Dinsdag 21/09/2021

'Wij hebben ook een hart'

Ongeveer 200.000 Amerikaanse militairen maken zich op voor een invasie in Irak. Hoe denken zij over de dreigende oorlog? Vier opvarenden van het vliegdekschip USS Harry S. Truman, in de Middellandse Zee: '11 september is een breekpunt geweest voor veel Amerikanen.'

Nee, geen enkele van de vijfduizend Truman-opvarenden heeft zich met twijfels gemeld bij kapelaan Robert Coyle. Twijfels over de oorlog, twijfels over hun rol daarin. Dat zegt helemaal niets, vindt de 38-jarige dienaar van God uit Long Island, New York. Coyle: "Ze zullen wel komen als de dreiging toeneemt." De kapelaan, een van de opvarenden, wordt bestookt met e-mails van familieleden. De boodschap: zorg goed voor ze, we leggen hun lot in jouw handen. Coyle ontvangt in zijn kleine gebedszaal, compleet met glas-in-loodramen. Het is een vreemde gewaarwording om een kapelaan, gekleed in marineblauw, op een oorlogsschip te horen praten over geloof, liefde en God. Coyle diende jarenlang bij de mariniers, Amerika's hardste gevechtssoldaten. De kapelaan: "Een prachtig motto hebben ze daar: altijd trouw!"

Coyle: "Ik weet dat dit schip vreselijke dingen kan aanrichten. Maar ik ben hier niet om bommen te zegenen. Het gaat mij om de mensen. Ik wil ze bijstaan. Er zijn hier overwegend jongeren, de gemiddelde leeftijd op de Truman is negentien jaar. Het zijn stuk voor stuk gelovige mensen. Ze bidden, net als ieder ander, voor vrede. Als ik er niet was, wie zou er dan zijn om ze bij te staan?"

Ook de kapelaan denkt dat 11 september, nu er oorlog dreigt met Irak, een grote rol speelt in de houding van de opvarenden. Coyle: "Velen van ons zijn ervan overtuigd dat we met dit schip de vrede in de wereld bewaren. En dan word je op zo'n manier aangevallen in je eigen land. Met 11 september hebben we onze onschuld verloren. Ik kom zelf uit New York en ik heb toen veel vrienden verloren."

De kapelaan weet dat ook christelijke Irakezen, een kleine minderheid, het slachtoffer kunnen worden. "Ik bid elke dag dat deze oorlog er niet komt. Maar als ie er komt, zal ik de kapelaan zijn voor mijn mensen. Ik ben er voor hen."

Hij veert op als hem wordt voorgehouden dat het dezer dagen lijkt alsof Amerikaanse militairen zo graag oorlog willen voeren. Gevechtspiloot Mutha, die slechts met zijn bijnaam in de krant wil, geeft toe dat hij van zijn werk houdt. Niets is immers mooier dan met een FA-18 Hornet het luchtruim te kiezen, zeker van op een vliegdekschip.

Mutha: "Ik erop gebrand om te vechten? Absoluut niet. Oorlog moet altijd het laatste middel zijn. Ik ken mensen die op dit schip zijn doodgegaan. Op mijn vorige uitzending verloren we een vliegtuig. Vlak voor deze uitzending naar de Middellandse Zee verongelukten drie personen."

De 36-jarige majoor uit Beaufort, South Carolina bereidt de vluchten en trainingen voor van het 115de Mariniers-squadron, dat op de Truman is gestationeerd. Dagelijks wordt er geoefend. Mutha leidt vandaag een aanvalsvlucht waarbij oefenbommen worden afgeworpen boven Bosnië en Albanië. De piloot beantwoordt in alle opzichten aan het beeld van Top Gun: stoer en onverschrokken.

De gevechtsmissies in Irak kunnen levensgevaarlijk worden voor de vliegers van de Amerikaanse luchtmacht en marine, zeker rondom Bagdad, vanwege de uitgebreide Iraakse luchtverdediging. Mutha: "Ik hoop dat onze politiek van afschrikking uiteindelijk werkt. Dat de Irakezen inzien dat er een grote, reële dreiging boven hun hoofd hangt."

Anders wordt het oorlog. "Ik voer de wil van mijn land uit, ik beschouw het als een plicht. Mensen zijn gestorven om mij de vrijheid te geven die ik nu heb. Ik wil mijn leven lijden zonder vrees voor buitenlandse gevaren. Ik wil mijn kinderen niet laten opgroeien met het gevaar dat er elk moment een massavernietigingswapen kan ontploffen in ons land, in de stad waar we wonen."

