Maandag 06/07/2020

'Wij hebben niets meer te leren van de VRT'

Kris Hoflack, algemeen hoofdredacteur van de VTM-nieuwsdienst, moet de komende twee weken stand zien te houden tegen het verkiezingsgeweld van de openbare omroep. Een ondankbare taak volgens sommigen, maar zelf ziet hij dat anders. 'De programmatie van de VRT is degelijk, maar het is niet het soort televisie dat ik zelf wil maken.'

In de aanloop naar een verkiezingsdag worden niet alleen de verhoudingen tussen de verschillende politieke partijen op scherp gezet. De strijd om de kiezer vertaalt zich traditiegetrouw ook naar het televisiescherm. Zowel VRT als VTM doen in aanloop naar D-Day hun uiterste best om de juiste politici op het juiste moment naar hun nieuwsstudio te lokken. De ideale aanleiding dus om Luc Rademakers en Kris Hoflack, de hoofdredacteurs van beide nieuwsdiensten, samen rond de tafel te zetten. Alleen bleek dat nog moeilijker dan Bart De Wever strikken voor een kopstukkendebat. Rademakers blijkt het immers niet zo te hebben voor dubbelinterviews: "Die dubbelgesprekken zijn niet meer dan een modeverschijnsel."

"Vreemd", reageert Hoflack. "Ik zie in de verkiezingsprogrammatie van de VRT nochtans heel wat van die gesprekken opduiken. Als die dan toch een modeverschijnsel zijn, kunnen ze die misschien beter schrappen." Waarmee de toon meteen is gezet.

Nochtans had Hoflack goede voornemens gemaakt. Over de VRT zou hij niet te veel zeggen. Niet alleen omdat het (te) makkelijk schieten is op een tegenstander die niet mee aan tafel zit, maar ook, en vooral, omdat Hoflack zelf een uitgebreid VRT-verleden heeft. Tot eind 2011 was hij hoofdredacteur aan de Reyerslaan. Tot hij daar plots gepasseerd werd door Luc Rademakers. Hoflack stapte op bij de VRT om na een korte passage bij productiehuis Borgerhoff & Lamberigts hoofdredacteur te worden bij de concurrenten van VTM.

Hoflack kent dus het klappen van de zweep. Vier keer coördineerde hij bij de VRT een verkiezingscampagne - de laatste keer in 2009. Toen liet hij in een interview met deze krant optekenen dat het qua beschikbare middelen en mensen op de nieuwsdienst van de openbare omroep, krap werd. "Het is geweldig op het randje", klonk het toen. Een opmerking waar hij nu enkel om kan lachen. "Ik kreeg vorige week de vraag hoeveel extra mensen we zouden inzetten voor onze verkiezingsverslaggeving. Een journalist had becijferd dat het er bij de VRT zo'n driehonderd waren en wou weten hoe het bij ons zat. Ik ben hem het antwoord schuldig moeten blijven. Onze redactie telt maar honderd man en die nemen er de verkiezingsprogramma's gewoon bij. Maar wel met heel veel goesting en een ongelooflijke drive."

Loont dat wel de moeite? Ook met veel goesting en drive kan VTM toch nooit op tegen de machine die de VRT in verkiezingstijden op gang trekt?

"Als je niet gelooft dat je ooit iets aan die dominantie van de VRT zal kunnen veranderen, doe je beter de boeken toe. Maar ik zal op dat vlak wel naïef zijn. Onze verkiezingsprogrammering ziet er, alvast op papier, heel mooi uit. Geen eindeloze debatten, geen overaanbod aan achtergrondprogramma's, maar wel de essentie. Onze peiling De Stem van Vlaanderen is ondertussen door meer dan een miljoen Vlamingen ingevuld. De eerste strijd tussen De Wever en Peeters zat bij ons. We zijn er in geslaagd om De Wever en Magnette samen te brengen. Jambers komt met een nieuw format, waarbij hij de kijker een blik achter de schermen van de politiek gunt. En op verkiezingsdag zelf zijn we van twaalf uur 's middags tot negen uur 's avonds op antenne. We zitten op 25 mei ook in het Vlaams Parlement en deze keer voor het eerst niet in het bezemhok. Dat had trouwens nog behoorlijk wat voeten in de aarde. De VRT ziet dat Vlaams Parlement blijkbaar als zijn eigen studio, terwijl ik altijd dacht dat zo'n parlement het centrum van de democratie was. Zeker op verkiezingsdag.

