Maandag 14/10/2019

Interview

"Wij kunnen heel veel leren van moslimjongeren"

Tom Zwaenepoel. Beeld Jelle Vermeersch

"Mag het iets meer zijn?" Een vraag die gemeengoed is in Vlaamse slagerijen, en nu ook de titel is van een nieuw boek van germanist en Vaticaankenner Tom Zwaenepoel. Hij sprak met honderden jongeren en jongvolwassenen over hun dromen en idealen, en over welke rol religie nog kan spelen in hun leven. "Als je toegeeft dat je bidt of elke zondag naar de mis gaat, word je het mikpunt van spot."

Tom Zwaenepoel: "Ik spreek elke dag met jonge mensen, en ik merk dat veel clichés over ‘de verloren generatie’ of ‘de smartphonegeneratie’ niet kloppen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat jongeren op zoek zijn naar meer diepgang en zingeving, zonder dat automatisch te linken aan religie. Tegenwoordig wordt alles bepaald door het rationele: je moet eerst kunnen bewijzen dat iets bestaat voor je erin kunt geloven. Maar de wetenschap zal zelden het waarom verklaren, spiritualiteit en religie doen dat wel. Ik heb gesproken met 270 jongeren tussen de 17 en 31 jaar. Ik heb geprobeerd hen aan te zetten tot zelfreflectie, door vanzelfsprekende en minder vanzelfsprekende vragen te stellen over geluk, geloof, vrijheid, relaties, thuis, angst en engagement."

Wat hebt u bijgeleerd?

"Hoe groot de angst is. Dat kwam in bijna elk gesprek terug. Jongeren zijn bang om te falen en kunnen zichzelf niet zijn. Ze moeten zijn zoals anderen willen dat ze zijn. De verwachtingen van de maatschappij, hun ouders, de school en hun omgeving zijn zo hoog dat ze bijna een masker moeten opzetten. En ondertussen liggen ze ’s nachts wakker, bang dat ze niets van hun leven zullen kunnen maken."

Hebben jongeren zich niet altijd zorgen gemaakt over hun toekomst?

"Het is erger geworden. Jongeren leven tegenwoordig in een cultuur van superlatieven. Ze moeten niet goed zijn, ze moeten de beste zijn. Daardoor hebben ze heel vaak het gevoel dat ze falen, en dat het hun eigen schuld is als ze falen. Dat wordt hun ook ingeprent: ‘Je hebt niet genoeg je best gedaan, je bent niet geslaagd, dat is jóúw schuld.’ Of: ‘Als je leeft in armoede, is dat jóúw schuld.’ Dat klopt uiteraard niet, maar dat gevoel ontwikkelen ze wel."

Uw remedie is: meer geloven.

"Jongeren die religieus actief zijn, in katholieke jeugdbewegingen of in gebedsgroepjes, hebben ook het gevoel dat ze niet altijd bereiken wat ze willen, maar hun geloof geeft hun zelfvertrouwen. Het is een enorme stimulans. Gelovige jongeren zijn gelukkige mensen."

Maakt geloof je gelukkig?

"Zéker. Daar ben ik van overtuigd."

Hoeveel jongeren geloven nog echt in een God? Olivier, één van de jongeren die u sprak, omschrijft zijn geloof als ‘iets wat in elke mens aanwezig is’.

"Slechts een kleine minderheid, 10 à 15 procent, gelooft nog in God als de ‘Algoede Vader’. De meesten zien God eerder als een verzameling waarden en normen, als een symbool van liefde en solidariteit. Moslimjongeren spreken wél nog over heilige geschriften, over Allah en over naar de moskee gaan. Jongeren met een katholieke achtergrond beleven hun geloof niet meer op die manier. Niet vreemd, want zelfs in katholieke scholen gaan de godsdienstlessen meer over moraal en filosofie dan over het christendom."

Is dat erg?

"Ik vind dat niet zo goed. Katholieke scholen moeten achter hun identiteit staan. Niet dat ze weer echte catechese moeten geven, maar het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat je in de godsdienstlessen de Bijbel leest en Jezus ter sprake brengt. En dat gebeurt veel te weinig. Vandaar ook de kritiek van sommige leerkrachten en directeurs van katholieke scholen die in dialoog willen gaan met andere godsdiensten, zoals de islam. Heel veel katholieke scholen zijn voor dat idee te vinden, maar kun je in dialoog gaan met een andere godsdienst als je eigen leerlingen bijna niets weten over hun eigen christelijke identiteit?"

Maar zien die jongeren dat nog wel als hun eigen identiteit?

"Sommigen vinden het toch erg dat ze in een katholieke school nog nooit een bijbel hebben vastgehad. Ze willen de Bijbel lezen, maar weten niet hoe ze eraan moeten beginnen. Dat is jammer. Het wordt natuurlijk ook versterkt door de ouders en de maatschappij. De weinige jongeren die nog geloven in God, zullen daar niet snel voor uitkomen, want dat is niet hip of cool genoeg. Als ze zeggen dat ze bidden of elke zondag naar de mis gaan, worden ze het mikpunt van spot. Ik heb respect voor jongeren die tot hun 18 of 19 jaar misdienaar blijven en daar ook voor uitkomen."