Hij beseft heel goed, als de invasie er inderdaad komt, dat hij medeverantwoordelijk zal zijn voor de bommenregen die op Irak zal neerdalen. "Elke piloot gaat daar op zijn eigen manier mee om. Ik verpersoonlijk dit werk niet. Ik geniet er niet van om mensen te doden."

Ach, als de wereld toch perfect was. Dan kon Kimplachat Downs (19) uit Gulfport, Mississippi gewoon naar huis. "In een perfecte wereld", verzucht de kokkin, "hoeft er geen oorlog te zijn." Maar zo steekt de wereld niet ineen. Dus dobbert Downs, een van de 112 koks aan boord van het vliegdekschip, al twee maanden op zee.

Negen maanden mist zij thans de blikken van haar driejarige dochter. Nu, amper een jaar in dienst, hangt er een oorlog boven haar hoofd. En zit Downs op een schip dat tot een van de geduchtste van de wereld behoort. Downs: "Ik heb dezer dagen veel e-mailcontact met mijn moeder. Zij zegt: 'Een oorlog is Gods wil, Hij heeft het in Zijn handen.' Ik denk er ook zo over. Dit ligt buiten onze macht."

Aan het einde van de middag, terwijl de Truman in de buurt van Albanië vaart, schept Downs pastasaus uit de enorme ketels in een van de zes keukens, waar dagelijks 18.000 maaltijden worden bereid. Ze komt uit een militaire familie en houdt van reizen en koken. In maart 2002 meldde Downs zich bij de marine.

Nu staat ze elke dag om halfzes op om vijfduizend man van eten te voorzien. Als het even kan, volgt ze het nieuws over Irak. Downs: "Irak heeft een historie van conflicten met de Verenigde Staten. Ik denk dat 9/11 een breekpunt is geweest voor veel Amerikanen. Het besef werd groter dat we eerder in Irak hadden moeten ingrijpen. Amerikanen zitten nu op het puntje van hun stoel. Ze weten niet wat ze kunnen verwachten."

Ze is klaar om de VS te verdedigen, mocht de natie haar nodig hebben. "Maar het is beslist niet onze intentie om het Iraakse volk te bombarderen. We hebben ook een hart. Irak werkt nu niet mee met de VN. Maar ik denk ook niet dat de Irakezen oorlog willen. Volgens mij kan er nog steeds een oplossing voor dit conflict worden gevonden."

Mochten Lucien Penns bommen straks nodig zijn in een oorlog tegen Irak, dan zullen op de explosieven geen hardvochtige teksten zijn gekalkt. Zoals: 'From New York City with love.' Of: 'Als je dit leest, ben je meteen dood!' Tussen de 500 en 1.000 kilo zware bommen met deze macabere opschriften vielen na 11 september 2001 op Afghanistan, bewerkt door opvarenden van de vliegdekschepen die de Verenigde Staten toen inzette.

Penn (32): "Ik zal zoiets niet toestaan. We willen ons werk niet verheerlijken. Ik weet wat deze bommen kunnen aanrichten. Ik verwacht van mijn mensen ook dat ze straks professioneel zullen blijven."

Hij komt uit de Amerikaanse Virgin Islands, een oase van rust, schoonheid en vrede in het Caraïbische gebied. Op de Truman heeft Penn, een boomlange, gespierde kerel die al veertien jaar bij de marine zit, een van de meest morbide klussen: het in elkaar zetten van de honderden laser- en satellietgestuurde bommen voor de gevechtsjagers. Penn geeft leiding aan een groep van 300 man die hiermee is belast.

Penn: "Je moet er goed mee kunnen omgaan, het is geen alledaags beroep." Over Irak is deze bommenmaker, die tijdens de Golfoorlog diende op het vliegdekschip USS Midway, duidelijk: áls er oorlog komt, zal hij doen wat er van hem verlangd wordt als militair. Simpel.

Penn: "Ik weet niet precies wat voor massavernietigingswapens Saddam Hoessein bezit. Maar ik weet wél wat voor schade ze kunnen veroorzaken. De president spreekt voor de hele natie, hij is onze opperbevelhebber. Als hij vindt dat er gevaar dreigt voor de Verenigde Staten, moeten we zijn orders opvolgen." Dagelijks heeft Penn contact, per e-mail, met zijn vrouw en drie kinderen in Norfolk, Virginia. Ze is een voormalige marinevrouw en maakt zich zorgen. Penn: "Ik praat met haar niet over politiek. Aan boord discussiëren we wel over het nut van een oorlog en wat die kan aanrichten. Maar als militair moet je je persoonlijke mening opzij zetten. Natuurlijk doet het ons iets wat deze bommen straks kunnen veroorzaken. We zijn ook mensen. Maar dit is nu eenmaal onze job."

Stieven Ramdharie

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234