Donderdag 26/11/2020

Radicale islam

Wij miskennen de softe kant van jihadisten

Beeld AP

Extreem geweld, dát is onze associatie met IS. Maar juist de spirituele, mystieke kant van het jihadisme oefent aantrekkingskracht uit op zoekende jongeren.

'Sjeik van de slachters' luidde één van de erenamen van de extreem bloeddorstige Jordaanse salafist Abu Musab al-Zarqawi (1966-2006), wegbereider van de organisatie die wij nu kennen als 'Islamitische Staat' (IS). Zijn vreeswekkende bijnaam wordt dan ook in vrijwel elke ontstaansgeschiedenis van deze radicaal-islamitische terreurbeweging vermeld. Veel minder bekend is al-Zarqawi's tweede, minstens even opvallende bijnaam, al-Baki. Niet omdat die een stuk minder treffend is - zeker niet. En ook niet omdat zijn bewonderaars deze bijnaam als minder eervol zagen. Nee, het heeft er verdacht veel van weg dat deze naam door vrijwel iedereen is vergeten, omdat hij niet past in het gekoesterde clichébeeld van het jihadisme. Al-Baki betekent namelijk zoiets als 'hij die vaak moet huilen', of kortweg: 'de Grote Huiler'.

Van Abu Musab al-Zarqawi is niet alleen bekend hij regelmatig uitbundig moest huilen, hij ventte deze karaktereigenschap ook maar al te graag uit. Zoals toen zijn voormalig spiritueel leidsman, de Palestijns-Jordaanse radicale prediker al-Maqdisi, hem in het openbaar vanwege zijn doorgeslagen gewelddadigheid op de vingers tikte. Door zijn aanhangers te laten weten dat hij bij het vernemen van deze terechtwijzing in hete tranen was uitgebarsten, wist al-Zarqawi hen te overtuigen in alle oprechtheid te hebben gehandeld. Uiteindelijk leed juist de koele theoreticus al-Maqdisi grote reputatieschade. Terwijl al-Zarqawi kon uitgroeien tot een jihadistische legende - waaraan zijn eliminatie in 2006 door het Amerikaanse bezettingsleger in Irak overigens ook het nodige heeft bijgedragen.

Westerse journalisten, politici of beleidsmakers focussen zich vrijwel uitsluitend op de gewelddadige kant van jihadistische groeperingen: hun bloedige aanslagen, grootschalige oorlogshandelingen, wrede executies of dreigende retoriek. De jihadisten zelf vinden dat super. Zij moedigen deze vorm van berichtgeving en framing actief aan. Kijk maar naar IS, dat bewust zo wreed mogelijke beelden het internet opslingert, om maximale media-aandacht te genereren en opponenten te intimideren (of juist tot ondoordacht militair ingrijpen te bewegen). Die publiciteit is ook bedoeld om het marktaandeel onder jihadisten te kunnen uitbreiden of op zijn minst te behouden. Het aanbod aan gevestigde jihadistische organisaties en ambitieuze startups is overweldigend.

Alle aandacht voor hun extreme geweld heeft voor jihadisten nog een ander, meer verborgen voordeel. Die houdt namelijk een zeer belangrijk aspect van het jihadisme uit de wind. Zolang wij ons in het Westen bijven richten op de zelfmoordaanslagen, de onthoofdingen, de kruisigingen en de stenigingen - of op de Koranverzen en Overleveringen die deze daden lijken te rechtvaardigen - blijft een essentieel aspect van de aantrekkingskracht van de radicale islam veilig uit het zicht: intens spirituele ervaringen maken net zo goed deel uit van dit soort bewegingen als gruwelijk geweld.

Wie daar geen oog voor heeft, zal nooit begrijpen waarom zoveel mensen - onder wie veel jongeren, ook uit Nederland - zich erbij willen aansluiten. De spiritualiteit van jihadistische organisaties maakt ze tot een aantrekkelijk niche-segment voor zoekende consumenten op de religieuze wereldmarkt.