"Er is in Vlaanderen, naast de VRT, plaats voor een tweede speler. Dat hebben we met de vorige gemeenteraadsverkiezingen toch bewezen? De Wever zat als eerste bij ons, wij hadden de fameuze balkonscéne waarbij hij zijn aanhangers kwam groeten vanop het Schoon Verdiep. Om acht uur 's avonds hadden wij 700.000 kijkers die op dat moment niet naar de VRT aan het kijken waren. Dat is toch niet niks?"

Voelt u toch niet een beetje

jaloezie wanneer u ziet hoeveel

verkiezingsprogramma's de VRT

zich kan permitteren?

"Neen. Het is gewoon een ander kader. Voor de VRT is zo'n verkiezingscampagne corebusiness, ik wil gewoon onze kijkers zo goed mogelijk informeren. Oké, zij hebben een budget dat vier of vijf keer hoger ligt dan het onze. Maar moet ik daarover zeuren? Ik kan op dit moment doen wat ik wil doen, zowel op het vlak van verkiezingen als op het vlak van onze nieuwsuitzendingen. Ik maak nieuws dat volgens mij de vergelijking met elk nieuwsbulletin van West-Europa kan doorstaan. Al klinkt dat waarschijnlijk geweldig arrogant. (lacht) Natuurlijk wil elke hoofdredacteur meer budget. Uiteraard wil ik graag een bureau openen in Rio De Janeiro. Iedereen weet dat het daar de komende jaren zal gebeuren. En natuurlijk wil ik een correspondent in Amerika en in China. Elke hoofdredacteur is wat dat betreft hebzuchtig. Maar ik heb niet het gevoel dat ik met mijn beperktere middelen minder goed nieuws maak.

"Ik geloof trouwens ook niet dat er zo gigantisch veel verkiezingsprogramma's nodig zijn. Je moet vooral proberen om nieuwe dingen te brengen. Geen voorspelbare formats die je elke campagne opnieuw ziet opduiken. Daarom ben ik ook zo blij met wat Paul Jambers voor ons doet. Jambers in de politiek is met voorsprong het uniekste project van de hele verkiezingsprogrammatie. Ik heb duizend keer liever zo'n programma dan de zoveelste verkiezingstalkshow voor een breed publiek. Ik heb respect voor wat de VRT doet, hun programma's zijn op zijn minst degelijk. Maar het is niet het soort televisie dat ik op dit moment wil maken. Je mag toch van een openbare omroep verwachten dat die vernieuwend is. Maar ze doen op de nieuwsdienst nog steeds hetzelfde als vier, vijf of zes jaar geleden. Die programma's zullen ongetwijfeld goed scoren, beter ook dan de dingen die wij doen. Maar ik heb het gehad met dat soort programma's. De tijden zijn veranderd, ik wil graag iets anders doen."

Ook op het gebied van nieuws?

"Wie beweert dat VTM Nieuws en Het journaal nog steeds dezelfde zijn, dwaalt. Het zijn twee totaal andere uitzendingen, met elk eigen invalshoeken en manieren om nieuws te brengen. Ik maak ook de vergelijking met de VRT niet meer. Wij hebben van hen niets meer te leren. Als we nog stappen willen zetten, kijken we beter naar wat er in het buitenland gebeurt. Niet dat we alles al weten en kunnen. De weg is nog lang, dat heb ik ook van bij het begin gezegd. Mijn werk hier is een meerjarenplan. Het duurt een tijd voor je kijkgewoontes verandert, vraag dat maar aan onze vrienden van VIER. Maar we merken wel dat er bij een aantal mensen toch een zeker enthousiasme is over ons nieuws. Dat is altijd plezant."