Een paus die psychiatrische hulp adviseert tegen homofilie helpt de katholieke kerk natuurlijk niet vooruit.

"Neen, zeker niet. Maar toen paus Franciscus die uitspraak deed, was hij doodop. Bovendien werd die uitspraak geknipt uit een langere passage, die meer duiding geeft bij wat de paus in feite bedoelt.

"De katholieke kerk worstelt nog altijd met seksualiteit. De stelling is nog altijd: ‘We hebben niets tegen homo’s, maar ze mogen hun seksualiteit niet beleven.’ Jongeren lachen daar natuurlijk mee. De strenge seksuele moraal van de kerk zorgt ervoor dat ze afhaken."

Hebben de schandalen rond kindermisbruik impact gehad?

Zwaenepoel: "Natuurlijk, en die tasten de geloofwaardigheid van de kerk als instituut aan. Jongeren verwachten authentieke mensen: christenen die zeggen dat ze christen zijn maar ook als christen handelen."

Terecht, toch?

Zwaenepoel: "Ja, maar we mogen niet uit het oog verliezen dat een grote groep geestelijken en priesters wél serieuze mensen zijn. De kerk heeft fouten gemaakt en betaalt daarvoor nu een prijs. Ik wil die fouten niet goedpraten, maar geloven in een instituut is nog iets anders dan geloven in God. De gelovige jongeren zijn trouwens niet allemaal kerkelijk. Er zijn er die in een god geloven, maar niet naar de mis gaan. Ze beleven hun geloof in hun eentje. Dat illustreert natuurlijk ook hoe onze wereld steeds individualistischer wordt."

U had het over de andere ingesteldheid bij moslimjongeren. Wat vertelden zij u?

"Ik heb een twintigtal moslimjongeren gesproken, in een katholieke school in Antwerpen. Allemaal lezen ze de heilige geschriften en volgen ze de ramadan, en de meisjes dragen een hoofddoek. In tegenstelling tot katholieke jongeren zijn ze trots op hun geloof.

"De bisschop van Limburg bezocht een tijd geleden een school met veel moslimleerlingen. Een jongen vroeg hem of hij in de hemel en de hel gelooft. Hij vond dat een fantastische vraag. Hij kon zich niet inbeelden dat hij diezelfde vraag zou krijgen van een katholieke jongere. Moslimjongeren zijn daar wél mee bezig, niet uit frustratie, maar uit overtuiging. Ik denk dat katholieken daar veel van kunnen leren. Neem nu de gebedscultuur bij moslims, die is toch mooi? Als je vandaag met katholieken over het gebed praat, weten de meesten niet eens wat dat inhoudt.

"Het verbaasde mij wel dat veel Vlaamse jongeren bang zijn voor de islam, voor moslims. Ze beschouwen hen vaak als vrouwonvriendelijk en denken dat de westerse cultuur in gevaar is. Ze kanten zich unaniem tegen de bouw van nieuwe moskeeën in Vlaanderen, met als argument dat ze in islamlanden ook geen kerken moeten gaan bouwen. Dat is opmerkelijk omdat ze dan plots wel belang hechten aan hun christelijke identiteit."

Tom Zwaenepoel. Beeld Jelle Vermeersch

Hoe ziet u die angst voor de islam evolueren?

"Die zal afnemen, maar dat zal nog wel een tijdje duren. In de Antwerpse katholieke school waar die Vlaamse moslims zitten, gaat het stukken beter. Jongeren die zo negatief staan tegenover de islam hebben meestal geen moslimvrienden. Door de prominente aanwezigheid van moslims in Vlaanderen zullen we geleidelijk aan moeten toegeven dat die mensen ons heel wat te bieden hebben. En wie er negatief tegenover staat, moet meer ondergedompeld worden in die moslimwereld. Het onderwijs in Vlaanderen zal een cruciale rol moeten spelen om de gemeenschappen dichter bij elkaar te brengen."

Misschien stemmen die jongeren met angst voor de islam binnenkort wel op Vlaams Belang.

"Ik heb jongeren gesproken van wie ik vermoed dat ze op Vlaams Belang zullen stemmen. Sommige jongeren zeggen zelfs dat alle moslims weg moeten. De meesten van hen waren atheïst."

Beweert u nu dat atheïsten minder verdraagzaam zijn dan gelovigen?


"Neen, helemaal niet. Wat ik uit al die gesprekken met jongeren geleerd heb, is dat de lijn tussen geloof en ongeloof niet tussen groepen loopt, maar in elke mens. Er zit altijd wat ongeloof in de gelovige en geloof in de ongelovige."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234