Horrorporno

Laat me raden: u vindt dit een belachelijke, of misschien zelfs een moreel verwerpelijke suggestie. Maar leest u alstublieft nog even door. Of nog beter: downloadt u eens een willekeurige uitgave van de digitale IS-glossy Dabiq. In dat geval zal u al snel duidelijk worden dat het jihadisme de potentiële klant (veel) meer biedt dan rondspattend bloed en andere vormen van horror-porno.

Sterker nog: ik durf te wedden dat u al vrij snel na uw onvoorbereide duik in de wondere wereld van de jihadistische propaganda, verbaasd zult opmerken dat extreem geweld slechts een beperkt deel uitmaakt van hun totale propaganda-aanbod. Jihadistisch propagandamateriaal is dan ook veel beter te verteren dan menig buitenstaander denkt. Tenminste: voor wie bestand is tegen een flinke scheut sentimentaliteit en een meer martiale vorm van de ons zo bekende spirituele Happinezz-kitsch. Want dát biedt het jihadistisch reclame-materiaal in overvloed.

De 'softe' of 'spirituele' zijde van het jihadisme is onder specialisten al wat langer bekend. Maar er werd voorheen erg weinig aandacht aan besteed, omdat het zo verdomd lastig te plaatsen is binnen de machowereld van schreeuwerige, grof bebaarde radicale salafisten of jihadisten. Daarin vindt nu een belangrijke kentering plaats. Vooruitstrevende academici als de Noorse terrorismedeskundige Thomas Hegghammer van het Norwegian Defence Research Establishment leggen zich sinds enige tijd toe op het in kaart brengen van juist de niet-militante, niet-doctrinaire aspecten van de 'jihadi-cultuur'. Kortom, de zachte kanten van het jihadistenbestaan.

Vernieuwend

Dat alles vanuit de prikkelende vraagstelling: wat als de 'vrijetijdsbesteding' van jihadi's - die normaliter het merendeel van hun bestaan vult - minstens evenveel over hen zegt als de uren die ze doorbrengen op Koranles en het militaire trainings- of slagveld?

Deze vernieuwende academici staan pas op de drempel van een nieuw onderzoeksgebied. Maar de resultaten die tot nu toe naar buiten zijn gebracht, zijn fascinerend. Ze bieden een alternatieve verklaring voor radicalisering - wat hoogst verfrissend is voor hen die inmiddels moedeloos zijn geworden van de grijsgedraaide sociaal-economische verklaringen voor het 'mysterieuze' verschijnsel van islamitische radicalisering. Bovendien vormen ze een feest van herkenning voor kenners van het soefisme of de eeuwenoude spirituele traditie van de islam.

Het soefisme wordt in het Westen vaak gepresenteerd als 'het menselijke, tolerante alternatief' voor de 'strengere' orthodoxe islam. Het wordt hier voornamelijk geassocieerd met het werk en de denkbeelden van zachtmoedige mystici als de 13de-eeuwse liefdesdichter Jalal al-Din Rumi. Maar het mainstream soefisme kwam voort uit de 'orthodoxe' islam, en bleef er voor het overgrote deel van de islamitische geschiedenis onlosmakelijk mee verbonden.

Zo hechtten de soefi's doorgaans grote waarde aan het strikt navolgen van de regels van de sharia of 'islamitische wet' . En principieel pacifistisch of tolerant waren de meeste soefibewegingen ook zeker niet. De soefi-ordes leverden juist buitengewoon geduchte - want geestelijk geïnspireerde - strijders, die overal aan de fronten van de islamitische rijken te vinden waren, als stoottroepen en als kolonisten. Pas eind 19de eeuw zijn veel moslims het soefisme gaan beschouwen als een 'middeleeuwse toevoeging' aan 'de authentieke islam van de Profeet'. Vanaf die tijd werd deze traditie verdacht gemaakt of zelfs verketterd als 'goddeloze vernieuwing'. Met name de salafistische beweging beschouwt alles wat naar soefisme riekt als uit te roeien idolatrie.

Dat betekent niet dat de oude soefi-praktijken en technieken zijn verdwenen. Integendeel, in de praktijk blijkt het beestje veelal slechts een andere naam te hebben gekregen. Heiligenverering komt in grote delen van de islamitische wereld nog altijd voor. Met name jihadistische bewegingen blijken veel van de 'culturele hulpmiddelen' van het soefisme te hebben ingelijfd, eenvoudigweg omdat ze er veel baat bij hebben. Ook al zullen jihadisten dit nooit erkennen.