Hoflack diept uit zijn zakken een paar kijkcijfergrafieken op, waaruit blijkt dat het vernieuwde nieuws het vooral bij de commercieel interessante doelgroep van 18 tot 54 jarigen goed doet. Op de dag van het Obama-bezoek, bijvoorbeeld, was het VTM Nieuws in die doelgroep goed voor een marktaandeel van 40 procent, terwijl VRT het met 32 procent moest stellen. De kijkcijfers verdwijnen snel weer in de achterzak van de hoofdredacteur. "Ik zwaai niet graag met cijfers. Ik ben blij dat het zo goed gaat, maar op dit moment zijn die cijfers zelfs niet belangrijk."

Maar die cijfers zorgen er waarschijnlijk wel voor dat u net iets geruster slaapt.

"Als ik onrustig slaap, heeft dat zelden met mijn werk te maken. (lacht) Maar als hoofdredacteur slaap je eigenlijk nooit gerust. Je weet dat je elk moment wakker gebeld kan worden. Toen ik bij Borgerhoff & Lamberigts werkte, was dat anders. Na een paar maanden durfde ik al eens mijn gsm vergeten. Sommige dagen nam ik hem zelfs gewoon niet meer mee."

Maar na verloop van tijd ging u het nieuws wel missen. De kick van de live-uitzending. Voelt u die nu opnieuw? Of bent u als algemeen hoofdredacteur toch eerder manager dan journalist?

"Natuurlijk ben ik eerder manager. Ik stuur dingen bij, maar doe dat eerder vanop afstand. Als baas moet je de mensen die je op bepaalde plaatsen zet ook het vertrouwen geven. Nicholas Lataire is mijn hoofdredacteur, hij neemt de operationele kant voor zijn rekening. Natuurlijk zit ik elke dag met hem samen om onze nieuwsuitzendingen te evalueren, maar het heeft geen zin dat ik bij elke beslissing constant over zijn schouder sta mee te kijken. Dan wordt iedereen binnen de kortste keren gek. Ik heb niet het gevoel dat ik te ver dan de nieuwsuitzendingen sta, maar het kan altijd beter. Ik zou het wel begrijpen als een aantal van mijn mensen zeggen: 'Hij zou beter wat meer op de vloer aanwezig zijn'."

Laat dat nu net de kritiek zijn die er op die vloer te horen is.

"Het is voor een stuk ook een bewuste keuze. Je moet op mijn leeftijd en als algemeen hoofdredacteur niet meer elke headline willen nazien en corrigeren. Ik heb van Tony Mary geleerd dat hoofdredacteurs die zich in details verliezen zelden goede hoofdredacteurs zijn."

Klaus Van Isacker en Eric Goens, uw voorgangers bij VTM, gingen er prat op dat zij bij belangrijke momenten zelf achter de knoppen gingen zitten. De zin om dat te doen is u vreemd?

"De goesting is er wel. Nu bij de verkiezingen zeker. En soms denk ik vanuit mijn zetel ook wel eens: 'Shit, dat zou ik anders gedaan hebben.' Maar er is een tijd voor alles. De jonge ploeg die er nu zit, heeft meer voeling met wat er leeft bij de kijkers. Dus is het goed dat ik me vooral met de grote lijnen bezig hou."

Ook op verkiezingsdag zullen we u geen duiding op het scherm zien geven?

"Ik weet dat er hoofdredacteurs zijn die dat graag doen (Hoflack verwijst naar Bjorn Soenens, de hoofdredacteur van het VRT-journaal die ook als Amerikawatcher in zijn eigen programma's opduikt, PD), maar ik heb die drang nooit gevoeld. Een hoofdredacteur moet niet op het voorplan willen schitteren. Die moet af en toe misschien eens een interview geven, maar vooral de stront opkuisen wanneer zijn mensen in de problemen zitten.

"Toen ik op de VRT arriveerde, zei iedereen me dat ik zo snel mogelijk mijn stemattest moest halen. Dat was de enige manier om het ver te schoppen, wisten ze. Maar ik zag het niet zitten om voor de spiegel mijn a- en oe-klanken te staan oefenen. Ik zou wel zien waar ik belandde, ook zonder zo'n attest. En achteraf bekeken is dat nog best meegevallen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234