Zondag 20/10/2019

'Wij hypen vooral klimmers. In klassiekers word je geen ster'

Tien jaar. Nooit eerder was het voor Italië zo lang wachten op een zege in een klassiek lentemonument. Hoe valt dit te verklaren? En zitten er andere tijden aan te komen? Prominente (ex-)renners leggen in Tirreno-Adriatico de vinger op de wond. 'Voorlopig is er niemand die het tij kan keren.'

Welke azzurro dat laatste klassieke voorjaarsmonument op zijn palmares heeft staan? "Laat me raden", probeert Matteo Trentin, 27-jarige puncher van QuickStep Floors. "Alessandro Ballan, Ronde van Vlaanderen 2007." Bijna juist. Drie weken later won Danilo Di Luca Luik-Bastenaken-Luik. Sindsdien: De Grote Leegte.

"Zelfs met de Ronde van Lombardije erbij, het Italiaanse monument in het najaar, kom je van een kale reis thuis", weet Trentin. Na Damiano Cunego's tweede op rij, in 2008, won enkel nog Vincenzo Nibali (2015). Schrijnend vooral is de balans in de lente: nul op veertig.

Dat Italië de laatste jaren toch wel veel podiumplaatsen behaalde, merkt Manuel Quinziato van BMC op. "Het is niet dat we totaal niet meer meedoen, we rijden het gat stilaan dicht." Klopt niet, zo blijkt. In de periode 2013-2016 haalde niet één Italiaan in een van de vier voorjaarsklassiekers het podium. "We zijn er anders wel, hoor", houdt ook Trentin vol. "Gasparotto won twee keer de Amstel Gold Race. En Sonny Colbrelli werd vorig jaar derde. Mja goed, dan spreken we niet over een monument, natuurlijk."

Neen, er gaapt wel degelijk een kloof. "2007 ligt al heel ver in het verleden", knikt Trentins ploegleider Davide Bramati, Italiaanse flandrien van weleer. 'Brama' mijmert weg naar de gouden jaren 90 en de florissante eeuwwisseling. Bugno, Bartoli, Fondriest, Bortolami, Tafi, Ballerini, Cipollini, Bettini ... "Toen schoten de klassieke specialisten hier als paddenstoelen uit de grond." In verdachte tijden, weliswaar.

"Het was een ander wielrennen", plaatst ook Trentin het in de juiste context. Maar hij doelt op de heerschappij van de traditionele wielerlanden. "In die tijd werden de klassiekers verdeeld onder welgeteld vier naties: België, Nederland, Frankrijk, Italië. Met een vleugje Spanje en Duitsland erbij. De rest deed niet mee."

Globalisering. Het hoge woord valt. "Anno 2017 doet de hele wereld aan wielrennen", kijkt Italiaans boegbeeld en campionissimo Francesco Moser (wereldkampioen, Giro-winnaar, drievoudig laureaat van Parijs-Roubaix) zich op de teamparking de ogen uit. "Australiërs, Noren, Amerikanen ... Van alle uithoeken komen ze. Dat maakt het er niet simpeler op." Ook Trentin noemt die diversiteit een belangrijke rem op succes. "Je moet het hele plaatje bekijken. Elke grote koers krijgt tegenwoordig minstens vijftien verschillende nationaliteiten aan de start. Zelfs Colombianen storten zich nu op de klassiekers. En straks ook de Afrikanen."

Focus op ronderenners

Die mondiale invasie trekt zich ook door in het ploegenbestand op het allerhoogste niveau. "Twintig jaar geleden telden we nog vijftien teams, waarvan zeven op het huidige, vergelijkbare WorldTour-niveau. Dit jaar is dat herleid tot nul", betreurt Quinziato. De laatste overlevers, Lampre-Merida en Cannondale, zijn inmiddels in Arabische en Amerikaanse handen.

"Niemand wil zijn geld nog in een grote wielerploeg steken", stelt BMC-ploegleider Fabio Baldato, ooit tweede in Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen (tweemaal) en Parijs-Roubaix, vast. "Jonge Italiaanse talenten zijn dus genoodzaakt om buitenlandse oorden op te zoeken", trekt Trentin de logische conclusie. En zover is het gekomen dat de bestaande procontinentale teams van eigen bodem thuis worden gelaten van de Giro, foetert Moser. "Nippo-Vini Fantini en Androni Giocattoli hadden er altijd bij moeten zijn!"