Hiërarchie

Het begint al met de wijze waarop radicale cellen en strijdgroepen zich vormen: veelal vormen zij zich rond een charismatisch spiritueel leider met een (schijnbaar) grote religieuze kennis, het moderne equivalent van de traditionele soefi-sjeik of -gids (murshid). Bovendien zijn de groepen volgens oud soefi-recept opgebouwd rond een informele, maar zeker niet minder strikte hiërarchie. Direct onder de 'sjeik' bevinden zich enkele nabije getrouwen. De rest van de discipelen (murids) nemen een positie in die is gerelateerd aan de klaarblijkelijke voortgang op het spirituele pad. Hoe langer iemand tot de groep behoort en hoe meer hij zich overgeeft aan de groepsactiviteiten en -rituelen, hoe hoger de status.

Net als bij traditionele soefi's bevat 'de sharia' voor radicale moslims de alfa en omega van Goddelijk gedicteerd 'islamitisch gedrag'. En de teksten van de Koran zijn het primaire brandpunt van spirituele aandacht. Maar wie denkt dat in jihadi-cellen alleen maar religieuze teksten en antieke doctrines worden opgedreund, komt bedrogen uit. Zo besteden jihadi's opvallend veel tijd aan het luisteren naar emotioneel opzwepende muziek en poëzie, een praktijk die onder soefi's vanouds bekend staat als 'sama'. Dé grote ster in IS-kringen is momenteel de jonge Syrische jihadi-dichteres 'Ahlam al-Nasr'. Haar nom de plume (letterlijk: 'Dromen van de Overwinning') geeft het karakter en de inhoud van haar verzen treffend weer. Ze zijn tegelijkertijd utopistisch en larmoyant, collectivistisch en hysterisch, triomfantelijk en revanchistisch.

'Als Palestina het uitschreeuwt, of Afghanistan om hulp roept, rekt mijn hart zich naar hen uit, ernaar verlangend hun nood te lenigen', dicht ze bijvoorbeeld. 'Wij vormen allen één enkel lichaam. Dit is ons gelukzalige geloof... We verschillen in taal en huidskleur, maar we delen één en dezelfde ader.'

Veel van Ahlams gedichten zijn inmiddels op muziek gezet, en worden a capella uitgevoerd in de vorm van instrumentloze 'islamitische' hymnes genaamd anashid - de enige muziekvorm die door IS als 'halal' is aangemerkt en goedgekeurd. Het lijkt erop dat Ahlam binnen deze beweging de beroemdste jihadi-poëet aller tijden - Osama Bin Laden - van de troon heeft gestoten. Ook IS-grondlegger al-Zarqawi hield van jihadistische poëzie. Vooral van het subgenre waarin de standvastigheid van de jihadi in de gevangenis wordt verheerlijkt. Daar kon hij zich uit eigen ervaring alles bij voorstellen - en vele jihadi's met hem.

Al-Zarqawi's vele huilen was niet uitzonderlijk. Er blijkt in jihadi-kringen wat af te worden gesnotterd. Het vormt een aanvullend bewijs voor het vermoeden dat de emotionele betrokkenheid van jihadisten bij 'de goede zaak' veel dieper gaat dan vaak wordt verondersteld. Het beeld van jihadisten als koele manipulators en opportunisten, criminele nep-gelovigen die enkel en alleen uit zijn op roem, macht, seks en fortuin, wordt in geen enkel onderzoek naar de 'softe' jihadi-cultuur onderschreven. Integendeel.

Zo houden veel jihadisten zich bezig met het duiden en bediscussiëren van dromen. Zoals veel orthodoxe moslims geloven de meeste jihadisten dat dromen een voorspellende waarde hebben, waarmee hun duiding belangrijk wordt voor het dagelijks leven, en dus ook voor het slagveld. Ook hier zien we een aanvullend mystiek aspect, en opnieuw is dit vooral bekend vanuit de soefi-traditie. Een strijder die in zijn droom wordt bezocht door een Vriend van God of wali - bij voorkeur uiteraard de profeet Mohammed - geeft daarmee te kennen zelf aardig te zijn gevorderd op het Pad naar De Nabijheid tot God - het ultieme ideaal van de soefi.

