Wetteren hebben we nooit een staking gehad. Ik zal dezelfde regels proberen toe te passen op nationaal niveau. Alleen als ik voel dat er gemanipuleerd wordt, voel ik mij niet goed. Dan heb ik nog liever dat er geen akkoord is dan een slecht akkoord."

Het VBO kan toch ook manipuleren.

"Is dat zo? Geen commentaar."

De sfeer tussen de sociale partners is momenteel niet echt goed.

"Ik heb momenteel geen tactiek ter beschikking. Ik moet er nog over nadenken."

Gaat u zich intern met het sociale beleid bezighouden?

"De voorzitter van het VBO blijft drie jaar. Ik zal proberen het beleid te heroriënteren, maar ik mag niet tornen aan de basis van de organisatie. Ik kan er wel proberen kleur aan te geven. Het VBO is namelijk veel meer dan een sociaal overlegorgaan. We gaan dan ook dat imago proberen te veranderen. De voorzitter kan een brugrol spelen, maar moet niet elke discussie meemaken."

Hoe zag u vroeger het interprofessioneel sociaal overleg?

"De verschillen in België bevinden zich op het vlak van de streken en de sectoren, niet tussen Vlaanderen en Wallonië. Als men daarmee begint rekening te houden, haak ik af. Het VBO is altijd een stabiliserende factor geweest, ook als er geen sociaal akkoord was. De organisatie kan niet anders dan aan een kader werken, aan een basispatroon dat voor iedereen gelijk is. Dictatoriaal gedrag van managers is voorbij, maar aan het einde moet er iemand zijn die beslissingen neemt. Dan zeg ik, liever geen akkoord dan een slecht akkoord. Anders legt men dingen op waar bedrijven zich niet kunnen mee verzoenen."

Sommige bedrijfsleiders hebben daar toch wel een andere mening over. Zij verkiezen een niet zo optimaal akkoord boven geen akkoord.

"Daarom wil ik eerst naar de federaties gaan luisteren."

Moet er een compensatie komen voor het overschrijden van de loonnorm, om maar eens een concreet dossier boven te halen?

"Geen commentaar."

Hebt u goede ervaringen met de overheid?

"Ik heb er weinig ervaring mee. Ik kom wel eens op een missie een minister tegen, maar ik loop de drempel van de kabinetten niet plat, als u dat bedoelt."

Binnen het VBO bestaan er ook veel spanningen. Hoe gaat u uiteenlopende agenda's van de sectoren over de Kyoto-norm stroomlijnen?

"Dat is een moeilijke oefening. Ik denk dat de industrieën bang zijn. Nochtans houden zij zich aan enorm veel regels en normen. Wij proberen ons echt goed te gedragen hoor. De wetgeving blijft echter zwaar. Ik maak mij dan ook vooral zorgen over de kleine ondernemingen. Ik weet nu nog niet waar zich intern de conflicten voordoen, maar het zal geen gemakkelijk debat zijn."

Hoe ziet u de relaties met het Vlaams Economisch Verbond (VEV)?

"Ik vind het een heel goede zaak dat het VEV samengaat met de Kamers van Koophandel."

En wat wordt de rol van het VBO daarbij?

"Ze zullen mij als bruggenhoofd moeten gebruiken. Er bestaan trouwens al onderlinge contactgroepen. Ik weet dat sommigen daar bang van zijn, maar ik vind dergelijke groepen een goede zaak. Het VBO moet het overkoepelende gedeelte voor zijn rekening nemen en vooral dingen naar Europa volgen. We zijn daar soms te weinig vertegenwoordigd."

Wat is uw mening over arbeidsduurvermindering?

"Het is eigenaardig dat men over arbeidsduurvermindering spreekt terwijl ik een pleidooi hou om de economie te doen groeien. Ik ben niet zeker of arbeidsduurvermindering de goede oplossing is. Anderzijds heb ik de indruk dat er soms veel te hectisch gehandeld wordt bij ontslagen. Sommige bedrijven kunnen er niet onderuit, maar voor anderen is dat zeker niet het geval. Bedrijven gaan soms over tot spectaculaire aanwervingsoperaties waarna even spectaculaire ontslagrondes volgen. Ik veroordeel de 35-urenweek niet, maar sta er ook niet om te springen."

'Nog liever geen sociaal akkoord dan een slecht akkoord'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234