Of Italianen überhaupt nog wel wakker liggen van klassiek eendagswerk, werpen we op. Als het wielrennen veranderd is, dan vooral van richting, treedt Baldato die veronderstelling bij. "In mijn tijd waren er veel klassieke renners en sprinters. Nu hypen we vooral onze klimmers: Nibali en Aru. Types waar ook U23-ploegen naar op zoek zijn."

Anders dan in België, waar nog steeds een klassieke cultuur heerst. "Een sterke Belgische coureur heeft een makkelijker leven dan zijn Italiaanse collega met dezelfde vaardigheden", stelt Trentin het scherp. Baldato: "In België roepen ze op straat je naam, hier helemaal niet. Je wordt geen ster als je een klassieker wint. Dat ben je pas als je een grote rittenkoers aan je erelijst toevoegt. Dan kom je, zoals Nibali, in elke tv-show terecht. Op televisie tellen trouwens enkel Giro en Tour. Oké, mensen kijken ook naar Milaan-Sanremo, maar Belgische klassiekers krijgen veel minder belangstelling dan grote ronden."

Geduld

Een cyclus, meer is het niet volgens Trentin. Na tien magere kunnen zomaar tien vette jaren volgen, denkt hij. Alleen rijst de vraag wie voor die tien vette jaren moet gaan zorgen. "Matteo zelf", buldert Bramati met zijn gekende enthousiasme. Tot Trentin: "Je was al eens derde in de E3 Harelbeke en won in hetzelfde jaar Parijs-Tours. De stap naar een klassiek monument is niet meer zo groot. Jij hebt dat in de benen, ragazzo!"

Trentin, gespeeld ernstig: "Ga je nu alle druk op mijn schouders leggen of wat? Ik werk er hard voor, maar ik weet niet of ik op kan tegen Sagan en Van Avermaet, toch wel de norm in de klassiekers. Het ontbreekt ons eerder aan een zogenaamde tussengeneratie; jongens tussen 27 en pakweg 35 jaar. Dus kijk ik naar de jeugd."

Een potje namedropping volgt. Sonny Colbrelli, wel al 26. "Hij is te lang in een kleine ploeg gebleven, mist ervaring. Maar Sonny is misschien wel de enige sprinter die kan uitgroeien tot een klassieke coureur", meent Baldato. "Andere witte merels? Sorry, ik zie ze niet."

Trentin noemt Filippo Ganna, de 20-jarige wereldkampioen achtervolging. Maar vooral Gianni Moscon (22) oogst stemmen en sympathie. Zelfs van Moser. "Talentvolle kerel. Alleen, dat is mijn neef Moreno ook. Toen hij prof werd, liet hij mooie dingen zien. Dat wordt een grote, dachten we met zijn allen. We zijn nu vier jaar verder en we wachten nog steeds." Volgens Quinziato heeft Moscon wel Vlaamse trekjes. "Hij droomt luidop van Vlaanderen en Roubaix. Het is de race die jou kiest, niet omgekeerd. Je moet bepaalde karakteristieken hebben om goed te zijn in die koersen. Moscon heeft die karakteristieken."

Geduld is het magische codewoord, besluit Bramati. "Uitgroeien tot een sterke klassieke renner is niet zo eenvoudig. Het vergt tijd. Je moet daarin investeren." Illustratief, in dat verband, was Quinziato's eerste kennismaking met een oer-Vlaamse race: de Omloop, veertien jaar geleden. "Ik was al prof en had nooit eerder in Vlaanderen gekoerst. Wow, dacht ik, dit is een andere sport. Onvermijdelijk moeten we een kleine kloof dichten. Maar het kan. Het talent is voorhanden, de basis is breed en sterk en het niveau bij de junioren en U23 ligt erg hoog."

Daar moeten de perfecte kopieën van Sagan en Van Avermaet worden gevormd, beseft Trentin. "Want zulke types komen niet als regendruppels uit de hemel gevallen. Wat dat betreft, beweegt er wel iets in positieve zin. Zoals Bramati zegt: geduld."

Moser wil het graag geloven, maar voorlopig regeert bij hem de scepsis. "Het moet groeien, daar ben ik van overtuigd. Want ik zie ze momenteel niet echt, de jongens die het tij kunnen keren. (lacht) Voorlopig hebben we een mirakel nodig van de Madonna di Loreto."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234