Zo'n droom verleent de discipel dus niet alleen spirituele voldoening en prestige, zij kan ook dienen ter legitimatie van, of aansporing tot het zetten van een volgende 'stap' op het Pad. De Antwerpse Syriëganger en voormalig Sharia4Belgium-lid Jejoen Bontinck verklaarde na zijn thuiskomst naar Syrië te zijn afgereisd nadat een daar reeds actieve, bevriende Belgische jihadist hem in een droom om hulp had gesmeekt.

Het lijdt geen twijfel dat meer kennis van de 'softe' aspecten van het jihadisme ons zouden kunnen helpen de verlokkingen van deze bewegingen te begrijpen en tegen te werken. Hard roepen dat IS of al-Nusra uit achterbakse, bloeddorstige schurken bestaat zal echt niet helpen. Net als het luid verkondigen 'dat IS bestaat uit gevaarlijke gekken, door seks geobsedeerde verkrachters, die opgewonden raken van bloed', zoals anti-terreurcoördinator van de EU Gilles de Kerchove begin dit jaar opperde in een opmerkelijk gesprek met deze krant (de Volkskrant, 29 januari 2015).

Tegenpropaganda

Nederlandse Syriëreizigers weten doorgaans heel goed dat ze niet aan het Bloemencorso van Leersum gaan deelnemen. En zodra radicaliserende jongeren eenmaal in de echokamer van de radicaal-salafistische sociale media zijn verzeild geraakt, bereiken deze naïeve vormen van tegenpropaganda ze echt niet meer. Zoals het hoogstwaarschijnlijk ook niet helpt een 'tegenverhaal' te creëren dat bekeerlingen op puur rationele gronden moet overtuigen.

Het zal weinig uitmaken om te proberen aan te tonen dat vooral moslims het slachtoffer zijn van de radicale islam of dat alleen in Europa moslims vrij zijn hun geloof te belijden, waartoe je wel pogingen ziet. Zulke beroepen op het verstand zullen weinig uithalen omdat de aantrekkingskracht van het jihadisme juist grotendeels emotioneel of 'spiritueel' is.

Het jihadisme biedt een relatief kleine minderheid van moslim- én niet-moslimjongeren een roze gekleurd ideaal van onverbrekelijke broederschap, een 'pure', onbezoedelde identiteit, een Hoger Doel en een intense spirituele bevrediging. Dat zijn vier zeer menselijke behoeftes.

Jachttrips

Misschien zijn jihadi's wel de nieuwe soefi's. Daarom zal een antiradicaliseringsbeleid dat is gestoeld op puur rationele, juridische of economische gronden, gedoemd zijn te mislukken. Alleen het bieden van een alternatief dat positief inspeelt op de emotionele behoeftes van de betreffende jongeren lijkt enige kans van slagen te hebben.

Zo wordt in Noorwegen geëxperimenteerd met het aanbieden van lange jachttrips in de vrije natuur voor migrantenjongeren uit achterstandswijken in de grotere steden, in de hoop ze een aantrekkelijk substituut te bieden voor de emotionele intensiteit, betekenis en gevoelens van saamhorigheid waarin de jihadicultuur voorziet. Andere ideeën zijn het goedkoper en daardoor toegankelijker maken van adrenaline-opwekkende sporten als motor- en autoracen.

Dit soort onconventionele antiradicaliseringsmaatregelen zullen door tegenstanders ongetwijfeld als 'te soft' belachelijk worden gemaakt. Maar er zal hoe dan ook moeten worden geëxperimenteerd, omdat het beleid tot nu toe volstrekt ineffectief is gebleken. De nieuwe, aanvullende inzichten leveren daarvoor verschillende nieuwe aanknopingspunten.

Het is zeer de vraag of politiek en overheid in het huidige maatschappelijke klimaat bereid zijn hierover na te denken. Al was het maar omdat het veel eenvoudiger - en electoraal veel aantrekkelijker - is om radicaliserende jongeren weg te zetten als bloeddorstige psychopaten, die enkel wachten op een mogelijkheid om ongestraft te kunnen moorden en verkrachten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234